Ongekend leven

In 2010, toen Christopher Hitchens nog bij leven was, verscheen in The Guardian een hilarisch portret van de polemicus waarin zijn draai van trotskist naar oorlogshitser (hij was voor de inval in Irak) met wat psychologie van de koude grond werd geduid: ‘Now here was their (linkse spijtoptanten als Hitchens) chance, before it was too late, to prove their manhood.’

Medium 31951

Oorlog als test van masculiniteit, het geldt niet alleen voor Hitchens, maar ook voor het titelpersonage uit Jan Siebelinks 125 pagina’s tellende novelle Oscar.
Het is eind jaren dertig, relatief vreedzame jaren in Nederland die moed en uithoudingsvermogen van jonge mannen onbeproefd laten. Oscar van Kervel is een verpieterende docent op een Haags gymnasium. Vastgeketend in een verloving die hij niet durft te verbreken, onopgemerkt door collega’s in het docentenkorps en door leerlingen. Met een mengeling van wrevel, maar ook bewondering kijkt hij op tegen Id, zijn generatiegenoot, collega, en karakterologische tegendeel, die zich met jaloersmakend gemak handhaaft en opwerkt in het burgerlijk bestaan. Als beide jongemannen een vriendschapsband met elkaar aanknopen, drukt hun karakter zich uit in de ongelijkwaardige verhouding die de vriendschap tekent: Oscar is de bewonderaar, Id de bewonderde. Siebelink compliceert deze mannenvriendschap nog verder door een derde partij toe te voegen: Esmee, een jonge lerares Engels, die eerst valt voor Oscar, maar die door zijn gebrek aan moed om zijn uitgebluste verloving te verbreken in de armen van Id wordt gedreven.
Dit is het vooroorlogse drama dat Siebelink in fragmenten beschrijft, het vormt de bodem voor de vertelling waarmee de novelle opent en die zich vlak na de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Oscar en Esmee maken een reis naar Duinkerken, Noord-Frankrijk, om de plek te bezoeken waar Id als soldaat is omgekomen. Tijdens de reis wordt teruggeblikt op de driehoeksverhouding in Den Haag, maar ook op het moment dat Oscar en Id dienst nemen in het leger en een konvooi begeleiden dat miljoenen guldens via Duinkerken naar het Engelse vasteland moet overvaren. Er verschuift iets fundamenteels in de relatie tussen beide jongemannen in oorlogstijd. Oscar is de man die onbevreesd blijft onder het wapengekletter, die zelfs opleeft en poëzie proeft in het feit dat de dood zo nabij is. ‘Hij had toen tegen zichzelf gezegd: ik begin van de oorlog te houden. Sinds de mobilisatie ben ik een ongekend leven binnen gegaan.’ Id verliest onder deze omstandigheden zijn natuurlijk gezag, hij krimpt ineen tot een schrikachtige man die lijfsbehoud liever is dan strijd. De verhoudingen kantelen, niet alleen in karakter, maar ook in maatschappelijke status; Oscar passeert zijn vriend Id in militaire rang en voert het bevel over hem. Het is een omwenteling die oude wonden openrijt, zoals de driehoeksverhouding tussen Oscar, Esmee en Id. Wie is haar liefde meer waard, en wie pleegt verraad aan wie door haar lief te hebben? Het is een klein, persoonlijk conflict dat zich afspeelt tegen de achtergrond van een groot oorlogsconflict, micro tegen macro, maar beide met gevolgen die Siebelink even indringend weet te beschrijven.
De plot van het boek wordt bepaald door de vraag hoe Id precies is gestorven. Omgekomen door vijandelijk vuur is het officiële verhaal, maar onderweg strooit Siebelink met subtiele hints die in de richting van verraad wijzen. Een slimme techniek die het verhaal tot het eind toe spannend houdt. Maar plot is niet alles wat dit boek te bieden heeft. Wat dit boek tot een rijke novelle maakt is Siebelinks geslaagde poging om via Oscar de oorlogstijd op te roepen als een periode die het atavistisch levensgevoel in al zijn volheid kan doen ontwaken, die het ingedutte zintuiglijke leven kan oppeppen, zonder daarbij in twijfelachtige verheerlijking van oorlogsgeweld te vervallen. 'Hij dacht aan Esmee. Je zou denken dat bij aanhoudend heftig vuur en direct levensgevaar zijn verlangen toch abstracter, meer mentaal moest worden en zij in plaats van een begeerlijke vrouw een fantoom. Je zou toch zeggen dat in buitengewoon, levensbedreigende omstandigheden zijn begeerte op een laag pitje werd gezet. Niets was minder waar.’
Minder geslaagd, maar overkomelijk, is de soms naar koketterie neigende wijze waarop Siebelink spraak en handeling tussen de drie, Oscar, Id, Esmee, tijdens hun Haagse periode beschrijft. 'Op een dag kondigde zij hem aan dat ze liefdesgevoelens voor zijn vriend koesterde.’ Als Oscar en Esmee vrijen in een klaslokaal: 'Ze voelde zijn buik. Natuurlijk bedoelde zij wat anders. Maar hij vond dat zij zich zo feilloos uitdrukte, literair, sensueel. Op een Engelse manier romantisch, hoewel hij als leraar Engels aan de Franse schrijver Chateaubriand van Rene en Atala dacht.’ En als Oscar door Esmee gedumpt is en hij zich reddeloos verloren voelt, dan ziet hij heel toevallig, maar niet heus, een hulpeloos vogeltje op straat liggen dat net uit het ei gekropen is.
Het zijn oneffenheden in een verder puntgaaf verhaal.

JAN SIEBELINK
OSCAR
De Bezige Bij, 128 blz., € 17,90