Onderwereld van inkt en leugens

HET IS METEEN al raak in de eerste zin van Salman Rushdies nieuwe roman De grond onder haar voeten. Valentijnsdag 1989 is het en de godin van de rockmuziek Vina Apsara wordt ergens in Mexico naast haar liefje-voor-één-nacht huilend wakker omdat ze heeft gedroomd over het offeren van mensen, een nachtmerrie waarin zij slachtoffer had moeten zijn. Op diezelfde dag wordt Mexico door een aardbeving getroffen en popster Vina verdwijnt doordat de grond onder haar openscheurt.

Haar verdwijning van de aardbodem wordt vastgelegd door Oemied (‘hoop’) Merchant, alias Rai. Hij is de betrokken verteller van De grond onder haar voeten, een fotograaf die zijn reputatie aan diefstal te danken heeft: 'Een foto is een morele beslissing (…). Daar, halverwege voyeur en getuige, kunstenaar van hoge kwaliteit en laaggezonken smeerlap, heb ik me een bestaan geschapen…’ Valentijnsdag 1989, op die dag werd de fatwa over Salman Rushdie uitgesproken, dat wil zeggen: de doodstraf wegens blasfemie, wegens het schrijven van De duivelsverzen. De fatwa was zijn persoonlijke aardbeving, en die nooit in te trekken straf kan nog steeds, ondanks loze gebaren en pseudo-democratische lippendienst van de nieuwe Iraanse leiders, worden voltrokken door wie dan ook. En dat uit naam van de islam, de godsdienst die in De grond onder haar voeten eufemistisch 'het minst tot omhelzen nodende van alle geloven’ wordt genoemd. Op 14 februari 1989 veranderde het leven van Rushdie zo drastisch dat zijn bestaan een hel op aarde werd, de hele wereld één grote gevangenis, een death row waarin hij wachtte en wachtte. Het is een wonder dat hij in zijn onzichtbare gevangenis nog verhalen weet te schrijven, verhalen om te overleven, om de geschiedenis van politiek, kolonialisme en popmuziek te herschrijven, om de mythen en volksverhalen nieuw leven in te blazen, om India en Bombay in zijn verbeelding weer tot leven te wekken, om de dubbelheid in het bestaan van de balling en de desoriëntatie van de emigrant te onderzoeken. IN DE GROND onder haar voeten varieert Rushdie de Orpheus- en Euridyce-mythe. Zangeres Vina Apsara, van Amerikaans-Indiase origine, is de Euridyce van de visionaire gitarist en zanger Ormus Cama, die in zijn hoofd songs hoort die pas later worden geschreven en wereldberoemd worden. Er is iets met zijn gehoor en met zijn blik. Hoe zegt Rilke het in 'Orpheus, Euridyke, Hermes’ (Neue Gedichte, 1907)? 'En zijn zintuigen leken wel verdeeld:/ terwijl zijn blik hem als een hond vooruitliep/ (…) bleef zijn gehoor steeds achter als een geur.’ Het openingshoofdstuk van De grond onder haar voeten heet 'De houder van bijen’. Dat is een verwijzing naar de zoon van nymf Cyrene en imker Aristaeus die, om de Georgica van Vergilius samen te vatten, zijn bijen kwijtraakt omdat hij Euridyce begeert en daarom een 'geur van verleiding’ bij zich draagt. Aristaeus achtervolgt haar maar zij trapt op een giftige slang. Haar man Orpheus is wanhopig en zoekt haar in de onderwereld, maar Persephone heeft Euridyce al laten terugkeren naar het licht als Orpheus het bevel vergeet, zich omdraait en haar zo voorgoed verliest. Later verscheuren de Bacchanten hem, wier woede is gewekt omdat hij blind en doof is geworden voor alle vrouwen en alleen de herinnering aan zijn eigen vrouw koestert. Orpheus is het slachtoffer van tantus furor, een te grote liefde voor Euridyce. In de onderwereld kan hij geen afstand tot haar bewaren, daarom gaan ze ten onder. Hij gaat gebukt onder zijn te grote verlangen. SALMAN RUSHDIE speelt in De grond onder haar voeten op virtuoze wijze het spel van aantrekken en afstoten, verdwijnen en verschijnen, radiostilte en intens contact waarin de geliefden Vina Apsara en Ormus Cama verwikkeld zijn. De roman is één gigantische omtrekkende beweging. Hoewel het woedende boek (de furor is zowel mythisch als menselijk, heilig en heilloos) al in het eerste hoofdstuk het einde van Vina inluidt, wordt die scène pas vijfhonderd bladzijden later hernomen en helemaal uitgeschreven. Intussen is de lezer uitgebreid op de hoogte gebracht van de ingewikkelde levensloop van de drie hoofdpersonen, Vina, Ormus en verteller Rai, en hun innige verstrengeling, van hun falen en van hun triomfen. En daar gaat Rushdies roman De grond onder haar voeten over. Francis Bacon concludeerde vierhonderd jaar geleden dat Orpheus wel moest falen in zijn onderwereldqueeste. Euridyce kan niet gered worden en Orpheus moet wel verscheurd worden. Voor Bacon is de Orpheus-mythe het verhaal van een falen, zegt de verteller Rai, 'niet alleen van de kunst maar ook van de beschaving zelf. Orpheus moest sterven omdat de cultuur moest sterven. De barbaren staan voor de poorten en kunnen niet worden tegengehouden. Griekenland valt uiteen. Rome brandt, de helderheid valt uit de hemel.’ In De grond onder haar voeten falen de personages uiteindelijk ook, maar tegelijkertijd vieren de verteller en de schrijver een triomf. Zij blijven immers aan het woord en hun herschrijvingen, sterke verhalen over historische aardverschuivingen en mythisch-feitelijke geschiedenissen over India, Bombay, popmuziek en politiek overleven de twee hoofdrolspelers, wier stemmen trouwens op platen en cd’s bewaard worden. De kunst van het verhalen vertellen, het transformeren, spiegelen, verdubbelen en metamorfoseren - dat wil zeggen: de kracht van het scheppen van varianten op de oerverhalen - steekt de echte Schepping naar de kroon. Voor minder wil Salman Rushdie, schrijver-overlever, het niet doen. En als dat blasfemie is, dan wel een hele vruchtbare. Wij zijn immers elkaars echo’s, 'het gefluit in de oren van de ander’. De metamorfose - het vertellen van verhalen over komende en gaande mensen - is 'wat onze behoefte aan het goddelijke vervangt’. Dat is onze artistieke tovenarij. Die liefde voor het transformerende woord 'in deze onderwereld van inkt en leugens’ is sterker dan de Hades. Verteller en stiekeme vervalser van de werkelijkheid Rai is een betrokken buitenstaander in zijn 'onbestuurbare bus vol verhalen’ die de dolende zielen Vina Apsara en Ormus Cama wil terughalen. Hij - de in 1947 geboren zoon van twee bouwmeesters van wie de ene, de vader, het verleden van Bombay koestert en de andere, de moeder, de wolkenkrabber van de toekomst omhelst - heeft een dubbele blik: de onthechte en afstandelijke omdat hij uit 'moederschoot’ Bombay vertrekt en als fotograaf gaat werken bij Nebuchadnezzar Agency; een jaloers-verliefde blik omdat hij meteen verkocht is als hij Vina, gehuld in badpak met het patroon van de Amerikaanse vlag, op het strand ziet. Zij, Vina, opgegroeid als Nissa Sjetty op het platteland van Virginia, heeft een gewelddadige jeugd achter de rug en is als pleegkind in zijn ouderlijk huis, Villa Thracia, neergestreken. Maar Rai blijft een stand-in, tweede keus, seksuele hulptroep. Het is de tien jaar oudere Ormus die haar eeuwige liefde wordt, ook al zien zij elkaar jaren niet en leveren ze zich uit aan promiscuïteit. Hun opgeschorte liefde is een soort goddelijke afwezigheid die de verteller opvult met zijn verbeeldingen. DE GROND onder haar voeten is een boordevol boek. Alleen al de mythisch belaste en beladen namen van personages en residenties, de tientallen geschiedenissen die over elkaar heen buitelen, de provocerende interpretaties van het Mysterieuze Oosten en het Decadente Westen (of andersom), het spel met de popmuziek en historische feiten of verzinsels, de bouwkundige ontwikkeling van Bombay; er kan heel veel over gezegd worden maar de essentie van Rushdies roman raak ik er niet mee. Laat ik een omweg nemen. Tijdens een essayistisch intermezzo in De grond onder haar voeten zegt de belezen fotograaf Rai dat Aristoteles mythen 'gefantaseerde zeurverhalen’ vond. Giovanni Vico dacht daar anders over; hij vond dat de eerste jaren van de kindertijd beslissend zijn. 'De thema’s en drama’s van die eerste momenten bepalen het patroon van alles wat erop volgt. Bij Vico is de mythologie het familiealbum of het pakhuis van de kindertijd van een cultuur en bevat de toekomst van die samenleving, geschreven in de code van verhalen die zowel gedicht als orakel zijn. Het privédrama van de verdwenen Villa Thracia (dat door brand verwoest raakt - gb) kleurt en voorspelt hoe we vervolgens in de wereld zullen leven.’ Verteller/fotograaf Rai stapt als het ware uit de lijst van zijn jeugd (zo ziet hij eindelijk het hele beeld), raakt onthecht en onzichtbaar en scheert al plaatjes schietend langs de politieke brandhaarden van de afgelopen decennia. Met zijn dubbele blik ziet hij overal verdubbelingen. Niet alleen Ormus is deel van een tweeling. Leven we niet in een spiegelpaleis, in een wereld waaronder of waarboven of waartussen zich nog een ander schaduw- of spiegelbestaan afspeelt? Bestaat er zoiets als een vierde of vijfde dimensie? 'Als elk van ons een alternatief bestaan heeft in het andere continuüm, welke van onze mogelijkheden zal dan doorleven, welke zal dan verdwijnen? Als we allemaal tweelingen zijn, welke tweeling moet dan sterven?’ Hier zijn we bij de kern van Salman Rushdies roman aanbeland: er botsen werelden op elkaar in zijn boek, de aarde scheurt en de breuken bieden een wonderbaarlijk uitzicht. Wat zien we, hemel of hel? Is de apocalyps nabij of triomfeert onze verbeelding, die zich evenals onze dromen niets aantrekt van zwaartekracht of andere natuurkundige grenzen? Er is een echte en een mogelijke wereld, en het menselijk verlangen en de verbeelding maken dat raadselachtige fenomeen zichtbaar voor het geestesoog. IN RUSHDIES vorige roman De laatste zucht van de Moor is India net als in De grond onder haar voeten een schemerige geestestoestand, bedrog, illusie. Al schrijvend wil de Moor, de bastaardverteller, de geschiedenis 'afpellen’. De omschrijving 'afpellen’ is voor beide romans een goede. Achter de oppervlakkige betekenissen verschuilen zich diepzinniger waarden. In De laatste zucht van de Moor is het een schilderij, een palimpsest, dat afgekrabd wordt en een afschuwelijke andere wereld toont. Heeft het individu wel een kans in de hopeloos gelaagde wereld van India, dat dubbelzinnige bestaan vol corruptie waarin een masker of een leugentje om eigenbelang of bestwil slechts tijdelijk bescherming biedt? De vertellers van Rushdies laatste twee romans kunnen zich niet losschrijven van hun familiebanden en verliefdheden. En de mensen zijn niet wie ze lijken, de buitenkant is een illusie. In De laatste zucht van de Moor is er net als in De grond onder haar voeten sprake van twee werelden, die zo'n cruciale rol in de Orpheus- en Euridyce-mythe spelen: 'De stad zelf, misschien wel het hele land, was een palimpsest. Onderwereld onder Bovenwereld, zwarte markt onder witte, als het hele leven zo was, als een onzichtbare werkelijkheid zich als een spook onder een zichtbare fictie bewoog, al haar betekenissen ondermijnde, hoe had Abrahams carrière (vader van de Moor - gb) dan anders kunnen lopen? Hoe had iemand van ons aan die fatale gelaagdheid kunnen ontkomen? Hoe hadden we, gevangen als we waren in de totale vervalsing van de werkelijkheid in de gekostumeerde wenende Arabier-kitsch van het oppervlakkige, kunnen doordringen tot de volle, zinnelijke waarheid van de verloren moeder daaronder? Hoe hadden we geloofwaardiger levens kunnen leiden? Hoe hadden we anders dan grotesk kunnen zijn?’ In de literaire Rushdie-wereld strijdt het gevoel niet te bestaan of een surrogaatleven te leiden met de intuïtie door de duivelse geschiedenis meegesleurd te worden zonder te kunnen kiezen tussen goed of kwaad. De beschaving is een vernisje waaronder de barbarij en de chaos huishoudt. Niks geen oorzaken en gevolgen in de historie, er is sprake van 'een reeks botte breuken’ veroorzaakt door irrationele moord en doodslag. De breuk waarmee De grond onder haar voeten begint, is een dubbele: een breuk in de aardkorst en in een scheur in de werkelijkheid. De titel van De laatste zucht van de Moor verwijst naar een schilderij; De grond onder haar voeten verwijst niet alleen naar de vaste grond die opeens drijfzand of moeras wordt, maar ook naar een popsong die op het beroemde album Schaal van Richter van Ormus Cama en Vina Apsara staat. En dat is nog niet alles. Want Salman Rushdie heeft die song tegelijkertijd geschreven voor U2, de Ierse popgroep die onder de naam Vox Pop in de roman figureert. IN DE GROND onder haar voeten is verteller Rai een dief op verschillende niveaus. Hij steelt niet alleen foto’s als springplank voor zijn carrière als fotograaf, maar gaat er ook vandoor met talloze mythen en zinnen van anderen. 'We waren geboren taaleksters en stalen alles wat felgekleurd en glanzend klonk.’ Zijn bokkezangen over de twintigste-eeuwse apocalyps, over geiten en 'Geisten’ en over zijn Orpheus en Euridyce zijn speelse literaire bokkesprongen door de tijd, de mythologie en de geschiedenis. Salman Rushdie mag de werkelijkheid graag op z'n kop zetten. En ook in deze roman zijn de omkeringen niet van de lucht. Intussen leidt hij nog steeds een ondergronds leven. Als geen ander weet hij dat er een echte wereld is en een schaduwwereld. Er is de nachtmerrie van de geschiedenis en er is de literatuur waarin Salman Rushdie wenst te ontwaken en waarin hij ons zijn verrassende spiegel voorhoudt. De grond onder haar voeten is een literaire triomf van een schrijver met het zwaard van Damocles boven zijn hoofd, een verteller die weigert monddood te zijn. Aardbevingen zijn immers regel, stabiliteit is uitzondering.