Briefwisseling over racisme

‘One drop of negro blood’

Vorig jaar voerden schrijvers Stephan Sanders en Annette de Vries en activiste Mercedes Zandwijken een briefwisseling over racisme. ‘Wij moeten onszelf waarmaken, zonder altijd maar automatisch met beschuldigende vingers te wijzen.’

Medium  dsc2994

Lieve Mercedes,

Mooie eerste ontmoeting was dat tussen ons; jij druk in je ruim bemeten keuken met nog ruimer uitzicht op een dorpsachtig wijkje in Amsterdam waar ik vaak langs fiets zonder ooit geweten te hebben hoe intiem daar gewoond wordt; de oude Berlage, hij heeft de ‘bewuste arbeider’ toch maar mooi verheven; hoezo moest die met minder toe? Ik raak altijd weer ontroerd door die opwaartse gedachte, die niet alleen Nederlandse arbeiders maar ook zwarte en gekleurde Amerikanen in het verleden zo bepaald heeft.

Ook goed dat we ons samen met Annette in jouw keuken bogen over de begrippen die ik maar even aanduid als ‘verlegenheidswoorden’. Hoe noemen we onszelf? Jij was meteen uitgesproken: ‘Zwart, ik noem mijzelf een zwarte vrouw’, Annette aarzelde, zwart, bruin, gekleurd, en vertelde over haar latere tijd hier in Nederland, met die Surinaamse jeugd van haar in d’r benen, toen ze door de ‘echte zwarten’ niet zwart en radicaal genoeg werd bevonden op de hippe Amsterdamse toneelschool. Ik voel me altijd senang bij ‘gekleurd’ en ‘kleurling’, omdat ik niet geloof in de politieke verdeling die de ene helft van de mensheid ‘wit’ maakt en de andere helft ‘zwart’ – uit politieke overwegingen. Politiek is het hele leven niet – zou het in ieder geval niet moeten zijn. Zelfs het zo archaïsch klinkende ‘halfbloed’, met z’n rare Blut und Boden-ondertonen, reserveer ik grinnikend voor mezelf. Die gekleurde raciale helft en het kroeshaar, ooit intact, heb ik er bij de geboorte gratis bij gekregen, maar het blanke deel heeft mijn leven voor het overgrote deel getekend – mijn blanke (adoptie-)ouders, mijn Twentse jeugd, waarin alleen zusje en ik er zo overduidelijk anders uitzagen.

Toen kwam puntje bij paaltje, of beter gezegd, toen legden wij allemaal een hand op jouw keukentafel en moesten constateren: qua huidskleur ontlopen wij drieën elkaar niet veel. Schakeringen tussen roodachtig bruin en lichtbruin. Het is niet onze huid of ons ‘zijn’, maar ons bewustzijn dat ons vertelt hoe we ons noemen en welke redenen we daar voor willen geven. Mind over matter: zo zie ik het graag, hoe verschillend de uitkomsten voor ons drieën dan ook mogen wezen.

Vorige week naar de filmvoorstelling geweest van Sunny Bergman, Zwart als roet, in het Bijlmerparktheater, waar het publiek in overgrote meerderheid stevig anti-Zwarte Piet was – je merkte dat aan de reacties. Film viel me alleszins mee: ik had alleen maar boze aanklacht verwacht en grote woorden als ‘institutioneel racisme’ waar ik kregel van word omdat nog nooit iemand mij op bevredigende wijze heeft uitgelegd wat het is en hoe je het kunt detecteren in Nederland. Maar Sunny legt nu juist de nadruk op de niet-racistische intenties van het merendeel van de dienstdoende Zwarte Pieten – intenties die trouwens in de praktijk nog flink discriminatoir uit kunnen pakken.

Zwarte Piet wordt Piet: voor mij staat het vast, en ik heb zo het idee dat over een paar jaar heel Nederland eraan gewend is.

Meer moeite heb ik met het idee van ‘white privilege’ dat ook voorkomt in de film: natuurlijk bestaat het, iedereen die niet honderd procent blank is weet dat zoiets op de gekste momenten tegen je gebruikt kan worden, maar dat is een open deur. Moet ik als homo nu gaan vertellen over ‘heterosexual privilege’ – ook onder zwarte en gekleurde Nederlanders? Ga jij dan weer antwoorden met ‘the man’s privilege’ – ook waar, feministisch gesproken? Het idee moet toch zijn: niet het afschaffen van ‘white privilege’, maar ervoor zorgen dat zwart en gekleurd net zo goed en vanzelfsprekend delen in dat privilege – waarmee het begrip zijn betekenis verliest.

Wij gekleurden moeten omhoog – wat mij betreft hoeven de blanken niet per se omlaag. En dat brengt me weer bij dat mooie arbeidershofje van Berlage waar jij woont: wettelijke ongelijkheid moet bestreden – dat is in Nederland gebeurd – en daarnaast zullen groepen zichzelf moeten emanciperen, moeten verheffen. Dat kan alleen maar wanneer je niet alleen aanklaagt, maar ook jezelf en je lotgenoten ‘aanpakt’. Die trotse houding zag en zie ik soms nog bij de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, ik heb die zelfbewuste rechte ruggen in Zuid-Afrika herkend, maar in Nederland kom ik het nog te weinig tegen.

De gemiddelde blanke is ons niet iets verschuldigd: wij moeten onszelf waarmaken, zonder altijd maar automatisch met beschuldigende vingers te wijzen.

Zie hier mijn schot voor de boeg. Een grote omhelzing, Stephan


Lieve Annette,

Laat ik vooropstellen dat ik echt gecharmeerd was van Stephan, maar toen ik zijn eerste brief las schrok ik echt van zijn opvattingen en heeft het mij de nodige tijd gekost om ervan te bekomen. Stephans manier van denken representeert de status-quo van het huidige discours over racisme in Nederland waarbij alles tegen de klippen op wordt weggerationaliseerd en ontkend. Al te vaak wordt duidelijk dat veel witte Nederlanders de koloniale en slavernijgeschiedenis niet onder ogen willen zien.

Wij gekleurden moeten omhoog – wat mij betreft hoeven de blanken niet per se omlaag

Pas na lang denken begin ik te begrijpen dat Stephan zwart noch wit is. En ook zeker geen halfbloedje zoals hij zich zelf noemde. Stephan, moet ik helaas vaststellen, is kleurenblind geworden door de doctrine van het gelijkheidsdenken. Hij is hoogstwaarschijnlijk opgevoed – zoals veel witte hoogopgeleide ouders hun kinderen hebben opgevoed en nog opvoeden – met de dringende boodschap dat er geen verschil gemaakt mag worden. Dit heeft geleid tot zijn veronderstelling dat niet onze huid ons maakt tot wie we ‘zijn’ maar ons bewustzijn. Helaas pakt de praktijk voor veel mensen met een niet-witte kleur vaak anders uit.

