Amerika kiest Tea Party: een grassroots-beweging met veel geld

Ongeleide woede?

De Tea Party-beweging is een spontane volksopstand tegen het beleid van president Obama, zo heet het. Maar ondertussen wordt de boze meute voortgestuwd door enorme financiële injecties van oliemiljardairs.

HET BEGON ALLEMAAL met een scheldkanonnade van een tv-commentator van businesskanaal CNBC. Het was midden februari 2009, nog geen maand na de inauguratie van president Obama, en Rick Santelli trok live vanaf de handelsvloer van de termijnbeurs in Chicago van leer tegen de nieuwe regering. Aanleiding was het Homeowner Affordability and Stability Plan, een regeling bedoeld om in problemen geraakte huiseigenaren te helpen met het afbetalen van hun hypotheek - ‘hypotheken van verliezers’, noemde Santelli die. 'President Obama, luistert u?’ brulde hij, waarop hij aankondigde dat hij een tea party in Chicago ging organiseren.
Zoals elke goede Amerikaanse patriot weet, refereerde Santelli daarmee aan de Boston Tea Party uit 1773, toen Amerikaanse kolonisten protesteerden tegen door de Engelse koning opgelegde belastingen. No taxation without representation was destijds het motto, oftewel: zolang wij geen stem hebben in het democratische proces betalen we geen belasting. Ook de moderne revolutionairen protesteren tegen belastingen, of beter, tegen wat de regering met hun belastinggeld wil doen.
Vermeldenswaardig is nog wel dat Santelli’s woede-uitbarsting op live-tv geen reactie was op TARP, het nog onder president Bush ingezette reddingsplan voor de financiële sector à zevenhonderd miljard dollar aan belastinggeld, maar op een programma dat ten goede kwam aan individuele slachtoffers van de financiële crisis, waarvan het merendeel bestond uit minderheden. 'Steek je hand op als je wilt betalen voor de hypotheek van de buurman met zijn extra slaapkamer die zijn rekeningen niet kan betalen!’ vroeg Santelli de handelaars op de beursvloer - hetgeen luidde tot gejoel, maar geen opgestoken handen. 'Waarom’, vroeg hij even later, 'beloont Amerika niet de waterdragers in plaats van de waterdrinkers?’
Het idee om een Tea Party te organiseren was, zoals Santelli later zou erkennen, een schot uit de losse heup geweest, een spontane opwelling. Maar nog geen vier uur later was de website OfficialChicagoTeaParty.com in de lucht. Enkele weken daarop vonden verspreid door het land de eerste Tea Party-protesten plaats. De evenementen werden gedomineerd door blanke zestigplussers, merendeels mannen, die luidruchtig duidelijk maakten dat ze de verkwisting van overheidsfinanciën zat waren. Het deed menigeen zich afvragen: waar waren deze fiscale puristen toen George W. Bush tweemaal zonder begroting ten oorlog trok en met zijn belastingverlagingen president Clintons begrotingsoverschot verbraste?
Hoe dan ook, tegen de lente van 2009 begon de populaire Fox News-presentator Glenn Beck zich met de beweging te bemoeien. Mede dankzij zijn niet-aflatende promotie groeiden de lokale protesten uit tot een soort van nationale beweging, culminerend in de inmiddels beruchte anti-overheidprotesten van 12 september 2009. Op die dag marcheerden honderdduizenden demonstranten door de straten van Washington DC, waarbij Obama werd uitgemaakt voor onder meer racist, fascist, moslim, socialist, marxist, dief en leugenaar. Op 29 augustus van dit jaar bracht Beck opnieuw honderdduizenden Tea Party'ers bijeen, ditmaal voor een 'Rally to Restore Honor’.
Toch kan ondanks de massale toeloop nog altijd op geen enkele wijze gesproken worden van een 'partij’: er is geen partijleider, geen partijprogramma, geen centrale organisatie. Het is een zogenaamde grassroots-beweging, zo bezweren alle betrokkenen, geboren uit spontane onvrede over de richting die het land op gaat, bestaand uit een lappendeken van lokale groepen. Woede is de gemene deler van de activisten. Die richt zich volgens onderzoeksbureau Rasmussen op twee hoofdzaken: de uitgaven van de federale overheid en het gevoel dat Washington niet naar hen luistert.
Dat gebrek aan uniformiteit bleek ook tijdens een 'nationale conventie’ met Tea Party-lieveling Sarah Palin als hoofdspreker, georganiseerd door Tea Party Nation, een van de grotere Tea Party-groepen, februari dit jaar. Het enige waarover de conventiegangers het echt eens leken te zijn was dat ze allemaal conservatieven zijn die de invloed van de overheid willen beteugelen ten gunste van de vrijheid - hoe abstract dat ook moge klinken. Toch eindigde Palin haar toespraak op de bewuste conventie met de woorden: 'Deze beweging is de toekomst van de politiek in Amerika.’
