Corona: De Nederlandse mentaliteit

‘Onderzoek is de hand aan de kraan’

De Nederlandse reactie op corona is een vertrouwde reflex: rekensommen, protocollen en het vasthouden aan eigen expertise. Waarom zijn we niet inventiever?

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Eigenlijk wilde Amrish Baidjoe zich zo min mogelijk in de media roeren over het coronavirus. Dat vindt hij ‘te voorgronderig’ – en het is druk genoeg. Op het moment houdt de microbioloog en veldepidemioloog zich – vanuit zijn huis in Amsterdam – bezig met de aanpak van corona in minder rijke landen. Eerder gaf hij advies over de operationele zijde van de respons tijdens de ebolacrisis in de Democratische Republiek Congo en tijdens de zika-uitbraak in Zuid-Amerika voor organisaties als de World Health Organization (who).

Maar hij kijkt al weken met flinke verbazing naar de aanpak van het coronavirus in zijn eigen land. De beleidsmakers en adviseurs zetten veel te weinig in op het stimuleren van creatieve oplossingen, bijvoorbeeld in het opschalen van de testcapiciteit of het breder inzetten van mondkapjes. En Baidjoe was niet de enige van zijn collega’s die te verstaan kreeg zich vooral niet te fel uit te drukken over het beleid. Daarmee zou hij het gezag van ons nationale instituut alleen maar ondermijnen.

Deze reflexen kenmerken de Nederlandse aanpak van de coronacrisis: de academische, de bureaucratische en de centralistische reflex. We sloegen aan het rekenen en modelleren, klampten ons vast aan protocollen, en in plaats van te leren van landen waar het virus zich eerder roerde, vielen we terug op ‘onze experts’. Terwijl iedereen die ervaring heeft met ziekte-uitbraken weet dat er ten tijde van een gezondheidscrisis een andere mentaliteit nodig is. Juist nu we moeten toewerken naar die inmiddels zo befaamde exit-strategie, is onconventioneel denken noodzakelijk. ‘We hebben zoveel inventiviteit in dit land’, zegt Baidjoe, tevens assistent-hoogleraar epidemiologie aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. ‘We moeten manieren vinden om die juist nu te benutten.’

Het Nederlandse Outbreak Management Team (omt) bestaat uit een kern van vaste leden en een wisselende samenstelling, waarbij enkele tientallen deskundigen een enkele keer tot regelmatig aanschuiven. Het zijn vooral medici en vertegenwoordigers van beroepsgroepen, zelden professionals die met de poten in de klei stonden. ‘De enige persoon in het omt met zulke ervaring is Marion Koopmans van het Rotterdamse Erasmus MC. Die draait mee in alle internationale netwerken’, vertelt Baidjoe. ‘Maar ze is een virologe, dat is een van de disciplines die je nodig hebt in een outbreak-team.’

Vrijwel al die outbreak-experts zijn, net als Baidjoe zelf, binnen een programma van de European Centre for Disease Prevention and Control, of zijn Amerikaanse evenknie cdc, opgeleid tot veldepidemioloog. Alumni van deze opleidingen, artsen, microbiologen, maar ook sociale wetenschappers, werken voor organisaties als Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis of de World Health Organization – onder wie de Ier Mike Ryan, die de corona-operatie van de who leidt. Ze zijn getraind in het werken onder hoge druk en met beperkte middelen, in het opzetten en uitvoeren van systematisch onderzoek onder moeilijke omstandigheden en het vertalen van hun bevindingen in aanbevelingen richting professionals, beleidsmakers en burgers. ‘We hebben vooral geleerd één taal te spreken: die van de operationele epidemiologie’, zegt Baidjoe.

De mentaliteit van veldepidemiologen is hierdoor pragmatisch, oplossingsgericht. Vandaar dat Baidjoe al lang voordat de politiek het knelpunt oppakte riep dat het probleem met de testcapaciteit opgelost zou kunnen worden door ook juist buiten de gebaande paden te denken.

Een ander voorbeeld is de studie naar besmetting binnen gezinnen, waarvan minister Slob het besluit laat afhangen of de scholen weer open mogen. De NRC berichtte vorige week dat de Nederlandse tak van deze in verschillende landen lopende studie vertraging heeft opgelopen. De onderzoekers hadden moeite met het vinden van voldoende gezinnen in de drie beoogde provincies: Noord-Brabant, Utrecht en Groningen.

