Thema & variaties

Onderhandelingen

De taal waarin de mindere politici zich uitdrukken verandert een keer of vijf per jaar. ‘Dat moeten we niet willen’ is inmiddels zo goed als voorbij. ‘Ik ga niet bij het kruisje tekenen’ begint aan zijn terugtocht. Een hele opluchting. Maar nu hoor je dagelijks dat van alles niet goed is voor ‘het aanzien van de politiek’.

Het begrip is niet nieuw, maar dit jaar worden we er echt mee om de oren geslagen. Politicus Een maakt politicus Twee uit voor iets lelijks, en nummer Drie zegt dat dat het aanzien van de politiek schaadt. Het is een handige frase. Want je levert commentaar zonder op de kwestie zelf in te gaan, en het oude woord ‘aanzien’ heeft iets voornaams.

Ik geniet niet van zulk taalgebruik, al word ik er op een bepaalde manier wel vrolijk van. Ik geniet van andere dingen. Bijvoorbeeld van het kijkje achter de schermen dat je in kranten kunt vinden. Omdat we ze haast niet meer nodig hebben voor de nieuwsvoorziening raken journalisten steeds bedrevener in wat sommige kranten en sommige tijdschriften gaat redden: het goed geschreven verslag van wat er eigenlijk aan de hand is.

Tot de opwindendste lectuur van de afgelopen tijd hoort wat mij betreft de reconstructie van de onderhandelingen tussen coalitie en oppositie, door Tom-Jan Meeus en Thijs Niemantsverdriet in de NRC van 14 oktober. Zo werd er vroeger niet geschreven:

‘Het loopt mis als Alexander Pechtold met de coalitie over het sociaal akkoord wil praten, terwijl het over de begroting zou gaan. (…) Mark Rutte biedt hem “comfort”: schorsing. Rutte verdwijnt met PvdA-leider Diederik Samsom en Pechtold naar de kamer van Dijsselbloem, naast de Guldenzaal. Dit begint één uur ’s nachts, en alle anderen moeten maar wachten. Het duurt tien minuten. Twintig. Veertig. Na een uur staat Slob op. Hij heeft zijn beminnelijkheid verloren. “Ik geef ze nog vijf minuten”, zegt hij, voor iedereen hoorbaar. “Dan ga ik naar huis.” Het is mooi geweest. “Ik ben hier geen bijprogramma.” Hij klapt zijn iPad dicht.’

Neem een willekeurige krant uit de jaren zeventig door, en probeer een artikel te vinden dat je zo leesbaar op de hoogte brengt van spanningen in de politiek. Dat bestond niet.

Nog een voorbeeld: ‘Op dode momenten delen ze een voorliefde voor spelletjes op hun iPhone, zoals Candy Crush, een moderne variant van drie op een rij. En, ook dit komt later van pas, een aantal van hen rookt. Dus rookpauzes – op Financiën is een rookhok schuin tegenover de kamer van de minister – zijn een mooi alibi om de koppen bij elkaar te steken.’

Ik geloof trouwens dat dit overleg Nederland op z’n sterkst is. Een wankelend kabinet van twee ongelijksoortige partijen is erin geslaagd afspraken te maken met oppositiepartijen die onderling nog meer verschillen. En de afspraken maken deel uit van een spannend verhaal, want misschien zijn de politici die bij de onderhandelingen wegliepen wel erg goed aan het schaken.

Ik lees op het ogenblik het nieuwe meesterwerk van Russell Shorto: Amsterdam: Geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld. En het kost me af en toe moeite het opzij te leggen om de krant te lezen. Maar een artikel als van Meeus en Niemantsverdriet maakt de onderbreking helemaal goed.


Martin Reints publiceerde een essaybundel en vijf dichtbundels, het meest recent Lopende zaken (2010).