Alex van Warmerdam op het nederlands filmfestival

Ongewenste vreemdeling

Met zijn nieuwe film, Ober, toont Alex van Warmerdam aan dat hij inmiddels op eenzame hoogte is komen te staan in Nederland. Hij is een echte filmauteur, in wiens oeuvre consequent dezelfde thematiek aan de orde komt.

Medium ober02 cmyk 1

foto: Victor Arnolds

In Ober speelt Alex van Warmerdam de ober Edgar, een zachtmoedige kerel met gevoel voor ironie. Dat is ook wel nodig, want zijn leven is tamelijk triest: zieke vrouw, tirannieke buren, halsstarrige minnares en een donkere, koude stad. En dus droomt Edgar over liefde, verlossing, vooruitgang. Hij vindt: stagnatie, geweld, verraad en teleurstelling. En de onverbiddelijke houding van zijn schepper. Want Edgar bestaat niet; hij is een figuur in een verhaal van schrijver Herman (Mark Rietman). Wat is het leven, wat is de mens? Edgar wil het weten, en langzaam weekt hij zich los van de verschillende werkelijkheden waarin hij leeft, niet alleen zijn eigen verhaal, maar ook dat van de film Ober. Zo ontstaat een sfeer van hysterie en vervreemding binnen een gestileerde omgeving, die eigen is aan alle films van Van Warmerdam.

Op het oog is Ober postmodernistisch doordat personages zich realiseren dat ze verzonnen zijn, waardoor de kijker zich bewust wordt van de kunstmatige aard van het werk. Maar meer nog sluit het werk aan bij zowel Van Warmerdams eigen oeuvre als bij de absurdistische theatertraditie. ‘Toneel zit in mijn bloed’, zei de regisseur in een recent interview, en deze uitspraak bevat misschien meer dan wat ook de kern van zijn kunstenaarschap. Zijn films ademen iets van Albert Camus, die de mens zag als een vreemde in het universum. In Le mythe de Sisyphe (1942) beschrijft Camus bijvoorbeeld het ‘gevoel van de Absurditeit’ als een scheiding tussen de mens en zijn leven, tussen de acteur en zijn setting. In de jaren vijftig werd het absurdisme een belangrijke stroming in het theater door het werk van Eugène Ionesco, Samuel Beckett, Jean Genet, Tom Stoppard en Harold Pinter. Deze invloeden werken nog steeds in op de cinematografie, vooral in de films van David Lynch, bijvoorbeeld Blue Velvet (1987), een neo-film-noir die tegelijk absurdistisch, anachronistisch en surrealistisch is. Het restaurant in Ober doet veel denken aan Lynch’ stijl: gedempt geluid, ontregelende muziek en donkere panelen. Het is een anonieme, angstwekkende wereld, waar de mens slechts als vreemdeling kan bestaan.

De gelaagdheid van Ober en het feit dat het werk uitstekend geschreven, gespeeld en gefilmd is, maken het tot een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van Alex van Warmerdam, een cineast die zich zo langzamerhand op eenzame hoogte in het Nederlandse filmlandschap bevindt. Immers, sinds zijn debuut in 1986 met Abel, waarvoor hij een Gouden Kalf voor beste speelfilm kreeg, maakt Van Warmerdam films waarin dezelfde thematiek consequent aanwezig is. Hij is een van de weinige echte filmauteurs in Nederland, dat wil zeggen een regisseur die herhaaldelijk dezelfde producenten, scenaristen, componisten en acteurs gebruikt om persoonlijke films te maken. Het begon met Abel, en hoe magnifiek deze film werkelijk is, blijkt wanneer je hem na al die jaren opnieuw bekijkt.