‘Wij zouden ons direct moeten afvragen: moeten we inderdaad alle vragen die deel uitmaken van het onderzoek beantwoorden?’ zegt Baidjoe. ‘Kan het ook met een kleiner aantal deelnemers? Zijn er ggd’s in andere provincies waar we goed contact mee hebben die snel kunnen schakelen? En de derde en misschien wel belangrijkste vraag: moeten wij het ook wel doen als al die andere landen het ook doen? Kunnen we niet gewoon naar Duitsland bellen om te vragen hoe het daar gaat?’

Net zozeer als de bureaucratische reflex speelt de academische reflex ons parten, vertelt epidemioloog en medisch consultant Arnold Bosman. Hij was jarenlang hoofd van de Europese veldepidemiologenopleiding en verzorgt ook trainingen aan onder meer ggd’s in Nederland. Het rivm heeft van begin af aan gedaan waar het goed in is, namelijk modellen bouwen en daarop varen, zegt Bosman. ‘Maar modellen hebben in het begin beperkte waarde. En ze vertellen ook dit: wanneer je met een effectieve maatregel één dag wacht, zit je bij exponentiële groei aan het eind van de rit met grofweg veertig procent meer slachtoffers.’

De situatie in Europa onderstreept dit: de onderlinge verschillen zijn grotendeels te verklaren op basis van de reactiesnelheid aan het begin van de epidemie. ‘Wanneer je een uitbraak te lijf wilt gaan, moet je een bijna militaire, hiërarchische operatie optuigen’, zegt Bosman. ‘Je moet handelen en bijsturen op basis van wat je weet.’

‘Laat andere experts kritisch meedenken en met alternatieve modellen komen’

Cruciaal hierbij is het verzamelen van zo veel mogelijk informatie ‘uit het veld’ om je op te baseren. Des te opmerkelijker vond Bosman het daarom dat Nederland al in een zeer vroeg stadium stopte met systematisch contactonderzoek na verdachte en geconstateerde besmettingen. Niet meer haalbaar, was de constatering, terwijl dat contactonderzoek is bedoeld om de verspreiding in te dammen. ‘Dat werd even tussen de regels door medegedeeld.’

Hij verbaast zich er ook over dat we al wekenlang dagelijks informatie krijgen over het aantal bezette intensivecarebedden, maar niets over volksgezondheid, over het werk van de ggd’s. ‘Andere landen hebben als indicator: is deze patiënt geïnfecteerd door een bekende bron? Dat zie je in Zuid-Korea bijvoorbeeld: 94 procent van de nieuwe patiënten is afkomstig van een bekende patiënt. Dat is zo belangrijk. De IC’s zijn dweilen; het bron- en contactonderzoek zijn de handjes aan de kraan.’

Voor dat contactonderzoek gaat nu alle aandacht uit naar de apps, maar juist de capaciteit van mensen bij de ggd’s moet opgeschaald worden, zegt Amrish Baidjoe. ‘Dat is in lijn met adviezen van de who en het moet nu echt beginnen. Het uitbraak-netwerk van de who heeft een eenvoudige, niet privacygevoelige app om dat werk te ondersteunen.’

Andere landen doen het wel. Duitsland bijvoorbeeld, en Canada, in navolging van Australië – de twee landen kwamen met elkaar in contact via het informele netwerk van veldepidemiologen. Een paar weken geleden begonnen de Australiërs met het werven en trainen van tientallen geneeskunde- en verpleegkundestudenten. Dat ging eerst nog face to face, inmiddels via Zoom, vertelt Tambri Housen, die de training verzorgt. ‘Ze komen te werken onder een epidemioloog en gaan vooral contacten bellen. Mocht hier een app ingevoerd worden, dan zal die hooguit ter ondersteuning dienen. Er is veel te zeggen voor bellen, al is het maar omdat mensen veel praktische vragen hebben, bijvoorbeeld of ze hun hond nog mogen uitlaten.’

De bureaucratische reflex om in bestaande structuren te blijven denken, speelt op verschillende niveaus. Het is de reflex waar medisch-microbioloog Alex Friedrich van het umcg in Groningen tegenaan liep. Nadat hij had verteld dat in zijn regio werd afgeweken van het landelijke testbeleid maakte hij ‘een moeilijke 48 uur’ door, maar hij schudde hiermee wel Den Haag en de rest van Nederland wakker. Of Jos de Blok van Buurtzorg, die deze week in de NRC vertelde dat hij een telefoontje van de Inspectie kreeg omdat hij zijn medewerkers te veel zou beschermen met zelfgemaakte mondkapjes. ‘Een valkuil in deze tijd is om te veel uit te gaan van de schaarste’, zegt Andreas Voss, arts infectiepreventie in het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. ‘Wanneer je niet aangeeft hoe je het idealiter zou willen, neemt de druk af om iets aan de situatie te doen.’

