Amerika

Ondertussen in…

Literatuur komt via Manhattan de wereld in, maar de makers wonen van oudsher in Brooklyn. De rijke literaire traditie van Brooklyn wordt wel vergeleken met die van Parijs.

NEW YORK – Zoals Amsterdam het literaire middelpunt van Nederland is, vertegenwoordigt New York literair Amerika. Grote uitgeverijen als Random House, HarperCollins, Simon & Schuster, het tijdschrift The New Yorker en honderden andere uitgevers, literair agenten en redacties van literaire tijdschriften zetelen in Manhattan. Het jaarlijkse New Yorker Festival wordt er gehouden, evenals Great Read in the Park en het PEN World Voices festival, voorts zijn er talloze cafés, podia en andere ontmoetingsplaatsen voor schrijvers en lezers. Literaire pleisterplaatsen met illustere namen als de KGB Bar, de National Arts Club, Mo Pitkin’s, Symphony Space en 92 Street Y ontvangen zowel gevestigde als beginnende schrijvers die komen voorlezen uit eigen werk en zich mengen in discussies en forums.
Alsof er nog niet genoeg te doen was, werd er onlangs een nieuw festival gelanceerd. Het grote verschil was dat dit festival in Brooklyn plaatsvond, en niet in Manhattan. Brooklyn, ooit een zelfstandige stad, in 1898 bij New York City gevoegd als een van de vijf boroughs, huist zo’n 2,5 miljoen mensen onder wie zich vele schrijvers bevinden. Literatuur komt wellicht via Manhattan de wereld in, de makers wonen van oudsher in Brooklyn. Sommigen vergelijken Brooklyn met Parijs wat betreft de lange en rijke literaire traditie. Onder deze enthousiastelingen bevindt zich ook Marty Markowitz, de burgemeester van Brooklyn, die zijn borough de nieuwe Rive Gauche noemt.

De man die wordt gezien als een van Brooklyns eerste schrijvers is Jasper Danckaerts. Hij zag Brooklyn als een soort Hof van Eden. In 1679 schreef hij in zijn dagboek: «Het is bijna onmogelijk te beschrijven hoeveel perzikbomen we al gepasseerd zijn, en stuk voor stuk buigen ze onder hun last.» Halverwege de negentiende eeuw bezong de romantische dichter en journalist Walt Whitman zijn buurt met de regel «Stand up, beautiful hills of Brooklyn!» In de twintigste eeuw werd Brooklyn grimmiger geportretteerd. Een van de hoogtepunten uit deze tijd is The Horror in Red Hook, een verhaal dat zich afspeelt tussen de loodsen en pieren van de zeehaven van Brooklyn. Schrijver was de fantasy-, horror- en sciencefiction-auteur H.P. Lovecraft. Tijdens zijn leven had hij slechts een beperkt aantal lezers, maar na zijn dood verkreeg hij een ware cultstatus in het horrorgenre en – mede dankzij het essay H.P. Lovecraft: contre le monde, contre la vie (1999) van Michel Houellebecq – ook daarbuiten.

Er waren uiteraard ook talloze schrijvers die wel in Brooklyn woonden, maar er niet noodzakelijkerwijs over schreven. Bekende namen zijn Carson McCullers, W.H. Auden en Paul & Jane Bowles. Zij woonden in het begin van de jaren veertig in het huis op 7 Middagh Street in Brooklyn Heights, dat onderdak gaf aan een roemrucht artistiek gezelschap waartoe ook bijvoorbeeld componist Benjamin Britten behoorde. De artistieke omgeving trok van heinde en verre fameuze figuren aan; Salvador Dalí, Leonard Bernstein en Aaron Copeland kwamen langs. Zo werd Brooklyn Heights inderdaad een beetje wat Rive Gauche was voor zoveel schrijvers, schilders en musici.

De geschiedenis van Brooklyn wordt tijdens het Brooklyn Book Festival niet verwaarloosd. Acteurs lezen uit het werk van de bewoners van 7 Middagh Street, en uit het werk van Richard Wright en Truman Capote. Maar het gaat toch met name om contemporaine schrijvers. Volgens organisatoren Markowitz en Johnny Temple (van de in Brooklyn gevestigde uitgeverij Akashic Books) is de buurt ontegenzeggelijk een mekka voor (aspirant-)schrijvers geworden: «Er is hier een interessante mix van nationaliteiten, religies, inkomensniveaus en lifestyle die ervoor zorgt dat het een inspirerende plaats is om te wonen.»

De organisatoren willen enerzijds de diversiteit onder de schrijvers benadrukken en anderzijds het feit dat ze allemaal _fellow-_Brooklyners zijn. Genodigden zijn onder anderen het echtpaar Jonathan Safran Foer en Nicole Krauss dat hier vorig jaar een huis gekocht heeft, Jonathan Lethem, geboren en getogen Brooklyner, en voorts Jhumpa Lahiri, Emily Barton, Rick Moody, Gary Shteyngart, Jennifer Egan en Colson Whitehead, die hier ook allemaal wonen.

Qua stijl en thematiek zijn de schrijvers zeker niet allemaal verwant, van een literaire stroming kan niet worden gesproken. Jennifer Egan’s The Keep heeft een gothic tintje en vertoont weinig overeenkomsten met Emily Bartons epische Brookland. Rick Moody’s memoir The Black Veil lijkt weer in niets op Jonathan Safran Foer’s ontroerende roman Extremely Loud and Incredibly Close.

Geen literaire stroming, maar wel een literaire scene. De meeste van deze schrijvers wonen namelijk maar in een handvol buurten binnen Brooklyn. Ze wonen niet vlakbij vliegveld jfk tussen de hispanics, of bij Brighton Beach tussen de Russen, of in Bedford Stuyvesant, waar overwegend African-Americans wonen. Het gros van de wat meer gevestigde schrijvers woont in Park Slope. Beautiful hill of Brooklyn! Gemoedelijk slenteren zij langs de brownstone herenhuizen, om vervolgens een wandeling in het naastgelegen Prospect Park te maken ter inspiratie voor hun nieuwe roman. Daarna nestelen ze zich in de Tea Lounge, om te midden van collega-schrijvers hun gedachten op het scherm te zetten. Terwijl ik hier op mijn laptopje dit stuk zit te tikken verwacht ik ieder moment de priemende ogen van Paul Auster te ontmoeten. Ik probeer me niet af te laten leiden door het vrolijke geflikker van de andere Apple-laptops, en schrijf rustig door. Het gaat me aardig af, want hier geen drieste dranktaferelen zoals in café de Zwart in Amsterdam. In de Tea Lounge in Park Slope wordt gewerkt.

Een van de hierboven genoemde schrijvers woonde aanvankelijk in een iets ruigere buurt, maar toen de verwachte gentrification niet snel genoeg doorzette werd toch tot verhuizing naar Park Slope besloten. Er blijkt nog niets veranderd sinds het Brooklyn van de jaren tachtig, waar Noah Baumbachs film The Squid and the Whale zich afspeelt. De film gaat over een excentrieke familie in Park Slope, waarvan de vader ooit een bekend romancier was, maar die nu al jaren tevergeefs aan een nieuwe roman werkt. Nadat een van haar verhalen in de New Yorker wordt geplaatst, besluit zijn vrouw een eigen literaire carrière na te streven. Ze gaan uit elkaar, de twee kinderen blijven bij de moeder en de vader verhuist naar de andere kant van het park, hetgeen de kinderen grote zorgen baart: wat doet een mens in godsnaam aan de andere kant van het park, moeten zij daar ook heen, en «is dat nog Brooklyn?»

Onlangs schreef de in Brooklyn geboren schrijfster Sara Gran een hilarisch stuk in The New York Times. Ze heeft een theorie over de F-metro, de metro die vanaf Manhattan tot in het hart van Park Slope rijdt. Het leesmateriaal dat mensen in die metro meenemen is altijd heel verantwoord: gebonden boeken, overwegend literair, in ieder geval nooit iets waarvoor in de metro reclame gemaakt wordt. Ze vermoedt dat mensen hun lectuur thuis laten, omdat ze zich bijzonder bewust zijn van hun medereizigers: schrijvers, redacteuren, literair agenten. Zij is anders. Zij is niet in Brooklyn komen wonen om met andere schrijvers rond te hangen, niet vanwege een telefoonnummer dat begint met 718. Ze was niet uitgenodigd voor het Brooklyn Book Festival en is er niet bovenmatig blij mee dat de Amerikaanse variant van de Buchmesse, Book Expo America, volgend jaar naar Brooklyn komt. Zij is geboren in Brooklyn, maar is er weggegaan. Wanneer ze haar ouders bezoekt, logeert ze echter bij hen in Park Slope, en dan begint de marteling. Als ze ergens in het land is prijzen mensen haar: «Goh, wat fantastisch dat je een boek hebt gepubliceerd. Zijn de vertaalrechten verkocht aan Duitsland? Is er een optie genomen op de filmrechten? Wow!» Bij haar ouders in de buurt is het: «Nog geen National Book Award, zelfs niet genomineerd?» «Waarom is jouw boek niet gerecenseerd in de lokale krant?» Dat die lokale krant The New York Times is, geldt daarbij nauwelijks als een verzachtende omstandigheid.

Erger nog is dat elke buurt in Brooklyn al onderwerp van een boek is geweest, er is bijna geen onbeschreven plekje meer over. Daar is Sara Gran toch een beetje kortzichtig in, vind ik. Ik noem de andere kant van het park. Maar wat dat betreft heb ik misschien wel de verkeerde beslissing genomen. Ook ik ben, zodra de situatie het toeliet, aan de goeie kant gaan wonen, omdat ik toch moeilijk in de goedkope matrassenwinkels aan de andere kant manuscripten kon gaan liggen lezen voor mijn werk. Ik wilde ook een leuk café. Maar wat als ik nu ooit een roman zou willen schrijven? Zouden vier maanden in een overwegend door Jamaicanen en Trinidad-Tobagezen bevolkte buurt ten oosten van Prospect Park dan voldoende zijn om de sfeer goed neer te kunnen zetten?