Kunst & identiteit: Rineke Dijkstra

Ongemengde gevoelens

In de portretten van Rineke Dijkstra is kwetsbaarheid geen zwakte maar kracht. En de kijker vergeet een oordeel te vellen over de geportretteerde.

Vondelpark, Amsterdam, 19 juni 2005 © Rineke Dijkstra

Het Stedelijk Museum in Amsterdam bracht deze zomer een ode aan Rineke Dijkstra. De directe aanleiding van de schijnbaar op stel en sprong georganiseerde tentoonstelling was de toekenning van de prestigieuze Hasselblad-prijs eerder dit jaar. Het was een bescheiden aangelegenheid: minder dan twee dozijn foto’s en een handvol videowerken. Het idee van een ode bestaande uit het werk van degene aan wier adres de loftuiting is gericht mag dan wat vreemd zijn, de gedachte erachter was allesbehalve misplaatst. Dijkstra’s bekendste werk is al weer wat ouder, maar het is moeilijk (om niet te zeggen onmogelijk) een Nederlandse kunstenaar te vinden die zoals zij met fotografie en statische video werkt en meer dan terecht aanzien geniet. In september opent in Denemarken in het befaamde Louisiana Museum of Modern Art een grote overzichtstentoonstelling die in 2018 zal doorreizen naar De Pont in Tilburg.

Het verhaal van hoe het allemaal begon is al vaker verteld, maar in het kort: Rineke Dijkstra was freelance fotograaf en verrichtte in die hoedanigheid vooral commercieel en redactioneel werk. Op een fietsongeluk volgde een periode waarin ze aan haar bed was gekluisterd, op die bedlegerigheid volgde een revalidatie. In die periode maakte ze een zelfportret. Ze legde zichzelf vast net nadat ze in het zwembad een reeks baantjes had getrokken. Als ze het al had gewild, was ze te moe om een eventuele façade op te houden: ze was duidelijk afgepeigerd. In haar zwemkleding, niet naakt maar toch ontbloot, was ze kwetsbaar. Ze besefte dat ze wat ze op deze foto in zichzelf terugzag ook in anderen moest zien vast te leggen. Ze trok eerst naar Castricum, waar ze was opgegroeid, en toen naar achtereenvolgens Amerika, Polen, België, Engeland, weer Amerika, Oekraïne, Kroatië en nogmaals Polen, om te werken aan de Beach Portraits die haar doorbraak zouden betekenen.

Een technische camera, uitgebalanceerd flitslicht, een kinder- of puberlichaam (overal in haar werk vind je het soort armen waaraan geen einde lijkt te komen) en een blik die rustig is geworden van het geconcentreerd in de camera kijken, nog niet beseffend dat het moment waarop de sluiter open en dicht gaat ongemerkt zal passeren. De ingrediënten zijn zo vanzelfsprekend en het lijkt zo simpel. Het is zo goed. De grote paradox is dat die bijna tastbare kwetsbaarheid waar haar werk om bekendstaat vrijwel altijd kracht uitstraalt in plaats van zwakte.

Bij de ode in het Stedelijk hing de korte serie New Mothers uit 1994: drie portretten van vrouwen kort na een bevalling. Julie, Tecla en Saskia, ieder met een kind dicht tegen zich aan gedrukt. Zo kaal als de beelden zijn, zo vol emoties zitten ze. Op Julie’s medische ondergoed, Saskia’s keizersnede, het straaltje bloed dat langs het linkerbeen van Tecla naar beneden loopt maar de grond nog niet lijkt te hebben bereikt en een enkel stopcontact of lichtknopje na tonen de beelden niets anders dan het gigantische gewicht van het moment. Een besef van alles wat er is gebeurd en alles wat er nog staat te gebeuren. De wetenschap dat het verleden voorbij, de toekomst ongewis en het heden goed is. Hun ogen verraden trots, verwondering, onzekerheid, vermoeidheid en al die emoties zijn in pure vorm aanwezig. Een weldaad van ongemengde gevoelens. En net als in het geval van het eerder genoemde zelfportret is het die schijnbare tegenstelling tussen een grote kwetsbaarheid en een daaraan gewaagde weerbaarheid die eruit lijkt te springen.

