Ondertussen in het oerwoud

Bogotá – De bediende gaat me voor naar de huiskamer. Ik zet mijn tas in de hoek en blijf staan wachten. Het is avond en door het raam zie ik nachtelijk Bogotá aan mijn voeten liggen. Aan de muur hangt een portret. Op de salontafel ligt een stapel kunstboeken. Bovenop zie ik de Nederlandse editie van Woede in het hart, geschreven door Ingrid Betancourt. Betancourt is een belangrijke Colombiaanse politica. Als parlementslid wilde ze in 2002 president worden, maar op 23 februari van dat jaar werd ze, samen met haar campagnemanager, door de rebellenbeweging Farc ontvoerd. Sindsdien wordt ze in het oerwoud van Colombia vastgehouden.

De Farc was ooit ontstaan als linkse bevrijdingsorganisatie die zich verwant voelde aan het Cuba van Fidel Castro, armoede wilde verlichten en de welvaart eerlijker verdelen. Maar in de loop der jaren is de Farc verworden tot de meest gewelddadige criminele organisatie van Colombia, machtig geworden in de cocaïnehandel. De niets en niemand ontziende methoden van de rebellen (afrekeningen, ontvoeringen, chantage) worden via de drugshandel ook naar andere landen geëxporteerd. De naar schatting dertigduizend rebellen van de Farc houden Colombia in de houdgreep. De Colombianen snakken naar rust en willen niets liever dan dat dit binnenlandse conflict tot een einde wordt gebracht. De meerderheid van de bevolking is voor amnestie onder voorwaarden, niet alleen voor de paramilitairen, maar ook voor de Farc-rebellen.

‘Buenas tardes.’ Achter me staat een frêle vrouw, de moeder van Ingrid Betancourt. Ik herken haar van het schilderij aan de muur, maar dan ouder en getekend door het leven. Ze heeft een rode sjaal om haar schouders gedrapeerd en kijkt me afwachtend aan. Ik vertel haar over de acties die in Nederland worden gevoerd uit solidariteit met Ingrid en de ruim 2500 andere ontvoerden in Colombia. Elk jaar organiseert de Tweede Kamer een bijeenkomst waar de ontvoeringen centraal staan. Ik vraag haar wanneer ze voor het laatst iets van Ingrid heeft gehoord. Ze schuift in haar stoel en zucht: ‘30 augustus 2003. Een videoboodschap. Sindsdien is het stil. Maar onlangs zond de Franse televisie een interview uit met de tweede man van de Farc. Hij zei dat Ingrid nog leeft en dat ze gezond is. Maar wie gelooft de Farc nog?’

De moeder van Ingrid Betancourt beschrijft hoe ze actie onderneemt om aandacht voor de zaak van alle ontvoerden te krijgen. Ze heeft een paar keer met president Uribe gesproken en met parlementsleden. ‘Ze beloven steeds dat ze met de Farc gaan onderhandelen. Het is nu vierenhalf jaar geleden dat Ingrid is ontvoerd, en nog is er niets gebeurd. Ik geloof de politiek niet meer.’ Om Ingrid moed te geven en om te laten zien hoe groot haar kinderen inmiddels zijn, heeft haar man vanuit een gehuurd vliegtuigje veertigduizend pamfletten boven het oerwoud gedropt. Hij liet zich daarbij inspireren door de ervaringen van de huidige vice-president Santos, die jaren geleden werd vastgehouden in een kelder. Hij was totaal van de buitenwereld afgesloten en in zijn isolement werd hij langzaam gek. Hij wilde een einde aan zijn leven maken. Op de dag dat hij met een stuk glas dat hij had uitgegraven zijn polsen wilde doorsnijden, kreeg hij van zijn bewaker een oude krant. Daarin stond een interview met een priester die de ontvoerden moed insprak: ‘Denk aan uw familie, stap niet uit het leven, houd vol, eens komt de dag dat u weer vrij bent.’ Door die tekst besloot Santos te blijven leven. Een half jaar later werd hij bevrijd.

Woede in het hart, het boek van Ingrid Betancourt. Haar gezicht kijkt me vanaf de salontafel aan. Woede in het hart is ook wat ik voel. Hoe wreed is het om iemand te ontvoeren en jaren geïsoleerd te houden. Laf en onmenselijk. En hoe lang gaat het nog duren? Ik heb de ontvoering van Ingrid en al die anderen bij vice-president Santos aangekaart. Volgens hem is er hoop dat er onderhandelingen volgen. Maar hij kan nog niet zeggen wanneer. En garanties kan hij al helemaal niet geven.

Mevrouw Betancourt maakt een wegwerpgebaar: ‘Santos is een fantast. Mooie verhalen, maar daar blijft het bij. Druk uit het buitenland is het enige wat nog kan helpen.’

Boris Dittrich is scheidend Tweede-Kamerlid voor D66