Ondoelmatige complexe zorg

Wat de accountants en bestuurders van ziekenhuizen en zorgverzekeraars al maanden wisten, werd vorige week door twee onderzoeksrapporten algemeen bekend: in ons zorgstelsel heerst administratieve chaos. Niemand snapt de cijfers nog.

Medium commentaar 11

‘We hebben het met elkaar razend ingewikkeld gemaakt’, zei André Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, in een reactie op het door zijn vereniging ingestelde onderzoek Mogelijk Misbruik Transitiemodel. ‘Razend ingewikkeld’ is een eufemisme. Het per 1 januari 2012 ingevoerde declaratiemodel lijkt op hogere wiskunde. Omdat was voorzien dat de overgang naar het nieuwe model complex zou zijn, is er een tijdelijk fonds ingesteld waar ziekenhuizen een beroep op kunnen doen om systeemrisico’s te verkleinen. Dat heeft het er ook niet inzichtelijker op gemaakt. Van misbruik is dan wel geen sprake, maar wel van misverstanden die hebben geleid tot een misstand.

Het komt er op neer dat de ziekenhuisadministraties de geleverde zorg voor 2012 vanwege onduidelijke regelgeving nog niet hebben gedeclareerd bij de zorgverzekeraars. Om liquiditeitsproblemen te voorkomen hebben de verzekeraars vervolgens miljarden voorgeschoten. ‘Anders zouden patiënten de dupe worden’, zei de voorzitter van Achmea onlangs. Slechts zes van de 92 ziekenhuizen zijn volgens hem ‘technisch in staat’ om de zorg in 2013 nu al te factureren. We mogen als ‘zorgconsumenten’ dus eigenlijk blij zijn dat we dankzij de verzekeraars gewoon naar de dokter konden.

Ziekenhuizen verwijten op hun beurt de verzekeraars dat zij ‘dondersgoed wisten dat de techniek van het declareren uiterst ingewikkeld is’. Zoals het er ook bij het maken van prijsafspraken steeds harder en moeizamer aan toegaat, hetgeen blijkt uit een onderzoeksverhaal dat De Groene Amsterdammer in deze editie publiceert.
Om de bezuinigingen van de minister mogelijk te maken zetten de verzekeraars de ‘zorgleveranciers’ steeds meer klem. Hun rol als regisseur van het zorgstelsel, die zij met de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 kregen, is zo groot geworden dat zij in toenemende mate medische keuzes op de werkvloer bepalen. Soms dwingen verzekeraars via de contracten selectie met harde hand af. Is daar weerstand tegen, dan dreigen zij de kraan dicht te draaien. En omgekeerd: als zij inconsequent of niet kiezen, weten ziekenhuisdirecties – en daarmee dokters en patiënten – niet waar zij aan toe zijn. Via hun sturingsmacht proberen verzekeraars bovendien de keuzevrijheid van patiënten aan banden te leggen. Dit onverkwikkelijke machtsspel over de hoofden van artsen en patiënten is net zo goed debet aan de ontstane financiële chaos.

Het is ironisch dat in 2006 het nieuwe verzekeringsstelsel werd ingevoerd om via concurrentie tot betere en goedkopere zorg te komen. Doelmatigheid was het adagium. Hier en daar daalden de prijzen, maar vraag én aanbod namen toe – en daarmee groeiden de kosten exponentieel.

Het nieuwe declaratiesysteem is een bureaucratische moloch, dat fraude in de hand kan werken. De recente rapporten zouden een ‘reinigende werking’ hebben, vinden de onderzoekers zelf. Maar het systeem blijft en toont weinig doelmatigheid. Wij moeten er ondertussen op vertrouwen dat de pot van 45 miljard premiegeld goed wordt beheerd en dat we straks niet horen: ‘Het toezicht heeft gefaald.’