Als je geen verschillen mag en wil zien, dan kan onderzoek dat aangeeft dat institutioneel racisme wel degelijk bestaat nooit kloppen want iedereen is volgens het gelijkheidsdenken immers gelijk. Deze ontkennende houding raakt mij in het diepste van mijn ziel. Hoe kun je ontkennen dat de racistische beeldvorming, die witte mensen eeuwenlang over zwarte mensen ontwikkeld hebben, geen impact meer heeft op de hedendaagse beeldvorming over de zwarte mens? De nieuwe DSM 5 heeft nu formeel het post traumatic slave syndrome opgenomen in haar diagnostiek. Dat geeft aan dat er van generatie op generatie nog gedrag wordt doorgegeven dat psychisch leed veroorzaakt, waardoor de kans dat je in een gedepriveerde positie terechtkomt toeneemt. Dat in de Amerikaanse pers het racistische gedrag van de politie al meermalen is vergeleken met de lynchpartijen ten tijde van de slavernij mag duidelijk maken dat de beeldvorming van wit over zwart nog steeds zijn werk doet.

Tja, en dan Stephans sceptische houding ten aanzien van white privilege. Ik vind het echt moeilijk om te lezen dat hij stelt dat de gemiddelde blanke ons niets verschuldigd is. Zolang de overheid geen bijdrage levert aan een vorm van ontspanningspolitiek en uit naam van de natie excuses aanbiedt over de slavernij zal deze last uit het verleden als een etterende wond voortduren. Ook de Duitsers van nu valt niets te kwalijk te nemen. Toch dragen zij een enorme last met zich mee omdat hun voorouders verantwoordelijk waren voor de moord op miljoenen joden. De Duitse overheid is zich daar ook van bewust. In Zuid-Afrika hadden we de waarheidscommissie en in Engeland moest de campagne They are here because we were there de collectieve kennis over het koloniale verleden binnen de samenleving vergroten. Maar onze Nederlandse overheid zwijgt al generaties lang in alle talen over de wrede geschiedenis in de (voormalige) overzeese gebiedsdelen, waaronder slavernij. En nu zitten we met de gebakken peren en weet ook de huidige witte zittende macht – studenten, leerkrachten, politici, media – zich geen raad met deze erfenis.

We weten alle drie dat de groep zwarte Nederlanders die succesvol is beperkt in omvang is. En wij drieën kennen allemaal de moeite waarmee dit succes niet zelden gepaard gaat. Zolang er op allerlei plekken in de samenleving nog sprake is van mindbugs (onbewuste voorkeur voor de eigen soort) dan kunnen we nog zo met een rechte rug rondlopen, maar de mindbugs krijg je daarmee niet omver.

Nu is het aan jou de beurt om te schrijven en ik wens je dat je er meer plezier aan beleeft dan ik. Ik heb aan Stephans brief en aan het schrijven van de mijne een zwaar en treurig gevoel overgehouden. Ondertussen houd ik mij maar vast aan de grote omhelzing waarmee hij zijn brief ondertekende.

Liefs, Mercedes

Medium 01 dsc2994

Lieve Stephan,

Ik heb net jouw brief en die van Mercedes herlezen. Mooi hoe je onze middag beschrijft: dat gezellige, kleurrijke huis van Mercedes, wij drietjes aan haar grote ronde tafel, de schoorvoetende kennismaking tussen jou en haar en aan het einde van de bijeenkomst drie handen op een tafelblad en de constatering van een zeer gering kleurverschil. Alle drie ‘ _coloured__ ’,_ zoals ze het in Zuid-Afrika noemen.

Ik heb geen moeite met mijn kleur. Ik bewoon de binnenkant van mijn lichaam en kom de kleur van mijn huid alleen tegen als ik in de spiegel kijk. En ja, heel soms zie ik hem terug in de ogen van anderen, maar die mensen streep ik zonder pardon van mijn lijstje af. ‘Mind, almost no matter’ ben ik als het gaat over mijn kleur. Mercedes, je keurde het af dat Stephan veronderstelt dat niet onze huid ons maakt tot wie we ‘zijn’, maar ons bewustzijn. Is de gedachte dat onze huid ons zou maken tot wie we zijn niet in de grond racistisch? Bedoel je niet te zeggen dat in de wijze waarop anderen ons zien en bejegenen huidskleur een rol speelt? Maar dan zegt Stephan toch niets verkeerds?

Ik weet dat je je erg gekwetst voelt door wat er is gebeurd rond het Zwarte Piet-debat, waarvan je een van de aanjagers was. Zoals die potsierlijk racistische uitingen die opdoken op internet. Maar ik herken het racistische Nederland dat je beschrijft niet en dat maakt dat ik me afvraag of je de situatie goed inschat. Het beeld dat je schetst, roept associaties op met het Zuid-Afrika van de apartheid of het zuiden van de Verenigde Staten van voor de burgerrechtenbeweging. En dat terwijl ik ervan doordrongen ben dat er van alles beter moet als het gaat om minderheden in Nederland. Ik kies het woord minderheden bewust en met enige schroom, omdat je zo fel reageerde op Stephan, maar ik denk werkelijk dat jonge moslimmannen (bijvoorbeeld) meer worden gediscrimineerd dan jonge zwarte mannen. En ik hoor niet tot de groep ‘ontkenners’, of zoals jij ze noemt: gelijkheidsdenkers.

Ik heb jarenlang mijn brood verdiend met vormen van diversiteitswerk in de kunstensector en ik heb veel gewerkt in Amsterdam-Zuidoost en -West. Natuurlijk is er sprake van discriminatie van gekleurde mensen. Maar dat is echt iets anders dan het institutionele racisme van de apartheid of het ‘whites only’ in bussen, diners en andere openbare gelegenheden in de Verenigde Staten. Door de overheid ingesteld en gehandhaafd racisme. Ik hoorde Ellen Ombre eens zeggen dat ze haar ‘voormoeder’, die een slavin was, niet boos wilde maken door zich haar leed toe te eigenen, terwijl ze bij haar vergeleken in een weelde van vrijheid, mogelijkheden en welstand leeft.

Ik denk werkelijk dat jonge moslimmannen (bijvoorbeeld) meer worden gediscrimi­neerd dan jonge zwarte mannen

Wel is er sprake van belangengroepen, die elkaars etniciteit en cultuur (generatie, gender, opleidingsniveau) herkennen, elkaar aannemen als er baantjes te vergeven zijn, elkaar de hand boven het hoofd houden en elkaar bevoordelen. White privilege. Of male, young, western, hetero, healthy privilege. Degenen die in de minderheid zijn moeten opboksen tegen de meerderheid. En dat kan een vuile strijd zijn, diep onrechtvaardig ook.

