Reportage uit Gernika

Ondertussen in Baskenland

GERNIKA — Donderdag 11 maart. «Het eten is klaar», meldt Damian (70), mijn schoonvader. Op het menu staat een Baskische specialiteit, pimientos rellenos: paprika’s gevuld met kabeljauw. De vis is gekocht in het vissersdorp nabij Gernika waar hij en mijn schoonmoeder Miren (68) wonen. De paprika’s komen uit zijn moestuin. Niemand luistert. Verslagen kijken we naar de beelden van de verwoestende aanslagen in Madrid.

Eenmaal aan tafel gaat het maar over één vraag: Eta of al-Qaeda? De Spaanse minister Acebes van Binnenlandse Zaken heeft eerder verklaard dat de aanslagen zonder enige twijfel het werk zijn van de Eta. Onzin, weet Damian. «Deze aanslag was gericht op het vermoorden van zoveel mogelijk mensen. Dat heeft de Eta nog nooit gedaan.» Miren vult aan: «Aanslagen van de Eta zijn altijd gericht op politici, de Guardia Civil, rechters, de Ertzaintza (de Baskische politie — jd), maar nooit op de bevolking.»

Oudste dochter Edurne (35) maakt zich vooral kwaad om de door president Aznar voor morgen aangekondigde grote landelijke manifestatie. Het motto: «Met de slachtoffers, tegen het terrorisme, voor de constitutie». «Wat heeft de Spaanse constitutie in godsnaam te maken met deze aanslag? Het is pure manipulatie.» Volgens Edurne blokkeert Aznar met dit motto in feite de deelname aan de manifestatie van de grootste Baskische partij, de Partido Nacionalista Vasco (PNV).

De PNV is voorstander van het hervormen van de Spaanse constitutie om een grotere mate van autonomie — en op termijn onafhankelijkheid — van Baskenland mogelijk te maken, maar is tegen elke vorm van geweld door de Eta. Afwezigheid tijdens de manifes tatie zal op z’n minst de indruk wekken dat de PNV niet in dezelfde mate meeleeft met de slachtoffers van de aanslag als de rest van Spanje.

Vrijdag 12 maart. Zappend langs de verschillende televisiekanalen zien we hoe de volkswoede zich richt tegen de Eta, zoals altijd na aanslagen van de Baskische terreurbeweging. Aanwijzingen dat de aanslagen gepleegd zijn door fundamentalistische moslimorganisaties worden door de familie met grote instemming begroet. «Ik heb er alles voor over dat het moslimterreur is», zegt Miren fel.

Telkens wanneer de Spaanse staatszender TVE voorbijkomt maakt Damian — die zich de afgelopen tien jaar nimmer in mijn bijzijn over politiek heeft uitgelaten — een wegwerp gebaar. «Weg met dat kanaal, als we iets te weten willen komen, kan dat alleen via een internationaal televisiestation. TVE is in handen van de Partido Popular.»

Maar op sommige momenten blijft TVE toch aanstaan: wanneer er een straat of gebouw in Bilbao wordt herkend of wanneer de zoveelste ooggetuige zijn gruwelijke verslag doet en het bijna respectloos voelt om door te zappen naar een andere zender.

Edurne heeft nieuws. Op internet staan uitspraken van Arnaldo Ortegi, gedaan in de Baskische media. Hij veroordeelt de aanslagen en zegt dat de Eta niets met ze van doen heeft.

Er gaat een zucht van verlichting door de huiskamer. Ortegi is de leider van Batasuna, de politieke arm van de Eta. «De Eta zal nooit toestaan dat Batasuna een aanslag van hen veroordeelt», zegt mijn echtgenote Leire (33), «dan staan ze immers enorm voor joker.»

Eén ding is duidelijk: wie nu nog twijfelt aan het feit dat de Eta niets met de aanslagen te maken heeft, is een idioot.

Zaterdag 13 maart. De stemming in huis wordt steeds beter. Zeker na de arrestatie van vier moslimfundamentalisten, al weigert minister Celebes tot ieders ongenoegen betrokkenheid van de Eta bij de aanslagen uit te sluiten.

Kennissen uit Madrid bellen en doen live verslag van de demonstratie voor het partijbureau van de PP in Madrid. «200 doden, Aznar schuldig», staat er op een spandoek.

«Overal in Spanje zijn demonstraties bij de partijbureaus van de PP», juicht Edurne, na raadpleging van internet. De ogen van mijn schoonvader glinsteren. Plotseling zit de andere partij, de partij die er de afgelopen vier jaar alles aan heeft gedaan om het Baskische nationalisme zwart te maken, in het beklaagdenbankje. Het is te mooi om waar te zijn. Mijn schoonmoeder zingt van pure vreugde Baskische nationalistische liedjes uit de Franco-tijd voor mijn vijf maanden oude zoontje.

Wanneer PP-lijsttrekker Mariano Rajoy op TVE verklaart dat de demonstraties illegaal zijn en een eerlijk verloop van de verkiezingen de volgende dag onmogelijk maken, zijn de «fascistas» en «hijos de puta»’s (hoerenzonen) niet van de lucht. «Er mogen wel miljoenen mensen onterecht tegen de Eta demonstreren», briest Leire, «maar als er een paar duizend mensen tegen jullie demonstreren is het plots illegaal. Schande!»

«Morgen kopen we een goede fles Rioja», zegt mijn schoonmoeder wanneer iedereen tot bedaren is gekomen. «De PP gaat de verkiezingen verliezen.» Iedereen lacht, maar niemand gelooft haar.

Zondag 14 maart. Aan tafel wordt gewed hoeveel zetels de Partido Nacionalista Vasco — door mijn schoonouders steevast «el partido» genoemd — zal krijgen, hoeveel de PP en hoeveel de socialisten (PSOE). Een paar uur later overtreffen de uitslagen alle verwachtingen. Dan belt Alex, mijn zwager, uit Bilbao. Edurne praat met hem.

«En, wat zei hij?»

«Dat hij natuurlijk blij is, maar dat we nooit mogen vergeten dat het verlies van de PP tweehonderd doden heeft gekost.» Er valt een lange stilte, vergelijkbaar met de stilte op het moment dat de eerste beelden van de aanslag de huiskamer binnenkwamen.