One Night Stands op niet-stadse locaties

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: de nieuwe One Night Stands.

Medium chimere
Chimère

In de krant van 1 november schreef ik over Limburgia en Jungle, de eerste vijftig-minutenfilms in deze jaargang van One Night Stand, drama van BNN/VARA, NTR en VPRO samen. Ik beweerde dat, met alle respect voor fraaie series als A’dam – E.V.A. en Hollands Hoop, de avontuurlijk aangelegde kijker het meest aan zijn trekken komt bij deze single plays. Minder geslaagde zijn ingecalculeerd risico als je systematisch jonge makers en experimenten een kans wilt geven. Die twee openingsfilms waren meteen heel sterk, maar op deze plek ook aandacht voor de resterende vier. Series vinden hun publiek altijd wel, of niet, maar eenmalige korte films kennen geen fanclub. Ik hoorde althans niemand ooit zeggen: ‘Fijn, vanavond One Night Stand op de tv’.

Opvallend in deze jaargang zijn de niet-stadse locaties. In alle zes bevinden we ons in een dorp, op een boerderij, on the road of in niemandsland: twee keer daarvan in vluchtelingenkampen en twee keer in en rond een totaal afgelegen huis. Het is niet meer dan een tamelijk willekeurig gekozen touwtje om het boeket, maar frappant vond ik het wel. Dat vluchtelingenproblematiek zich in drama weerspiegelt is begrijpelijk, maar niet zonder meer te verwachten. Documentaire daarover maken: ja, natuurlijk. Maar fictie, dat is lastiger. Productioneel (hoe bouw je een kamp, hoe film je volgepakte boten of karavanen mensen die geloofwaardig genoeg zijn?); maar meer nog dramaturgisch (hoe vertel je een verhaal met geloofwaardige personages, dat binnen die zee van uitzichtloosheid verder en dieper gaat dan ‘erg hè?’). Dat lukte indrukwekkend in Jungle van Hettie de Kruijf. Dat ligt veel complexer in Chimère van Kaweh Modiri. Wat mij betreft de meest gewaagde van de hele jaargang van zes, maar niet de meest geslaagde. Gewaagd, omdat realisme en absurdisme, waan, droom en werkelijkheid, hier en daar, nu en toen in een mixer zijn gestopt. De kijker komt daardoor voor de keuze te willen blijven begrijpen of zich over te geven aan een filmisch universum waarin andere wetten gelden, gevoel belangrijker is dan verstand en associaties soms onnavolgbaar zijn.

Als de ratio vastloopt op een film kun je je soms overgeven en het werkstuk als poëzie of muziekstuk ervaren. Dat lukt de maker soms, maar in mijn ogen onvoldoende. Een ABN sprekende jongeman, Milad, met on-Hollands uiterlijk (Grieks, Egyptisch? vraagt een wulpse vrouw die in hem een smakelijk hapje ziet), loopt zoekend door een park vol genietende mensen, wordt gevonden door vriendinnetje Sali en haar kleine zusje Elena. ‘Waar was je nou?’ vraagt Sali. ‘Ik was verdwaald’, zegt hij, wat een sleutelzin blijkt. Verdwaald kennelijk in geest en pijnlijk verleden. Als ze een kermis op gaan is daar een beveiliger als een Kapo die meedogenloos visiteert en een vluchtelingengezin wegjaagt; als ze in een attractie gaan slaat zijn gevoel van vrijheid om in angstige wanen. Hij spreekt zichzelf toe: ‘De wereld is normaal. Dat ben jij ook.’ Op een vrolijke scène in een schiettent volgt een nachtmerrie met achtervolging door gewapende mannen met honden. Hij ontsnapt, de meisjes niet: verwijst deze waan of droom naar een door hem ervaren schuld in eigen vluchtelingverleden? En staat het wulpse stel dat hem verleidt en angst aanjaagt in een mysterieus bospand voor westerse decadentie? Soms is er even vrede, dan belandt hij in een nieuwe hel, een echt vluchtelingenkamp, waarin Balkan-achtige klaagzang de sfeer bepaalt. Ontspanning soms heel even, maar verlossing is er niet. Ik houd me aanbevolen voor uw duiding.