F. Scott Fitzgerald definieerde in een beroemd essay over een zenuwinzinking werkelijke intelligentie als ‘the ability to hold two opposed ideas in mind at the same time and still retain the ability to function’. Dat is wat Dijkstra’s foto’s op hun eigen manier ook doen: tegenstrijdigheden in zich verenigen zonder dat ze aan kracht of vanzelfsprekendheid verliezen. Het schijnbaar tegenstrijdige is de basis van een bijna ademend realisme.

Marianna en Sasha, Kingisepp, Rusland, 2 november 2014 © Rineke Dijkstra

Ga erop letten en je ziet die precaire balans tussen kwetsbaarheid en weerbaarheid overal, of de geportretteerden zich nu met of zonder reserves blootstellen aan Dijkstra’s blik. In de foto’s van de stierenvechters met hun opgezwollen lippen, bebloede kleren en gezichten waaruit de adrenaline wegebt; op de beelden van de onwennige puberlichamen in vreemde puberposes in Tiergarten; bij de opgedirkte discotheekgangers en de Israëlische soldaten. In dat laatste geval is het nog iets duidelijker, omdat Dijkstra sommigen van hen twee maal portretteerde: als burger en als soldaat. Dat ze in uniform een bepaalde weerbaarheid uitstralen ligt voor de hand. Maar het gekke is dat je, als je er wat te lang bij stilstaat, niet meer helder krijgt in welke hoedanigheid ze nu eigenlijk kwetsbaarder zijn.

We zien een toreador en denken niet in de eerste plaats aan het leed van de stier maar aan de wereld zoals hij is

Iets vergelijkbaars vindt plaats in de reeks portretten die Dijkstra tussen 2000 en 2003 maakte van Olivier Silva, een jonge rekruut van het Franse vreemdelingenlegioen. De zeven foto’s in totaal vormen een studie die toont hoe volwassen worden in een snelkookpan er ongeveer uit moet zien. Een zekere ernst lijkt Olivier al vanaf het begin te bezitten, maar verder draait het om dat wat verandert. Zijn haar verdwijnt als eerste, samen met de merkkleding, daarna volgen ook de jeugdpuistjes en ten slotte iets wat je als onschuld zou kunnen omschrijven. Er komen kleine littekentjes, een veelheid aan uniformen, insignes, een fluitje en dergelijke zaken voor in de plaats. Toch zie je voor je gevoel veel meer dan alleen deze oppervlakkige zaken. Je ziet dat dit nooit ook een simpele verkleedpartij had kunnen zijn. Je ziet hoe hij in de drie jaar waarin Dijkstra hem volgde minimaal een decennium ouder is geworden. Je ziet hem voor je ogen gehard raken en in een geüniformeerd stuk staal veranderen. Even zou je willen geloven dat hij langzaam onkwetsbaar wordt, maar ook hij is op iedere foto op een bepaalde manier weerloos.

In de catalogus van de aanstaande tentoonstelling in Denemarken en Tilburg is behalve het bovenstaande ook recenter werk te vinden. Ik bleef lang hangen bij het portret uit 2010 van een jong meisje in een rode jurk. Ze kwam me vaag bekend voor. Ik had haar geen zestien geschat, maar eigenlijk kon er al direct geen twijfel over bestaan wie van de drie jonge moeders zich in 1994 met deze Tex in haar armen had laten fotograferen.