Als de Tea Party al de toekomst is van Amerika, dan hoogstens voor de nabije toekomst, stelt Sam Tanenhaus, schrijver van The Death of Conservatism (2009). Demografische ontwikkelingen in de VS verhinderen dat, stelt hij vast. De meeste Tea Party-activisten zijn immers ouder en blank, en het blanke bevolkingsdeel groeit lang niet zo snel als bijvoorbeeld het Latijnse en Aziatische.
'Zij zien hun land dramatisch veranderen’, zegt Tanenhaus. 'Als je zeventig bent, dus uit 1940 komt, dan heb je tot je veertiende in een bij wet gesegregeerd land gewoond, waarin je als blanke ver in de meerderheid was. Tot je negentiende was Hawaï, waar de president geboren is, niet eens een staat. Op je 21ste heb je JFK, een links-liberale president, horen zeggen dat we verwikkeld zijn in een schemergevecht tegen de krachten van het communisme. Dus als een populist op tv tegen een oudere Amerikaan zegt dat zijn president geen echte Amerikaan is, en eigenlijk een vermomde socialist of communist is, dan resoneert dat.’
Daarom begrijpt Tanenhaus het best als Tea Party'ers dingen roepen als 'we moeten de cultuur terugpakken’ of 'dit is niet het Amerika waarin ik ben opgegroeid’. 'Dergelijke gevoelens zijn authentiek en we mogen er niet laatdunkend over doen’, zegt Tanenhaus. 'Ze worden alleen niet altijd uitgedrukt in rationele politieke gedachten.’
Het is niet moeilijk om de inconsequenties in de stellingnames van Tea Party-activisten aan te tonen, zegt hij: 'Ze zijn tegen meer overheid en protesteren dus tegen hervorming van het financiële stelsel, want dat betekent meer regulering. Maar ze ageren ook tegen de cultuur van Wall Street, met hun dikke bonussen en risicovolle financiële producten. Ze zijn tegen universele gezondheidszorg, maar kom niet aan hun social security (overheidspensioen - mvg) of medicare (overheidszorg voor ouderen - mvg).’
Irrationaliteit is ook wat Alan Brinkley, hoogleraar geschiedenis aan Columbia University, in de Tea Party-beweging signaleert. 'We moeten niet verbaasd zijn dat zoveel Amerikanen boos zijn’, schrijft Brinkley in The New York Review of Books. 'Na bijna vier decennia van groeiende inkomensongelijkheid zijn zovelen er niet op vooruitgegaan, vaak zelfs op achteruitgegaan. De roekeloosheid en hebzucht van een groot deel van de financiële wereld, de hoofdoorzaken van de financiële crisis, hebben echter veel meer schade aangericht dan belastingen of het begrotingstekort. De corruptie en het disfunctioneren van het parlement en de overheid hebben menigeen gedesillusioneerd. De Tea Party'ers hebben gelijk dat ze kwaad zijn. Maar de objecten van hun woede - belastingen, tekorten, immigratie en inbreuken op de Grondwet - zijn veel minder relevant dan de grote mankementen die het land teisteren.’
Of om het eens wat meer recht voor z'n raap te zeggen: wat bezielt miljoenen berooide oudere blanken uit het midwesten en zuiden van het land om te protesteren tegen bijvoorbeeld milieuwetgeving en universele gezondheidszorg, en vóór lagere belastingen voor de rijken en deregulering van Wall Street?

IN JANUARI 2008, toen zo langzamerhand duidelijk werd dat het land een Democratische president zou krijgen - vermoedelijk Hillary Clinton, dacht men toen nog - schreef Charles Koch in de nieuwsbrief van zijn bedrijf dat Amerika aan de vooravond stond van 'het grootste verlies van vrijheid en welvaart sinds de jaren dertig’. Samen met zijn broer David is Charles Koch eigenaar van nagenoeg heel Koch Industries, een conglomeraat dat onder meer actief is in olie (raffinaderijen en pijplijnen), plastic, chemicaliën, hout en financiële dienstverlening. Het bedrijf is goed voor een jaaromzet van meer dan honderd miljard dollar en heeft de gebroeders Koch onmetelijk rijk gemaakt: volgens Forbes hebben ze een gezamenlijk vermogen van 35 miljard dollar.