De dag dat mijn huis viel van Thessa Meijer is, hoewel ook verre van realistisch, beduidend toegankelijker omdat we de wetten van het absurdisme die eraan ten grondslag liggen goed, zoniet al te goed, kennen. Hoe idioot en filmisch ook, een wankel houten huis met twee benzinepompen voor de deur in een kale vlakte waar alleen een D-weg langs loopt – je waant je toch in het alternatieve toneelhuis uit de jaren zestig, waar de geest van Pinter, Beckett rondwaart, maar dan wel op wat lager niveau. Het is comedy in en rond een maatschappelijk onaangepast gezin. ‘De ontaarde slapers’ om met Ward Ruyslinck te spreken. Die associatie ook al voor de hand liggend omdat de cast (en wat voor eentje, met onder anderen Frieda Pittoors en Wim Opbrouck) geheel Vlaams is en ik op de achtergrond de Schelde meende te zien liggen. Oude moeder met drie middelbare zonen, van wie er eentje een partner heeft ter bevrediging van zijn lusten, terwijl de anderen het zelf moeten zien te klaren – wat ze half zichtbaar en duidelijk hoorbaar doen – tot grote hilariteit van de anderen. Het interieur ouderwets en gammel als het casco. Maar lol hebben ze wel, al drinkend, vretend, boerend, rukkend en treiterend; en dankzij het gareel van moeder. Tot die het voor gezien verklaart en ‘s nachts met de noorderzon verdwijnt. Dat is jammer. Voor de zoons die even genieten van de vrijheid, maar al gauw in chaos en onmin vervallen. En voor de kijker – niet alleen omdat Pittoors zoals meestal kostelijk is, maar ook omdat het nu definitief bezwijkende huis wel een erg letterlijke metafoor is voor het instortend gezinssysteem. Maar toegegeven, humor is nog meer smaakgebonden dan ernst, dus wellicht beleeft u er plezier aan.

Resten twee diep ernstige producties met aperte kwaliteiten en in zekere zin verwante locaties en thematiek: Malik en Avondland. In Malik van Shady El-Hamus (scenario Oscar van Woensel) kruisen de zeventienjarige Amir en vijftiger Ben elkaars pad. En de degens, want Amir, van Egyptische afkomst maar hier getogen en gezien zijn verblijf in de jeugdgevangenis behoorlijk ontspoord, gijzelt de gedesillusioneerde boer Ben inclusief diens auto. Het is het begin van een roadmovie en een emotionele rollercoaster ineen. De antipoden groeien naar elkaar toe, ze delen, onuitgesproken, een moeizame vader-zoonrelatie (Amir als zoon, Ben als vader), waarin het tragisch einde van de één (Amir) een catharsis voor de ander (Ben) betekent. Eigenlijk heeft Amir zichzelf al opgegeven als hij aan zijn wanhoopstraject begint: geld en genezing vinden voor zijn maatschappelijk geslaagde broer Malik, die wacht op een harttransplantatie – de oogappel van vader die schande brengende Amir verstoten heeft. Het lijkt (en is) sterk geconstrueerd, ongeloofwaardig in zekere zin, maar de film ontleent zijn kracht aan het vele dat niet wordt gezegd en uitgelegd en aan formidabel spel van Bilal Wahib en Sam Louwyck. Zelden een rol gezien waarin het agressieve lower-classgedrag en -taalgebruik van sommige Noord-Afrikaans-Nederlandse jongens zo huiveringwekkend authentiek overkomt. Maar ook zelden zo gezien dat onder de haat tegen de vader verlangen naar zijn goedkeuring en liefde schuilt.

Verlaat boer Ben, met wapen gedwongen, zijn boerderij in verval en belandt hij in de stad, in Avondland van Nico van den Brink is en blijft een kwakkelend boerenbedrijf en de wijde landelijke omtrek de arena. Maas-en-Waal-boerenjongens, die in hun vrije tijd crossen door weiden en over dijken, zijn de ene partij, Marokkaanse jongens uit het dorp de andere. Ja, het is Montague en Capulet, het is West Side Story, maar dan zonder dat de strijd om door beide partijen verboden liefde gaat. Het is hier puur afkeer van De Ander en Het Andere, met hun rare taal, gebruiken en gedrag. Het is domeinafbakening, Wittenburg tegen Kattenburg, maar dan met grotere culturele verschillen.

Het zijn hier de vaders die aan het eind de zonen tot wapenstilstand dwingen, wat de zonen als vernedering ervaren. Hoe dat verder zal gaan is even ongewis als hoe het in de samenleving zal gaan. Maar de kracht van de film is dat die geen zwart-wit-tekening blijft: rottigheid en aardigheid aan beide kanten. De kracht is ook dat die een geweldig groepsportret van boerenjongens biedt (verwant aan de documentaire Brommers kiek’n van Geertjan Lassche). En dat met weinig woorden (want die gebruiken zeker jongens spaarzaam) en subtiel beeld een liefdesrelatie van jonge mensen wordt geschetst, waarin de verlangens van het meisje moeizaam sporen met die van de jongen (‘doe es romantisch’). Ze worden geweldig gespeeld door Bas Vuister en Joy Verberk.


One Night Stand 2017, BNN/VARA, NTR, VPRO, vrijdags, NPO 3, 21.20 uur.
Limburgia, Jungle en Malik te zien via https://www.npo.nl/nieuwe-film/10-11-2017/VPWON1261401
Thessa Meijer (regie); Thessa Meijer en Don Duyns (scenario), De dag dat mijn huis viel, 24 november.
Nico van den Brink (regie), Nico van den Brink en Victor van der Valk (scenario), Avondland, 15 december.
Kaweh Modiri (regie en scenario), Chimère, 22 december.