Over de VS kan ik niet veel zeggen. Ik weet dat daar onder blanken (bij twintig procent van hen, las ik) nog een virulente en agressieve vorm van racisme voorkomt, die uitdagend wordt geventileerd. En dat arme zwarten in ellendige omstandigheden verkeren. Dat het feit dat iedereen in het bezit kan zijn van een vuurwapen elke botsing potentieel levensgevaarlijk maakt. En dat er een onderklasse van zwarte mannen bestaat die prat gaat op crimineel gedrag en zich ernstig misdraagt tegenover vrouwen. Kijk naar de documentaires van Louis Theroux. Maar twee verkiezingen achter elkaar hebben Amerikaanse kiezers een zwarte man de machtigste man van de wereld gemaakt. Dat betekent iets.

Dat was het. Liefs voor jullie allebei, Annette

Lieve Mercedes en Annette,

Er is een flink gat gevallen in onze briefwisseling, en een van de redenen daarvoor is ongetwijfeld de schrik waarmee Mercedes mijn brief las, en ik op mijn beurt weer de hare. Ik had, nu meer dan twee maanden geleden, zo eens een schot voor de boeg gelost, met wat ideeën en opvattingen de ik erop nahoud als het over kleur, kleurverschil en racisme gaat. Een beetje boude maar vrolijke brief, dacht ik, zonder ook maar een seconde te verzinnen dat Mercedes er een ‘zwaar en treurig gevoel’ aan over zou houden, zoals ze in haar eigen woorden zegt. Dat werd in ieder geval duidelijk in haar brief die volgde – en nu was ik het die zeer gepikeerd was, en even dacht: ‘Bekijk het, ik stop ermee, wat is dit voor een toon.’

Laat me even een omweg maken om die toch wat heftige reacties van ons tweeën te duiden. Net de indrukwekkende film Selma gezien, van de Afro-Amerikaanse regisseur Ava Duvernay, over de drie maanden waarin Martin Luther King Jr. in Selma, Alabama met zijn aanhangers vocht voor wat later zou resulteren in de Voting Rights Act. Ik heb het altijd bij films en documentaires over de Amerikaanse civil rights movement: ik schiet ogenblikkelijk vol, het is geschiedenis die mij zeer dicht op de huid zit, al ben ik van een andere tijd en van een ander continent. Er is die gekmakende scène waarin een zwarte vrouw, gespeeld door Oprah Winfrey, zich voor de vijfde maal meldt om zich in te schrijven als kiezer: eerst moet ze de preambule opzeggen van de Amerikaanse grondwet, dan moet ze vertellen hoeveel rechters er actief zijn in Alabama, en ten slotte, wanneer zij al die vragen correct heeft beantwoordt, vraagt de blanke ambtenaar haar: ‘Noem alle rechters bij naam?’ Waarna hij het stempel denied’ op haar stembiljet kan drukken.

Dit soort evident racistische scènes maken altijd dat ik me een kleine jongen voel wanneer ik dat grote racisme-woord in de mond neem – zeker in een Nederlandse context. Ik realiseer me dat mijn biologische vader, die ik niet ken, eind jaren vijftig het apartheids-Zuid-Afrika heeft verlaten om naar Londen te verhuizen – precies om de burgerlijke rechten te claimen die hem in zijn geboorteland onthouden werden. En dan te bedenken dat het in Zuid-Afrika nog tot in de jaren negentig van de vorige eeuw duurde voordat de strijd voor gelijke rechten à la King en Mandela gestreden was.

Kijk, als je daarvoor een term gebruikt als ‘institutioneel racisme’ – dan is het duidelijk, dan ben ik je man. Merk wel op: daar is niets ‘onbewust’ aan, dat gebeurde expliciet en allerminst heimelijk.

Goed, terug naar mijn eigenlijke thema: wat interessant is aan Selma is dat nu ook eens de verschillen van mening binnen de zwarte gemeenschap aan de orde komen. King en zijn mensen kiezen voor Selma, Alabama om hun burgerrechtenstrijd voort te zetten omdat er a) sprake is van groot onrecht en b) het zuidelijke, gesegregeerde Amerika een perfect decor vormt om de waanzin van de (informele) rassenwetten aan de orde te kunnen stellen. Maar er zijn ook lokale zwarte jongemannen die zich inzetten voor gelijke rechten, en die belanden door de komst van King en de zijnen op een zijpad. Een van hen ziet niets in de radicale, zij het geweldloze confrontatie waar King voor staat – hij vreest dat de Nobelprijswinnaar King hier even goede sier komt maken met zijn gepeperde uitspraken, om daarna het hopeloos verdeelde Alabama weer achter zich te laten.

Waar het mij nu om gaat: natuurlijk kent zwart en gekleurd Amerika meningsverschillen, zelfs in de tijd dat iedereen die gekleurd was bedreigd werd door hetzelfde massieve onrecht. Saamhorigheid is noodzakelijk, oog in oog met de Jim Crow-wetten – maar saamhorigheid van alle zwarte Amerikanen kan natuurlijk nooit het doel zijn. Het is juist een hoopvol levensteken wanneer Afro-Amerikanen van mening kunnen en mogen verschillen: wanneer de ene zwarte man op de conservatiefste kant van de Republikeinen kan stemmen, en een andere zwarte vrouw op de meest linkse factie van de Democraten. Daar is die Voting Rights Act voor bedoeld!

Over het ‘gelijkheidsdenken’ gesproken: ja, voor de wet moeten alle Nederlanders ‘gelijk’ zijn, zonder uitzondering, maar daarna mag je toch hopen dat iemands huidskleur of afkomst iemand niet in een dwangbuis stopt, waardoor zo iemand alleen maar zus of zo mag denken. We hebben het juridische gelijkheidsdenken nodig als waarborg, om vervolgens onze individuele afwegingen te kunnen maken en onze verschillen uit te leven, die niet altijd logisch voortvloeien uit onze afkomst of kleur.

Goed, een lange omweg, ik schreef het al. Wat Mercedes en mij parten speelde, was wat Freud zo treffend omschreef als ‘het narcisme van het kleine verschil’. Daar schrijven drie gekleurde Nederlanders met elkaar, en wat blijkt: twee daarvan houden er heel verschillende opvattingen op na. Denk je nu eens veilig ‘onder elkaar’ te zijn, blijkt er toch een enorm verschil van inzicht. Zelf heb ik het idee dat ik de woorden van Mercedes des te sterker op mezelf betrok omdat de kritiek kwam uit de mond en pen van wat een ‘soortgenoot’ van me zou moeten zijn. En ik wil niet voor Mercedes spreken, maar haar reactie leek ingegeven door hetzelfde fenomeen: gekleurde man die het niet met haar eens is – dat is eigenlijk dubbel verraad, erger nog dan de blanke tegenstand die ze bij voorbaat verwacht.

