De Koninkrijkjes van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Ondernemen met belastinggeld

De moeder van alle gemeenten, wordt ze genoemd, de VNG. Maar de organisatie die alleen bestaat van subsidie is erg ondernemend. De zes dochters leveren de moedervereniging jaarlijks forse, en zakelijke, winsten op.

Er bestaat een zak die zichzelf de koning onder de vuilniszakken mag noemen. Donkergrijs en stevig ligt-ie met negentien andere zakken opgerold in een opvallende gele verpakking, tussen andere huisvuilartikelen in de schappen. De komo is sinds halverwege de jaren zestig onbetwist de bekendste afvalbuidel. Minder bekend is dat deze zak op de markt is gebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (vng).

Of neem de cursus ‘bestuursadviseur in een sterk veranderende omgeving’, óók een product van de vng. In vier dagen tijd ontwikkelt de deelnemende ambtenaar ‘voelsprieten voor wat er in het politiek-bestuurlijke krachtenveld speelt’. De kosten bedragen 2295 euro, exclusief btw, maar de meeste ambtenaren kunnen dat declareren bij de gemeente. De vierdaagse leergang ‘iedereen verandert – nu jij nog’ voor burgemeesters, wethouders en raadsleden is daarentegen gratis.

Ook handelt de vereniging, als vraagbaak voor álle gemeenten, in data. Onder het motto ‘deel een idee met de vng’ is de gratis website praktijkvoorbeelden.nl opgezet. Hierop staan 1685 beleidsstukken en persberichten van gemeenten, vooral over de eigen succesverhalen. Zo meldt Haarlem dat de Haarlemmer Kweektuin ‘hét centrum is voor duurzaamheid in de stad en omstreken’. De Wolden vertelt hoe de gemeente elk jaar een kindergemeenteraad organiseert.

Maar voor veel informatie moet gewoon betaald worden. Een lijst met adres- en contactgegevens van alle gemeenten kost driehonderd euro en de namen van alle raadsleden kosten twaalfhonderd euro, blijkt uit een mailwisseling die De Groene bezit. Ook lobbyisten mogen deze gegevens kopen. Ze kunnen zelfklevende etiketten erbij bestellen voor vijftig eurocent per stuk. In een reactie stelt de vereniging dat ze nu eenmaal kosten maakt voor de verzamelingen.

Het veelkoppige monster, genaamd de vng, biedt vele diensten. De komo, een kwaliteitskeurmerk, is inmiddels als zelfstandige verder gegaan, maar de vereniging is nog steeds een succesvolle ondernemer. Met zes dochters (die onder meer handelen in verzekeringen, congressen en cursussen) boekte ze het afgelopen decennium jaarlijks gemiddeld 1,5 miljoen euro winst.

Bij het grote publiek is de vng echter met name bekend als dienstverlener en belangenbehartiger, of kort gezegd ‘moeder van alle gemeenten’. En ze heeft een naam hoog te houden, want volgens een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met Vrij Nederland en Nieuwsuur staat de vereniging op nummer één in de top-twintig van belangrijkste belangenorganisaties in Den Haag. ‘Ik zou heel teleurgesteld zijn als we niet op die plek stonden’, reageerde voormalig verenigingsvoorzitter Annemarie Jorritsma (oud-burgemeester van Almere en nu vvd-fractievoorzitter in de Eerste Kamer). ‘Want de vng moet voortdurend met het rijk overleggen.’ Toch wilde ze haar oude club geen lobbyorganisatie noemen. ‘De gemeenten zijn er, net als het rijk, voor het algemeen belang.’ Maar wát dan hét algemene belang is, is lang niet altijd even helder.

Lies Zondag is gemeenteraadslid in Veendam voor de lokale partij VeerUutKiekn (vuk). Zij voerde jarenlang, tevergeefs, actie tegen de komst van 35 windmolens bij haar gemeente. Langs de snelweg N33 wordt een windpark van 120 megawatt gebouwd (dat stroom oplevert voor ongeveer 75.000 inwoners). Alle windmolenparken boven de honderd megawatt vallen onder de zogeheten rijkscoördinatieregeling en die houdt in dat het rijk beslist wat er gebeurt – de omliggende gemeenten kunnen er vrijwel niets tegen doen. Zondag probeerde steun te zoeken bij de vng. Met een groep raadsleden uit het noorden stelde ze in 2015 een verklaring op met een oproep aan ‘haar’ belangenvereniging: kom op voor de lokale democratie, en stop de dwang waarmee de minister van Economische Zaken windmolenparken aanlegt. Ze kreeg voor haar gevoel nul op het rekest. ‘Het rijksbeleid was uitgangspunt, ook bij de vng. Die steunde alleen gemeenten die vóór windmolens waren, maar er waren ook gemeenten tegen. Die afwijkende mening werd niet gehoord. Terwijl ook onze gemeente contributie betaalt.’

