Ondernemend nederland geeft het marxisme een opkontje

Het waren niet de minsten onder de vaderlandse ondernemers die zich vorige week meldden bij premier Kok. Als de heren Herkströter (Shell), Tabaksblat (Unilever) en Van Lede (Akzo) zich gezamenlijk tot de eerste minister wenden, zal er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Een dreigende crisis in verband met de troebelen in Azië? Een andere hoogst noodzakelijke wending in het economisch beleid? Maar nee, het onderwerp van gesprek bleek de onlangs aangekondigde belasting op opties, waarmee de raden van bestuur van grote Nederlandse ondernemingen zichzelf en hun directe onderhebbenden de afgelopen jaren zo kwistig bedeelden.

Die belasting was een onding, zo spraken de heren verontrust. Het inkomen van veel directeuren bestaat inmiddels voor een fors deel uit opties. Als die nu belast zouden worden, betekende dat dat deze mensen zouden worden teruggeworpen op hun bescheiden normale inkomen. Als dat gebeurt, kon het wel eens moeilijk worden om topmensen te interesseren voor een positie bij een Nederlands bedrijf. Zo zou deze vorm van belastingheffing dus een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van ondernemend Nederland.
Twee decennia geleden, in januari 1976, deed men het anders. Toen schreven negen topondernemers een brief aan de ministerraad en de Tweede Kamer. Ook hieronder prijkten de handtekeningen van de toenmalige voormannen van Shell (Wagner), Unilever (Van den Hoven) en Akzo (Krayenhoff). Toen ging het wel over beleid: ‘Waar wij aan het begin van 1976 vóór alles de nadruk op willen leggen, is dat het afgezien van de conjuncturele problemen, structureel niet goed gaat met de Nederlandse economie.’ In concreto vroegen de negen om een aanzienlijk terugdringen van belastingen en premies. Op die manier konden de arbeidskosten omlaag zonder aan de netto inkomens te komen.
De overeenkomst tussen de twee acties is dat ondernemers zich richtten tot een socialistische premier. Destijds Den Uyl, nu Kok. Maar daar houden de overeenkomsten op. Het kabinet-Den Uyl verhoogde de uitgaven voor welzijn en onderwijs, ontwikkelingshulp en sociale voorzieningen, de subsidies voor volkshuisvesting, openbaar vervoer en stadsvernieuwing. Dit alles in het teken van spreiding van kennis, inkomen en macht. En Den Uyl gaf in zijn Nijmeegse rede onverbloemd te kennen dat de greep van de gemeenschap op vitale economische beslissingen moest worden vergroot mede ter wille van het behoud van 'zuivere lucht, schoon water en een beetje stilte’. In dat kader wilde hij de overwinsten van bedrijven afromen en de opbrengst in een fonds stoppen, de Vermogens Aanwas Deling.
Den Uyl was voor de ondernemers niets meer of minder dan een regelrechte bedreiging van het vrije ondernemerschap. Hoe anders ligt dat onder de huidige socialistische leider. In een enquête bleek maar liefst tachtig procent van ondernemend Nederland Kok als premier te verkiezen boven de VVD'er Bolkestein. En geen wonder. Van herverdeling van kennis, inkomen en macht wordt heden ten dage niet veel meer vernomen. Verlaging van de collectieve-lastendruk en loonmatiging hebben de plaats ingenomen van meer overheidsuitgaven voor onderwijs, welzijn en wat dies meer zij. De inkomensverschillen zijn groter geworden in plaats van kleiner. Van een socialistische dreiging is in binnen- noch buitenland iets overgebleven. De term overwinsten wordt niet meer gehoord, al hebben die inmiddels een omvang aangenomen waar zelfs Den Uyl nooit van heeft kunnen dromen. Die bescheiden belasting op opties is geen socialistisch stokpaardje, maar eenvoudig bedoeld om de door ondernemers zozeer bepleite loonmatiging nog een tijdje in stand te kunnen houden.
Het waren dan ook geen zorgen over de economie of het vrije ondernemerschap die de heren naar Den Haag brachten, maar de vrees dat zij het flink opgerekte, onbelaste deel van hun onbescheiden inkomens zouden verliezen. Met de Muur is ook de gêne van het ondernemerdom verdwenen. Noemde Marx het socialisme niet ooit een product van het kapitalisme?