Een ­Amnesty-rapport toont aan dat etnische minder­heden in Nederland vaker worden onderworpen aan politie­controles

Nee, zwart en gekleurd Nederland is geen eenheidsworst, hoeft dat gelukkig ook niet te zijn. We kunnen het ons permitteren, met de grondwet in de hand, van mening te verschillen, en daar luid en duidelijk uiting aan te geven. Dat is een voorrecht dat King en ook Mandela moesten bevechten: laten we vooral daar de vruchten van plukken, zonder over ‘verraad’ te spreken of het misselijkmakende verwijt van Oom Tom van stal te halen.

Dat we de verschillen tussen ons vrijmoedig mogen benoemen – zonder dat we onze overeenkomsten vergeten, dat is wat ik hoop.

Alle liefs, Stephan

Medium 02 dsc2994

Lieve Annette en Stephan,

Ik vind het een beetje flauw dat Stephan in zijn laatste brief een historisch relativistisch argument aanvoert. Er worden inderdaad geen zwarten meer gelyncht of joden vergast, maar dat betekent niet dat er geen sprake meer is van een structurele ongelijkheid tussen wit en zwart, of dat die ongelijkheid door politiek en media niet wordt ontkend. De recente uitspraak van premier Rutte dat immigranten die discriminatie ervaren zich maar in de samenleving moeten ‘invechten’ is exemplarisch: een mooi staaltje van blaming the victim’. Hij zou er beter aan doen om zich ongerust te maken over de nieuwe cijfers van de oeso en Eurostat, die aangeven dat vrijwel nergens in Europa de kansen op de arbeidsmarkt voor allochtonen zo slecht zijn als in Nederland.

Over het algemeen is het nog steeds zo dat een zwart persoon harder zijn best moet doen. Daarmee zeg ik niet dat het onmogelijk is. Maar hoe je het ook wendt of keert, je etniciteit bepaalt tot welke groep je behoort en dat werkt tegen je als je niet tot een meerderheid behoort. Kun je, gegeven alle onderzoekscijfers, politieke standpunten en de voor velen alledaagse confrontaties met discriminatie, blijven zeggen dat als je niet succesvol bent dit dan puur aan jezelf te wijten is?

Ik wil nog een keer terugkomen op het gelijkheidsdenken. Natuurlijk ben ik het eens met Stephan dat we volgens de wet allemaal gelijk zijn. Dat staat buiten kijf. Alhoewel, zeg ik er maar meteen bij, de praktijk te vaak anders uitpakt. Zo toont een recent Amnesty-rapport aan dat etnische minderheden in Nederland vaker worden onderworpen aan politiecontroles. Ook de universiteit van Leiden toonde onlangs aan dat allochtonen langer en vaker gestraft worden dan autochtonen.

Witte mensen zeggen wel dat ze geen verschillen zien tussen niet-witte en witte mensen, omdat ze ‘kleurenblind’ zijn, maar dat wil niet zeggen dat er dan ook geen verschillen zijn. Als een professional dit tegen mij zegt op zijn werkplek vraag ik altijd hoe het dan komt dat er alleen maar witte mensen werken in zijn organisatie. De kans is groot dat daarbij toch onbewuste stereotypen en discriminatie een rol spelen of dat er op z’n minst geen extra inspanning is gepleegd om werkelijk een ‘kleurenblinde’ organisatie te creëren. Wat mensen zeggen en wat ze feitelijk doen komt nu eenmaal niet altijd mooi met elkaar overeen, helaas.

Over het dubbele verraad van zwart naar zwart: ja, dat doet extra pijn, maar het is voor mij een nieuwe ervaring dat er op mijn perspectief wordt ingegaan door jullie beiden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat bij mijn zwarte bondgenoten niet of nauwelijks meemaak. Te vaak zijn het monologen die worden uitgesproken, waardoor er van een gesprek niet of nauwelijks sprake is. Omdat ik mij na die ‘gesprekken’ vaak enorm beklemd voel, heb ik besloten het te benoemen als iemand weer een monoloog afsteekt. Ik heb dit nu een aantal keren gedaan en wil hier graag in een volgende brief meer over vertellen. Ik vrees dat ik hiermee de gekleurde was naar buiten ga brengen.

Veel liefs, Mercedes

Lieve Stephan en Mercedes,

‘Mijn voormoeder werd verkracht door witte slavenhouders en dan moet ik nu opkomen voor witte vrouwen? Dat weiger ik!’

Waar ik, in antwoord op jullie laatste brieven, om te beginnen op in wil gaan is het kennelijk hevige verlangen in het zwarte kamp naar blank schuldgevoel over slavernij en kolonialisme. Ik vind het een gotspe dat veel Nederlanders het verdommen zich te verdiepen in wat er bijna drie eeuwen lang uit naam van de natie aan misdaden tegen de menselijkheid is gepleegd. Zeker omdat de nazaten van de slaven veelal verre familieleden zijn, want bij veel slavinnen zijn kinderen verwekt door blanke meesters en opzichters. Maar dat luidruchtig opeisen van schuldgevoel begint over te komen als een zwaktebod. En ik bespeur in de reactie van blanken een zekere verlekkerdheid achter de weigering eraan tegemoet te komen. De verlekkerdheid die je voelt als iemand zich zeurderig afhankelijk van je opstelt en je hem of haar wegduwt. Er moeten betere manieren zijn om dit te veranderen dan op hoge toon interesse, kennis, inzicht en schuldgevoel op te eisen.

Mercedes maakte een vergelijking met het schuldgevoel van de Duitsers. In de West is de slavernij 152 jaar geleden afgeschaft, in 1863. Als je dit doortrekt, kun je je afvragen hoe de Duitsers in 2097 over de holocaust zullen denken. Voelen ze zich dan nog schuldig? Of vragen ze zich tegen die tijd af wat ze te maken hebben met de misdaden van verre voorouders? En ergeren ze zich aan joden die eisen dat ze ook dan nog een vorm van schuldgevoel belijden? Net zo min als de holocaust in 2097 zou moeten worden gerelativeerd of zijn vergeten, moet de slavernij dat zijn.

Stephan schrijft dat hij ogenblikkelijk volschiet bij films en documentaires over de civil rights movement in de VS. Ik herken die tranen. In mijn studententijd zag ik een documentaire over de scholierenopstand in Soweto van 1976. Pubers met een donkere huidskleur, die de straat op gingen om op te komen voor hun recht op goed onderwijs, werden door politieagenten met perverse agressie neergeknuppeld en doodgeschoten. Ik ben luid snikkend mijn kamer in een kraakpand in de Amsterdamse binnenstad uit gelopen en heb bij twee huisgenoten aangeklopt met het (een beetje theatrale, zie ik nu) verzoek mij te helpen stoppen met huilen.