Vijf jaar is ze nu gemeenteraadslid. Ze maakte de decentralisatie in 2015 mee, toen het rijk de jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (zoals de thuiszorg voor ouderen) overdroeg aan de gemeenten. ‘We worden overspoeld met informatie en laten ons te veel leiden door het college van burgemeester en wethouders. De jeugdzorg gaat in onze gemeente aan de loop met onze financiën en dan komt er al weer een grote taak aan.’ Te weten: de energietransitie, want alle gemeenten moeten in 2020 voldoen aan de klimaat- en milieudoelstellingen. ‘We proberen het als raad in eigen hand te houden’, zegt ze, ‘maar het is lastig. Vergeet niet dat wij leken zijn, het is een deeltijdfunctie. Ik vraag me wel eens af of we nog in staat zijn om onze taken goed te vervullen. Er ligt veel te veel op ons bordje.’

En ondertussen spelen er zaken waar de lokale volksvertegenwoordiging niet over gaat. De bodem daalt door zoutwinning en er komen dus windmolens. ‘Inwoners zeggen: “Kom voor ons op!” Dan moet ik steeds antwoorden dat de raad er niet over gaat, dat zelfs het college er niet over gaat. Het is niet uit te leggen en dat is zo frustrerend. Dan klop je aan bij je belangenvereniging, de vng, en die geeft niet thuis.’

Het lokale bestuur is mede door schaalvergrotingen en decentralisaties gecompliceerd geworden. Oud-verenigingsvoorzitter en oud-burgemeester Wim Deetman (cda) van Den Haag benoemde dit eind 2017 in De vierde dimensie. Hij duidt dit aan als VUCA: Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiquity. Die term werd voor het eerst gebruikt, schrijft hij, in de jaren negentig door het leger om de complexe wereld te beschrijven na het einde van de Koude Oorlog. Nu wordt er ‘de steeds sneller veranderende wereld’ mee bedoeld, ‘waarin geen zekerheden meer zijn’. Het bedenken van middellange-termijnstrategieën, een populaire bezigheid in het lokale bestuur, heeft steeds minder zin omdat ze snel achterhaald raken.

Oud-burgemeester Wil van den Berg (cda) heeft net het licht uitgedaan in het Friese Ferwerderadeel. De complexiteit heeft zijn gemeente (8677 inwoners) uiteindelijk de das omgedaan. In 2010 verdedigde hij nog zijn kleine gemeente te vuur en te zwaard tijdens een broeierige algemene ledenvergadering van de vng in Leeuwarden. Een dieptepunt in de geschiedenis van de vereniging, noemde burgemeester Melis van de Groep (ChristenUnie) van Bunschoten het plan dat het vng-bestuur enkele maanden daarvoor had gepresenteerd op het zomercongres.

De top had grootschalige fusies in gedachten waardoor uiteindelijk dertig gemeenten zouden overblijven. Burgemeesters, wethouders en raadsleden reageerden furieus en de bestuurders, directeur Ralph Pans (pvda) en Jorritsma, trokken het plan subiet in. Maar maanden later knetterde het nog steeds binnen de vng-familie, zo bleek tijdens de ledenvergadering in Leeuwarden. ‘Echt, wie bedenkt het om enkel gemeenten te vormen met zo’n 350.000 inwoners’, zei Van den Berg destijds tegen het blad Binnenlands Bestuur. ‘Laten we in dit land alsjeblieft stoppen met dat soort structuurdiscussies. Het leidt tot niets. Groter is niet altijd beter. Daar geloof ik geen fluit van.’

Hierin wordt hij gesteund door een studie van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (coelo), verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2014 presenteerde directeur Maarten Allers een onderzoek naar meer dan tien jaar gemeentelijke fusies, met de uitkomst: ‘Ze leveren geen kostenbesparing op; wel daalt het opkomstpercentage bij verkiezingen in herindelingsgemeenten fors.’ Met andere woorden: de burger voelt zich minder betrokken bij een gefuseerde gemeente.

