Onegin als stalker

De dag na de oprichting van de SAS bezocht ik een voorstelling van de opera Jevgeni Onegin.
SAS staat voor Stichting Anti Stalking en is een belangenorganisatie van (veelal) vrouwen die op excessieve wijze worden lastiggevallen. Via opdringerigheden, telefoontjes en alle mogelijke vormen van geestelijke terreur. De stalker bestelt een grafkrans voor haar, zet haar adres in een pornoblad en surveilleert dagen bij haar woning. Het zijn, zegt de wetenschap, ‘onvolgroeide, kleverige, plakkerige mensen die geestelijk onvoldoende uitgerijpt zijn’.

Jevgeni Onegin is niet alleen de beroemde ‘roman in verzen’ van Alexander Poesjkin, het is bovendien de titel van de op deze roman gebaseerde opera, gecomponeerd door Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Het boek is beter dan het libretto, maar dank zij de voortreffelijkheid van het boek is het libretto niet zo slecht als in opera’s gebruikelijk.
Tatjana is verliefd op Onegin, de bezoemvriend van Lenski. Met bevend hart schrijft zij hem een brief met confessies. Zij treffen elkaar in de tuin. Onegin is uitzonderlijk koel. Tatjana zal nooit meer dan een zuster voor hem kunnen zijn, zegt hij. Om het arme kind uiteindelijk terecht te wiijzen: 'Je moet leren je gevoelens onder controle te houden. Anders kom je in moeilijkheden. Want niet iedereen heeft zoveel begrip als ik.’
Onegin krijgt bonje met Lenski, de mannen duelleren, Lenski sterft en Onegin trekt de wijde wereld in. Totdat hij, jaren later, Tatjana weerziet. Zij is inmiddels de echtgenote van prins Gremin - en Onegin realiseert zich dat hij toentertijd iemand heeft afgewezen die inmiddels verreweg de mooiste vrouw van St. Petersburg is geworden. De kilte en gevoelsarmheid die tot dusverre zijn karakter domineerden, slaan om in het radicale tegendeel. Op zijn beurt schrijft nu Onegin een geëxalteerde liefdesbrief. In het aansluitend onderhoud bezweert hij Tatjana in alle toonaarden haar man te verlaten en voor hèm, Onegin, te kiezen.
'Nee, je kunt me niet afwijzen!’ roept hij in opperste extase. 'Je moet voor mij alles in de steek laten. Jaag me niet weg, ik smeek je, je bent voor eeuwig voor mij. Elke uur van de dag wil ik je zien, elk van je voetstappen wil ik drukken, van elke glimlach jouwerzijds wil ik getuige zijn!’ Maar nu is het Tatjana’s beurt. Zijn gepreek van vroeger, zegt zij, was haar liever dan al dit vertoon aan passsie. Daar stelt zij helemaal geen prijs op. Ze wil met rust worden gelaten: 'Je hindert mij in m'n bestaan en je kwetst mij met je brievenstroom.’
Jevgeni Onegin als stalker avant la lettre. Hij ontving een daverend applaus, die avond in het Muziektheater, maar naar de letter van de wet had hij eigenlijk een straatverbod moeten krijgen.