Ondraaglijke zwaarte

De politieke discussies gingen vooral om de portemonnee en niet over vergezichten. Het nieuwe kabinet ziet zich nu voor grote problemen gesteld.

TOEN HET EINDE van de verkiezingscampagne naderde, werd ik nieuwsgierig naar wat ik zelf vier jaar geleden rond die tijd schreef. Ondraaglijke lichtheid stond er als kop boven. Die lijkt na al het getwitter, debatteren, zingen, dirigeren, rozengooien, flyeren en vliegen afvangen van de afgelopen weken zo weer te kunnen. Vooral de volgende alinea is ook nu weer actueel:
‘Het is volbracht. De kiezer heeft gestemd en kan ophouden met twijfelen. Hij is vanaf nu verlost van politici die zich op tv in de meest vreemde bochten wringen om toch maar zijn stem te winnen. De kiezer-van-gisteren kan zich vanaf nu hoogstens vertwijfeld afvragen wat er met zijn stem gaat gebeuren, maar er verder gerust op zijn dat hij op de kabinetsformatie geen enkele invloed meer kan uitoefenen en lijdzaam zal moeten afwachten wie het met wie gaat doen.’
Vier jaar geleden leidde de kabinetsformatie uiteindelijk tot het samengaan van de twee partijen die tijdens de verkiezingscampagne elkaars grootste tegenstanders waren geweest, CDA en PVDA. Het verwijt van CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende dat PVDA-leider Wouter Bos draaide, was toen een bron van veel kwaad. Het zorgde voor onderling wantrouwen en vier jaar stroperigheid. Het motto van het vierde kabinet-Balkenende Samen werken, samen leven was al bij aanvang, maar zeker terugkijkend, van een ironie die bijna te pijnlijk is voor woorden.
Deze keer waren VVD en PVDA elkaars grootste tegenstanders tijdens de campagne. Die rivaliteit was doelbewust georkestreerd, om het CDA lekker klein te houden. Een bij de kiezer in het geheugen hakend verwijt van VVD-leider Mark Rutte aan het adres van PVDA-tegenstander Job Cohen was er niet. Omgekeerd overigens ook niet. Toch zou het ook deze keer vreemd zijn als de twee grootste rivalen samen gaan regeren. Daarvoor vonden ze hun idealen, hun plannen om de economische crisis aan te pakken en hun koopkrachtplaatjes te verschillend, soms zelfs desastreus.
Een ondernemer die op de VVD stemde, zal zich bekocht weten als zijn partij alsnog met de PVDA gaat regeren. Omgekeerd zal de burger die op Cohen stemde vanwege het eerlijk delen, misnoegd zijn als de PVDA toch met de liberalen in zee gaat. Bij deze verkiezingen viel er echt wat te kiezen, werd tijdens deze campagne immers steeds weer gezegd. Een coalitie met als kern de rivalen VVD en PVDA zou dat met terugwerkende kracht alsnog tot een campagnetruc maken.
Afgeven op een ondraaglijke lichtheid is deze keer misschien ook niet terecht. Een opmerking zoals van SP-leider Emile Roemer dat zijn VVD- en CDA-collega’s een wedstrijdje ver plassen deden, terwijl ze al in ondertrouw waren, had weliswaar direct effect in de peilingen. En ook Balkenende’s 'U kijkt zo lief’ leidde de aandacht af van de inhoud. Maar het is niet vol te houden dat de campagne alleen was gevuld met dit soort, in het geval van Roemer overigens terechte, opmerkingen.
Misschien was het probleem van deze verkiezingsstrijd juist wel de ondraaglijke zwaarte. Allereerst is er de economische crisis die om oplossingen vraagt. Moet er dan direct flink worden bezuinigd op de overheidsfinanciën, of in een langzamer tempo? Is dat al ingewikkeld genoeg, dan zijn er nog de toenemende vergrijzing, de vastzittende huizenmarkt, het achterlopende onderwijs, de uit de hand lopende kosten in de zorg, de vastlopende snelwegen, de oplopende aantallen jonggehandicapten in de Wajong, de dreigende energiecrisis, de niet opgeloste klimaatcrisis, de doorlopende strijd tegen de Taliban en de veranderende verhoudingen in de wereld.
Het zijn niet alleen veel vraagstukken, ze zijn bovendien complex, ze grijpen ook nog eens in elkaar en zijn vaak niet door een nieuw kabinet in zijn eentje op te lossen, ook niet altijd door Nederland zelf.
Hoewel er de afgelopen weken op allerlei fronten wel degelijk over deze vraagstukken is gesproken, spitste de discussie tussen de lijsttrekkers zich aan het einde van de campagne toch weer toe op de koopkrachtplaatjes, ook al waren die er deze keer formeel dan niet. Het is een zeer Nederlandse hobby, alsof ons ideaalbeeld van de samenleving aan de inhoud van onze portemonnee is af te lezen.
Je zou kunnen redeneren dat dit uiteindelijk ook zo is en dat het een groot verschil is of de rijken rijker worden of juist de zwaarste lasten dragen. Maar als politici zich vooral bezighouden met de vele verschillende portemonnees, van eenverdieners en tweeverdieners, met of zonder kinderen, al dan niet gehandicapt, wel of niet met een rugzakje, een eigen huis of een pensioen, duwt dat de kiezer in de rol van de calculerende burger, terwijl het juist bij deze verkiezingen moest gaan om een richting waarin ze de samenleving willen zien opgaan.
Zelf ben ik er nog niet uit waarom het toch weer zo veel ging om die koopkrachtplaatjes. Deels zal het wel uit gewoonte zijn en gewoontes zijn hardnekkig. De plaatjes geven ook een makkelijk houvast. We kunnen er allemaal prettig in wegvluchten, zeker als een verkiezingsstrijd is belast met zoveel ondraaglijk zware vraagstukken die niet in dertig seconden uit de doeken zijn te doen.
Maar behalve dat de politieke discussies door de focus op de portemonnee niet gaan over vergezichten, idealen of stippen op de horizon, wekt het ook de indruk dat er met een beetje meer hier en een beetje minder daar na de verkiezingen zo een kabinet te formeren is. Als het om geld gaat, kun je immers altijd wel ergens in het midden uitkomen. Maar het verschil tussen VVD en PVDA, sinds woensdag de twee grootste partijen, is meer dan een paar euro. Dat is een heel mens- en maatschappijbeeld. Daarop kun je niet even middelen.