De vng-top heeft het woord ‘herindeling’ sinds 2010 niet meer in de mond genomen. ‘Na Leeuwarden hebben de bestuurders een goede ontwikkeling doorgemaakt, ik ben daar echt positief over’, zegt Van den Berg nu. Toch heeft de realiteit hem ingehaald. ‘De club doet onder de huidige voorzitter Jan van Zanen (vvd, burgemeester van Utrecht) verschrikkelijk zijn best. Maar door de decentralisaties zijn er zoveel extra taken bij gekomen, terwijl er fors op werd bezuinigd, dat gemeenten welhaast moeten fuseren. De vng heeft hiervoor gewaarschuwd, tevergeefs.’ In december is Van den Berg 67 geworden. ‘Toen ben ik afgezwaaid en is de gemeente verdwenen. Het is een veel groter gebeuren hier, alle dorpen vormen een heel koninkrijk.’ Zijn grootste zorg is de bereikbaarheid voor de burger. ‘Overal in het land zie je grotere gemeenten, en loketten die sluiten. Je paspoort moet je steeds vaker digitaal aanvragen. De lokale overheden worden zo onpersoonlijk als de pip.’

Eén gemeente dreigde ooit op te stappen. Breda. ‘Breda wist niet waarvoor het bedankte’

Maar gemeenten móeten volgens Klaas de Vries (pvda) ook meer taken naar zich toe trekken. De Vries was minister van Sociale Zaken en later Binnenlandse Zaken en onderhandelde toen met de vng. Daarvoor was hij hoofddirecteur (tussen 1988 en 1996) van dezelfde vereniging. ‘De portefeuilles van wethouders waren veel te weinig ingevuld.’ Bovendien, door meer taken uit te voeren word je vanzelf ook machtiger in het bestuur – want tussen gemeenten en provincies woedt een natuurlijke concurrentiestrijd.

De Vries is ook groot voorstander van de laatste decentralisaties van het kabinet-Rutte II. ‘De jeugdzorg en het sociale domein zijn echt taken voor gemeenten die dichter bij de inwoners staan.’ Mét een grote kanttekening: ‘Het rijk heeft het niet goed uitgewerkt door er ook nog eens een grote bezuiniging aan te plakken. Dat was echt onredelijk.’

Dat door de toename van taken kleine gemeentehuizen de deuren sluiten, is volgens De Vries geen probleem. ‘Toen ik bij de vng begon waren er nog 714 gemeenten (nu 355 – kvk) en heel veel problemen in de regio’s. Gemeenten met vijftigduizend inwoners, dat is echt het minimum om dingen behapbaar te houden.’ Alleen dan kan een stad een effectief ambtenarenapparaat in stand houden. ‘Dagelijks komen ladingen ingewikkelde brieven binnen van het rijk, die kun je als klein bestuur niet meer verwerken.’

De vng moet grote gemeenten en de kleintjes bedienen, in alle regio’s. En niet alleen daar zitten verschillen. ‘Ze is de vereniging van alle gemeenten en dus de vereniging van bestuurders én van raadsleden’, schreef Deetman in zijn rapport. ‘De controlerende rol van de raad is een andere dan de besturende rol van burgemeester en wethouders’, voegde hij daaraan toe. ‘De vng doet belangrijke dingen voor gemeenten’, stelt De Vries. ‘Maar ja, niet alle raadsleden zullen tevreden zijn.’ De vereniging heeft geen officiële macht. ‘Ze spreekt namens de lokale overheden, geeft opinie namens een groep. Als je wil dat er iets gebeurt, dan moet je gezamenlijk optrekken.’ Dáár zit volgens De Vries de kracht van de vng.

In 1912, het jaar waarin de vng werd opgericht, telde Nederland zo’n elfhonderd gemeenten, met gemiddeld slechts 5400 inwoners. Burgemeesters kenden hun inwoners meestal. Het bureau begon met twee medewerkers en regelde vooral praktische zaken zoals een collectieve brandverzekering of de centrale inkoop van oproepkaarten om te stemmen. Lobbyen gebeurde mondjesmaat, er werd bijvoorbeeld gepleit voor een goede pensioenregeling voor ambtenaren.

Al vanaf het begin was de vng ondernemend. Verenigingsdirecteur Jacob Siemons richtte in december 1914 de Gemeentelijke Credietbank op – de huidige Bank Nederlandsche Gemeenten (bng). In datzelfde jaar kwam er het Centraal Bureau Verificatie en Financieele Adviezen, zeg maar een accountantsdienst voor gemeenten. In de jaren zestig kwam daar een eigen onderzoeks- en adviesbureau bij met de naam sgbo. De vng wist zich, dankzij haar diensten, al snel onmisbaar te maken voor lokale overheden. In 1950 sloot het Belgisch-Nederlandse grensdorp Overslag zich als laatste gemeente aan. Sindsdien zijn alle gemeenten lid. Ze betalen contributie per inwoner, en dat levert jaarlijks zo’n twintig miljoen euro op.

