Frankrijk

Ondertussen in…..

De Prix Goncourt, Frankrijks meest prestigieuze literaire prijs, werd gewonnen door een Amerikaan.

PARIJS – «Mijn wangen blozen als een crematoriumoven», leest Colette Kleber voor: pagina 14 van Les Bienveillantes. Haar boekhandel Les Cahiers de Colette is een begrip in de Parijse binnenstad. De minister van Cultuur koopt er zijn boeken; iedere donderdag zijn er voorleesavonden met meer of minder bekende schrijvers. Maar in zijn eindeloze opsomming van martelingen was de debuutroman van Jonathan Littell, die sinds september de Franse bestsellerlijsten aanvoert, voor de eigenares een beetje trop. Slecht geschreven bovendien.
Toch deelt het merendeel van de Franse critici die mening niet. Zo sprak Le Figaro over een «literaire openbaring», had Le Monde het over «een op verbijsterende wijze geslaagde» roman en vergeleek de schrijver met Tolstoi, Grossmann en Pasternak, en ruimde Le Nouvel Observateur de cover voor Les Bienveillantes in en kopte: «Opgelet: Meesterwerk». Binnenin schreef het weekblad: «Niet eerder in de recente Franse literatuurgeschiedenis gaf een debutant blijk van de ambitie, van het meesterschap in de beheersing van taal, van de zorgvuldigheid in bronnengebruik, van de sereniteit in zijn ontzetting als Jonathan Littell in Les Bienveillantes.»

Les Bienveillantes is de fictieve autobiografie van Maximilien Aue, SS-officier in ruste. Na de oorlog is hij niet naar Zuid-Amerika maar naar Frankrijk gevlucht, waar hij vlakbij Lille een kledingfabriek begon. De homoseksueel Aue, doctor in het recht, kenner van Kant en Hegel, bewonderaar van Sophocles en Flaubert verhaalt over zijn tijd bij de Einsatzgruppen in Oekraïne. Uiterst gedetailleerd beschrijft hij hoe hij in het spoor van de Wehrmacht de dorpen en stadjes «zuiverde» van joden en communisten. Later volgen we hem naar Stalingrad, langs de gaskamers van Auschwitz en ten slotte naar de bunker van Hitler, over wie hij seksuele fantasieën koestert. «Wat ik gedaan heb, deed ik bij vol bewustzijn, in de veronderstelling dat het mijn plicht was en dat het noodzakelijk was dat het gebeurde, hoe onaangenaam en akelig het allemaal ook was.» Aldus Aue in de preambule van het boek van negenhonderd pagina’s.

Sinds de rentrée litteraire is literatuurminnend Frankrijk in de ban van Littells inktzwarte odyssee. Bijna driehonderdduizend exemplaren van Les Bienveillantes gingen tot dusver over de toonbank. Uitgeverij Gallimard kon de vraag aanvankelijk nauwelijks aan. Om tijd te winnen werd het rode bandje met de veelbesproken eerste zin («Mensenbroeders, laat mij u vertellen hoe het gegaan is») na de eerste twee drukken achterwege gelaten. «Als alle kopers van het boek het ook daadwerkelijk gaan lezen, verdwijnt de rest van de tijdens de rentrée uitgekomen boeken in een zwart gat», zei de baas van uitgeverij Grasset tegen Le Monde. Daar lijkt het wel op, want Les Bienveillantes werd genomineerd voor alle grote literaire prijzen. Inmiddels werd het bekroond met de Grote Prijs van de Académie Française en de Prix Goncourt. Wrang is wel dat de redding van de al zo vaak doodverklaarde Franse roman uit het verafschuwde Amerika moet komen.

De 39-jarige Jonathan Littell is namelijk Amerikaan. Maar voordat de zoon van de voormalige Newsweek-_journalist en thrillerauteur Robert Littell aan een studie literatuur aan Yale begon, woonde hij bij zijn moeder in Parijs, waar hij het Lycée Fénelon bezocht. Na zijn studie werkte hij voor vluchtelingenorganisaties overal ter wereld. Tijdens zijn verblijf in voormalig Joegoslavië en Rwanda viel hem al op wat hij later tijdens zijn archiefonderzoek voor _Les Bienveillantes in Rusland bevestigd zou zien: beulen spreken niet. Zwijgen is hun essentie.

Het idee voor het boek kreeg Littell – zelf van joodse origine – na het zien van Shoah, Claude Lanzmanns film over de holocaust. Maar in plaats van de slachtoffers koos hij er juist voor beulen een stem geven. Voor uitgeverij Calmann-Lévy was dat dit voorjaar reden het aangeboden manuscript te weigeren. «Zelfs al zou het een miljoen exemplaren gaan verkopen», zo stelde directeur Ronald Blunden.

Les Bienveillantes schreef Littell in vier maanden tijd. Direct in het Frans en dat kon in Frankrijk rekenen op veel sympathie. En gelukkig bleek Littell, die met oorbel, witte pakken en springerig piekhaar halsstarrig trouw blijft aan de wereld van de cyberpunk die hij in een literaire jeugdzonde beschreef, met Amerika weinig op te hebben. «Het ontbreekt er aan charme en ik trek het niet dat ik er niet kan roken terwijl ik mijn whisky drink», verklaarde de in Barcelona woonachtige schrijver in een zeldzaam interview in Le Nouvel Observateur. Hij vroeg inmiddels de Franse nationaliteit aan.

In de marge van de exploderende verkoopcijfers en de literaire prijzen woedt er, natuurlijk, een pittig debat. Dat begon met een reactie van de door Littell bewonderde Lanzmann. Lanzmann stelde in Le Journal de Dimanche dat Littell zijn doel voorbijgeschoten is en dat de woordenstroom die Maximilien Aue uitbraakt de shoah van haar «waarachtigheid» ontdoet_. Claude Lanzmann:_ «In tegenstelling tot Shoah waar ik nimmer voyeurisme bedreef is Littell juist gefascineerd door de verschrikkingen en het decor van de dood. En zijn boek lijkt meer op Kaputt van Malaparte dan op Oorlog en vrede van Tolstoi waar het te snel mee vergeleken werd.»