‘A man and a camera’. Regie Guido Hendrikx © Cinema Delicatessen

De camera draait. Grof asfalt. Tegels. De schaduw van een passerende hond. Een lichtelijk verbaasde pony. Een kat die een veilig heenkomen zoekt – in etappes, zoals katten dat nu eenmaal doen. Straatstenen. Het geluid van een grasmaaier en dan een beeld van de man die het ding over een strak gazonnetje duwt. Tegels. Tegels. Tegels. Is er iets Nederlandser dan die tegels?

De man met de camera loopt ergens naar binnen. Het klinkt als een feestcafé, maar als het apparaat op een schouder wordt gehesen zien we een stel ouderen die vanaf stoeltjes zwijgend kijken naar iemand die misschien denkt te zijn geboren als entertainer. Een kind dat stuitert op een trampoline terwijl in de verte een haan kraait. Een man komt met een hark in zijn handen op de man die hem filmt af gelopen. Hij lijkt de confrontatie te zoeken, maar blijft toch zwijgen. Je wil hem smeken: vraag wat hij in godsnaam doet! Een nieuw shot van een nieuwe man met een nieuwe hark en een verwarde blik in zijn ogen. ‘Wat is daar nu helemaal de bedoeling van?’ zegt hij uiteindelijk. En als een antwoord uitblijft wat luider: ‘HALLO. IK VRAAG WAT DE BEDOELING DAARVAN IS?’

A man and a camera is een film van Guido Hendrikx. Een uur lang zien we het resultaat van een belachelijk simpel idee: terwijl zijn camera draait belt een man aan bij vreemden en verder doet hij er het zwijgen toe. Het is gekmakend onbeschaamd en als toeschouwer ben je volledig medeverantwoordelijk voor het ongemak van de gefilmden. De boze man heeft het ook tegen jou. Gekmakend. Want weer blijft het stil. ‘Bent u doof?’ vraagt een man in het volgende shot. Geen antwoord.

Gezichten betrekken maar pas na een kwartier volgt de eerste en enige geweldsuitbarsting. Daarna godzijdank weer mensen die erom kunnen lachen: ‘Hij blijft in zijn rol, hè?’ Opeens een oudere vrouw die hem binnen vraagt en dan plots meer korte scènes in huiskamers. Hij krijgt koffie en mag alles filmen behalve een biografie van Hitler op de salontafel.

Zo eenvoudig als het idee is, zo gestoord is het om er getuige van te zijn. Als de deur opengaat weet je als kijker niet of je medelijden zult hebben met de persoon die het zichtbaar ongemakkelijk vindt of dat je opluchting zult voelen omdat de persoon in kwestie er meteen om kan lachen.

Angsten en onzekerheden, gastvrijheid en vertrouwen in de goedheid van de mens, het ligt open en bloot op ieder gezicht te lezen.

Een man met een Zeeuws accent laat de cameraman binnen. ‘Als-ie maar niet van D66 is’, zegt hij terwijl hij de zwijgende man uitgebreid zijn huis en zijn kleinkinderen laat filmen. ‘Dan heeft-ie een vet probleem.’ Wat bedoelt-ie daarmee in vredesnaam? Hendrikx blijft terugkeren naar de gastvrije man met het Zeeuwse accent en de afkeer van D66. En wat begon als een beklemmende film over geslotenheid, argwaan en angst eindigt als een film over openheid en nieuwsgierigheid en het vermogen in onzekerheid te verkeren. Moreel piept en kraakt het. Als het geen kunst was, was het het werk van een totale gek, denk je soms. Maar gelukkig is het kunst.

A man and a camera draait nu in de bioscoop