Het is alsof het werk geen dag ouder is geworden. Nederland ziet er nog precies hetzelfde uit als toen: donker, koud, onpersoonlijk, vol seksuele repressie en ingehouden geweld. De voyeuristische titelsequentie blijft meesterlijk, een mix van David Lynch en Alfred Hitchcock: een man met één been op een oefenfiets; een zwart-wit-cowboyfilm waarin een held ligt te kermen vanwege twee pijlen in zijn borst; en een hartstochtelijke omhelzing door twee personages gekleed in zwarte regenjassen, terwijl op het bed een kwijlende hond toekijkt; en een man die met een zweep wordt afgetuigd in een bizarre seksact. Abel, de 32-jarige ‘jongen’ die bang is om naar buiten te gaan, is nog het meest normale personage in dit universum. Zo rijk is Abel: een virtuoos spel met cameraperspectieven en een soort _dead pan-_humorstijl die veel weg heeft van de films van Jacques Tati, bijvoorbeeld de onvergetelijke scène waarin tientallen asbakken spontaan aan het trillen gaan in een restaurantje waar Abels vader geheime ontmoetingen met een prostituee heeft.

De vader is belangrijk, want Freud en de Oedipus-mythe zijn alom aanwezig in de films van Van Warmerdam. De scène waarin Abel en zijn moeder, die stiekem een tv-toestel hebben gekocht, tegen de vader vechten, is hilarisch, vooral op het moment dat Abel zijn vader met een wc-borstel te lijf gaat. Maar nog mooier is de vraag van Abel, bloedserieus: ‘Neem nou een cowboyfilm: heeft die cowboy dan geen ouders?’

Cowboys en westerns vormen de mooiste en meest mysterieuze van de Van Warmerdam-metaforen. Westernmotieven manifesteren zich niet alleen in de vertelling en vormgeving van Van Warmerdam-films, maar ook in de muziek, altijd van de hand van Alex van Warmerdam en zijn broer, Vincent. Het nieuwbouwdorpje in De Noorderlingen (1992) komt rechtstreeks uit een spaghettiwestern, compleet met een stoffige hoofdweg die twee rijen huizen scheidt. Op en naast de weg voltrekken zich veel verhaalhandelingen, bijvoorbeeld die rond de met een geweer gewapende boswachter – een magistrale rol van Rudolf Lucieer – die als een sheriff controleert of iedereen zich wel aan de regels houdt. Doorgaans klinkt het geluid van gitaar en banjo. Dat geeft vorm aan archetypische, muzikale westernmotieven.

Net als in Abel vormt ook in De Noorderlingen freudiaanse symboliek de kern: Jack Wouterse is een slager die seks wil met zijn vrouw, gespeeld door Annet Malherbe, die zich een heilige, en dus een soort van maagd, waant. In het midden staat hun zoontje, dat juist bezig is zijn eigen seksualiteit te ontdekken en zijn erotische verlangens uitleeft door middel van een mooie, gedroomde vrouw die in een magisch, donker bos woont. De film begint met een fotosessie waarin een gezin, dat bestaat uit vader, moeder en zoontje, poseert. In Van Warmerdams volgende film, De jurk (1996), keert dit tafereel terug in een schilderij van een oudere kunstenaar (Eric van der Donk) bij wie de jonge, mooie Marie (Elizabeth Hoytink) woont. Op het doek staan een vader en een moeder en klein in het midden een jongen. De moeder draagt een jurk met hetzelfde design als dat op de jurk van Marie. Wanneer de kunstenaar ’s avonds weg is, sluipt een kinderlijke, seksbeluste treinconducteur (Alex van Warmerdam) de slaapkamer binnen. ‘Ik ben normaal’, zegt hij, ziedend.

Tegenover de abnormaliteit van het ‘kind’ in De jurk staat de afwezigheid van het kind die de dramatische drijfveer vormt van Kleine Teun (1998). Een kinderloos echtpaar, Boer Brand (Alex van Warmerdam) en zijn echtgenote Keet (Annet Malherbe), lokt een vrouw, lerares Lena (Ariane Schluter), naar het huis ergens op het platteland. Vervolgens doen Brand en Keet zichzelf voor als broer en zus. Een kabouter van hout waar Brand aan knutselt, staat symbool voor impotentie en de gefrustreerde kinderwens. Maar Lena biedt uitkomst: ze wordt zwanger en Kleine Teun wordt eindelijk geboren. Brand is blij. Met Teun op zijn schoot kijkt hij naar een oude western op televisie. Hij zegt, vertederd: ‘Kijk, cowboy!’

