Hoe wordt de Italiaans edemocratie bedreigd?

Onfatsoenlijk rechts

Volgende week kiezen de Italianen een nieuw parlement. Silvio Berlusconi, heerser over het Italiaanse televisierijk en verdacht van contacten met de maffia, komt waarschijnlijk weer in het zadel. Hoe wordt de Italiaanse democratie bedreigd?

Alle Italiaanse «capofamiglia» (kostwinners) hebben afgelopen week een fraai drukwerkje gekregen verluchtigd met talloze foto’s. Una storia italiana, het levensverhaal van Silvio Berlusconi. Een familiealbum, met foto’s van papa (dood) en mama (altijd onversaagd aan zijn zijde) Berlusconi, nieuwe echtgenote (actrice, beetje wulps — de grote liefde) en oude echtgenote (echtpaar is «met veel respect» uit elkaar gegaan). Verder een rij schatjes van kinderen (de oudste inmiddels opgenomen in het familie bedrijf) en alle grootheden van de aarde die hem de hand drukten (Clinton afstandelijk, Thatcher op haar gemak). De introductie: «In deze jaren is een ander Italië ontstaan, nederig en vasthoudend, trots en eerlijk, niet-extremistisch maar sterk in het verdedigen van de waarden van vrijheid, een Italië zonder verleden om zich voor te schamen en vooral een Italië dat niet bang is om te hopen en te geloven. Dat Italië zijn wij, wij van Forza Italia.»
Op 13 mei kiest Italië een nieuw parlement. Silvio Berlusconi, heerser over het Italiaanse televisierijk en verdacht van contacten met de maffia, is weer helemaal terug. En waarschijnlijk komt hij weer in het zadel, al zegt een kwart van de kiezers nog steeds geen keuze te hebben gemaakt en valt nog te bezien hoe Italië gaat reageren op de toenemende kritiek uit het buitenland.

Met een beetje geluk had Italië de afgelopen twintig jaar een doorsnee westerse democratie kunnen worden. Beetje saai misschien, maar veel Italianen snakken ernaar. Welvarend, rustig, ontdaan van de scherpe kantjes van het verleden. Begin jaren tachtig leek het zo ver te zijn, toen de loodzware jaren van het terrorisme achter de rug waren en de jonge veelbelovende socialist Craxi zijn intrede in de regering deed. Tien jaar later zou blijken dat de socialisten de boel in die tien jaar minstens zo bedonderd en bedrogen hadden als de christen-democraten in de veertig jaar daarvoor.

Operatie Schone Handen en de val van de Berlijnse Muur leken begin jaren negentig een nieuw tijdperk in te luiden. Italië ontdeed zich van corruptie, de communistische partij — de grootste van West-Europa — werd een over bodig, ouderwets verschijnsel en daarmee lag de weg open voor vernieuwing. In de vernieu wingsdrang werd meteen het hele kiesstelsel op zijn kop gezet: Italië moest een Amerikaans systeem krijgen, twee stevige blokken tegenover elkaar. Duidelijkheid.

Op dat punt begon het vernieuwingsfront al direct te scheuren, want geen van de talloze kleine partijen wenste de eigen identiteit zomaar op te geven. Het resultaat was een ingewikkeld coalitiesysteem: een centrumrechts en een centrumlinks blok waarin de vele grotere en kleinere partijtjes elkaar herhaaldelijk het leven zuur maken. Maar de grootste verrassing was begin 1994 de oprichting van Forza Italia, de partij die in een paar weken tijd uit de grond werd gestampt door mediamagnaat, multimiljonair en voetbalkoning Silvio Berlusconi.

Zeven maanden lang was hij premier van een regering gevormd door zijn eigen aanhang, door de Lega Nord (vóór afscheiding van het Noorden) en de ex-fascisten onder leider Fini. Na zeven maanden vielen ze scheldend en elkaar tot in de eeuwigheid vervloekend uiteen en werd het regeren overgenomen door het centrumlinkse blok. Dat heeft — tot ieders verbijstering en ondanks vele wisselingen in de top — meer dan vijf jaar lang standgehouden. Het heeft Italië Europa binnengesleept, de economie gesaneerd en enige vooruitgang geboekt in de strijd tegen de bureaucratie. Waar het niet in slaagt is om deze bescheiden vooruitgang op de weg naar een moderne democratie aan het Italiaanse volk te verkopen. En de centrumlinkse coalitie heeft het ook niet aangedurfd om nieuwe regels op te stellen om Berlusconi’s zakenimperium (waaronder de drie belangrijkste commerciële tv-zenders, de grootste uitgeverij en enkele kranten) aan banden te leggen. Dat zou ook politieke zelfmoord zijn. Berlusconi is een meester in het bespelen van de publieke opinie en elke zet in zijn richting wordt met veel bombarie gepresenteerd als de ultieme aanval van «communisten» op de vrijheid van meningsuiting.

Ook uit het buitenland klonk de laatste tijd felle kritiek, aangevoerd door The Economist, twee weken geleden. In een vernietigend artikel wordt gesteld dat Berlusconi volledig ongeschikt is om welk land dan ook te leiden. Er wordt gedetailleerd opgesomd bij welke duistere zaken hij allemaal betrokken is en welke rechtszaken tegen hem lopen, van belastingontduiking en witwassen van zwart geld tot betrokkenheid bij moord en banden met de maffia. De beschuldigingen werden overgenomen en aangevuld door bladen als Le Monde, El Pais, The Financial Times. De Spaanse onderzoeksrechter Garzón heeft gevraagd om opheffing van de parlementaire onschendbaarheid (Berlusconi is europarlementariër) in verband met affaires rond Telecinco, de Spaanse commerciële zender van het Berlusconi-concern. Die aanvraag lijkt heen en weer te worden geschoven tussen de Spaanse ministeries van Justitie en van Buitenlandse Zaken.

