Subsidie voor pro-life

‘Ongewenst zwanger? Chat nu!’

De organisatie die je kunt benaderen als je onbedoeld zwanger bent, Siriz, biedt geen neutrale hulpverlening. Die komt voort uit het christelijke anti-abortusstandpunt. Sinds 2013 loopt de overheidssubsidie voor Siriz op.

‘Denk je dat het afbreken van de zwangerschap op lange termijn ook de juiste keuze zou zijn?’ Femke is ongewenst zwanger, maar ze ziet zichzelf geen kind opvoeden terwijl ze nog aan het studeren is. Ze wil de zwangerschap afbreken en vraagt via de chat advies bij stichting Siriz, ‘Hulp bij onbedoelde zwangerschap’. Wat zijn haar opties?

Siriz-medewerker Rachel antwoordt. Ze raadt Femke allereerst aan om het nieuws even te laten bezinken en iemand in vertrouwen te nemen, zodat ze niet in paniek gaat handelen. Ze verwijst door naar een website over abortus, maar tegelijkertijd zet ze vraagtekens bij Femke’s voornemen. ‘Stel dat je later als tachtigjarig omaatje terugkijkt op je leven, is dit dan ook de meest passende beslissing geweest?’

Siriz is een van de twee landelijk erkende organisaties die professionele keuzehulp bieden aan vrouwen die ongewenst zwanger zijn. Daarnaast verlenen Siriz-medewerkers ook financiële hulp voor (aanstaande) ouders, hebben ze moeder-en-kind-huizen waar de bevalling kan plaatsvinden en bieden ze psychologische ondersteuning aan moeders die besluiten de zwangerschap te voldragen.

Op de in paars en roze vormgegeven website van Siriz verschijnt er bij elk bezoek meteen een pop-up: ‘Net ontdekt dat je ongewenst zwanger bent? Misschien komt er veel op je af. Wij helpen je graag. Chat nu.’ Slechts subtiele hints verraden dat er een christelijke agenda achter deze organisatie zit. Dat er bij het keuzemenu over abortus niet verwezen wordt naar abortusklinieken bijvoorbeeld, maar wel naar het verdriet en de spijt die op een abortus volgen.

Onder ‘Onze visie/missie’ omschrijft de organisatie haar activiteiten. Ze zijn ‘vernieuwend’ en ‘resultaatgericht’; ze ‘leveren maatwerk’ en ‘maken gebruik van de motivatie en talenten’ van hun medewerkers. Pas wanneer je de kop ‘Verder lezen’ uitklapt wordt de ideologie van Siriz duidelijk. ‘Onze medewerkers hebben de overtuiging dat het ongeboren leven vanaf het begin recht heeft om zich verder te ontwikkelen en ter wereld te komen’, staat er. ‘Siriz werkt daarom aan een maatschappelijk klimaat waarin men de waarde van ongeboren menselijk leven erkent en de eigen verantwoordelijkheid voor dit leven wil dragen.’ Van vrijwilligers voor de chathulp wordt gevraagd deze visie te onderschrijven.

Siriz’ tegenhanger, Stichting Fiom, omschrijft zichzelf als ‘specialist bij ongewenste zwangerschap en afstammingsvragen’. Op haar website valt te lezen dat de organisatie ‘wil bevorderen dat elke ongewenst zwangere vrouw een vrije, weloverwogen keuze kan maken die past bij haar leven, bij haar waarden en toekomst’. De organisatie werkt hierbij samen met lokale ggd’s.

Gynaecoloog Gunilla Kleiverda: ‘Siriz geeft onjuiste afschrikwekkende medische informatie’

De reactie van Fiom op Femke’s hulpvraag is veel neutraler van toon: ‘Als jouw besluit is om de zwangerschap af te breken, dan is het verstandig om zo snel mogelijk een afspraak te maken bij een kliniek. Daar zul je een gesprek hebben over jouw besluit. Als men merkt dat je te veel twijfelt zullen ze je weer naar Fiom terugverwijzen voor een gesprek.’

‘Het chatgesprek van Siriz is kwalijk, echt niet oké’, reageert hoogleraar Ellen Laan, hoofd van de afdeling seksuologie en psychosomatische gynaecologie van Amsterdam UMC, als we haar de geanonimiseerde transcripties voorleggen. ‘De hulpverlener is veel te sturend en begint direct over schuldgevoelens en psychische problemen op latere leeftijd, terwijl daar de hulpvraag niet over gaat. Uit talloze onderzoeken blijkt overigens dat vrouwen die een abortus hebben gehad helemaal niet méér psychologische problemen hebben. Dat is echt een fabeltje.’