Slechts één gemeente dreigde ooit op te stappen. Breda vond in 1982 een nieuwe verhoging van de contributie te gortig en wilde vertrekken. Ed Berg, oud-hoofddirecteur, noemde het in de jubileumspecial van het VNG Magazine (in februari 2012) ‘een geweldige uitdaging’ om het afvallige lid bij de familie te houden. ‘De opzegtermijn bedraagt een jaar.’ Dus er was tijd. Breda stond, bleek al snel, alleen. ‘Andere gemeenten waren woedend.’ Dus het liep met een sisser af. ‘We realiseerden ons wel dat gemeenten geen flauw idee hadden wat de vng voor ze deed. Breda wist niet waarvoor het bedankt had.’

Wel heeft de vng in de loop van de tijd veel afgestoten. De bank bng werd in de jaren twintig zelfstandig. De rekenmeesters (VB Accountants) werden in 1998 na een felle overnamestrijd tussen kpmg en Deloitte overgenomen door de laatste, die zich sindsdien presenteert als hofboekhouder van de gemeenten. En ook het onderzoeksbureau sgbo is in 2007 verkocht omdat de vereniging zich wilde richten op haar core business ‘het behartigen van belangen’.

Maar minder ondernemend is de vng allerminst geworden. Ze bezit bijvoorbeeld de dochter VNG Risicobeheer (vooral verzekeringen) waar ze afgelopen jaar 626.000 euro winst mee maakte. Maar er werd ook 282.000 euro verdiend via de bv VNG International, de tak die lokale besturen in Oeganda, Benin, Congo, Ghana of Myanmar steunt. Vorig jaar kreeg de bv bijna 22 miljoen euro binnen; 45 procent van dat bedrag kwam van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, 47 procent was subsidie via de Europese Unie, de Wereldbank, VN-organisaties of andere landen.

Gemiddeld boekte VNG International in de afgelopen tien jaar meer dan drie euroton winst. Het is vrij opmerkelijk dat een organisatie die alleen bestaat van subsidie jaarlijks zoveel winst boekt. De organisatie stelt dat veertig procent van de klussen loopt via openbare aanbestedingen. De marge die hierop wordt gemaakt (dus het bedrag dat overblijft) zou de winsten verklaren.

Een andere goed lopende tak van de vng-boom is het Congres- en Studiecentrum, dat vorig jaar 740.000 euro winst boekte. Dit bedrijf organiseert de cursussen, maar ook een scala van evenementen voor departementen zoals ‘de dag van de lokale democratie’ of ‘het grote privacy-congres’.

Het hoogtepunt vindt elk jaar in juni plaats. Dan is hét vng-congres waar drieduizend lokale bestuurders, ambtenaren en raadsleden uit alle windstreken naartoe komen. De driedaagse conferentie vindt steeds ergens anders plaats – en een gemeente kan niet zomaar gastvrouw worden van het evenement. Ze moet meedoen aan een bidboekprocedure (net als bij de Olympische Spelen). Sowieso moet er zo’n 3500 vierkante meter aan beursruimte beschikbaar zijn, met daaromheen 1250 parkeerplaatsen voor auto’s. Ook moet de gemeente laten zien waarin haar ‘kandidatuur zich onderscheidt’.

Afgelopen jaar streek het vng-spektakel neer in Maastricht, de deelname aan het congres (waar ook BN’ers Twan Huys en Tommy Wieringa optraden) kostte zo’n zevenhonderd euro, exclusief ‘het avondprogramma’. De bonnetjes van hét netwerkevent kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. In 2012 leverde de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan (pvda) stevige kritiek op het prijskaartje van het congres (waar ook het honderdjarige jubileum werd gevierd). ‘Iedereen mag feest vieren, ook de vng, maar laat gemeentelijke bestuurders die kosten dan wel uit eigen zak betalen’, zei hij tijdens een gemeenteraadsvergadering. ‘Het is niet te verkopen om dit van gemeenschapsgeld te doen.’