Behalve rijk zijn de gebroeders overtuigde libertijnen, die geloven in drastische verlagingen van de inkomsten- en vennootschapsbelastingen, minimale sociale voorzieningen voor de nooddruftigen en minder controle voor industrieën, vooral minder milieuregelgeving. Deze overtuigingen, het valt niet te ontkennen, sluiten goed aan bij hun zakelijke belangen.
Tussen 1998 en 2008 hebben de Kochs via door henzelf gecontroleerde organisaties 196 miljoen dollar gedoneerd aan conservatieve doelen en instituten, zo becijferde The New Yorker aan de hand van openbare belastingregisters. Dat geld ging onder meer naar het Cato Institute, de libertaire denktank die verantwoordelijk was voor de promotie van Climategate, het pseudo-e-mailschandaal dat twijfel moest zaaien over de oorzaken van klimaatverandering. Daarnaast hebben de broers zo veel campagnes tegen initiatieven van de Obama-regering gefinancierd - van de hervorming van de gezondheidszorg tot de economische stimulus - dat hun ideologische netwerk onder Washington-insiders bekendstaat als de 'Kochtopus’.
Het bedrag van 196 miljoen is overigens nog exclusief de vijftig miljoen die Koch Industries in die periode aan lobbyen besteedde en de kleine vijf miljoen die naar donaties aan politieke campagnes ging. Omdat het toegestaan is om anoniem aan non-profit politieke groeperingen te doneren, zijn die getallen vermoedelijk nog aan de lage kant. In ieder geval staat vast dat de Kochs minimaal evenveel hebben bijgedragen aan het succes van de Tea Party als de gratis promotie door Rupert Murdochs Fox News, waar Glenn Beck en Sarah Palin in loondienst zijn.
Stille motor achter de Tea Party-protesten blijkt namelijk de organisatie Americans for Prosperity te zijn, zo openbaarde Jane Mayer begin oktober in The New Yorker. Vanaf de allereerste protesten heeft deze in 2004 door David Koch opgerichte organisatie met Tea Party-groepen samengewerkt. Volgens Peggy Venable, directeur van de Texas-afdeling, licht Americans for Prosperity Tea Party-activisten voor over beleidsdetails en geeft ze 'vervolgtraining’ na de protestbijeenkomsten, opdat 'hun energie voortaan effectiever kan worden aangewend’. Ook krijgen de activisten lijsten mee van politici die ze het vuur aan de schenen moeten leggen.
Americans for Prosperity creëerde ook een dochterorganisatie, Patients United Now, die ruim driehonderd Tea Party-protesten tegen hervorming van de gezondheidszorg heeft georganiseerd. Daarnaast is Americans for Prosperity verantwoordelijk voor minstens tachtig evenementen die het voorzien hadden op de (inmiddels gesneuvelde) cap and trade-wetgeving. Volgens sommige sprekers die de groep uitnodigde, zouden onder de wetgeving zelfs barbecues en keukenfornuizen belast worden.
Een andere grote sponsor van de Tea Party-beweging is FreedomWorks, dat geleid wordt door Dick Armey, de voormalige Republikeins leider in het Huis van Afgevaardigden (1995-2003). Onder zijn oorspronkelijke naam, Citizens for a Sound Economy, ontving FreedomWorks twaalf miljoen dollar van Koch-instellingen. Dat deze grote sponsors nauwelijks door het grote publiek worden opgemerkt, deed onlangs Obama’s topadviseur David Axelrod verzuchten: 'Wat ze er niet bijzeggen is: dit is een grassroots-beweging gefinancierd door oliemiljardairs.’
Begin oktober was David Koch aanwezig op de 'Defending the American Dream Summit’, een conventie georganiseerd door de Americans for Prosperity Foundation. Ruim tweeduizend mensen waren afgekomen op de conventie, die een imposante reeks conservatieve sprekers op de rol had staan, waaronder de bij Tea Party'ers zeer populaire senator Jim DeMint uit South Carolina en Newt Gingrich, de voormalige Speaker of the House (1995-1999).
Ook Koch sprak. 'Toen wij (zijn broer Charles en hij - mvg) deze organisatie in 2004 startten, zagen we een massabeweging voor ons van honderdduizenden Amerikaanse burgers van alle denkbare achtergronden, die opkomen en vechten voor de economische vrijheden die ons land de welvarendste samenleving uit de geschiedenis hebben gemaakt. De roerselen van Californië tot Virginia, en van Texas tot Michigan, laten zien dat meer en meer van onze medeburgers dezelfde waarheden beginnen te zien als wij.’
