Ongewenste geleedpotigen

De mier is de communist onder de insecten, en als individu is hij een orgaan in dienst van een groter organisme. Liever niet té groot, echter.

Wat ik, met mijn gebrekkige kennis van het insectenrijk, voorzichtig had gedefinieerd als ‘boktor, houtworm, godweetwat’ bleek niets van dat alles. Het bruinzwarte zaagsel dat elke dag op dezelfde plekken lag was het afval van een mierenkolonie die zich gevestigd had in de muren, in de constructie van de schuiframen of op een aantal andere mogelijke plaatsen. ‘Ze kunnen overal zitten’, zei de specialist, terwijl hij wat van dat zaagsel tussen zijn vingertoppen liet gaan. ‘Delen van dode torretjes en andere insecten. Ze zitten hier al heel lang.’ Ik probeerde opluchting, maar dat bleek te vroeg gejuicht. ‘Mieren zijn niet minder erg’, zei de specialist. ‘Die vreten zich ook door het hout heen. En ze zijn heel moeilijk om te bestrijden, omdat we niet kunnen zien waar de nesten zitten.’

Ik heb diep respect voor de mier, volgens T.H. White de communist onder de geleedpotigen. Een tijdje geleden zag ik een documentaire over een superkolonie in de Jura, bestaande uit misschien wel duizend nesten. Op de een of andere manier hadden die volkeren de onderlinge strijd om territorium afgeschaft en een mierenvariant op de Europese Unie tot stand gebracht. Grenscontroles bestonden uit kort aftasten, leden van verschillende stammen liepen door elkanders gebied en bezochten zelfs elkaars mierenhopen.

Het verschil met kolonies aan de andere kant van de bergtop was immens. Daar brak elke lente een dagenlange strijd uit om gebied en lag na afloop het niemandsland bezaaid met lijken. De wetenschappers die de superkolonie onderzochten begrijpen nog steeds niet goed waardoor het afwijkende gedrag van de superkolonie is veroorzaakt. Waardoor is territoriaal gedrag opgegeven ten gunste van een soort statenbond? Er is een evolutionair voordeel, maar hoe is dat duidelijk gemaakt aan andere volkeren en hoe en waarom hebben zij zich aangesloten bij dat eerste ‘bekeerde’ volk? Het was een bbc-documentaire, maar iets in mij zegt dat Boris Johnson ’m niet heeft gezien. Of misschien ook wel. Logica, argumenten, feiten zelfs, het schijnt er allemaal niet zo veel meer toe te doen. In het postideologische tijdperk hebben ideeën plaatsgemaakt voor meningen. En die heeft iedereen. Zeggen wat je denkt is belangrijker dan nadenken voordat je iets zegt.

T.H. White beschreef de wereld van de mieren in Arthur, Once and Future King als een hopeloos rigide samenleving waarin het individu is gereduceerd tot een orgaan in dienst van een groter organisme. White noemde het communisme, maar hij had het net zo goed het predicaat fascisme kunnen geven, want er is weinig verschil tussen die twee. De liberale samenleving, en dan gaat het niet over de cultus van markt en eigenbelang zoals de vvd die uitdraagt, staat zwak ten opzichte van Het Grote Idee.

Isaiah Berlin noemde schrijvers en denkers ooit vossen of egels. De vos die het vele van het bestaan ziet en begrijpt dat die veelheid niet kan worden gereduceerd tot een allesomvattend idee en de egel die de wereld bekijkt vanuit één allesoverheersende opvatting. Het was een mooie manier om het totalitaire en het liberale te bekijken toen het totalitaire zich nog beriep op ideeën. Die tijd is voorbij. Het nieuwe totalitaire bestaat uit de grillige oprispingen van één man. Tot nu toe nog geen vrouw.

Ondertussen waren de ongediertespecialist en ik met de timmerman van het landgoed aan het kijken hoe de strijd tegen het communisme in mijn appartement moest worden gevoerd. De gedachten gingen uit naar gif, in de holtes van de schuiframen te spuiten als ik er een tijdje niet was. Een klein ongemak dat in het niet viel bij de gevreesde boktor, want dan zou het gebouw voor lange tijd ontruimd moeten worden.

‘Maar die vind je tegenwoordig meer in nieuwbouw’, zei de specialist.

Mijn beeld van in blauw plastic gehulde oude kerken verdampte

Mijn beeld van in blauw plastic gehulde oude kerken verdampte ter plekke. Hoezo: in nieuwbouw?

‘Moderne zaagtechnieken’, zei de specialist.

Vroeger werd een gevelde boom ontschorst en dan in planken gezaagd, maar tegenwoordig wordt een stam gescand, met een laser in verzaagbaar materiaal verdeeld en vervolgens computergestuurd verwerkt. Het is een zeer zuinig proces dat als nadeel heeft dat er niet alleen spinthout maar ook wat schors aan de planken en latten zit en daarin kan ongedierte eieren hebben gelegd.

‘Dan is zo’n nieuwbouwhuis af’, zei de specialist, ‘en dan stoken ze voor het eerst en vervolgens komt alles tot leven.’

Ik onderdrukte de neiging om me overal hysterisch te krabben.

Later die dag kwam mijn dochter logeren. Toen ze haar spullen had uitgepakt zei ze dat ze spinnen had gezien. Ik vroeg of ik ze weg moest halen.

‘Volgens mij moet je ze laten zitten’, zei ze, ‘want ik zag dat ze insecten hadden gevangen.’

Ook dat nog. Moest ik nu een spinvriendelijk regime voeren in mijn strijd tegen ongewenste geleedpotigen? De vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden? Ik had een visioen van een televisieprogramma waarin de wereldpolitiek werd geduid, zoals de zenderbazen dat graag noemen, door biologen. Frans de Waal over Trump en Poetin, Midas Dekkers over Brexit. Het leek me een stuk zinniger dan wat ik tot nu toe zag.

De timmerman en de ongediertespecialist vertrokken, maar ik zag ze vanuit mijn raam nog even overleg voeren naast een zwart busje met op de achterkant een wervende regel: ‘Beestachtig goed!’ Op de een of andere manier vatte dat verdomd veel samen.