VNG International steunt lokale besturen in Oeganda, Benin, Congo, Ghana en Myanmar

De vng onderneemt in feite met belastinggeld. De zes dochters leveren de moedervereniging jaarlijks forse, en zakelijke, winsten op. Zo groeide het eigen vermogen de afgelopen tien jaar van 49,5 miljoen naar 65,5 miljoen euro. In opdracht van de vereniging onderzocht PricewaterhouseCooper het ‘weerstandsvermogen’: hoeveel is er nodig om ook in slechte tijden te kunnen overleven, wat heb je aan reserves (in het eigen vermogen) nodig?

De rekenmeesters kwamen op een bedrag van 9,3 miljoen euro.

De komende jaren zal de vng, aldus een reactie, de spaarpot met 17,9 miljoen laten afslanken. Over het ondernemen met belastinggeld stelt ze: ‘Tal van bedrijven verdienen geld met het doen van betaalde werkzaamheden voor overheden. Doordat het resultaat bij VNG Bedrijven terechtkomt en niet bij private partijen worden de verdiende middelen weer ingezet ten bate van de leden en blijft het publieke geld publiek.’

De winkels dienen dus ‘een publiek doel’, is het argument voor het forse eigen vermogen, met als nieuwe dochter het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving Advies. Deze helpt sinds 2016 gemeenten om bijvoorbeeld toezicht te houden op de Jeugdwet en boekte vorig jaar 155.000 euro winst. Een van de oudste diensten die de vng biedt, is het maken van de zogeheten ‘modelverordening’, zeg maar een blauwdruk voor beleid die gemeenten kunnen kopen. Het zijn diensten die onmisbaar zijn geworden voor gemeenten.

De eerste modelverordening (uit 1926) ging over erfpacht, daarna vele over bouw, maar ook overlast, beschrijft het boek Tussen traditie en moderniteit (over honderd jaar vng). In de jaren zeventig, met oprukkende seksshops in het straatbeeld, deed de vng via een speciale pornocommissie veldonderzoek en schreef een model-apv (Algemene Plaatselijke Verordening).

Nu worden de modelverordeningen aan de lopende band gemaakt op het bureau in een oude kerk aan de Haagse Nassaulaan 12. Daar werken 214 fte’s van de vng, maar daar bevinden zich ook de verenigingen voor raadsleden, wethouders, griffiers, gemeentesecretarissen en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.

‘De vng drukt echt een stempel op het beleid’, zegt Marcel Boogers, hoogleraar innovatie en regionaal bestuur aan de Universiteit Twente. Op het Binnenhof en lokaal is de invloed groot. ‘Zo’n modelverordening is vaak een zwaktebod. Maar goed, als er lokaal geen regels zijn, kan zo’n verordening eventjes houvast geven. De gemeente moet die later aanpassen naar eigen smaak. Maar dat gebeurt vaak niet.’

Juist tijdens de decentralisaties maakten de stafmedewerkers van de vng met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (vws) modelverordeningen. ‘Alles ging zo snel, te snel. Daardoor hebben vooral kleinere gemeenten gebruik gemaakt van de blauwdrukken.’ Het idee achter het overhevelen van de zorgtaken naar de lokale overheden was, zeiden het rijk en de vng steeds, het bieden van maatwerk. ‘Dat krijg je natuurlijk niet als elke gemeente met dezelfde verordening werkt.’

Dat willen we ook niet, zegt vng-directeur Jantine Kriens (pvda). Het bureau levert slechts een ontwerp, waarin alle juridische haken en ogen zijn verwerkt, zodat niet alle 380 gemeenten het wiel opnieuw uit hoeven te vinden. ‘Dat is efficiënt. Maar gemeenten moeten wel variaties eraan toevoegen. Wij vinden het ook niet fijn als modelverordeningen één op één worden overgenomen.’ Dat dit momenteel gebeurt, komt door tijdgebrek bij gemeenten.

En ja, veel druk is ontstaan door de decentralisaties waar de vng groot voorstander van was. De problemen bij bijvoorbeeld ouderenzorg in Rotterdam zijn anders dan die in Wassenaar, benadrukt Kriens. ‘Je kunt veel beter zorg op maat leveren.’ Alleen heeft de vereniging niet getekend voor de forse bezuinigingen. Daar wist ze geen vuist tegen te maken, ondanks de stevige lobby. ‘Kabinetten houden zich veel meer dan voorheen aan de coalitie-afspraken, daar valt nauwelijks meer aan te tornen.’ Als voorbeeld noemt ze het Wmo-abonnementstarief dat per 1 januari geldt. Als een oudere bijvoorbeeld thuishulp nodig heeft, betaalt deze 17,50 euro eigen bijdrage per vier weken. Gemeenten zijn tegen omdat ze vrezen voor ‘een aanzuigende werking’, zij betalen ervoor. ‘Het is een openeinderegeling. Eigenlijk bedrijft Den Haag politiek die gaat over de financiën van gemeenten. De Raad van State geeft ons gelijk, maar de Tweede Kamer is akkoord. Het tarief komt er.’ En de achterban mort, 97 procent van de gemeenten wil namelijk geen abonnementstarief. Maar de vng kan niet met veel dreigen, ze kan alleen overleggen.

