Ongehoord Nederland wil de héle talkshowtafel

Ik stel me voor dat over een paar jaar een groepje gelijkgestemde mensen bij elkaar komt. Zo gelijkgestemd hoeven ze trouwens niet te zijn; er kunnen feministen tussen zitten, conservatieven – Jordan Peterson-aanhangers, waarom niet? – meer links stemmende mensen, meer rechts stemmende, ze werken op universiteiten, op uitgeverijen, bij hippe kleermakers, er zitten rechters tussen, leraren, ambtenaren, ondernemers, artsen en verpleegkundigen.

Wat ze gemeen hebben is het gevoel dat ze niet gehoord worden. Misschien noemen ze zich ook zo: ‘Ongehoord Nederland’. Ze hebben namelijk hoogoplopende meningen over Radna Fabias (overschat of niet?), over Lucebert (mág hij nog?), ze willen weten of Julian Barnes’ nieuwe boek over de belle époque niet eigenlijk stiekem over de Brexit gaat. Maar deze mensen herkennen zich niet in het media-aanbod. Ze willen dichters, ze willen denkers, maar als ze er al eentje op tv zien, zit die daar om het over iets anders te hebben. Over zijn kekke pak en zijn liefde voor Elvis. Maar nooit over ideeën of literatuur. Deze mensen pikken het niet langer niet-erkend te worden door de npo. Ze beginnen hun eigen omroep!

Op een gesprek zit de aspirant-omroep blijkbaar niet te wachten

Ze zullen wel moeten. Het culturele landschap op tv erodeert. Al eerder dit jaar werd bekendgemaakt dat de npo stopt met VPRO Boeken. In een opiniestuk in de NRC van afgelopen weekend wees voormalig presentator Jeroen van Kan erop dat hiermee het laatste programma op de publieke omroep verdwijnt waarin schrijvers nog over hun boeken worden geïnterviewd. Natuurlijk vallen de kijkcijfers – 150.000 mensen – in het niet bij voetbal of het Songfestival, maar goed: 150.000 stemmen zijn nog altijd goed voor ongeveer twee Kamerzetels, en precies het aantal leden dat een B-omroep nodig heeft.

Deze week lanceerden oud-vvd-Kamerlid Ybeltje Berckmoes en journalisten Arnold Karskens en Joost Niemöller het echte initiatief Ongehoord Nederland. Ondanks het bestaan van De Telegraaf, AD, GeenStijl, Elsevier, Robert Jensen, PowNed en wnl vinden ze dat ze zichzelf niet herkennen op tv. Ze willen berichtgeving die pro-Zwarte Piet is en anti-klimaatbeleid, anti-migratie, en anti-Peter R. de Vries. Dat laatste is geen grap; ze hebben bezworen een Peter R. de Vries-loze omroep te worden. (Iedereen weet dat dit nooit ofte nimmer vol te houden is.) Geert Wilders en Thierry Baudet hebben al aangegeven het initiatief te steunen, net als AD-tv-critica Angela de Jong: ‘De Amsterdamse talkshowtafels zijn nog steeds lang niet altijd een afspiegeling van hoe er in de rest van het land over een bepaald onderwerp wordt gedacht.’

Idealiter is de publieke omroep, net als de maatschappij, een plek waar je elkaar tegenkomt. Waar je dingen ziet die jouw interesses aanspreken en accepteert dat andere programma’s andere interesses aanspreken. Dus is het moeilijk te verdragen dat de laatst overgebleven culturele programma’s – zoals VPRO Boeken – sneuvelen, terwijl sport, Songfestival en BN’ers-die-grappige-dingen-doen welig tieren. Er hoort ruimte voor allemaal te zijn.

Maar het sleutelwoord is ‘interesse’, niet identiteit. Kunst is geen identiteit, zoals sport of Songfestival ook geen identiteit is (of nou ja, een beetje). Want wie voelt zichzelf weerspiegeld als hij bijvoorbeeld Pauw kijkt? Jeroen Pauw zelf (waarschijnlijk). De overige kijkers zullen zich misschien vertegenwoordigd voelen door een van de gasten aan tafel, maar zelden door allemaal. Dat is immers het idee van een talkshow: het gesprek. Op een gesprek zit Ongehoord Nederland blijkbaar niet te wachten: de oprichters gaven al een lijst met wat de standpunten zullen zijn, ze willen, kortom, niet een plek aan tafel maar de héle tafel, waar de stemmen niet gemengd zijn, er geen tegenspraak is, waar je alleen vóór Zwarte Piet kunt zijn, en tégen Peter R. de Vries.