Ongeremd en bijkans ademloos

Ooit is schilderen ontstaan om te tonen en te vertellen. Zoals nu het leven en lijden van Adrian Leverkühn uit Doktor Faustus, in W139.

Bijna honderd jaar geleden werd de abstracte kunst uitgevonden. Of is ontdekt een beter woord? Als we de redeneringen van Mondriaan geloven, de hardnekkigste der abstracten, waren er irritante aspecten van het naturalisme die hem tot de nieuwe beelding brachten. Laat ik zijn moeizame bespiegelingen zo maar samenvatten. Als je op realistische wijze een bosrijk landschap schildert, moeten de bomen eigenlijk bepaalde bomen zijn (een eik, of beuk of berk) en ook, bijvoorbeeld, met de wind in het landschap meebuigen terwijl de vorm van hun schaduw bepaald wordt door de toevallige stand van de zon. Die toevalligheden vond Mondriaan hinderlijk omdat hij, zo te zeggen, het echt wezenlijke van de verschijningsvorm van de werkelijkheid wilde schilderen. Hoe hij zich dat voorstelde, kunnen we volgen in de beroemde reeks van verschillende bomen (1911-12) waarin de brede uitspreiding van licht doorhangende takken langzaam en dwingend werd geabstraheerd, boom na boom strak en frontaal in beeld. Naarmate van de takken, ontdaan van storend gebladerte, meer en meer gebogen lijntjes overbleven, ontstonden daartussen allerlei abstracte vlakjes die samen, ontdekte Mondriaan, het ware ritme van de boomkruin lieten zien.
Hoewel abstracte kunst, om richting te houden en niet te veel uit te waaieren, vaak zekere regels voor zichzelf opstelt, hoeven die geen beperking in te houden. Het abstracte beeld is niet een uitbeelding van iets maar is zijn eigen werkelijkheid. Wat we daar eigenlijk zien, in een schilderij van Mondriaan of Malevich of Kandinsky, is de dynamische verbeeldingskracht van hoe zo'n beeld ontstaat. Daarin vinden kunstenaars veel vrijheid. Hoewel de abstracte kunst zonder enige twijfel de grote artistieke ontdekking was van de twintigste eeuw, zijn veel grote kunstenaars (zoals bijvoorbeeld Picasso en Matisse) zich ertegen blijven verzetten. Het loslaten van herkenbare figuratie betekende het loslaten van een wijde ruimte van fantasie, emotie, herinnering en vertelling die door de eeuwen heen de beeldende kunst zo spannend gemaakt hebben. Wel heeft de onweerstaanbare attractie van abstracte kunst natuurlijk ook de figuratie niet onberoerd gelaten. Die is in vorm- en kleurgeving veel avontuurlijker en expressiever geworden. Denk alleen maar aan schilderijen van Robert Rauschenberg of Karel Appel: dat zijn bizarre figuraties ontstaan op een snijpunt met dubbelzinnige abstractie.
Dezelfde opulente vrijpostigheid zien we in het barokke ensemble van wandschilderingen, gemaakt door negen jonge schilders naar een idee van Gijs Frieling, in de grote zaal van W139 in Amsterdam. Uitgebeeld, in grote individuele vrijheid, zijn scènes uit de kunstenaarsroman Doktor Faustus van Thomas Mann (zie Dick Tuinder elders in deze publicatie) - het verhaal over de worstelingen van de componist Adrian Leverkühn om, aan de andere kant van artistieke routine, ongeremde inspiratie te vinden. Daarvoor gaat hij, als een ware Duitse expressionist, zelfs een pact met de duivel aan. De keuze van dat thema, door Frieling, is dus symbolisch genoeg. Maar in een korte tekst schrijft hij ook wat het project bovendien is: ‘Een poging om de wonderlijke angst voor illustratie te overwinnen die de beeldende kunst al meer dan honderd jaar gevangen houdt’.
Daar knelt het. Alle negen kunstenaars werken figuratief. Deze beschilderde zaal zo overdadig vol met wervelende vorm en ongebreidelde kleur (rijk als een middeleeuwse kerk met tapijten en fresco’s) is dus ook een manifest waarmee de schilders rumoerig hun onafhankelijkheid demonstreren - tegenover wat zij zien als het irritante modernisme van abstractie en fotografie. Het roept in herinnering wat we vaak dreigen te vergeten: dat we ons hele cycli van geschiedenis alleen maar kunnen voorstellen omdat er altijd schilders geweest zijn die ons in hun narratieve verbeelding hebben laten zien hoe, bijvoorbeeld, de laatste gang van Christus eruitzag: over wat voor pad hij het kruis naar het kale Golgotha sleepte, hoe zijn kleren eruitzagen en zijn smartelijke gezicht, welke struiken er stonden. Dat Golgotha kaal is hebben kunstenaars bedacht toen ze de tekst lazen over die plek die schedelplaats betekent. De beroemde tekeningen van Botticelli, onder meer, helpen ons een betere visuele voorstelling te krijgen van de tocht van Dante in de hel. Ooit is schilderen ontstaan om te laten zien en te vertellen. Zoals nu, en waarom niet, het leven en lijden van Adrian Leverkühn. Een van zijn laatste composities, ongeremd en bijkans ademloos, heette Apocalipsis cum figuris. Dat is precies de juiste titel voor die zaal met schilderingen.