Ongecompliceerd plezier

Twee jongens filmen hun eerste muziekervaringen en zetten de video op YouTube. Kun je daar ongecompliceerd van genieten?

Je zakgeld opsparen om er één single of lp van te kopen en die dan grijs te draaien of eindeloos wachten naast de radio met je vinger op de opnameknop, hopend op dat ene nummer. Ik kon me bij zulke schaarste nooit echt iets voorstellen, maar ik dacht er weleens aan terwijl ik uit de muziekbibliotheek waar mijn moeder werkte geleende cd’s ripte. Of wanneer ik een halve dag zat te wachten terwijl Napster met 1,7 kB per seconde een felbegeerd mp3’tje naar binnen hengelde.

Op de verzamelcd’s die ik maakte stond alles door elkaar. Voor het eerst ontdekte hitjes uit de jaren zestig naast East Coast-hiphop en sentimentele chansons. Rockgeschiedenis naast techno en af en toe een gênant nummer dat ik te vaak in een campingdiscotheek had gehoord om er niet een beetje van te zijn gaan houden. Wat begon met de prozaïsch getitelde cd’s 1 en 2 stierf een paar jaar later een stille dood met het amper gedraaide verzamelalbum cd 62 en de aanschaf van een iPod.

Mijn moeder gruwde altijd een beetje van die versnipperde beleving. Dat uitsluitend luisteren naar uit de zorgvuldig gecomponeerde context van een album gehaalde nummers zinde haar niet.

Ik herinner me een volstrekt irrationele vrees die me weleens overviel: de angst dat het opeens op zou zijn. De gedachte dat het culturele archief dat ik langzaam probeerde te ontsluiten, genre voor genre, artiest voor artiest, nummer voor nummer, ook kleiner zou kunnen zijn dan ze leek te beloven. Ik was dat gevoel vergeten tot ik vorige week keek naar twee jongens die zichzelf hadden gefilmd terwijl ze voor het eerst in hun leven naar Phil Collins’ ‘In The Air Tonight’ luisterden. Op het moment dat het filmpje viral ging, vrat ik me als Rupsje Nooitgenoeg door het YouTube-kanaal waarop Tim en Fred Williams, een tweeling uit Gary, Indiana, en geboren rond het moment dat ik mijn eerste cd’s brandde, al een jaar lang soortgelijke video’s plaatsten.

Soms is Tim alleen, maar vaker zijn ze met zijn tweeën. Zij aan zij in een kleine slaapkamer. De muur achter hen wordt gevuld door houten panelen en posters van rapper Tupac en bokser Deontay Wilder.

Tim opent elke opname met dezelfde woorden: ‘Whassup YouTube, back with another video, back with another banger, back with another reaction!’ Bij de eerste tonen neemt een allesoverheersende frons bezit van zijn gezicht. Alsof hij iets zuurs eet maar zich concentreert op de nog nooit eerder ervaren smaak die daarachter vandaan opdoemt. Fred is de stoïcijn van de twee, maar zijn concentratie is even duidelijk van zijn gezicht te lezen.

Dat na een jaar ploeteren in de marge hun reactie op Phil Collins’ hit de wereld overging had er natuurlijk alles mee te maken dat het alwetende publiek minutenlang voorpret kon beleven in aanloop naar de drumsolo die niemand die het nummer kent ooit zal vergeten, en die niemand die het nummer niet kent ooit zal zien aankomen.

Worden ze omarmd omdat ze als een blok vallen voor Dolly Parton?

Het is hun ontwapenende nieuwsgierigheid en hun totale gebrek aan ironie die de twee onweerstaanbaar maken. Het open vizier waarmee ze het onbekende tegemoet treden is jaloersmakend. Ze luisteren naar wat wordt aangeraden door hun volgers en zijn vrijwel altijd enthousiast over dat wat ze zojuist hebben ontdekt. Soms zetten ze een nummer even stil om een vluchtige gedachte te delen. ‘I’ve never heard of these Fugees.’

Wanneer iets wat ongecompliceerd plezier brengt en door de grote muur van geldhongerige clickbait, woede en verontwaardiging breekt, licht het internet heel even op. Zoals de zee door bioluminescente organismen kan schitteren in het duister.

Nou ja, ongecompliceerd plezier? Ik kan de zaak wat compliceren door iets te benoemen wat ik tot nu toe verzweeg. Fred en Tim zijn zwart en de muziekgeschiedenis die ze ontdekken is dat voor een aanzienlijk deel niet.

Ja, ze luisteren voor het eerst naar OutKast en Whitney Houston, naar Nina Simone en Al Green. Maar je kunt je moeilijk aan de indruk onttrekken dat ze worden omarmd omdat ze als een blok vallen voor Dolly Parton. Omdat het contrast zo groot is tussen hun voorkomen en de bewondering voor Luciano Pavarotti’s uitvoering van ‘Nessun dorma’ die van hun gezicht te lezen valt.

Al tijdens het eerste filmpje zuchtte ik geërgerd bij de gedachte aan de wokeness die ook dit onschuldige internetfenomeen onvermijdelijk in iemand zou doen ontwaken – je zult zien dat iemand, ongetwijfeld weer een witte man, hier heel ingewikkeld en kritisch en parmantig zelfbewust op moet gaan reflecteren, mompelde ik – om daarna pas te beseffen dat ik het was in wie zulke gedachten zich roerden.

Want is het hoopgevend of wrang om te zien hoe de jongens worden geprezen door een publiek dat hen in een andere context ongetwijfeld als bedreigend zou hebben ervaren? Allebei? Hoe jong ze ook zijn, het zou zomaar alweer tien jaar geleden kunnen zijn dat hun moeder het tijd vond om ze te waarschuwen voor de politie.

De broers doen beseffen dat, voor wie bereid is van zijn eigen pad af te wijken, het culturele archief wel degelijk onuitputtelijk is. Terwijl ze ons ook herinneren aan hoe ooit alle ervaringen nieuw leken te zijn. Het was niet dat ik die voor de hand liggende interpretatie en mijn eigen kijkplezier wantrouwde. Dat klinkt te negatief. Maar hoe erg was het, vroeg ik me af, dat mijn plezier zich een beetje liet compliceren door al die context waaruit de wereld bestaat?


De reactie van Tim en Fred Williams is hier te zien.