In Grimm (2003) voert Van Warmerdam de westernsymboliek verder door de apotheose van het magisch-realistische verhaal in een echt westerndorpje in Spanje te situeren. In het dorpje schuilen Jacob (Jacob Derwig) en Maria (Halina Reijn), nadat zij als sprookjesfiguren naar Spanje zijn gevlucht en daar in een duister complot van een waanzinnige chirurg en zijn vrouw zijn beland. Bijna liefdevol toont Van Warmerdam de iconen van de spaghettiwestern: witte bonen, een kroeg en pijlen en bogen.

Westerns betekenen iets voor Alex van Warmerdam. Maar wat precies? Misschien raakt het antwoord zelfs de kern van zijn kunstenaarschap. Het is mogelijk dat de iconografie van de western, niet alleen attributen als geweer en pijl en boog, maar vooral ook het landschap in de vorm van weidse leegtes en eenzame dorpjes, de volmaakte surrealistische setting vormen voor de Van Warmerdam-personages. Binnen deze kunstmatige werkelijkheid worden zij, net als personages in de westerns van bijvoorbeeld Sergio Corbucci en Sergio Leone, geconfronteerd met momenten van vervreemding en existentiële angst, van het als het ware uitstappen, in de Camus-zin van het woord, uit de werkelijkheid.

In Ober is het spel met de werkelijkheid essentieel. Dat is immers wat de schrijver van fictie doet: vorm geven aan personages en hun wereld. Wanneer de personages dat doorhebben, wanneer zij opeens weten dat iemand hen op dat moment aan het schrijven is, dan is dat moment puur existentieel van aard. Tegelijk wrang en hilarisch is de wijze waarop de personages in Ober kunnen interveniëren in het creatieve proces. Om de haverklap stormen ze binnen in het appartement waar auteur Herman aan het verhaal zit te schrijven. Maar de zeurende figuren gaan de auteur niet in de koude kleren zitten, zo blijkt wanneer ober Edgar voor de zoveelste keer komt vragen of hij nu eens een keer niet gewoon een heerlijke vrouw kan krijgen met wie hij een buitenechtelijke relatie kan hebben. Seks zonder gedonder, dus. Dat blijkt te veel gevraagd.

Typisch Van Warmerdam is dat de vertelling in een noodlottige richting beweegt. Ook in Ober, en inderdaad, daar is het weer: een pijl en boog biedt uitkomst, net als in Grimm. Edgar koopt het wapen ergens in een achterafsteegje. In een gedurfde scène zien we hoe Edgar letterlijk minutenlang toekijkt hoe een oud vrouwtje, dat regelrecht uit een sprookje lijkt te zijn gestapt, probeert de pijl en boog met artritisvingers in te pakken. Dan, tijdens het oefenen in het bos, doodt Edgar per ongeluk een duif en ziet hij een rode bal door de duinen rollen. Als Edgar gaat kijken, stuit hij op een zakenman (Pierre Bokma) en een vrouw. De man ‘drinkt’ aan de borst van de mooie vrouw, die de vrouw blijkt te zijn op wie Edgar verliefd is. Het beeld van Edgar met bal en pijl en boog – symbolen van jeugd en plezier – kijkend naar de man en de vrouw, suggereert: verloren onschuld, gefrustreerd seksueel verlangen en onmogelijke liefde. Al kijkend is hij machteloos, impotent, een man die buiten het verhaal staat, als een ongewenste vreemdeling. Het beeld is de kristallisatie van alle films van Alex van Warmerdam.

Het Nederlands Film Festival, van 27 september tot 6 oktober, te Utrecht. De films van Alex van Warmerdam zijn verzameld in een dvd-box

www.filmfestival.nl