Onleesbare film gelezen

Ik ben weer wat gevorderd in Movies as Politics van Jonathan Rosenbaum. Het is opmerkelijk hoe trouw Rosenbaum door de jaren heen is gebleven aan filmmakers als Jacques Tati en Jean-Luc Godard. In die volgorde. Om zijn relatie met Tati goed te begrijpen is eigenlijk meer achtergrondkennis nodig dan hij hier in zijn relatief korte stuk over Playtime geeft.

De jonge Jonathan bracht in de vroege jaren zeventig enkele jaren in Europa door. Hij woonde ook een tijdje in Parijs. Met een journalistiek alibi probeerde de cinefiele Rosenbaum zijn helden in levenden lijve te ontmoeten. Zo toog hij ook naar Tati voor een interview. De voortvarende meester nam de jonge Amerikaan ter plekke in dienst om de Engelse versie van een nog te schrijven scenario te vervaardigen. In het jaar dat volgde, sprak Rosenbaum dagelijks met zijn held over de vorderingen van het script. De meester viel ook na deze intensieve kennismaking niet van zijn voetstuk. Rosenbaum beloonde hem postuum met een levenslange trouw aan zijn werk.
Playtime is in zekere zin een echte Rosenbaum-film. Niet alleen omdat hij is gemaakt door de meester die hij als geen ander volgde, maar ook omdat het een film is die je niet na één keer zien tot je kunt nemen. Als er iets is dat Rosenbaum stelselmatig heeft gedaan, dan is dat het steeds herzien van films. Aan zijn analyses en beschouwingen gaan steeds uitvoerige terreinverkenningen vooraf. Playtime leent zich bij uitstek voor zo'n benadering. In deze bijzondere film hebben personages en decor van rol gewisseld. Het decor is hoofdpersoon. Een complexe artificiële versie van Parijs waar de karakters en grappen in verdwaald lijken te zijn. Het is een film die de kijker beloont die de moeite neemt om indringend en veelvuldig te kijken. Elke keer dat het grote veelbevattende doek wordt afgespeurd, kunnen er nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Rosenbaum ontdekt zo veel dat hij het niet meer allemaal kan delen met zijn lezers.
Een beproefde werkwijze bij Rosenbaum is de nauwkeurige beschrijving van een onderdeel van een film. Zelfs bij een ‘onleesbaar’, 'onkijkbaar’ werk als Godards Histoire(s) du Cinéma blijkt dat resultaat te kunnen hebben. Hij beschrijft twee minuten uit de gelaagde video en heeft daar bijna de gehele lengte van zijn artikel voor nodig. Hij laat het montagevlechtwerk van Godard in zijn oorspronkelijke, zorgvuldig benoemde onderdelen uiteenvallen om ze vervolgens in zijn tekst weer als vlechtwerk samen te voegen. Hij ontdekt systeem in de chaos, om de chaos daarna weer liefdevol te herstellen. Het demonstreert zijn wil om overal in door te dringen en zijn respect voor een filmmaker van wie hij de films al zijn leven lang steeds heeft gezien, herzien en verdedigd.
Rosenbaums werkwijze zal zeker te maken hebben met de context waarin hij werkt. Hij is een roepende in de woestijn en moet daarom zijn woorden zorgvuldig kiezen. Bij ons bestaat er veel onverschilligheid ten opzichte van een filmmaker als Godard. Men heeft geen belangstelling meer. Men wil zich er niet meer in verdiepen. Rosenbaum wordt geconfronteerd met regelrechte vijandigheid. Veel van zijn collega’s haten de Europese kunstfilms, die ze lacherig en neerbuigend wegschrijven. Ze worden minder en minder in Amerika vertoond en Rosenbaum moet soms lang op een gelegenheid wachten voor hij over een film kan schrijven.
Paradoxaal genoeg heeft hij van deze geïsoleerdheid en eenzaamheid zijn kracht gemaakt. Tegen de tijd dat een belangwekkende film in zijn Chicago arriveert, heeft hij hem al op diverse festivals kunnen zien en heeft hij er al een goed gevuld dossier over kunnen aanleggen. Hij heeft mischien zelfs de video al in huis en de kritieken van zijn Newyorkse collega’s gespeld. Eindelijk kan hij dan van leer trekken om en passant in felle bewoordingen de filmdistributie en de kritiek te verwensen. Wat mij daarbij aan Rosenbaum bevalt, is zijn vasthoudenheid, nauwgezetheid en gevoel voor detail. Ook de anekdote schuwt hij niet. Hij is altijd leesbaar. Daarom lees ik graag verder en kom er nog één keer op terug.