TONEEL

Ongemakkelijk en pijnlijk

Theatertreffen (1)

Berlijn - Armer en een stuk minder sexy zou Berlijn zijn zonder het jaarlijkse Theatertreffen. Zegt de reclameslogan van de organisatie. De bittere Hoekse & Kabeljauwse Twisten over de kunstbezuinigingen even ontvlucht, loop ik op mijn tweede dag in Berlijn aan tegen een discussie over het theaterlandschap in deze stad en hoe men het vooroordeel van elitair bestrijdt. Trots spreekt Nicole Oder over haar huis voor amateurtheater Heimathafen in Neukölln - volgende week première van de opera Der Freitschütz, daarna een nieuwe serie van de hit ArabQueen over het leven van de moslima Mariam, geen cent kunstsubsidie, hoogstens wat projectgeld voor maatschappelijk werk, iedere avond ausverkauft. Broederlijk naast haar zit Ulrich Khuon, intendant van het Deutsches Theater (860 voorstellingen per seizoen op drie speellocaties, negentien miljoen euro subsidie), die zich de zolen onder het schoeisel vandaan rent om jong volk in zijn prestigieuze toneelhuis te krijgen. Samenwerking? Eerlijker verdeling van de miljoenen? Geen millimeter geven de ijzige discussianten elkaar toe. Dat er een voorstelling van de Berlijnse Freie Gruppen op het Theatertreffen staat werkt hoogstens als schaamlap. Een project als bij ons Mighty Society van Eric de Vroedt zou hier geen schijn van kans maken.
Terug naar het Theatertreffen. Afsluitingsvoltreffer is hier Via Intolleranza II van Christoph Schlingensief. In de verte lijkt het project familie van Mighty Society 9, dat immers ook handelt over een operaproject in Afrika, maar dan de corrupte variant, een Wiedergutmachungspresentje van een maffioos bedrijf dat milieugif in de Derde Wereld dumpt. Bij Schlingensief is het bouwen van een opera-dorp in Burkina Faso tenminste nog een utopie-zwanger project van idealistische, culturele verbroedering. Ongemakkelijke voorstelling trouwens, komend weekend bij ons in het Holland Festival te zien.
Een echte toneeluitswinger dan maar, Arthur Millers publiekslieveling Dood van een handelsreiziger, jaargang 1949, een voorstelling uit Zürich, regie: Stefan Pucher, jaargang 1965, hier te zien op al weer een nieuwe cultuurlocatie, Radialsystem V bij het oude centraal station van Oost-Berlijn. Een zeer breed speelvlak, met locaties naast elkaar, hal, keuken, binnenplaats, slaapkamer, een Amerikaanse slee, camera’s overal, grote schermen waarop de live beelden van de speelvloer worden gemixt met films uit de jaren vijftig. Kortom: de snoeptrommel van de multimediale freak, liefdevol ingericht voor de toneelliefhebber. En dan beginnen ze te spelen! De vertelling over de kleine middenstander en het angstzweet aan de binnenkant van zijn hoed wordt hier getoond als de ondergang van een tirannieke beroepsleugenaar, een verwarde bedrieger. Dat ís een opvatting, maar Robert Hunger-Bühler, die handelsreiziger Loman speelt, heeft van de regie de opdracht gekregen zijn levensleugens uit te schreeuwen, waardoor zijn voornaamste tegenspeler, zoon Biff, een beroepsmislukkeling want een koppige dromer, ook moet gaan schreeuwen. Voeg daarbij een falende regie van de onvermijdelijke zendmicrofoons, en het resultaat is een erbarmelijke Teutoonse vermorzeling van een subtiel bedoeld verhaal. Tot overmaat van ramp is er de epiloog van het stuk, enkele korte toespraken aan het graf van de zelfmoordenaar Loman, die heroïsch de levensverzekering als bonus op een mislukt leven wilde nalaten aan vrouw en kinderen. Die epiloog wordt gezongen, door de uit de dood opgestane Willy Loman, I’m Set Free, van Velvet Underground. Zakdoeken zijn overduidelijk de bedoeling. Een binnenkeels geween over zoveel wansmaak is het nominale resultaat.

Via Intolleranza II, Christoph Schlingensief, Holland Festival 4-6 juni, Cultuurpark Westergasfabriek Amsterdam