Hulpverlening moet volgens Laan ‘evidence based’ zijn en niet op foute aannames berusten. Zelf was ze betrokken bij een wetenschappelijk onderzoek onder vrouwen op Curaçao die ongewenst zwanger waren geweest. Daarbij werden voor het eerst vrouwen die een abortus hadden gehad vergeleken met vrouwen die de zwangerschap toch hadden volbracht. ‘Wat bleek?’ vertelt ze: ‘De eerste groep was er gemiddeld psychologisch beter aan toe dan de tweede. Het krijgen van een kind had dus op latere leeftijd niet voor minder psychologische problemen gezorgd.’

Op 29 juni van dit jaar opende Paul Blokhuis (ChristenUnie) het nieuwe hoofdkantoor van Siriz en de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (vbok) in Gouda. De twee organisaties zijn nauw verweven. Stichting Siriz komt zelfs voort uit een strategische heroverweging van de christelijk-orthodoxe vbok. In 2010 besloot die moederorganisatie om haar taken voortaan op te splitsen. Siriz hield dezelfde missie en dezelfde christelijke achtergrond als de vbok, maar zou voortaan opereren vanachter een andere gevel. Een nieuwe naam, een nieuw imago.

De achterban van de nog steeds bestaande vbok reageerde verbouwereerd op de oprichting van Siriz. Betekende de nieuwe stichting dan dat er voortaan meegewerkt zou worden aan het ‘promoten’ van abortus? Daarop haastte de directie van Siriz zich om een en ander te verduidelijken. ‘Met de nieuwe naam willen we ons imago positief beïnvloeden’, zei directeur Johan van Veelen destijds tegen het Reformatorisch Dagblad. Siriz-medewerkers wijzen nog steeds ‘nadrukkelijk’ op andere mogelijkheden dan abortus, zei hij, maar gaan voortaan in hun hulp ‘niet tot het uiterste om abortus te voorkomen’.

In dezelfde krant schreef vbok-voorzitter Ad de Boer in een opiniestuk dat vbok/Siriz niet van overtuiging is veranderd, alleen ‘geeft de organisatie in contact met de wereld andere woorden aan wat ze doet dan naar de achterban toe’. Voortaan zou er anders gecommuniceerd worden: ‘Niet met een waarschuwende vinger, (want dan komen vrouwen en meiden niet eens), maar met open armen.’

Uiteindelijk vond de bestuurlijke ontvlechting van Siriz en vbok pas in 2014 plaats. Tot die tijd vormden de twee besturen een personele unie. Wel werd afgesproken dat er altijd twee vbok-leden in het bestuur van Siriz zouden zitten. In 2017 waren dat de voorzitter en de secretaris.

De belangrijkste functie van de vbok wordt in het meerjarig beleidsplan van de vereniging expliciet beschreven als ‘de beïnvloeding van de maatschappij’, een functie die ze volbrengen in samenwerking met Siriz: ‘Hand in hand gaan ze verder; Siriz en de vbok. Eén identiteit, één doel! Elkaar versterkend vanuit twee werkgebieden. Kennis en praktijk. Samen strijden ze verder. Voor het kwetsbare, ongeboren leven, dat bescherming verdient.’

‘Kennis en praktijk. Samen strijden ze verder. Voor het kwetsbare, ongeboren leven, dat bescherming verdient’

De strategiewijziging heeft Siriz geen windeieren gelegd, want in 2013 ontving de organisatie voor het eerst zeven ton rijkssubsidie voor de ‘neutrale’ hulpverlening die ze biedt. Dat is inmiddels opgelopen tot 1,7 miljoen. De inkomsten van Fiom laten in dezelfde periode een tegengestelde tendens zien. Van de ruim vijf miljoen overheidssubsidie is er nog maar twee miljoen over. Deze bezuiniging leidt tot de sluiting van regionale Fiom-bureaus en tot 65 ontslagen. Het hulpaanbod van Fiom wordt beperkt en overgedragen aan gemeentelijke ggd-instellingen die ook onbedoeld zwangeren moeten gaan helpen. De overheid wil de taken decentraliseren, klinkt het. Om die reden wordt de opdracht van Fiom veranderd van ‘hulpverleningsinstelling’ naar ‘kenniscentrum met dienstverlening’. De focus ligt voortaan op genealogisch onderzoek; voor de keuzehulpverlening aan zwangere vrouwen is nog maar vijf ton beschikbaar.