En dan is er nog de centralistische reflex om nauwelijks verder te kijken dan onze deskundigen van het rivm en omt. Terwijl dat team zo multidisciplinair mogelijk moet zijn, benadrukt Bosman. ‘Het probleem is zo wicked. Als je vanuit één expertise komt en niet getraind bent in dit soort situaties, val je terug op die expertise. En wanneer je dagelijks omringd bent door modelleurs, epidemiologen en virologen, haal je niet zo snel andere deskundigen binnen, terwijl gedragsbeïnvloeding nu het belangrijkste middel is.’

Psycholoog Denny Borsboom kon zich er in elk geval niet in berusten. De UvA-hoogleraar gespecialiseerd in onderzoeksmethodologie zat thuis achter zijn bureau en het lukte hem maar niet om zich te concentreren op zijn werk. Veel liever dan artikelen van collega’s beoordelen wilde hij iets anders: helpen in de strijd tegen het coronavirus. ‘Dit is voor iedere wetenschapper de belangrijkste vraag die hij of zij in heel zijn leven voor zich krijgt. Dit is onze Tweede Wereldoorlog.’ De vraag is even eenvoudig als complex: hoe komen we hier uit? ‘Dit kunnen het rivm en het omt nooit alleen oplossen’, zegt Borsboom. ‘Het gaat álle wetenschappelijke disciplines aan.’

Via collega Frenk van Harreveld, hoogleraar sociale psychologie met een parttime aanstelling bij het rivm, kreeg hij een uitnodiging van rivm-hoofdmodelleur Jacco Wallinga voor een Slack-groep, opgericht om vooral epidemiologen en statistici te laten meedenken over oplossingen. ‘Heel goed, maar op zich was het maar anderhalve man en een paardenkop die daar in de avonduren bezig was.’

Ondertussen zag hij links en rechts om zich heen initiatieven ontstaan. Hij schreef samen met een flink aantal collega’s een brief, waarin ze de Nederlandse overheid oproepen een nationaal platform voor wetenschappers op te richten, maar een telefoontje bleef tot nu toe uit. ‘Ik zie van alles achter de gordijnen bewegen, maar niet meer dan dat.’

Wel heeft het rivm begin deze maand een Corona Gedragsunit opgericht. ‘De coronacrisis is in toename een gedragswetenschappelijk probleem,’ zegt Frenk van Harreveld, die er deel van uitmaakt. ‘We gaan het onderzoek bundelen en ook zelf studies doen, bijvoorbeeld naar hoe mensen tegen verschillende exit-strategieën aankijken.’

Wat Borsboom betreft is dit niet breed genoeg. Hij is samen met wat collega’s grassroots begonnen, met twee websites: dataversuscorona.com en strategiesversuscorona.com. Daar kunnen onderzoekers hulp vragen bij het analyseren van grote hoeveelheden gegevens, en meedenken over exit-strategieën. ‘Ik hoorde iemand in de Slack-groep zeggen: we moeten de boel net zolang op slot houden totdat het virus helemaal weg is. Maar die afweging is ook het domein van de economen, psychologen, politicologen – van ons allemaal. Het doorrekenen is echt expertise, maar het genereren van ideeën, daar kan wat mij betreft iedereen aan bijdragen.’

Borsboom is een voorvechter van open wetenschap en vindt het jammer dat het rivm de modellen waarop het de beleidsadviezen baseert nog niet openbaar heeft gemaakt. Hij heeft ‘bewondering voor wat ze doen, en begrip voor de hoge druk waar de modelleurs bij het rivm onder werken’, maar open wetenschap, benadrukt hij, is niet iets wat je doet omdat het leuk is, of moreel verantwoord, maar omdat het twintig keer sneller gaat. ‘Wanneer je een model of gegevens voor jezelf houdt, hou je de boel tegen. Gooi je het open, dan gaan er dingen gebeuren die je niet had verwacht, maar die je verder gaan helpen. Laat andere experts kritisch meedenken en met alternatieve modellen komen. Het schuurt ja, dat die modellen nog niet openbaar gemaakt zijn. Dat moet zo snel mogelijk gebeuren.’