Beeldcultuur: Luc Tuymans

Onheilsbrengers

JE KUNT van alles zeggen van de schilderijen van Luc Tuymans, maar niet dat ze spectaculair zijn. Daar zijn ze te verstild voor, te introvert, als je dat kunt zeggen van een schilderij. Mij lijkt het een passend woord, want schilderijen mogen dan wel verf op doek zijn, zoals we hebben begrepen uit al het onderzoek dat de kunst in de vorige eeuw naar zichzelf heeft gedaan, maar die ontnuchtering heeft nooit de ziel van de schilderkunst aangetast.

Medium lt1993 02 half3

Er bleef dwars door alle nadruk op de verf zelf, de pure kleur, het grote of kleine schildersgebaar, de vorm, het formaat, de rand en de achterkant van het schilderij, altijd iets ongrijpbaars over. Iets wat zich aan iedere klinische analyse onttrekt, zoals bij een levend wezen. Daarom is het nooit gelukt om de schilderkunst dood te theoretiseren, alle verwoede pogingen ten spijt.

Die liggen nu achter ons. Schilderkunst is hot in de 21ste eeuw, zo hot dat een nieuwe nuchterheid niet slecht zou zijn. Want waar wordt eigenlijk voor geapplaudiseerd als op de kunstveiling weer een prijsrecord wordt gebroken? Ook ‘een Tuymans’ wil daar nogal eens sensatie verwekken, maar het lijkt ongepast, alsof je een schijnwerper zet op een nachtdier. De schilderijen van Tuymans kruipen al weg als je er nog maar naar wijst.

Juist die gevoeligheid maakt dat je blijft kijken, gefascineerd maar ook lichtelijk geïrriteerd: waarom dat vlekkerige oppervlak? Die stervende kleuren? Dat vervagende beeld? De figuren, de voorwerpen, de interieurs, de landschappen: ze lijken zich stilletjes terug te trekken uit de tijd, op te lossen in de ruimte, in plaats van zich schel en luidruchtig te manifesteren en belevenissen te creëren, zoals we bij veel kunst zien die we actueel noemen. Met de beelden die ons dagelijks bestormen en ons de werkelijkheid inpeperen, lijken de schilderijen van Tuymans al helemaal niets van doen te hebben. En toch zuigen ze de aandacht op, trekken ze ons een diepte in waar een andere tijd lijkt te huizen, ver weg en tegelijk pal onder het oppervlak, als bij een pijnlijke herinnering.

Bloodstains is pijnlijk om naar te kijken. Niet omdat we bloeddruppels zien, want daar doen de donkerrode, ronde vormpjes met hun smalle, roserode buitenrand niet direct aan denken. Het zijn eigenlijk meer blaren en open plekken, een associatie die opkomt doordat de zachtgroene ondergrond zo veel op een huid lijkt. Een beursgeslagen huid, met rauwe, naar blauwgroen en zachtpaars zwemende, onderhuidse plekken. Er lijken gaten in te zijn gevallen, waardoor het zicht vrijkomt op een donkerrode onderlaag die zich hier en daar als een glanzende blaas naar buiten perst. Maar het meest onrustbarend zijn misschien wel de als natte teer glimmende kleine bolletjes die losjes over de huid verspreid liggen. Of eigenlijk meer erop af zweven, in een ongeordende formatie.

De bolletjes vallen aan. Zo voelt het. Er gaat een dreiging vanuit die je niet ervaart als je naar de foto zou kijken waarop dit schilderij is gebaseerd, een plaatje van een microscopisch bloedonderzoek. Bijna alle schilderijen van Tuymans zijn gebaseerd op foto’s, filmstills of gefoto­kopieerde plaatjes, vaak van de Tweede Wereld­oorlog of het koloniale verleden van België, soms ook van medisch-wetenschappelijk onderzoek, zoals in dit geval. En altijd voegt hij er iets aan toe dat misschien wel in de foto verborgen zat, maar niet gevoeld kon worden en dat zich misschien laat omschrijven als een mengeling van angst, verontwaardiging, verwondering en compassie.

Om dit te kunnen bereiken is een goed gevulde schilderkunstige trukendoos nodig. In die van Tuymans zitten alle ontdekkingen die de onderzoekspraktijken van de vorige eeuw hebben opgeleverd en Bloodstains is daar een voorbeeld van. Want wat op het eerste gezicht pure abstractie lijkt, blijkt bij nadere beschouwing een verhoogde vorm van realisme te zijn: je kijkt zowel naar wat geschilderd is als naar het schilderen zelf.

De sleutel ligt in dit geval bij de zwarte bolletjes. We zien best dat het ronde stippen zijn waar glimplekken een bedrieglijke ronding aan geven. We zien ook dat ze door hun ongelijke grootte de illusie van ruimte creëren. Maar dat we ze dwars door die trucs heen toch als onheilsbrengers ervaren, komt door het pure zwart. Dat steekt zo fel af tegen de weke kleuren van het fond dat de bolletjes bijna fysiek voelbaar worden. Hard als robotsoldaten zweven ze voor een gevoelig weefsel van kleuren, beide evenzeer deel van een onmetelijke, onbevattelijke kosmos. De microkosmos van cellen, moleculen en elementaire deeltjes waaruit ons lijf is samengesteld, maar die het ook tot een speelveld maken van bacteriën, microben en virussen. Tot het sterft.

Tuymans schilderde dit doek in 1993, maar het is in de 21ste eeuw actueler dan ooit.


Beeld: Felix Tirry / Courtesy Zeno X Gallery Antwerpen