De vbok draagt ook financieel sterk bij aan Siriz, al neemt dat met het oplopen van de subsidie wel af. In 2015 ging het nog om 1,1 miljoen, in 2017 was het 670.000 euro. Door deze combinatie van subsidie en donaties uit christelijke hoek beschikt Siriz sinds 2017 over meer fondsen dan Fiom. Daarnaast maakt ze, in tegenstelling tot Fiom, ook gebruik van vrijwilligers voor onder andere de online hulpverlening, waardoor meer direct contact mogelijk is. Dit vertaalt zich in de cijfers van mensen die gebruik maken van de online diensten van beide organisaties: waar Siriz 3018 chatgesprekken heeft gevoerd in 2017 (naast nog 1490 andere afgeronde ‘kortdurende hulpvragen’ via e-mail, WhatsApp en telefoon), maakten 1153 mensen gebruik van de online keuzehulp van Fiom.

Fiom heeft alleen nog een landelijk kantoor in Den Bosch. In Utrecht, Amsterdam en Den Haag zijn er onafhankelijke bureaus die haar naam dragen. Siriz daarentegen heeft op dertien locaties een vestiging. En aan die groei lijkt voorlopig geen eind te komen. In het regeerakkoord is onder invloed van de ChristenUnie 53 miljoen extra gereserveerd voor de preventie en ondersteuning van ongewenste zwangerschappen. Over de verdeling van dat geld wordt op dit moment gesteggeld, maar Siriz heeft in ChristenUnie-staatssecretaris Paul Blokhuis een machtige bondgenoot. Inmiddels is wel al duidelijk dat de abortusklinieken van dit geld zijn uitgesloten.

De extra gelden voor hulpverlening voor ongepland zwangeren zijn volgens Amsterdam UMC-hoogleraar Ellen Laan een nutteloze, ideologische investering. ‘Er vinden in Nederland dertigduizend abortussen per jaar plaats en we behoren tot de landen met de minste ingrepen per hoofd van de bevolking. We doen het hartstikke goed!’ De enige maatregelen die volgens haar werken zijn investeringen in betere voorlichting en betere beschikbaarheid van voorbehoedmiddelen. Wel is het abortuscijfer licht gestegen sinds de pil uit het basispakket is gehaald. ‘Dáár kunnen we wat verbeteren.’

Uit recent onderzoek van Jenneke van Ditzhuijzen blijkt bovendien dat vrouwen met psychische problemen minder voorbehoedmiddelen gebruiken, vertelt Laan, en daarmee een grotere kans hebben ongewenst zwanger te worden. ‘Investeren in hulp aan deze en andere risicogroepen helpt beter om het abortuscijfer laag te houden dan mensen bang te maken met informatie die ook nog eens onjuist is.’

Het maken van een weloverwogen keuze is belangrijk, maar bijna alle vrouwen zijn hier prima zelfstandig toe in staat, met hulp van hun partner, familie en vrienden, is ook de ervaring van de artsen Marijn de Mol en Jorien Nijland van de Abortuskliniek Amsterdam. ‘We voeren wekelijks vele tientallen gesprekken met vrouwen en bij slechts een enkeling bemerken we zo veel twijfel dat we doorverwijzen naar Siriz of Fiom. Er wordt een beeld geschetst van de vrouw als hulpeloos slachtoffer, maar dat is in de meeste gevallen helemaal niet zo. Als je écht verschil wilt maken, kun je je geld beter besteden aan het gratis verstrekken van anticonceptie.’

Siriz voldoet aan het hkz Keurmerk voor kwalitatief goede zorg. De overheidsgelden die de organisatie krijgt moet ze besteden aan neutrale hulpverlening. En christelijke organisaties kunnen natuurlijk ook prima hulp verlenen. Het Leger des Heils biedt bijvoorbeeld onderdak en deelt soep uit zonder dat geprobeerd wordt de zwervers te bekeren. Hulp en zending zijn gescheiden activiteiten met gescheiden financieringsstromen.