Racisme kan mij tot in het merg raken. Dat is altijd zo geweest. Alleen als het gaat over racisme tegen zwarte mensen in het hedendaagse Nederland gebeurt dat niet. En dat is omdat ik werkelijk geloof dat dit fundamenteel anders is dan het racisme waar hierboven aan wordt gerefereerd. Zoals ik in mijn vorige brief al schreef, komt het voort uit een machts- en belangenstrijd tussen groeperingen. De meerderheid en de minderheden. Wat niet wil zeggen dat ik vind dat het niet bestreden zou moeten worden. Er zou alleen niet over gesproken moeten worden alsof het hetzelfde is. Want daarmee vervreemd je je opponenten zo zeer van je dat ieder debat onmogelijk wordt.

En dan was gisteravond op het journaal te zien hoe in Charleston, Amerika, een vluchtende zwarte man acht keer in zijn rug werd geschoten door een witte politieman en stierf. De overtreding: zijn remlicht deed het niet. Vervolgens zagen we de politieman zijn stengun onopvallend naast het lichaam neerleggen, om later te kunnen zeggen dat de zwarte man hem die met geweld had afgenomen. De dader, die Slager heet, ziet eruit als the boy next door. ‘Strange fruits are hanging from the poplar trees’, yet again in the US.

Mercedes is van plan de vuile was naar buiten te brengen. Dat is goed en moedig. Maar om het begrip ‘vuile was’ een beetje te relativeren, het gaat er niet om de vele aardige en intelligente mensen die zich bezighouden met zwart activisme af te breken, maar om een cultuur aan de kaak te stellen die veroorzaakt dat er nauwelijks vooruitgang wordt geboekt. (Hoewel de winst van het Zwarte Piet-debat enorm is, zit er geen beweging in de discussie over de slavernij of die over racisme.)

Ik neem alvast een voorschot… Mijns inziens gaat het om een foute toon, waarin heftige emotie en overdrijving het debat onmogelijk maken. Maar ook om de door Stephan aangekaarte dwang het met elkaar eens te zijn, waardoor er geen intellectuele uitwisseling kan plaatsvinden. Maar misschien is dit wel eigen aan activisme. Ik ben een keer bijna gelyncht tijdens een bijeenkomst in Amsterdam-Zuidoost, waarin het slavernijverleden centraal stond, toen ik voorstelde dat de nakomelingen van de slaven zich solidair verklaarden met de seksslavinnen die toen nog op de Wallen werkten. Een vrouw schoot uit: ‘Mijn voormoeder werd verkracht door witte slavenhouders en dan moet ik nu opkomen voor witte vrouwen? Dat weiger ik!’ Beschamend.

Liefs voor jullie beiden, Annette

Medium 03 dsc2994

Lieve Stephan en Mercedes,

Even tussendoor… Ik las in The New Yorker een boekbespreking van een zekere Kelefa Sanneh. Hij recenseert The Cultural Matrix: Understanding Black Youth, door sociologen Orlando Patterson en Ethan Fosse. Het boek telt zevenhonderd pagina’s en ook de recensent kijkt niet op een woordje meer of minder. Eerst legt hij de lezer twee stromingen voor in het sociologisch onderzoek naar de zwarte onderklasse in de VS. Vervolgens beschrijft hij hoe deze stromingen zijn ontstaan, zich hebben ontwikkeld en zijn doorgedrongen in het debat tussen Afro-Amerikanen. Alleen daarom al is het een aanrader, dit artikel.

De twee stromingen zijn culturalisme en structuralisme. De structuralisten wijten de problemen van groepen Afro-Amerikanen aan de slavernijgeschiedenis, institutioneel racisme en slechte economische omstandigheden. De culturalisten stellen dat deze problematiek wordt veroorzaakt door ‘ _self-perpetuating norms and behaviours’. De schrijver haalt het voorbeeld aan van Michael Brown, de tiener die door de politie werd doodgeschoten, om beide standpunten te verduidelijken. De structuralisten stelden dat Brown het slachtoffer was van racisme: _‘_ African American males will never be safe from those who see their very skin as a sin.’_ De structuralisten wezen naar de video die een kwartier voor zijn dood werd gemaakt, waarop te zien is hoe hij een winkeldiefstal pleegde en een toegesneld personeelslid duwde en bedreigde: ‘ _Michael Brown may have been shot by a cop, _but he was killed by parents and a community that produced such a thug.’ Beide uitspraken komen van zwarten uit de media. (En het lijkt me buiten kijf staan dat je voor stelen, duwen en bedreigen niet de doodstraf verdient.)

Amerikanen – zelfs de hardcore racisten – zullen niet snel de verwensing uiten dat je ‘terug moet naar je eigen land’

Sanneh gaat verder met dat de mainstream politiek meestal culturalistisch denkt. Je kunt in de VS geen verkiezingen winnen zonder de nadruk te leggen op goed gedrag en hard werken. Terwijl de sociologie op universiteiten zich vaak structuralistisch opstelt, want geen genuanceerde intellectueel wil worden beschuldigd van ‘blaming the victim’. De schrijvers van het boek breken een lans voor een meer culturalistische opstelling in dit vakgebied.

Vervolgens passeren verschillende problemen onder arme zwarten de revue, te beginnen met het uiteenvallen van het gezin. Van de Afro-Amerikaanse kinderen die momenteel in Amerika geboren worden, blijkt 71 procent (!) geen aanwezige en betrokken vader te hebben. Dan de uitzichtloze werkloosheid, de sociale uitsluiting, het drugsgebruik, de gangsta-cultuur, wapenbezit en de houding tegenover vrouwen.

Een treffend voorbeeld van het structuralistische kamp is een reactie op de maatschappelijke verontwaardiging over een gang rape en de gevoelloze wijze waarop de daders daar achteraf over spraken. Een vrouwelijke commentator beweerde dat deze daad een erfenis was van racisme en de groteske objectivering van zwarte vrouwen door blanken in de negentiende eeuw. Op een gegeven moment komt ook de zwarte geleerde W.E.B. Du Bois aan bod, die in zijn in 1899 uitgekomen boek The Philadelphia Negro: A Social Study beide stromingen – die toen nog niet bestonden – lijkt te verenigen. Hij was bijzonder kritisch op bepaalde uitwassen in de cultuur van zwarten en had tegelijkertijd oog voor de rol die de geschiedenis en de houding van blanken hebben gespeeld in het ontstaan daarvan. Hij zag dat echter niet als een excuus voor het in stand houden van het gedrag.