Berlusconi heeft gedreigd met een aanklacht tegen The Economist. Het is de tactiek die hij steeds volgt: elke kritiek wordt beantwoord met bedreigingen met processen en het zwartmaken van de criticus. De beschuldigingen in The Economist zijn in Italië uit en te na bekend, de processen tegen Berlusconi lopen al jaren en zullen nog vele jaren lopen — zoals de berg processen tegen bekende politici als Andreotti, die binnenkort weer terechtstaat voor een zaak van 22 jaar geleden. De gemiddelde Italiaan heeft het allang opgegeven om het allemaal bij te houden. Bovendien wordt hij dagelijks gebombardeerd door het tegenoffensief van de Berlusconi- zenders. Het vaste patroon: Berlusconi als onschuldig slachtoffer van een haatcampagne, opgezet door de communisten (want zo blijven de DS — democraten van links — op die zenders heten) die niets van het verleden hebben geleerd en nog steeds niet in staat zijn een democratische verkiezingscampagne te voeren. Coalitiegenoot Umberto Bossi liet in alle ernst weten ervan overtuigd te zijn dat het artikel in The Economist «op bestelling van de communisten» was geschreven. Of zoals Berlusconi het een paar jaar geleden zelf zei: «In 64 processen is nog niet één bewijs tegen mij geleverd. Als ik veroordeeld zou worden, zou dat een politieke beslissing zijn van een politieke rechtbank na een politiek proces op basis van politieke keuzes. Dat zou niet alleen onrechtvaardig zijn jegens mij, het zou tevens het bewijs zijn van de overgang van democratie naar dictatuur.»

Rechters en officieren van justitie — Berlusconi heeft er geen goed woord voor over. Dat is niet altijd zo geweest. Hij heeft tevergeefs geprobeerd de indertijd populaire Di Pietro, aanvoerder van het team van de operatie Schone Handen voor zijn karretje te spannen. Sinds die tijd moet de rechterlijke macht het ontgelden. Berlusconi heeft aangekondigd dat hij als hij aan de macht komt een voorstel zal doen om het parlement elk jaar te laten beslissen welke juridische zaken de prioriteit krijgen — het einde dus van de trias politica, de scheiding der machten. En een unieke gelegenheid om in elk geval alle processen tegen Berlusconi en aanhang op te schorten.

Vele honderden Italiaanse intellectuelen hebben een manifest ondertekend waarin met name op dit voorstel de nadruk ligt. Ze roepen de weifelende kiezer op om alsjeblieft te gaan stemmen tegen dit antidemocratische voorstel. «Links of rechts, daar gaat het allang niet meer om: hier staat de democratie op het spel.»

Turijn — de stad waar de communistische partij van Italië is opgericht. De stad van Fiat, het arbeidersbolwerk. In de bar van een benzinepomp staat een rij wijnflessen met etiketten van Mussolini. Mussolini die de fascistengroet brengt, Mussolini omringd door de mannen van zijn regime. Op het etiket staat: «Mussolini en zijn mannen, zij hebben geen verraad gepleegd». Als ze wordt gevraagd naar de flessen, haalt de caissière wat ongemakkelijk haar schouders op: «De mensen vragen erom.»

Nog maar een paar jaar geleden was dit ondenkbaar. Het centrumlinkse blok lijkt doodsbenauwd om uitingen van extreem-rechts aan te pakken. Uit naam van de verdediging van de vrijheid van meningsuiting (het punt waarop ze door Berlusconi voortdurend worden geattaqueerd, met groteske verwijzingen naar het wereldwijde communistische verleden) lijkt nu alles te mogen. Lega-leider Bossi toont zich openlijk een vriend van Jörg Haider. En met zijn drieën hebben de leiders van het centrumrechtse blok besloten om in de districten waar het er echt op aankomt toch maar de doorslaggevende stemmen te vragen van de oude fascisten — die zichzelf nog steeds gewoon fascisten noemen.

Hoe ernstig is de bedreiging voor de Itali aanse democratie als dit centrumrechtse blok (waarin het centrum wordt vertegenwoordigd door een piepklein, zich christen-democratisch noemend partijtje) na 13 mei aan de macht komt? Paul Ginsborg, de Britse hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Florence en een van de beste historici in het hedendaagse Italië, ziet het zo: «Formeel kun je zeggen dat er niets aan de hand is. Ik zeg nadrukkelijk formeel. Het parlement zal niet worden afgeschaft, verkiezingen blijven, de vrijheid van meningsuiting zal in grote lijnen blijven bestaan. Ik vind vergelijkingen met de opkomst van het fascisme dan ook niet aan de orde, dat was van een heel ander slag. Er zijn twee heel grote maren. In de eerste plaats de bekende belangenverstrengeling: als Berlusconi aan de macht komt beheerst hij direct of indirect de zes grootste tv-zenders van Italië. Wat het gevaar daarvan is, kunt u zelf begrijpen.

Het grootste gevaar zie ik daarnaast in zijn coalitiepartners, de Nationale Alliantie van ex-fascist Fini en de Lega Nord van Bossi. De Lega is openlijk racistisch. Ze hebben gedemon streerd tegen de bouw van moskeeën, en wat me het meest heeft getroffen, waren grote posters waarop de Lega als stofzuiger werd voorgesteld die illegale immigranten opzuigt. Je hebt fatsoenlijk rechts en onfatsoenlijk rechts. Als je mensen niet meer als mensen voorstelt maar als vuil dat opgezogen moet worden, dan overschrijd je een grens. Deze coalitie behoort tot onfatsoenlijk rechts.»

Van Paul Ginsborg komt in het najaar Italy and its Discontents 1980-2001 uit (Penguin).