Bij Siriz lopen echter hulpverlening en het christelijke anti-abortusstandpunt in elkaar over. Siriz verwijst op de website vaak door naar een eigen initiatief, vragenoverabortus.nl. Opvallend genoeg bespreekt geen van de elf ‘ervaringsverhalen’ op deze website de ervaring van iemand die een weloverwogen keuze heeft gemaakt voor een abortus. Wel wordt er op verschillende plaatsen gelinkt naar ikzoekgod.nl, onderdeel van stichting Agapè, een internationaal opererende evangeliseringsorganisatie met een groot online netwerk. Vanaf siriz.nl klik je zo vlugger door naar jesus.net dan naar de website van een abortuskliniek.

Moet je vrouwen die hun keuze al gemaakt hebben nog met alternatieven voor abortus lastigvallen?

De open-armenstrategie van de vbok lijkt op de praktijken van de pro-life-beweging in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De afgelopen jaren hebben klokkenluiders daar gewaarschuwd voor de opkomst van zogenaamde Crisis Pregnancy Centers: pseudo-medische instellingen die onbedoeld zwangere vrouwen begeleiden in hun keuzeproces, vanuit een christelijk pro-life-gedachtegoed. De communicatiestrategie van Crisis Pregnancy Centers en Siriz is vergelijkbaar: allebei hebben ze een sterke online-aanwezigheid en zoeken actief contact met websitebezoekers door middel van chat-, WhatsApp-, en telefoongesprekken. Onderzoek naar de Centers wees uit dat vrouwen die hier hulp zochten verkeerd worden geïnformeerd, bijvoorbeeld door de risico’s van een abortus op te blazen.

En ook de vrijwilligers van Siriz geven foutieve medische voorlichting, is de ervaring van gynaecoloog Gunilla Kleiverda. De arts van het Flevoziekenhuis en voorzitter van Women on Waves had zich bij de Siriz-chat voorgedaan als een ongewenst zwangere vrouw. ‘Als lichamelijk gevolg van een abortus werd ten onrechte een infectie genoemd’, vertelt ze, ‘terwijl deze niet door een abortus maar door een geslachtsziekte veroorzaakt wordt.’ Ook onterechte opmerkingen over een moeilijker verloop van een volgende zwangerschap passeerden de revue. ‘Siriz geeft onjuiste afschrikwekkende medische informatie’, concludeert de gynaecoloog.

Siriz wordt ondertussen als neutrale partij behandeld door collega-zorginstellingen, zoals huisartsenpraktijken, abortusklinieken en jeugdzorg. Veel instanties verwijzen ongepland zwangere vrouwen regelmatig door naar Siriz. Dit gebeurt soms mét, soms zonder de voetnoot dat Siriz uitgaat van het principe dat ook ongeboren leven rechten heeft. Dit is deels uit onwetendheid, maar ook de toegankelijkheid van Siriz speelt een rol. Doordat de organisatie in veel steden kantoor houdt én makkelijk online en via de telefoon bereikbaar is, kan er direct hulp geboden worden.

‘In de gezondheidszorg is al het beleid gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Maar dat geldt hier blijkbaar niet. De keuze voor subsidiëring van Siriz lijkt puur ideologisch en niet op feiten gebaseerd’, reageert Lilianne Ploumen, voormalig minister in het kabinet-Rutte II en nu Kamerlid voor de pvda. ‘De hulpverlening die wordt gegeven is bovendien veel te sturend. Ik vind dat onacceptabel. Centraal moet de keuzevrijheid van vrouwen staan. Ze bepalen zelf met wie ze seks hebben en hoeveel, en of ze een kind willen of niet. Dan past het niet om suggestieve vragen te stellen.’

Ploumen gaat Kamervragen stellen aan staatssecretaris Blokhuis, kondigt ze aan. ‘De overheid subsidieert op deze manier de pro-life-beweging en dat mag nooit de bedoeling zijn. Met overheidsgeld mag er alleen neutrale hulpverlening worden gegeven en daarvan is hier duidelijk geen sprake. Dit moet stoppen, zeker omdat er ook nog eens extra geld beschikbaar komt voor hulp aan ongewenst zwangeren.’ Bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van vws zal ze het voorstel doen om de subsidie van Fiom te verhogen.