Ik ervoer een gevoel van opluchting bij de ontdekking dat in de debatten die in de VS door zwarten worden gevoerd kritiek op het eigen functioneren is toegestaan. Dat die kritiek niet onmiddellijk wordt weggezet als ‘fout’ of leidt tot uitstoting. En dat niet iedereen klakkeloos aanneemt dat alle problemen liggen aan de (witte) ander. Ik voel me na lezing van deze recensie het meest verwant aan de oude Du Bois, omdat hij de mensen serieus neemt, hen op hun verantwoordelijkheid wijst en niet ontkent dat er sprake is van een zware historische bagage en moeilijke omstandigheden.

Lieve groet, Annette

Medium 05 dsc2994

Lieve Mercedes en Annette,

Annette’s brief voerde me ogenblikkelijk terug naar wat ik maar even grandioos als ‘mijn Amerikaanse periode’ aanduid. Aan associaties geen gebrek, ik was weer even terug in Minnesota en Iowa, waar ik voor een langere en kortere periode aan plaatselijke universiteiten verbonden was. Ik werd daar meteen ingeschreven als ‘ _African American’, want dat was goed voor de ingestelde raciale ‘quota’s’ en ook goed voor mij persoonlijk, althans voor mijn ‘zwarte bewustzijn’. Ik vond dat nogal overdonderend voor iemand die in Europa, Nederland is geboren en getogen, en merkte toen hoe die rare regel van _‘_ one drop of negro blood’, stammend uit het Jim Crow-tijdperk, nog steeds doorwerkt. Bij raciale twijfel ben je in Amerika _‘ _African American’, zeker als je geen wortels hebt die verwijzen naar Latijns-Amerika, en je Spaans naatje is. Voordat ik het wist was ik ook lid van een kleine groep _‘_ African American professors’_ waar iedereen, naast een voortdurende strijd tegen het racisme, vooral toch bezig was elkaar de nieren te proeven.

Het was begin jaren negentig, ik was daar met mijn toenmalige blonde Nederlandse vriend verschenen, en ook daar werd ik geacht rekenschap van af te leggen. ‘ _Do you only date whites?’_ Suggesties van zelfhaat niet van de lucht. Dat clubje heb ik snel gelaten voor wat het was – impertinenties, van welke kleur dan ook raken toch altijd doel. Bovendien ergerde het me dat mijn radicalere collega’s het geen probleem vonden om me na twee ontmoetingen al te laten weten _ that I acted too white’_. Vooral dat Britse accent was aanstellerig. Weet nog dat ik kwaad werd, en besloot: laat maar.

Ikzelf heb meer voeling met de ‘culturalistische richting’, al was het maar omdat de structuralistische benadering wel erg de neiging heeft van African Americans simpele ‘speelballen van de geschiedenis’ te maken. Ralph Ellison, de auteur van het beroemde Invisible Man vroeg zich al retorisch af: But can a people (…) live and develop for over 300 years simply by reacting?’ De cultuur van zwart Amerika is niet alleen een reactie geweest op blanke onderdrukking en racisme, maar kent ook een eigen dynamiek. De structuralisten hebben, in hun ijver de ondergeschoven positie van African Americans te benadrukken, diezelfde bevolkingsgroep zowat beroofd van al z’n talenten en eigen vaardigheden.

Wat mij als Nederlander natuurlijk het meest opvalt: de rijkdom van ‘the African American debate’, het voorbeeldige intellectuele gehalte ervan, en de lange geschiedenis waarop het kan bogen. Het heeft Europa natuurlijk lang ontbroken aan een ‘kritische gekleurde massa’: een kleine elite vanuit (toen nog) Nederlands-Indië, Suriname of de Antillen kwam hier studeren, maar Nederland heeft kleur eeuwenlang weten op te bergen in haar koloniën: lekker ver weg, zonder repercussies voor de Nederlandse samenleving. Het is verbluffend je te realiseren dat het pas de laatste vijftig jaar veranderd is – zeker als je die Amerikaanse geschiedenis in ogenschouw neemt, waar zwart, blank en gekleurd van bijna meet af aan dat ene land moesten bewonen.

Nog steeds vind ik die beroemde titel van de Zweed (!) Gunnar Myrdal programmatisch: het probleem van de raciale ongelijkheid vangt hij onder de noemer An American Dilemma – als een nationaal probleem dus, dat niet kan worden afgeschoven op zwarten en gekleurden. Vergelijk de Nederlandse neiging om te spreken van een ‘Marokkaans probleem’ of, in de jaren zeventig en tachtig van een ‘Surinaamse kwestie’. En zie ook waarom veel Nederlanders erin slagen het slavernijverleden af te doen als een zaak die nauwelijks iets met onze nationale geschiedenis te maken zou hebben: het maakt natuurlijk een essentieel verschil dat er in onze contreien geen zwarte slaven rondliepen, en er in Amsterdam of Leiden geen slavenmarkten bestonden, terwijl in zo’n beetje elke Zuidelijke stad of staat in Amerika de sporen en herinneringen aan de tijd voor het oprapen liggen.

Het is een schande dat er geen geld is voor de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing ervan

Ik meen dat culturele verschillen een grote rol kunnen spelen, maar ieder fatsoenlijk debat begint er toch mee te erkennen dat we hier met een Nederlands vraagstuk van doen hebben. Amerikanen – zelfs de hardcore racisten – zullen niet snel de verwensing uiten dat je ‘terug moet naar je eigen land’, omdat de geloofsbrieven van zwarte Amerikanen ongeveer even lang teruggaan als die van de blanke pioniers. Ze waren en zijn nog steeds letterlijk tot elkaar veroordeeld.

Die rijkdom van de zwarte Amerikaanse geschiedenis, waar bijvoorbeeld al langer dan een eeuw zoiets bestaat als een ‘Black Bourgeoisie’, en waar een kleine elite van generaties zwarten al universiteiten doorliep, maakt onze kortstondige immigratiegeschiedenis armetierig en vooral ook zo anders. Ik bedoel dit: soms bespeur ik bij antiracistische actievoerders in Nederland de neiging om alles met kop en kont uit Amerika over te nemen, integraal, alsof de situatie in heden en verleden niet onvergelijkbaar verschillend is. Klein voorbeeld; een Amerikaanse vriendin, African American, komt mij bezoeken, we reizen wat door Nederland en doen ook het station van Haarlem aan, met zijn eerste, tweede en derde klasse wachtkamer. ‘Aha’, zegt ze, ‘dus in die derde moesten vroeger natuurlijk de gekleurde mensen zitten.’ Ik peins even, maar nee: zo was het niet geregeld, wie het kon betalen nam de eerste klas, en als er bij hoge uitzondering eens Indische adel op bezoek was zal die dat zeker ook gedaan hebben. Vriendin schudt het hoofd, ze kan het niet geloven. Maar Nederland kent geen officiële, wettelijke segregatie – wereldoorlog twee niet meegerekend – ook al omdat er nauwelijks zwart of gekleurd te vinden was.

