Ongedierte

Tussen de pest en de cholera is het moeilijk kiezen. Maar tussen twee vlooien die de vacht van mijn hond parasiteren kies ik wel voor mijn hond. Hij is veel belangrijker. Hij blaft heel mooi en kwispelt vrolijk met zijn staart. Als ik iets eetbaars per ongeluk op de grond laat vallen likt hij onmiddellijk de vloer schoon. Verder is hij waaks. Hij houdt iedere boef die mijn portefeuille wil stelen op afstand. Hij slaapt vlak bij de voordeur en met zijn geblaf ontmoedigt hij alle potentiële indringers.

Het ging heel goed totdat die twee vlooien op zijn rug hyperactief begonnen te worden. Die twee stukjes ongedierte kunnen het niet goed met elkaar vinden. Ze drinken de hele dag elkaars bloed, dat ze eerder van mijn hond hebben afgetapt. Hij werd er gek van, krabde zich de hele dag open en vloog tegen de muren. Nu is hij volstrekt in de war en ziek. Twee minuscule luizen hebben die grote spierbundel geneutraliseerd. Hij ligt lam in een hoekje van de kamer weg te kwijnen. Nutteloos en gedeprimeerd. Sindsdien concentreren alle boeven uit de buurt zich iedere nacht op het slot van mijn deur. De achttien andere honden uit de straat lachen mijn eigen beest voortdurend uit: ‘Ha! Ha! Geveld door twee vlooien terwijl er zoveel werk aan de winkel is!’ Ik ben natuurlijk verbijsterd, maar weiger aan het spel van de vlooien mee te doen en voor één van hen te kiezen. Ik wil die dingetjes geen enkele vorm van importantie toekennen. Het zijn maar vlooien, denk ik dan. Want waarom zou ik plots zware studies, diepgaande analysen, politieke beschouwingen over die twee insecten moeten schrijven? Waarom zou ik me in hun beweegredenen en psyche moeten verdiepen? Waarom zou ik de aard van hun conflict, dat op een nacht mijn hond heeft gevloerd, moeten ontleden? Als je je te lang en te dicht over de huid van je hond gebogen houdt, met een vergrootglas in de hand, dan zie je niet meer hoe de echte wereld om jou heen eruitziet. Die twee vlooien verdienen het niet. Het zijn gewoon twee rotvlooien. Ze hebben hun eigen belang laten prevaleren boven het algemene. De eerste vlo denkt al jaren alleen aan zichzelf. Ze is gefrustreerd, jaloers, eigenwijs, rancuneus en kijkt altijd recht in het vergrootglas. Wanneer ze zich verplaatst doet ze dat traag met een plechtstatige tred. Een komediant dus. Als vlo is ze eigenlijk mislukt en wordt in eigen kring als paria behandeld. Door haar soortgenoten werd ze naar de staart van mijn hond verbannen. Een kardinale fout. De staart lijkt op het eerste gezicht een lome en nutteloze component van een dierelichaam dat in sommige gevallen beter geamputeerd kan worden. Maar vanaf de staart kun je toch heel wat ravage aanrichten. In de staart leven alleen maar oudere, sukkelende en uitgerangeerde insecten. Toen de gefrustreerde vlo tussen dat dommelende volkje belandde, was het niet bijster moeilijk om de eerste viool te gaan spelen. Ze droomde maar van één ding: de staart te verlaten om zoals vroeger op de kop van mijn hond te gaan zitten. De tweede vlo is jonger. Ze stamt uit het jaar waarin Bea en Claus in het huwelijk traden, LSD-goeroe Tim Leary werd gearresteerd, Engeland werd wereldkampioen voetbal. En dat is juist het probleem. Die fetisjistische vlo is in haar geboortejaar blijven steken. Ze heeft niet ingezien dat alles verandert en evolueert. De honden, de kwaliteit van hun bloed, de glans van hun vacht. Ze heeft van haar geboortejaar een mythe voor zichzelf gemaakt en ingewikkelde theorieën uitgevonden om de vlooienwereld zogenaamd te verbeteren. Maar geen soortgenoot die hieraan ooit gehoor heeft gegeven. Desondanks is de fetisjistische vlo aan al haar hersenschimmen blijven vasthouden. Als een verwende kindervlo. Om één van die verouderde ideetjes eindelijk te kunnen uitvoeren zou ze zelfs bereid zijn te vechten totdat van mijn hond niets meer dan een karkas overblijft. Ik ben de chantage en egotripperij van die twee vlooien meer dan beu. En als ze er toch op staan dat ik straks moet gaan kiezen, dan is mijn keus nu al bepaald: ik opteer voor de vlooienshampoo.