kijken

Ongrijpbaar

Yves Klein en Bruce Nauman maken op eigen wijze de ongrijpbaarheid van vorm, in al haar dubbelzinnigheid, zichtbaar.

STEL JE (uit de herinnering) een eenvoudig landschap voor van bijvoorbeeld Jan van Goyen: de grond oneffen, een landweg met een verwaaide, kromme boom langs de kant, overwegend monochroom, bruin en zandkleurig, ook de roerloos egale lucht is gelig grijs. Zelfs als je alles wat je ziet kunt herkennen (daar het dak van een boerderij, daar een boerenkar, dan twee koeien en verder weg een wandelaar) dan nog zit zo'n schilderij vol wonderlijke geheimen. Want bij langer en geduldig kijken, gaan je allerlei kleine details opvallen van het maken van het schilderwerk, bewegingen van het penseel in de verf: een vluchtig geveegde schaduw, dunne slierten kringelende rook uit een schoorsteen of boombladeren zo trillend getekend dat je ze ziet ritselen. Het zien van dat losse web van details, doorheen het hele schilderij, maakt het kijken onderhoudend omdat je steeds weer iets ziet wat je daarvoor niet was opgevallen en dat je verrast en, zonder dat je het merkt, weer alerter doet kijken. Zo tasten onze ogen zich, om zo te zeggen, onophoudelijk een weg door de zichtbare wereld. Beeldende kunst is een toegespitste (volgens sommigen overdreven) vorm van dat genot. Want kijk dan, na die fictieve Van Goyen, naar het wonderlijk glanzende Résonance (monogold) van Yves Klein, uit 1960, dat gemaakt is met de verfijning van een juweel - en dat, net als een juweel, bedoeld is om meeslepend mooi te zijn.
Het is een paneel van bijna twee meter hoog bedekt met een laag gips waar, in een onregelmatig patroon, een aantal concave, ronde vormen op zijn aangebracht. Daarna is het geheel gelijkmatig met dun bladgoud overdekt. Meer dan dit, hoe het ding is gevormd, is er eigenlijk niet over te zeggen. Eigenlijk lijkt het ook nergens echt op. Je kunt denken aan maankraters, maar als Yves Klein in zijn verbeelding is geholpen door iets wat hij ooit gezien heeft, dan hou ik het eerder op het rulle zand op het strand in de zomer - als daar in de namiddag het licht van de lage zon over strijkt en het verandert in een hobbelig oppervlak van vlekken licht en schaduw. Of kijk ik nu zo naar het strand omdat het schilderij van Yves Klein me daaraan herinnerd heeft?
Wezenlijk aan Résonance is dat het onweerstaanbaar meeslepend is. In de loop der jaren is het goud iets doffer geworden maar nog steeds is er de zachte glans (fragiel als de schemering) die meebuigt met de glooiingen van het oppervlak. Normaal heeft het werk in een museumzaal een gelijkmatige belichting. Maar als je als kijker voor het ding heen en weer beweegt, beginnen de concave schaduwen te verschuiven waardoor de vorm ervan verandert. Zelfs als je stil tegenover het gouden paneel zit en bij het kijken alleen met je hoofd beweegt zie je al een soort bevende verschuivingen in de vormgeving verschijnen en verdwijnen - zoals op zee de golven rijzen en dalen waarbij de vorm hun volumes onnavolgbaar zijn. Zo eindeloos kun je ook naar het werk van Yves Klein kijken omdat de optische vorm ervan ongrijpbaar blijft.
In de videosculptuur Washing Hands heeft Bruce Nauman op zijn typisch realistische manier die ongrijpbaarheid van vorm, in al haar dubbelzinnigheid, zichtbaar gemaakt. Er zijn twee beelden boven elkaar die allebei handen laten zien die zich, met een stuk zeep, aan het wassen zijn, onder een klaterende straal water boven een wasbak. De film duurt bijna een uur en begint dan, na titels, direct weer opnieuw. De waterstraal komt op beide beelden van onderen. De close-up van de handen is zodanig dat de indruk gewekt wordt dat wij door de ogen van de protagonist (Nauman zelf) mee kijken naar het wassen.
In het bovenste beeld komen de wassende handen van links in beeld, daaronder van rechts. De handen bewegen in een gelijk, vlot ritme, maar de bewegingen boven en onder vallen niet samen - hoewel het soms lijkt alsof ze in omgekeerd spiegelbeeld verschijnen. De monotone maar onnavolgbare handbewegingen worden hier en daar onderbroken als het stuk zeep opnieuw wordt gepakt of wanneer (ergens in verloop) de temperatuur van het water gevoeld en aangepast wordt. Dat is een gebeurtenis. Hoe precies dit dubbelbeeld is gegenereerd, weet ik niet. Wat ook nog gebeurt is dat, per beeld, de kleur steeds verandert: groen, paars, blauw, geel, oranje - die vooral, en in een volstrekt onvoorspelbare volgorde. Soms ook hebben beide beelden dezelfde kleur. Wat we zien is een voortdurend, relatief snel bewegen van handen, en dus het onvoorzien en ongrijpbaar veranderen van vorm.
Ik vind Washing Hands perfect in zijn gebruik van nieuwe technologie. Het is allemaal waar wat we zien en geen illusie. Dat is de indringendheid van deze strakke demonstratie. Roerend is daarbij nog dat ze met bewegende handen wordt uitgevoerd. In klassieke kunst was het, zoals we weten van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel, de hand waarmee God de schepping dirigeerde en de eerste mens tot leven wekte.

PS Beide werken zijn nu te zien in de tijdelijke opstelling (Nr 2) in het Stedelijk in Amsterdam