Richard A. Posner: Public Intellectuals

Ondergang van de publieke intellectueel

Richard A. Posner

Public Intellectuals: A Study of Decline

Harvard University Press, 408 blz., € 40,50

Opinieleiders — het woord valt steeds vaker in het publieke debat. De term is overgewaaid uit het Angelsaksische taal gebied en verwijst naar lieden wier mening verder draagt dan de keukentafel. Je hoort de laatste tijd niet alleen van ze, maar ook over ze, want behalve «schuld» dragen ze «verantwoordelijkheid»; ze vormen immers de publieke opinie, zo is de gedachte. Hoe doen ze dat? En hoe groot is hun invloed dan?

Als veejay Tooske (nadrukkelijk zonder achternaam) ooit eens een idee zal verkondigen in haar programma Totally Tooske, uitgezonden door de muziekzender TMF, heeft dit idee waarschijnlijk een veel gro tere invloed op de samenleving dan de ideeën die deze week van de pagina’s spatten in de rubriek Dichters & Denkers van De Groene. En ook meer dan de opinie die J.L. Heldring (nadrukkelijk zonder voornaam) deze week verkondigde in zijn zeer gerespecteerde column in NRC Handelsblad. Toch is Tooske geen opinieleider en Heldring zeker wel.

Waarschijnlijk om enigszins recht te doen aan deze discrepantie in macht worden hooggeleerde columnisten vaker «publiek intellectueel» genoemd dan opinieleider. Ook door de Amerikaanse rechter Posner, die in Public Intellectuals: A Study of Decline schrijft dat hun invloed — die volgens hem goed is te meten — tanende is, maar ook dat de «gemiddelde kwaliteit» van de veelvuldig in het openbaar optredende intellectueel omlaag is gegaan.

Gemeten aan de hand van het aantal keren dat een talking head in de media wordt geciteerd, stelde Posner een lijst op van de vijfhonderd meest invloedrijke intellectuelen in Amerika. Nummer 1 is Henry Kissinger. Op een andere lijst, waarop intellectuelen prijken die niet door journalisten maar door collega-intellectuelen zijn geciteerd, staat wijlen Michel Foucault op de eerste plek, kort daarop gevolgd door Jürgen Habermas. Posner zelf verschijnt op beide door hemzelf opgestelde lijsten. Op de medialijst op nummer 70 en op de geleerdenlijst op nummer 10. Opvallend afwezig op de lijsten is Michael Ignatieff; opvallend aanwezig is Ann Coulter, een columniste die onder meer meent dat het beste antwoord op islamitisch terrorisme luidt: «Val hun landen binnen, vermoordt hun leiders en bekeer alle inwoners tot het christendom.»

Posner heeft de prominente positie in het Amerikaanse publieke debat met name verworven door zijn economische benadering van de sociale werkelijkheid. Ook het verval van de intellectuele intellectueel vervat hij in economische termen. Het grootste probleem is volgens hem dat de babbelende geleerden de tucht van de markt niet voelen, omdat ze vaste aanstellingen genieten aan de talloze onderwijs instellingen die Amerika rijk is. Door een gebrek aan gezonde marktwerking wordt hun neiging tot het innemen van extreme posities niet geremd, noch hun «intellectuele arrogantie».

Als het publiek ze afstraft voor hun wereldvreemde stellingnamen merken ze dat toch niet in hun portemonnee. Daarom is het ook, aldus Posner, dat intellectuelen als de linguïst Chomsky en de bioloog Gould zich bezondigen aan het delibereren over zaken waarvan ze niets afweten (wat men hier te lande het Plas terk-effect zou kunnen noemen). Daarom ook laten de werkelijk interessante denkers zich, volgens Posner, niet verleiden om zich tot een groot publiek te richten (het Lemaire-effect). Door een vergelijking van zijn twee lijsten komt Posner ook tot de conclusie dat hoe meer tijd intellectuelen spenderen aan de media, hoe kleiner de kans wordt dat ze nog serieus academisch werk afleveren (ofwel het Wesseling-risico).

Toch overtuigt Posners pessimisme niet. Dat komt niet alleen omdat hij zichzelf als voorbeeld stelt terwijl hij nagenoeg dagelijks in de Amerikaanse media is te vinden en zich waagt op gebieden zo uiteenlopend als literatuur, seksuele politiek, evolutionaire biologie en binnenlands bestuur, maar vooral ook omdat zijn eigen klagerige boek — een typisch product van de huidige neergangstheorieën — allesbehalve de vrucht van een diepzinnig denker is. Een recensent van The Economist drukte het meedogenlozer uit: «Een serieuze publieke denker zijn is moeilijker dan het lijkt. Dat is het punt dat Posner maakt. Maar moest hij dit punt illustreren met dit boek?»