The Man Booker Prize

Onheil dat blijft naderen

Waarom The Fishermen, het alom enthousiast ontvangen debuut van de jonge Nigeriaanse schrijver Chigozie Obioma (1986), in Nederland verschijnt onder de titel De verboden rivier is een klein raadsel.

Aanvankelijk dacht ik dat het me dwarszat omdat het zo’n cliché lijkt: Afrika en mysterieuze rivieren. Maar die rivier zit wel in het boek, dus dat valt ergens ook de schrijver aan te rekenen – en die is wat Afrika-clichés betreft al snel boven iedere verdenking verheven. Het probleem met die titel is vooral dat het verhaal vrijwel niets met die rivier te maken heeft, die speelt slechts een bijrolletje als vehikel voor angst en bijgeloof, en alles met de vissers uit de oorspronkelijke titel.

Die vissers zijn de broertjes Ikenna (de oudste), Boja, Obembe en Benjamin. Die laatste is niet de jongste telg van het gezin Akwu, na hem kwamen nog David en Nkem, maar wel degene die de geschiedenis vertelt die begint wanneer hun vader door zijn werkgever, de Nationale Bank van Nigeria, wordt overgeplaatst naar Yola, en hij zijn gezin moet achterlaten in Akure. De vrijheid die dat vertrek oplevert vullen de broertjes met een nieuwe hobby, vissen, en een nieuwe gedeelde identiteit: ze zijn vissers.

Wanneer ze op een middag teruglopen van de rivier stuiten ze op een lokale gek: Abulu. De man verloor naar verluidt ooit zijn verstand bij een ernstig ongeluk. Kort daarna verkrachtte hij zijn moeder en vermoordde hij zijn broer en sindsdien struint hij piemelnaakt rond en strooit hij met naargeestige profetieën die net iets te vaak lijken uit te komen. Hoe over the top dat ook moge klinken, het is een angstaanjagende figuur. Abulu voorspelt de aan de grond genagelde broertjes dat een van de andere vissers Ikenna zal doden.

Medium chigozie obioma color 1

Het is Abulu’s voorspelling die de eerste helft van The Fishermen voortstuwt. In hoeverre die voorspelling precies uitkomt bespaar ik u, maar na een geweldsexplosie ligt het gezin in stukken. Het is het bijeenrapen van die stukken, de verwerking van wat er is gebeurd en de schijnbare onvermijdelijke consequenties daarvan, die uiteindelijk de tweede helft van het boek eenzelfde soort spanning verleent. De zwartgeblakerde aarde die achterblijft na een tragedie is vruchtbare grond voor de kiem van een volgende.

Boven een van de hoofdstukken prijkt een regel uit het meest geplunderde gedicht uit de wereldliteratuur, W.B. Yeats’ The Second Coming. Obioma gebruikt die regel – over de valk die de valkenier niet meer kan horen – om de moeder die na het vertrek van haar man merkt hoe het gezin uiteenvalt te omschrijven, maar de relatie met Yeats’ gedicht gaat verder. Obioma toont opzichtig zijn schatplichtigheid aan Chinua Achebe, in het bijzonder aan diens Things Fall Apart, een titel die ook al aan The Second Coming werd ontleend. Maar naast dit soort kleinigheden is het hele boek vergeven van de onheilszwangerschap die ook Yeats’ gedicht kenmerkt. Een onheil dat nooit ophoudt met naderen, zelfs nadat het zich heeft aangediend.

Als dat zwaar klinkt: Obioma schrijft lichtvoetig. Al op de eerste pagina valt op hoe vrijwel alle metaforen naar dieren lijken te verwijzen en dat gaat de rest van het boek zo door. Het duurt een tijdje voordat, tussen de regels door, duidelijk wordt waarom Obioma op dat punt zo stug doorzet: Benjamin is volgens zijn vader voorbestemd om professor te worden, maar zelf ziet de tienjarige verteller meer in een carrière als dierenarts of iets wat erop lijkt. Het gaat zelden expliciet over Benji’s dierenliefde, maar indirect is dat wel wat de stem van de verteller kleurt en dat wat het boek opvallend stijlvast maakt.

The Fishermen is vol overtuiging fabelachtig, zonder ooit daadwerkelijk echt een fabel te worden. Hoewel zaken als de Nigeriaanse politiek van de jaren negentig, etnische scheidslijnen en de herinnering aan de oorlog in Biafra zijdelings ter sprake komen, lijkt het vooral te draaien om hoe de verhalen die we vertellen de werkelijkheid beïnvloeden; hoe wat we geloven bepaalt met welke wereld we worden geconfronteerd.