Sinds de eerste tea party’s in februari 2009 hebben Kochs bekeerde medeburgers zich ook in electoraal opzicht flink geroerd. Dat de Tea Party-activisten verkiezingen kunnen beïnvloeden, weten we al sinds januari van dit jaar, toen de staat Massachusetts tussentijdse verkiezingen hield vanwege het overlijden van haar senator Teddy Kennedy. De onverwachte overwinning van de Republikein Scott Brown werd algemeen toegeschreven aan het enthousiasme en de inzet van de Tea Party'ers, waarvan sommigen uit andere staten waren overgekomen om van deur tot deur te gaan.
Als het op 2 november verkiezingsdag is, hebben de Tea Party'ers de nodige ijzers in het vuur. In het Amerikaanse tweepartijenstelsel zullen net als in Massachusetts de Republikeinen daarvan profiteren - geen Tea Partier zal immers als Democraat aan de verkiezingen deelnemen, en geen Democraat hoeft op veel Tea Party-steun te rekenen. Volgens een analyse van The New York Times staan er straks 138 kandidaten voor het Congres op het stembiljet met aanzienlijke steun uit Tea Party-hoek: 129 voor het Huis van Afgevaardigden, negen voor de Senaat. Alle zijn verkiesbaar als Republikein. Volgens een recente Wall Street Journal-NBC News-peiling bestaat 35 procent van de waarschijnlijke stemmers uit Tea Party-sympathisanten die een voorkeur van 84 tegen tien procent hebben voor Republikeinen.
Hoewel de Republikeinen dus ongetwijfeld de electorale vruchten gaan plukken van het Tea Party-enthousiasme voor de aanstaande verkiezingen is dit ook weer geen zuivere zegen. De Tea Party'ers prefereren weliswaar de Republikeinen boven de Democraten; ze hebben ook de schurft aan het Republikeinse establishment. Dat bleek al tijdens de voorverkiezingen (primaries), toen ze in onder meer Alaska, Delaware, Florida, Kentucky, Nevada en New York de door de partijleiding voorgedragen kandidaten wegstemden ten gunste van 'echte conservatieven’. Met als gevolg dat op de Republikeinse kandidatenlijst nu ook figuren staan die de grondwet willen aanpassen teneinde het progressieve belastingsysteem af te schaffen. Anderen hebben het over het opdoeken van de Internal Revenue Service (belastingdienst), de Federal Reserve (centrale bank) en de ministeries van Energie, Onderwijs en Handel. Er is er een, Joe Miller, senaatskandidaat uit Alaska, die alle ministeries behalve Buitenlandse Zaken, Financiën en Justitie wil opheffen.
Ziehier het aanstaande probleem van de Republikeinen. Na de verkiezingen zal de partij gedwongen zijn nog verder naar rechts te schuiven, zonder de zekerheid dat een breder publiek zich daarin vindt. Daarbij zal de partijtop moeten samenwerken met een groep politici die in de woorden van politiek analist Bill Schneider 'niet alleen anti-overheid is, maar ook antipolitiek’. 'Tea Party'ers geloven dat de politiek in beginsel corrupt is’, zei Schneider tegen de Los Angeles Times. 'Dat compromissen sluiten een verraad van principes is. De Tea Party is een politieke fundamentalistische beweging.’
Wat zal de entree van de Tea Party'ers in het parlement betekenen voor de zwaar gefinancierde Koch-agenda? De nieuwe volksvertegenwoordigers zullen ongetwijfeld de afkeer van de gebroeders delen voor belastingen, te veel overheid en Obama. Maar dat betekent nog niet dat ze zich geheel zullen wijden aan een agenda die in dienst staat van big business - van Wall Street tot in de Golf van Mexico - en zich zetten aan de totale ontmanteling van de bestaande sociale vangnetten die de werklozen, de volksgezondheid en de ouden van dagen moeten beschermen.
Zo ziet het ernaar uit dat de aanstaande verkiezingsoverwinning zowel voor de Republikeinen als voor de gebroeders Koch zoet, maar van korte duur zal zijn. Als les uit het verleden kan de Democratische coalitie dienen die president Roosevelt in de jaren dertig had gesmeed om de New Deal te verwezenlijken. Die coalitie kon alleen overleven zolang de twee concurrerende stromingen (de liberals uit de kuststaten en de conservatieve Democraten uit het racistische Zuiden) zich verre hielden van dat ene onderwerp waarover ze het absoluut nooit eens zouden worden: ras. Toen de burgerrechtenbeweging die stilte onmogelijk maakte, viel de coalitie rap uiteen. De verschillen tussen de establishment-Republikeinen en de Tea Party'ers, op hun beurt weer een vat van onderlinge tegenstrijdigheden, zullen echter zo groot zijn dat het moeilijk voorstelbaar is dat deze deels door woede voortgedreven coalitie het langer dan een verkiezingscyclus uitzingt.