Onhoudbaar leven

‘Ik lijk op mijn moeder’, zegt de eenzame veertiger Sonja Hansen in Spiegel spiegel schouder. ‘We hebben een rijke innerlijke wereld. We kunnen van alles. Maar we zijn niet helemaal goed afgesteld als vrouw.’ Sonja’s laatste geliefde heeft haar verlaten voor een van zijn studenten en haar zus Kate neemt nooit meer op als ze belt. In een poging haar leven enigszins in eigen hand te nemen is ze begonnen aan rijlessen, maar ze heeft het knagende vermoeden dat ze het type mens is dat nooit zal leren rijden.

Small nors  dorthe    c  simon klein knudsen   rechtenvrij  foto uit 2008
Dorthe Nors’ stijl is droogkomisch, subtiel en vilein in de ­inzichtjes die ze geeft in het eenzame ­grotestadsleven © Simon Klein Knudsen

Spiegel spiegel schouder is het achtste boek van de Deense schrijfster Dorthe Nors. Naast deze roman is tot nog toe alleen de verhalenbundel Karateslag/Minna zoekt oefenruimte in het Nederlands beschikbaar, maar dat gaat waarschijnlijk snel veranderen. Nors’ werk is ondertussen in meer dan twintig talen vertaald en doet het goed in het internationale prijzencircuit. Spiegel spiegel schouder is geshortlist voor de Man Booker International Prize in 2017.

In Spiegel spiegel schouder volgen we enkele weken het leven van Sonja. Ze gaat op rijles, naar haar masseur, op bezoek bij haar oude, en enige, vriendin Molly en probeert ondertussen haar zus Kate aan de telefoon te krijgen. Kortom, er gebeurt niet veel spectaculairs, maar toch. Langzaam maar zeker wordt het duidelijk dat Sonja’s leven onhoudbaar is geworden.

‘Alle leven, iedere vorm van esthetiek, communicatie en liefde is hier verdwenen. Het is het ultieme non-landschap’

Sonja is opgegroeid op het platteland van Jutland, maar woont sinds haar studententijd in Kopenhagen. Ze is de eerste in haar familie die naar de stad is vertrokken en gestudeerd heeft. Maar ze heeft zich nooit helemaal thuis gevoeld in de stad en het platteland van haar jeugd is aan het verdwijnen. En de ontheemding van het hoofdpersonage gaat dieper dan alleen plaats. Typisch is bijvoorbeeld dat Frank, haar schoonbroer, haar niet kan plaatsen; omdat ze gestudeerd heeft denkt hij dat ze wel geld zal hebben, maar omdat ze als freelance vertaler van Zweedse thrillers geen ‘echte’ baan heeft twijfelt hij ook of ze misschien niet heel arm is. ‘Het ene moment vindt Frank dat ze een villa in een chique voorstad van Kopenhagen moet kopen. Het volgende dat ze beter in een rijtjeshuis in een dorp kan gaan wonen waar de mensen juist wegtrekken.’

Op een dag wandelen de zussen in hun geboortedorp en komen langs de oude boerderij van de familie, ondertussen verkocht. Sonja ziet het mini-stadslandschap met megastallen en bijgebouwen en ruikt de penetrante geur van ammoniak die in de grond gesijpeld is en zegt hartstochtelijk: ‘Zie je het dan niet? Alleen de duivel kan in zo’n darm wonen. Alle leven, iedere vorm van esthetiek, communicatie en liefde is hier verdwenen. Het is het ultieme non-landschap.’ Met deze hartstochtelijke uitspraak van afschuw veroordeelt ze niet alleen het landschap, maar ook het leven van haar zus. Er zijn meer tekenen dat de zussen niet meer dezelfde taal spreken. Kate heeft een keer gezegd ‘dat ze niet in dat klimaatgedoe gelooft want geloven in klimaatverandering staat op één lijn met geloven in de Jehova’s Getuigen (…)’. Zo is er zo veel en alleen al door ‘klimaatgedoe’ te zeggen ontstaat er een kloof tussen de zussen Kate en Sonja Hansen.

Nors beschrijft het alledaagse leven, de banaliteit ervan, zonder te vervallen in lulligheid, waardoor het allemaal zoveel simpeler en pijnlijker wordt. Je kunt om Sonja lachen, maar ze is niet lachwekkend. Sonja wordt beschreven met waardigheid en de schrijfster weet met het bescheiden personage grote thema’s aan te snijden. Niet alleen Sonja is verloren tussen de kosmopolitische stad en het verdwijnende platteland, ook de mensen om haar heen zijn op zoek naar iets om zich aan vast te houden of om zich mee te identificeren. ‘Alles verdwijnt en iedere keer dat Sonja iets over haar eigen achtergrond leest, is die bezig te verdwijnen.’ Zowel het verleden als de toekomst lijkt in diskrediet geraakt en het is voor Sonja en de mensen om haar heen onduidelijk waar ze hun leven dan nog wel aan kunnen verbinden. Haar masseuse met praktijk aan huis in een chique buitenwijk denkt dat trauma’s zich in het bindweefsel vastzetten en haar oude vriendin Molly zoekt afleiding in affaires die nooit echt de status-quo aantasten. Om de zoveel tijd vindt Molly een nieuwe goeroe, met trommel en new age-praat, die haar een poosje sturing geeft.

Nors’ stijl is droogkomisch, subtiel en vilein in de kleine inzichtjes die ze geeft in de dagelijkse teleurstellingen en vernederingen van het eenzame grotestadsleven. Terloops wordt de wanhoop in al deze levens getoond; hoeveel keuzes hebben we echt in ons leven? Is de enige keuze die we hebben die tussen een conventioneel leven of eenzaamheid? Hoe een modern leven uit te leven zonder familie, religie of andere sturing? Aanvankelijk voel je een lichte vermoeidheid over de niksigheid van Sonja’s bestaan en haar problemen, maar allengs voel je meer en meer sympathie voor de lange bonestaak en haar sociale onhandigheid. Een onhandigheid die niet groot is, maar net genoeg om Sonja ongelukkig te maken. De falende rijlessen versterken de existentiële angst dat hoewel je als modern mens helemaal op jezelf bent aangewezen, je misschien niet capabel genoeg zult zijn om ook volledig voor jezelf te kunnen zorgen.