6 september. Vijf in pak gestoken mannen staan op een rij in de centrale hal van de Tweede Kamer. De middelste man houdt een groot bord vast in de vorm van een paracetamol, met de opdruk van een foetus en de tekst: ‘21.287 Nederlanders willen de abortuspil NIET bij de huisarts’. Het is vbok-directeur Arthur Alderliesten die vandaag een petitie aanbiedt aan de Kamercommissie voor volksgezondheid. Want vandaag staan medisch-ethische kwesties in de Kamer ter discussie, waaronder de opdracht tot evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap. ‘De abortuspil gaat voorbij aan de beschermwaardigheid van het ongeboren leven – leven dat kan uitgroeien tot een mooi mensje dat, je weet maar nooit, over dertig jaar hier in de Tweede Kamer zou kunnen staan’, zegt de vbok-directeur.

sgp-leider Kees van der Staaij neemt de petitie in ontvangst. In juli verweet de politicus abortusklinieken behandelingen uit te voeren zonder naar de specifieke behoeften van de vrouw te kijken: ‘Als je naar de garage gaat, zegt de monteur ook nooit dat er niks mankeert aan de auto’, zei hij in het AD. De sgp kondigde een voorstel tot wetswijziging aan die artsen verplicht om ongewenst zwangere vrouwen in te lichten over de alternatieven voor abortus.

Het rapport Richtlijn Begeleiding van vrouwen die een zwangerschapsafbreking overwegen uit 2011, samengesteld door verschillende medische en psychologische instituten, spreekt het voorstel van Van der Staaij tegen: ‘Omdat de meeste vrouwen die zich aanmelden bij een hulpverlener, abortuskliniek of ziekenhuis met verzoek tot zwangerschapsafbreking de beslissing om de zwangerschap af te breken al genomen hebben, is het niet wenselijk om iedere vrouw ongevraagd over alternatieven te informeren.’

Vanaf siriz.nl klik je vlugger door naar jesus.net dan naar de website van een abortuskliniek

Abortusartsen Marijn de Mol en Jorien Nijland van Abortuskliniek Amsterdam sluiten zich hierbij aan: ‘De meeste vrouwen die een afspraak maken bij de kliniek weten heel goed wat ze willen. Het is op z’n zachtst gezegd ongevoelig om een vrouw die heel duidelijk is over haar wens voor een abortus toch nog eens te wijzen op de optie om het kind te laten adopteren.’

‘Onze hulpverlening is prima, helemaal niet sturend’, reageert Ronald Zoutendijk, bestuursvoorzitter van Siriz. ‘Wij houden vrouwen een spiegel voor. Ze verkeren vaak in een crisissituatie, wij helpen hen alles op een rijtje te zetten. We wijzen op de mogelijkheid van abortus, erkennen de keuzevrijheid, maar brengen ook andere oplossingen ter sprake en de hulp die we bieden als ze het kindje houden.’

Dat hulpverleners beginnen over de gevolgen op langere termijn, vindt hij een goede zaak. ‘We schetsen een breder perspectief, dat is nuttig. Wij worden vaak benaderd door vrouwen die achteraf spijt hebben, dat is ook de realiteit.’

Cliënten waarderen de geboden hulpverlening volgens de Siriz-bestuurder met een 7,9. En dat de hulp vanuit een visie wordt gegeven die ‘naast de keuzevrijheid van de vrouw ook de beschermwaardigheid van ongeboren menselijk leven’ hoog in het vaandel heeft, is volgens Zoutendijk voor iedereen zonneklaar. ‘Onze uitgangspunten staan in onze visie op de website en die komen overeen met wat daarover in de Wet afbreking zwangerschap staat vermeld.’

In een schriftelijke reactie kondigt staatssecretaris Blokhuis aan dat er meer toezicht komt op de keuzehulp aan ongewenst zwangeren. ‘Onafhankelijke eisen gaan we vastleggen zodat voor alle hulpverleners helder is waaraan ze moeten voldoen om financiering te kunnen krijgen.’ De Inspectie Gezondheidszorg zal dit controleren. Het uitgangspunt daarbij is dat ongewenst zwangere vrouwen ‘zelf beslissen en zich gesteund voelen in hun keuze’.

Het debat in de Tweede Kamer zal zich daar op toespitsen. Want hoe ziet die steun eruit? Moeten vrouwen die hun keuze al gemaakt hebben nog met alternatieven voor abortus worden lastiggevallen? En hoe ideologisch mag de gesubsidieerde hulpverlening zijn? Het zijn vragen die bij subsidieveranderingen in 2013 eigenlijk al beantwoord hadden moeten zijn.


Met medewerking van Parcival Weijnen. De geciteerde chats zijn om redenen van privacy geanonimiseerd


Rectificatie: In een eerdere versie van dit artikel waren de namen van abortusartsen Marijn de Mol en Jorien Nijland deels geanonimiseerd. Dit was echter niet nodig.


Naar aanleiding van dit onderzoek werden Kamervragen gesteld: