Menno Hurenkamp

Ondeugende baby’s

De keren dat ik als onervaren vader op het consultatiebureau kwam, had ik nog wel eens de neiging om de arts lastig te vallen. Waarom meet u dit, en waarom dat, en wat betekent het als mijn zoon…? Verontschuldigend haalde ze dan haar schouders op, ze waardeerde de interesse en wilde graag meer uitleggen, maar dit was een DKTP-bezoek en daarvoor liet het protocol precies zes minuten toe. Die wetenschap maakt dat je de plannen van staatssecretaris Ross-Van Dorp om consultatiebureaus niet alleen baby’s te laten prikken maar ook te laten onderzoeken op eventuele gedragstoornissen of sociale afwijkingen met de nodige aarzeling moet bezien.

Het idee is redelijk, de ouders van dat ene kind dat gezond oogt maar net iets te agressief doet, doorverwijzen naar een hulpverlener. Hoe eerder je ingrijpt bij ouders die het niet alleen afkunnen, hoe minder tijd de peuter krijgt om zich te ontwikkelen tot een echt probleemgeval. Zowel de technocratische jaren negentig klinken in het plan door, met het verlangen instanties strak op elkaar aan te laten sluiten, als de neoconservatieve jaren nul, met de behoefte om andere mensen te vertellen wat goed voor ze is. Maar ondertussen is de boodschap aan die arts eigenlijk niet: doe wat u denkt dat nodig is met probleemkinderen, want dan zou die arts meer tijd en ruimte krijgen om de kinderen te onderzoeken. De boodschap van de regering is: doe wat, dan zijn wij er vanaf. Niet voor niets sputteren allerlei consultatiebureaus dat wat Ross vraagt al dagelijkse praktijk is.

Als deze regering echt bezorgd was geweest over het lot van kinderen had ze het niet in haar hoofd gehaald om de kinderopvang aan de markt over te laten, u weet wel, die regio waarin ook de spoorwegen opereren. Die stap zal binnen enige tijd een blunder van het niveau Betuwelijn blijken, als ouders hun kroost om geld te besparen naar Beun de Haas brengen, als moeders die oog in oog met Beun de Haas hebben gestaan maar weer thuis blijven, als gezeur ontstaat over gebrekkige deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Het is terecht dat het kabinet wat doet aan de hoeveelheid beleid die over jongeren is uitgestort, dat men probeert minder loketten en dossiers voor de lastpakken te krijgen. Maar dat is een deel van het hele verhaal. Het echte probleem is dat kinderen tegenwoordig meer problemen hebben, variërend van ziektes tot cultuurkloven, en dat ze meer moeten presteren om te voldoen aan het beeld van het ideale kind. Bovendien bestaan geen «oplossingen» voor moeilijke peuters. Je kunt hooguit de ouders leren met het kind om te gaan. Maar eventjes een depressieve dreumes naar aangepast gedrag drillen, dat gaat volgens specialisten helemaal niet. Achter de suggestie van het nieuwe jeugdbeleid dat het een kwestie is van «ontbureaucratisering» en assertief doorverwijzen van ouders schuilt de redenering dat de probleemjeugd twee wortels heeft: falende instanties en falende ouders. Daar moet je wat aan sleutelen en dan is het af. Om dat maakbaarheidsgeloof is links lang uitgelachen. Het krijgt nu nog een cynisch tintje doordat de overheid zichzelf al zwartepietend nadrukkelijk buiten beeld plaatst.