Onderstroom

Een vriendin is verliefd op een gebonden vrouw. De gebonden vrouw ook op haar.

Het is eenvoudig, het is ingewikkeld. Mijn vriendin maakte een ronde langs haar vrienden om advies in te winnen. Wat zouden zij doen in haar situatie, wat zou aan te raden zijn, waarom?

Zoals ze kon verwachten, leverde haar rondgang uiteenlopende reacties op, grofweg onder te verdelen in twee kampen: stop ermee, want het gaat pijn doen / ga ermee door, want het gaat toch wel pijn doen. Ik behoorde — ‘natuurlijk’ wilde ik hieraan toevoegen — tot het laatste kamp. Iemand die verliefd is kun je nergens van overtuigen. Bovendien: het gaat toch wel pijn doen.

Natuurlijk weet mijn verliefde vriendin ook dat ze geen enkel advies zal opvolgen dat niet strookt met wat ze toch zelf in haar kop heeft. De meeste adviezen dienen eigenlijk helemaal niet het doel te adviseren. Het gaat om de vorm, de bewoordingen, het luisteren naar een stem die niet van jou is. Dat is meestal al lang genoeg, daarna trek je je eigen plan.

Laatst luisterde ik naar Benjamin Moser, biograaf van Clarice Lispector en Susan Sontag, die op de radio sprak over zijn net naar het Nederlands vertaalde biografie van Lispector. Lispector, in Brazilië een grootheid van het formaat dat alleen haar voornaam al genoeg is (spreek uit ‘Claríci’), krijgt bijna vier decennia na haar dood eindelijk de wereldwijde erkenning die ze verdient. Al twintig jaar zet Moser zich onvermoeibaar in voor de verspreiding van haar werk, dat wordt vergeleken met dat van Franz Kafka en Virginia Woolf. Het was allemaal begonnen toen hij haar las als student Portugees, de taal nog maar nauwelijks machtig. Hij begreep niet alles maar werd onmiddellijk hartstochtelijk verliefd. Dit was geen literatuur, maar hekserij. ‘Het was een erotische ervaring’, vertelde hij de interviewster. ‘Ik voelde het in mijn pik.’

Als student schreef ik eens een paar beroemde regels over uit Susan Sontags essay Against Interpretation (1966). ‘What is important now is to recover our senses. We must learn to see more, to hear more, to feel more.’ Vulpenletters op een systeemkaartje, dat ik boven mijn bureau hing om ze in te prenten als een mantra. ‘In place of a hermeneutics we need an erotics of art.’

Lezen en leven verschillen uiteindelijk niet zo erg van elkaar

Met een bevriende schrijfster zit ik op een zonnig terras. We lezen, nemen tussendoor kleine slokjes van onze wijn, wisselen zo af en toe flarden van gedachten uit. Zij is bezig in een biografie van Virginia Woolf. Af en toe leest ze me een passage voor. ‘Jezus’, verzucht ze. ‘Jezus, deze vrouw.’

Wie verliefd is – op een mens, op een boek, op een schrijver – weet dat interpreteren maar tot op zekere hoogte zinvol is. Altijd zal, zo ergens ter hoogte van de onderbuik, een gedeelte overblijven dat onberedeneerbaar is, ongrijpbaar, duister. Na ons derde glas wijn weten de bevriende schrijfster en ik dit in elk geval zeker: lezen en leven verschillen uiteindelijk niet zo erg van elkaar. In beide gevallen hoop je zo af en toe iets te voelen van de onderstroom; dat wat alles in beweging brengt; de aantrekkelijke donkerte achter de betekenissen.

Op het zonnige terras lees ik een passage voor uit het boek dat ik aan het lezen ben, How Should a Person Be van Sheila Heti. Ze vertelt over hoe zij en haar verloofde eens door een park wandelen waar een trouwceremonie gaande is. Giechelend verschuilen ze zich achter een struik om mee te luisteren naar wat er gezegd wordt. Ze zien het gezicht van de bruid als ze haar geloften uitspreekt. Bij de zinsnede ‘for richer or for poorer’ krijgt ze plotseling een brok in haar keel. Een traan rolt over haar wang. Sheila zegt hoofdschuddend tegen haar verloofde dat ze het behoorlijk ijdel, dom en materialistisch van de bruid vindt om nu net over dit gedeelte te gaan huilen. Een paar maanden later, tijdens haar eigen bruiloft, snikt ze om precies dezelfde woorden. Het is een ontluisterende ervaring. Haar huwelijk blijkt andermans huwelijk. Twee jaar later loopt ze bij haar man weg.

Bij Lispector lees ik: ‘I am not playing with words. I incarnate myself in the voluptuous and unintelligible phrases that tangle up beyond the words… Once whatever is between the lines is caught, the word can be tossed away in relief.’

Mijn verliefde vriendin krijgt een sms van de gebonden vrouw. Meestal houdt de gebonden vrouw het kort, terwijl mijn vriendin lange epistels intoetst op een telefoon van voor het smartphone-tijdperk. Maar deze keer gebruikt de gebonden vrouw ineens allerlei voor haar doen ongebruikelijke, frivole woorden. Sip tuurt mijn vriendin naar het schermpje. ‘Dit hoort ze niet te zeggen’, mompelt ze. Het duurt een paar dagen van radiostilte voordat de verliefdheid in zijn volle omvang is teruggekeerd.