Dijkstra heeft er nooit een geheim van gemaakt welke fotografen ze als haar grote voorbeelden beschouwt: Diane Arbus en August Sander. De een scharrelde rond op zoek naar dat wat het individu uitzonderlijk deed zijn, de ander hoopte aan iedere eenling een groter beeld van diens soort- of lotgenoten te ontfutselen. Maar waarin ze als fotografen gelijk waren, wist Dijkstra, die zelden de indruk wekt graag over haar werk te praten, bondig samen te vatten. In een interview in de catalogus die verscheen in 2012 in het kader van een grote tentoonstelling georganiseerd door het Guggenheim in New York en het San Francisco Museum of Modern Art, zei ze: ‘Arbus en Sander hadden echte affiniteit met hun onderwerpen, ook al waren het vreemdelingen; ze maakten geen onderscheid en velden geen oordelen. Je hebt het gevoel nader tot de mensen in hun foto’s te komen, dat verleent de beelden een soort mentale ruimte of openheid. Hun foto’s zijn echt.’

Iedere kunstenaar die bewondert doet dat met een besef van het eigen werk in het achterhoofd. Ieder raak verwoord compliment daalt neer op een eigenschap die of juist wel of juist niet ook onderdeel is van het eigen werk. Zulke dingen vallen nu eenmaal niet los van elkaar te zien. Het is duidelijk dat Dijkstra wat ze in het werk van Arbus en Sander zegt te bewonderen, zoekt in haar eigen foto’s en video’s. Het is net zo duidelijk dat ze daarin slaagt. Maar haar foto’s vellen niet simpelweg geen oordeel, ze slagen erin de kijker dat ook niet te laten doen. Ze slagen erin de toeschouwer die vaak vanzelfsprekende eerste reactie te doen vergeten.

Het Stedelijk had een verduisterde filmzaal ingericht. Toen het tweetal gabbers in beeld kwam klonk er gelach. De opgeschoren koppen in hun Aussies (of zijn het Cavello’s?) deden onwillekeurig een beetje denken aan de verstandelijk gehandicapte broers Dresie en Casie uit de serie Platteland (1995) van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Roger Ballen, maar laten we het erop houden dat het vooral door de ernstige blikken kwam of gewoon stom toeval was.

Dijkstra’s films van dansende jongeren, gemaakt in Liverpool en Zaandam, zijn betoverend. Het is niet de goedkope nostalgie die biologeert, noch de sentimentaliteit die gemakkelijk de kop opsteekt wanneer je naar iemand kijkt die zo overduidelijk bezig is met niet veel meer dan jong zijn. Het is dat je door Dijkstra zo moeiteloos zo belachelijk dicht bij de volledig particuliere beleving van een ander wordt gebracht. Het gekmakende luchtalarm en de pompende beats van Speedy J’s Pullover, ze werken als iets wat geleidt tussen de geportretteerde en de kijker. Je voelt wat zij, met haar camouflagebroek en om haar middel geknoopte sweater, haar opgeschoren haar en kauwgom malende ecstasykaken, zo duidelijk ook voelt. Het mooiste moment is wanneer de concentratie even breekt en de vierde muur met een glimlach wordt neergehaald. Het is geen schaamte die zich openbaart, maar een moment van verstandhouding tussen de geportretteerde en de portrettist. Deze en andere video’s van Dijkstra, ieder zo blakend van eenvoud, hebben het heerlijke effect dat ze je met meer zuurstof in je lichaam naar buiten laten lopen.

We zien jonge mannen en vrouwen, en de gedachte een oordeel over hun schoonheid te vellen komt niet in ons op; we zien een toreador en denken voor een keer niet in de eerste plaats aan het leed van de stier maar aan de wereld zoals hij is; we zien een jongen die man wordt in het vreemdelingenlegioen en voelen een grenzeloze nieuwsgierigheid naar hemzelf, niet naar wat hij wel of niet in opdracht van meerderen doet. We zitten boven op de ander en die ander is echt.


Rineke Dijkstra: The One and the Many, 21 september t/m 30 december in het Louisiana Museum of Modern Art, Humlebaek, Denemarken; louisiana.dk. 10 maart t/m 22 juli 2018 in museum De Pont, Tilburg; depont.nl