Duitsland

Ondertussen in….

Duitsland produceert bergen boeken die elk najaar opnieuw te bezichtigen zijn tijdens de Buchmesse in Frankfurt.

FRANKFURT – Het is dus niet verrassend dat dit land ook vele literaire prijzen kent. Er is vrijwel geen auteur zonder prijs. Zo heeft de jonge, talentvolle Duitse schrijfster Juli Zeh – van haar roman Spieltrieb verscheen dit jaar een Nederlandse vertaling – al tien prijzen op haar naam staan.
Veel prijzen en dus ook veel literaire jury’s, waarvan de beslissingen niet altijd in goede aarde vallen. Zo ontstond er dit voorjaar veel kabaal rond de bekende Heinrich Heine Prijs van de stad Düsseldorf. De keuze van de onafhankelijke jury was op de niet minder bekende Oostenrijkse schrijver Peter Handke gevallen, wat onmiddellijk leidde tot een brede discussie in en buiten de gemeenteraad van Düsseldorf, die deze keuze moest bevestigen. Handke werd verweten al te eenzijdig het Servië van Milosevic te hebben verdedigd in de laatste Balkanoorlog. Deze «foute» auteur de Heinrich Heine Prijs, én vijftigduizend euro, toekennen is ongepast, zo oordeelden velen. Anderen redeneerden dat Handke met zijn politieke standpunt weliswaar fout zit, maar toch een groot schrijver is en dus de prijs heeft verdiend. De auteur zelf beëindigde begin juni de discussie door te verklaren de prijs niet meer te willen.

De vraag of er wellicht te veel literaire prijzen in Duitsland zijn, werd vorig jaar door de vereniging van de Duitse boekhandel ontkennend beantwoord. De vereniging reikte vorig najaar voor het eerst de Deutsche Buchpreis voor hedendaagse literatuur uit. De gedachte die bij deze prijs zeker een rol speelt, is dat bekroonde boeken beter verkopen, wat in zijn algemeenheid zeker waar is.

Maar het is geen automatisme. De eerste Deutsche Buchpreis ging vorig jaar naar de Oostenrijkse schrijver Arno Geiger voor zijn roman Es geht uns gut, waarvan onlangs een Nederlandse vertaling uitkwam. Deze roman is in Duitsland beduidend minder succesvol geweest dan de roman die door de jury op de tweede plaats was gezet: Die Vermessung der Welt van Daniel Kehlmann. Dit zeer lezenswaardige boek (ook in het Nederlands vertaald) staat nu al een jaar in de top van de bestsellerlijst van het weekblad Der Spiegel.

Dit najaar ging de Deutsche Buchpreis naar Katharina Hacker voor Die Habenichtse. Een op het eerste gezicht verrassende keuze als men bedenkt dat Hacker kennelijk beter werd bevonden dan het literaire zwaargewicht Martin Walser en zijn Angstblüte, en beter dan Ingo Schulze, die Neue Leben schreef, de grote roman over de Duitse eenwording.

Na lezing van Die Habenichtse is men gaarne bereid deze bekroning te ondersteunen. Want in deze goed geschreven roman worden actuele politieke en sociale thema’s aangesneden. Tegen de achtergrond van de terreuraanslag op het World Trade Center in New York, het begin van de oorlog tegen Irak en de dreiging van terreuraanslagen in Londen ageren personen die niets bezitten. Deze Habenichtse zijn in de eerste plaats twee jonge Duitsers in Londen, een echtpaar dat ogenschijnlijk alles bezit. Maar bij nader inzien bestaat hun leven voornamelijk uit hun werk, hun carrière. Ze zijn niet in staat diepere gevoelens tot uitdrukking te brengen, niets raakt hen werkelijk, vrijwel nergens een spoor van medeleven. In hun nette straat wonen mensen die wel gevoelens hebben maar niets bezitten en een uitzichtloos leven leiden.

Met de meest prestigieuze literaire prijs in Duitsland, de Georg Büchner Prijs van de Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung, werd het levenswerk bekroond van de dichter Oskar Pastior. De 78-jarige dichter overleed op 21 oktober, twee weken voor de prijsuitreiking. Pastior was een Duitse dichter, maar zijn wortels lagen in Roemenië. Hij werd in 1927 geboren in Hermannstadt in Siebenburgen, een landstreek waar eeuwenlang Duitsers hebben gewoond. In 1930 telde de Duitse minderheid 750.000 zielen. Na de oorlog bezette het Rode Leger Roemenië en veel Duitse mannen en vrouwen werden naar de Sovjet-Unie gedeporteerd om daar dwangarbeid te verrichten, onder hen Oskar Pastior. Na vijf jaar keerde hij terug naar Roemenië, naar Hermannstadt, en werd dichter. In 1968 vestigde hij zich in West-Duitsland. Zijn verzameld werk verschijnt thans bij uitgeverij Hanser.

In het eerste deel staat de prozatekst Der Biserbricht. Deze eindigt met de volgende zinnen: «Nu komt het einde. Het einde sturen we niet op, dat blijft mooi bij ons, dat hebben we nog nodig. Maar we sturen de kruik. En de kruik? De kruik gaat naar de put, totdat hij breekt. Maar terug komt hij niet. Waarom eigenlijk en hoezo?»