Mij trof tijdens mijn Amerikaanse verblijf de diepe verbittering die de meeste African Americans met zich mee torsen, het wantrouwen ook ten opzichte van de Amerikaanse staat, die de facto lang ondemocratisch is geweest, met massale uitsluiting van zwarte kiezers. Maar ik, geboren in Haarlem, (‘Harlem’, zei ik daar, en dan was ik helemaal een ‘brotha’), met een half-Afrikaanse, half-Nederlandse achtergrond, kan me dat onrecht niet zomaar toe-eigenen, als was het mij of mijn voorouders letterlijk zo overkomen. Bovendien – en daar ben ik heilig van overtuigd – helpt het niet de Amerikaanse ideeën één op één te kopiëren en hier toe te passen. Het staat wel stoer en flink, maar het schuurt en het past niet.

Terug naar Nederland: ik weet, Mercedes, dat jij je zeer actief bezighoudt met plechtigheden rond de slavernijherdenking, je vertelde tussendoor dat je ‘boze brieven’ had gestuurd naar ‘o.a. het Nationale Comité 4/5’ en dat je ontsteld was van wat je ‘allemaal meemaakte’. Ik weet er het fijne niet van, maar ben wel nieuwsgierig naar wat je zo’n comité dan schrijft, en waar je zo verstoord over bent. Ik vrees altijd de in mijn ogen zeer onfrisse concurrentiestrijd tussen het joodse en het slavernijleed. Het lijkt me dat Nederland het aan zijn stand verplicht is stil te staan bij zijn aandeel in het kolonialisme en het slavernijverleden, het liefst nationaal, zoals de Amerikanen bijvoorbeeld de Martin Luther King Jr Day kennen, of de Black History Month. Maar dat wedstrijdje met de Nederlandse joden: ik vind het smakeloos. En nee, het is ook geen goed idee om van de Black Holocaust te spreken of zelfs van de ‘zwarte shoah’.

Misschien, Mercedes, kun je mij uit mijn boze dromen helpen?

Voor allebei, alle hartelijks, Stephan

Medium 04 dsc2994

Lieve Stephan en Mercedes,
In mijn studententijd kreeg ik door Surinaamse en Antilliaanse kennissen ook naar mijn hoofd geslingerd dat ik ‘te wit’ was. Dat was niet omdat ik hun verontwaardiging over racisme, kolonialisme en de slavernij niet deelde, integendeel. Het waren de jaren zeventig en er was een hele waslijst misstanden waartegen ik in opstand kwam, waaronder de woningnood, vrouwenonderdrukking, het kapitalisme en het ouderwetse toneel. Activisten uit die tijd namen elkaar allemaal druk de maat. Maar ik vond dit verwijt zo krankzinnig dat ik een tijdlang mensen uit ‘de West’ heb gemeden. Wat mij kwalijk genomen werd was dat ik, als leerlinge aan de Amsterdamse Toneelschool, vol was van het Werkteater, Baal, Stanislavsky en Peter Brook. Ik was oprecht in mijn afschuw van racisme, maar ik wilde ook vrij zijn mij te ontwikkelen.

Je stelt dat de slavernij zich zo ver buiten het blikveld van het Nederlandse volk heeft afgespeeld dat de hedendaagse Nederlander kan geloven dat het een te verwaarlozen onderdeel is van de vaderlandse geschiedenis. En daar koppig in volhardt. Vervolgens zeg je dat de geschiedenis van African Americans in de VS veel uitgebreider is dan de geschiedenis van gekleurde mensen in Europa. Je bedoelt niet alleen de slavernij zelf, maar ook wat er na de abolition of slavery’ gebeurde. Toen begon er een periode van apartheid, zoals we die kennen uit Zuid-Afrika, waarin de Jim Crow-wetten werden opgesteld en de Ku Klux Klan huishield.

Kijken we naar het koloniale Nederland, dan verdween na de afschaffing van de slavernij maar heel langzaam de mentaliteit die daarbij had gehoord. Uit verschillende delen van Azië werden contractarbeiders aangevoerd, maar die werden op dezelfde slechte manier behandeld als de ‘vrije’ zwarten. Het is ook na de slavernij nog lang pinaren geweest voor mensen met een andere huidskleur, maar de houding van blanken was niet zo angstig, afwijzend en venijnig haatdragend als in de Verenigde Staten. En in het Suriname waarin ik opgroeide, dat van halverwege de jaren vijftig tot eind jaren zestig, waren de relaties vooral gemoedelijk. Op lagere scholen in Paramaribo werd bijvoorbeeld Sinterklaas gevierd, compleet met Zwarte Piet.

Zwarte activisten uit de West moeten niet de fout maken zich te sterk te vereenzelvigen met Afrikaans-Amerikaans activisme. Dat ben ik met je eens. Maar, zoals je zelf zegt, we moeten geen leed met leed vergelijken. Ik denk dat er voldoende reden is om boos te zijn dat het slavernijverleden in Nederland wordt gebagatelliseerd en genegeerd. Het is een schande dat er geen geld is voor de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing. En dat het herdenken en vieren niet wordt gedaan door Surinamers, Antillianen en Nederlanders tezamen.

Anders dan in de Verenigde Staten of op de Caribische eilanden speelde de slavernij in Suriname zich grotendeels op afgelegen en moeilijk bereikbare plekken af. De plantages lagen diep in het oerwoud aan de oevers van de rivieren. Absolute macht corrumpeert absoluut, wordt gezegd. Stel je absolute macht voor zonder noemenswaardige sociale controle. Er zullen heus redelijke en humane slavenhouders zijn geweest, maar ik kan me niet voorstellen dat er geen ernstige misstanden voorkwamen op die plantages. Daar zijn ook tal van voorbeelden van bekend.

Een zwarte in een witte omgeving kan niet naïef en onbewust van zijn kleur blijven; een kaaskop in een witte omgeving kan dat wel

Een volk dat bijna drie eeuwen lang (meer dan tien generaties) gebukt gaat onder slavernij wordt daardoor getekend. De banden tussen een man, een vrouw en hun kinderen werden niet of in maar zeer geringe mate gerespecteerd, waardoor er geen stabiele gezinnen konden bestaan. Slaven moest je altijd kunnen doorverkopen. Hen werd ingepeperd dat ze een inferieure soort waren, die dicht bij de dieren stond. En ze moesten ongelooflijk hard werken. In de tijd die ze voor zichzelf hadden moesten ze hun eigen kostgrondjes bebouwen.

Op de Toneelschool werd mij aan het eind van het eerste jaar, dat ik met glans had gehaald, door een oudere docent tussen neus en lippen door gezegd dat ik lui was. Nu moest je dag en nacht werken om die opleiding überhaupt te kunnen bijbenen en dat deed ik, want ik wilde graag een goede actrice worden. Ik was met stomheid geslagen. Het is heel jammer dat ik toen niet paraat had dat tegen gekleurde mensen zeggen dat ze lui zijn een reflex is uit een periode waarin blanken op een veranda in de Oost of de West rondhingen, zwetend en klagend over het klimaat, en gekleurde mensen hun ruggen braken op de velden.