Het is het lot van de medewerkers van het vng-bureau. ‘Je kunt nooit alle burgemeesters, wethouders én raadsleden tevreden houden’, zegt oud-directeur Klaas de Vries. ‘Wat je nooit helemaal kunt uitleggen’, zei oud-beleidsadviseur Sander Schelberg van de vereniging in het jubileummagazine, ‘is de manier waarop je lobbyt. Ik wéét dat we veel veranderingen wisten te bewerkstelligen. Dat er heel wat moties geschreven zijn door ons – maar je kunt nooit aan de buitenwereld vertellen hoe het werkt en wat je bereikt hebt. Dan verraad je je concept en geef je prijs dat anderen zich door jou hebben laten beïnvloeden.’

Vaak doemt het beeld op van een vereniging die té dicht tegen het rijk aan schurkt. Ook in de tijd van Kees Jan de Vet (cda, en nu dijkgraaf van waterschap Brabantse Delta) toen hij tussen 2008 en 2016 lid was van de directieraad van de vng. ‘Het leek er ook echt op dat de vereniging te veel tegen Den Haag aan schuurde. Dus organiseerde de directie een toer door het land, álle gemeenten werden bezocht. Ik heb 183 gemeenten bezocht in zes provincies.’ Er is wel wat veranderd, zegt hij, de vng is meer buiten Den Haag gaan kijken.

‘Er is wél een hoog verwachtingspatroon van de gemeenten richting de vng. En andersom ook. Met Annemarie Jorritsma als voorzitter hadden we als vereniging een buitengewoon krachtige onderhandelaar. Als er zaken stroef liepen, belde zij op een zondag naar minister-president Rutte en werd het geregeld. Er was maar één belang en dat was dat van gemeenten, daar waren we in de directie heel radicaal in.’

Dat wordt alleen niet zo ervaren. In het rapport van Wim Deetman over de vng staat dat er ‘grote waardering is voor de service en dienstverlening aan de individuele leden’. Maar leden vinden ook dat de vng niet of onvoldoende verschil maakt tijdens het bestuurlijk overleg met het rijk. Eén algemeen belang is er vaak ook niet bij een organisatie van burgemeesters, wethouders, griffiers, raadsleden in kleine en grote gemeenten in de Randstad én op het platteland.

‘De vng wil als vereniging van alle Nederlandse gemeenten ook namens alle gemeenten spreken. Dat is echter steeds moeilijker vol te houden. Door de fragmentatie van opgaven en belangen is het soms niet meer mogelijk om generieke uitspraken te doen’, aldus het rapport van Deetman. Het is honderd pagina’s dik en bespreekt tientallen aanbevelingen die allemaal door de vng zijn overgenomen. ‘Bijvoorbeeld vraagstukken van dak- en thuislozen, illegale inwoners of prostitutie zijn in grote steden van een andere orde dan in kleinere gemeenten. Daar is onvoldoende erkenning voor bij het rijk en bij kleinere gemeenten. Dergelijke onderlinge verschillen nemen eerder toe dan af.’ Over dit soort onderwerpen, adviseert Deetman, kan de vng beter geen uitspraak doen.

Een van de bestuurders die hij interviewde signaleerde: ‘Binnen de vng zijn te veel koninkrijkjes. Dit geldt ook voor de bedrijven als het Congres- en Studiecentrum. Hoe worden die bestuurd, wie bepaalt de koers, hoeveel geld gaat er om?’

John Witkamp, raadslid van de lpf in het Westland, noemt de vng ‘een staat binnen een staat’. Ook zijn gemeente is lid, net als alle andere gemeenten. ‘Je wordt er toch gewoon in gerommeld, en de wethouder zegt dat je wel lid móet zijn voor de modelverordeningen. Een hoop raadsleden hebben geen idee wat erin staat, maar zien het als het evangelie en stoppen vervolgens met nadenken.’