Arjen Duinker

Ongelofelijk belangrijk

De reservejury was verdeeld. «Zullen we ergens iets gaan eten?» zei de voorzitster zacht. «Misschien dat we in een andere omgeving tot elkaar kunnen komen en erin slagen op een lijn te gaan zitten. En misschien dat de wandeling naar het restaurant onze gedachten kan loswrikken. En misschien dat jij, Linda, ons dan kunt vertellen wat je bedoelt wanneer je over dat boek van Aandewiel ‹mooi scabreus› zegt. Ik bedoel, ik heb de indruk dat iemand als Huib het met je eens zou kunnen zijn als je hem daartoe de kans geeft. Snap je? En misschien dat Ineke en Waldo de term ‹humoristisch› nog eens willen toelichten. Goed idee, Kees?»

Ik zei integer: «Het squashcentrum heeft een keuken zonder betekenis.»

De voorzitster schudde haar hoofd op een manier die deed vermoeden dat ze wilde verbergen dat ze zin had om haar hoofd te schudden. En ze zei intuïtief: «Goed dan, we gaan naar de Thai. En we gaan praten over vorm. Vorm is ongelooflijk belangrijk. Vorm verraadt meester en knecht, verraadt tovenaar en nitwit, verraadt de brutale gradaties van de waarheid. We gaan op zoek naar vorm.»

Ik zei impliciet: «Met een beetje geluk krijg je in de voetbalkantine kroketten waarvan de inhoud door de wijze van bakken is weggelopen.»

De voorzitster stak een sigaret op en zei zuiver: «Wat we ook kunnen doen, is de kritieken herlezen.» Ze doofde haar sigaret. «Die zijn ongelofelijk belangrijk.»

Waldo strekte zijn benen en zei fel realistisch: «Nee, de schrijvers van kritieken vinden hun kritieken ongelofelijk belangrijk.»

De voorzitster keek Linda aan en zei gepolijst: «Linda, vertel nou in vredesnaam in je eigen woorden waarom Aandewiel beter is dan Lafeber, Westbroek en Hurkeboer. Ik krijg het gevoel dat jij de oplossing bij je draagt. Mooi scabreus, is dat hetzelfde als nogal ontroerend, of zit het dichter bij knap listig, bij ongelofelijk belangrijk? Bij humoristisch, desnoods?»

Waldo keek naar mij. Ik keek naar Ineke. Ineke keek naar Linda. Linda keek naar Huib. En Waldo zei bewogen, namens ons allen: «De eerste jury eet altijd in de taekwondoschool.»

De voorzitster stond op, trok haar jas aan en zei verwijtend: «Ja, en we weten met welk gemiddeld plezier. Afgezien daarvan, we zijn geen napraters of nadoeners. We hoeven helemaal niet te gaan eten. We kunnen ook kanoën in de Ardennen, we kunnen wadlopen. Als we maar woorden verduidelijken! Ik bedoel, we moeten elkaar zien te vinden in de taal, in de vorm van de taal. Ongelofelijk belangrijk.»

Ineke sloot haar ogen en zei meeslepend: «Honger maakt rauwe bonen zoet.»

De voorzitster opende de deur naar de gang en zei stilistisch: «Ik laat jullie alleen, ik moet naar mijn trimclub. Ik stel voor dat Kees blijft notuleren en dat Linda het gesprek leidt. Ik praat vanavond nog met de meest vooraanstaande critici en zie jullie morgen. Dan hakken we de knoop door.»

Ineke zei grandioos: «Waldo, dat laatste boek van jou is trouwens fabelachtig.»