Liefs van Annette

Medium 06 dsc2994

Lieve Stephan en Annette,
Toen ik gisteren met een afvaardiging van New University of Colour in overleg was, over hun mogelijke bijdrage aan de keti koti dialoog-estafette die ik dit jaar voor de tweede keer organiseer aan de voet van het slavernijmonument, kwamen we er op een werkelijke hilarisch wijze achter dat zij er vanuit gingen dat Stephan – van wie ze een artikel hadden gelezen – niet zwart was maar wit en ook geen homo maar een hetero. Ze vroegen zich hardop af waarom ik met iemand die zulke ‘witte standpunten’ verkondigt überhaupt correspondeerde.

Dit leverde tussen ons meteen een levendig gesprek op over de oorzaak van de achterstand van een deel van de zwarte gemeenschap. ‘Wit’ was meer geneigd de culturalistische oorzaak als de boosdoener te zien – dat wil zeggen dat het vooral aan de houdingen en acties van de groepsleden zelf te wijten zou zijn. ‘Zwarte’ gespreksgenoten daarentegen waren van mening dat de verklaring van de achtergestelde positie van zwart gezocht moest worden in de discriminerende en racistische structuren in de omgeving. Ik ben inmiddels van mening dat de waarheid ergens in het midden ligt.

Maar de structuralistische benadering van de oorzaken van de achterstandspositie van zwarte mensen zou zwaarder moeten tellen dan de culturalistische benadering. Wanneer je lid bent van een minderheid word je sneller geïdentificeerd met een minderheid, met alle stereotyperingen die daaraan vast kleven, waardoor het moeilijker is om je individualiteit te manifesteren. Daarvan heeft de meerderheid geen last, omdat vrijwel iedereen lid is van diezelfde onopvallende groep, zodat je vervolgens je bijzonderheid centraal kunt stellen (als sporter, kunstenaar, biseksueel, et cetera).

Het gevolg is dat het minderheidslidmaatschap inderdaad ook meestal een moeilijk issue is voor een individu: vroeg of laat moet je je daartoe verhouden, moet je keuzes maken en je rug zien recht te houden. Hoeveel zwarten schoppen het überhaupt tot de Toneelschool? Ik ken een aantal zwarte acteurs en allemaal klagen zij over het uitblijven van opdrachten, en als ze al gevraagd worden, dan gaat het vrijwel steeds om rollen die expliciet gecast zijn voor zwarte personages, oftewel om ‘colour casting’. Kortom: een zwarte in een witte omgeving kan niet naïef en onbewust van zijn kleur blijven, zoals een kaaskop in een witte omgeving dat eigenlijk wel kan zijn, vaak zelfs zijn hele leven lang. Dat betekent in elk geval dat een zwart persoon meestal een complexere – en misschien ook rijkere? – identiteit heeft, een complexer identificatieproces, dan iemand uit een meerderheidsgroep.

Zonder in een vergelijking te willen vervallen kan het zinvol zijn om stil te staan bij het feit dat er alom erkend wordt dat de gruwelijkheden van de jodenvervolging ernstige gevolgen hadden voor de psychische toestand van de directe slachtoffers en hun nakomelingen. Samen met het Joods Maatschappelijk Werk is er zo veel bijgedragen aan het verwerken van het trauma van de overlevenden van de holocaust en ook de tweede en inmiddels derde generatie joodse oorlogsslachtoffers hebben hier veel baat bij gehad.

Tot op de dag van vandaag worden er ook nog steeds kinderen grootgebracht met opvoedingspraktijken waarin de slavernij op een complexe manier nagalmt. Het slavernijverleden is te herkennen in de vernedering die kinderen vaak ten deel valt, het negeren van pijnlijke emoties in het gezin, de commanderende wijze van spreken en gewelddadig taalgebruik tegen kinderen (‘ik breek al je botten als je nu niet ophoudt’). Tegelijk vertonen ouders ook vaak een explosief mengsel van boosheid en angst om hun kinderen, dat zijn wortels heeft in de praktijk dat slavenkinderen onverwachts en heimelijk verkocht konden worden. De trauma’s waarmee veel zwarte mensen in een achterstandspositie kampen, uiten zich op een soortgelijke wijze in de vorm van zelfhaat, een paranoïde instelling, problemen met agressieregulatie, stoornis in het hechtingsgedrag en identiteitsproblemen – om er maar een paar te noemen.

Laten we nu eens bekijken wat er tot nu toe door de Nederlandse overheid uit de kast is gehaald om ruimte te bieden aan het – gezamenlijk! – verwerken van de trauma’s die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Bij mijn weten is er nooit grootschalig onderzoek gedaan naar onwenselijke patronen in het gedrag van witte en zwarte burgers als resultaat van het slavernijverleden. Door het gebrek aan de benodigde kennis en expertise bij hulpverleners lopen zwarte cliënten regelmatig vast (en dus ‘lopen ze weg’) in een hulpverleningscircuit dat vooral gericht is op een witte clientele. Categorale hulpverleningsinstellingen voor de Afro-Caribische gemeenschap zijn al jaren geleden, voordat ze goed en wel waren opgericht, wegbezuinigd.

Een ander voorbeeld van de verwaarlozing is te zien in de omgang van de overheid met de jaarlijkse nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij. De schaarse middelen waarmee die herdenking betaald wordt, zijn ondergebracht bij een kunstinstelling (alsof het om cultureel erfgoed gaat!) en staan inmiddels ook op de nominatie om geheel wegbezuinigd te worden. Voor mij is het uitblijven van dit alles een vorm van institutioneel racisme. En nee het is hier niet zo erg als in Zuid-Afrika of de VS, maar is het daarmee minder erg en moeten we dit dan niet benoemen en bestrijden?

Liefs, Mercedes


Stephan Sanders is schrijver, radiomaker (OBA filosofie) en columnist (Vrij Nederland), zijn memoir Iets meer dan een seizoen (2013) werd genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs. Annette de Vries is schrijver en manuscriptbegeleider. Haar romans Scheurbuik (2002) en Drijfhout (2010) verschenen bij uitgeverij Atlas. Mercedes Zandwijken is initiatiefneemster en directeur van Keti Koti Tafels.

Met dank aan andriesse eyck galerie en Marlene Dumas


Beeld: (1) Marlene Dumas, Black Drawings, 1991/1992. 111 tekeningen: inkt op papier, een stuk leisteen. Totaal 230 x 295 cm (Peter Cox/Collectie De Pont Museum, Tilburg)