Commentaar: Onderwijs

Onderwijsscorebord

De kwaliteitskaart, zo wordt de beoordeling genoemd die basisscholen over twee jaar met angst en beven tegemoet kunnen zien. Afgelopen vrijdag werd de invoering aangekondigd van dit door de onderwijsinspectie op te stellen jaarlijkse rapport dat beoogt voor ouders «in één oogopslag» inzichtelijk te maken op welke basisscholen welke prestaties worden geleverd.

Van Goghs aardappeleters herleven in al hun somberheid in het door de onderwijsinspectie geschetste beeld van ouders die nu nog zonder kwaliteitskaart een basisschool moeten kiezen. ’s Avonds, aan de keukentafel, zou die keuze, volgens in een in de Volkskrant aangehaalde inspecteur, plaats moeten hebben. En op basis waarvan? Drie karige foldertjes. «Wat moet je dan?» galmt het als in een smartlap.

Wat vooral spreekt uit de invoering van deze beoordeling, in 2003, is een misplaatst dédain voor kwaliteiten die niet in cijfers en statistieken zijn uit te drukken en een meer diepgaande bestudering behoeven dan een oogopslag, maar die in het onderwijs toch van groot belang zijn. De kwaliteitskaart is niet veel meer dan een scorebord waarop te lezen valt of de prestaties die leerlingen op een basisschool leveren boven, op of onder het landelijk gemiddelde zitten. En op welk type middelbare school zij hun onderwijs voortzetten en wat de gemiddelde uitslag van de Cito-toets is. Over sociale vaardigheden die kinderen op een basisschool kunnen opdoen, over de sfeer op de aan de keukentafel te kiezen school, over de levensbeschouwing die in het onderwijs wordt uitgedragen, rept de onderwijsinspectie met geen woord.

De kwaliteitskaart past in het paarse idee van overheidsinstellingen als «bedrijven» en burgers als «klanten». Het was dagblad Trouw dat voor dit consumentisme de toon zette door, vier jaar geleden voor het eerst, een klassement op te stellen van de prestaties die op middelbare scholen werden geleverd. Als reactie op deze hitparade voerde toenmalig staatssecretaris Netelenbos de kwaliteitskaart voor middelbare scholen in. Volgens bonden van ouders lokte deze beoordeling uit dat scholen hun «selectie aan de poort» aanscherpten, bang als ze waren dat leerlingen van wie niet zeker was of ze het niveau aankonden de gemiddelde prestatie zouden drukken.

Te hopen is dat de eenzijdige want puur op prestaties gerichte kwaliteitskaart niet de belangrijkste norm wordt bij de keuze van een basisschool, en ouders hun drie armetierige foldertjes blijven verkiezen boven statistieken. Het onderwijs verdient beter dan een scorebord.