Politiek en pers in Groot-Brittannië

Only Fools and Horses

Net als New Labour hebben de Britse Conservatieven geprobeerd de pers te vriend te houden, de kranten van Rupert Murdoch voorop. En weer liep het op tranen uit. Maar er is één Conservatief die toont hoe het wel moet.

Laugh out Loud! Dat deden de Britten zeker toen eerder dit jaar bleek dat David Cameron in de veronderstelling verkeerde dat de afkorting L.O.L. stond voor Lots of Love. De ontvanger van zijn liefkozingen was Rebekah Brooks, de in ongenade gevallen bazin van krantenbedrijf News International en buurvrouw van de premier op het platteland van Oxfordshire, waar ze regelmatig country suppers hielden met eminente buurtgenoten als petrolhead Jeremy Clarkson, mannetjesmaker Matthew Freud (familie van) en James Murdoch, zoon van de krantenmagnaat. Voorlopig hoogtepunt was de onthulling dat premier Cameron reed op Rebekah’s paard, een afgedankt politiepaard met de naam Raisa. Het paard, zo berichtte de premier aan Brooks, is ‘fast, unpredictable and hard to control, but fun’. Hoe freudiaans!

De goede verstandhouding tussen Cameron en Brooks dateerde uit de tijd dat de jonge patriciër op zoek was naar vrienden in de media. Als voormalig hoofdredactrice van News of the World, uitgeefster van The Sun en oogappel van Rupert Murdoch was Brooks de persoon om bevriend mee te zijn. Als verliefde pubers dartelden politici om deze prerafaëlitische schoonheid heen. Sinds 1992 ging iedereen ervan uit dat de steun van The Sun noodzakelijk was om verkiezingen te winnen. ‘It’s The Sun Wot Won It’, zo loofde de krant zichzelf nadat de keurige Conservatief John Major tot ieders verrassing opnieuw tot premier was gekozen. Nog geen vier maanden later verklaarde de schandaalkrant de oorlog aan Major. ‘Ik heb hier een emmer stront naast me staan en die ga ik morgenochtend helemaal over jouw hoofd leeggooien’, beloofde hoofd­redacteur Kelvin MacKenzie aan Major ten tijde van Black Wednesday.

De manier waarop The Sun – en in zijn gevolg de andere kanten – tekeer zou gaan tegen Major zorgde voor paniek binnen sociaal-democratische kringen: als deze roeptoeter van de zwevende kiezer zo naar is tegen de Tories, welke kans maken wij dan? Het eerste wat Tony Blair deed bij zijn aantreden als partijleider in 1994 was het vliegtuig naar Australië pakken om Murdoch ervan te overtuigen dat de partij niet langer De internationale tot volkslied wilde verheffen. Drie jaar later kwam er rode rook uit de schoorstenen van The Sun. New Labour zou in de jaren die volgden het paaien en dresseren van de media perfectioneren. Krantenkoppen werden op Downing Street bedacht, hoofd­redacteuren werden tegen elkaar uitgespeeld, en wie niet meewerkte kon op de toorn van spindoctor Alastair Campbell rekenen.

Ook deze liefde liep op tranen uit. Bij zijn aftreden in 2007 sprak Blair tijdens een lezing bij Reuters over de ‘dodelijke beesten’ van de media, die hem het regeren onmogelijk hadden gemaakt. Hij bleef echter bevriend met Murdoch en was aanwezig bij een doop in de Dode Zee van Murdochs kleindochter. Tussen zijn opvolger Gordon Brown en de persbaron – wier vrouwen zo goed bevriend waren – liep het slechter af. Nadat The Sun had gekozen voor Cameron beloofde het Schotse chagrijn Murdoch kapot te maken, een belofte die hij zou waarmaken. Browns voetsoldaten speelden een belangrijke rol bij de openbaring van het afluisterschandaal. Oppositieleider Cameron beloofde ondertussen een einde te maken aan de spincultuur. Deze voormalige pr-man mocht dan wel een zelfuitgeroepen ‘heir of Blair’ zijn, onder zijn leiding zou beleid voortaan centraal staan, niet het verkopen ervan.

Dat viel tegen. Het duurde niet lang eer bleek dat hij een eigen ‘ijdelheidsfotograaf’ had, die bijvoorbeeld foto’s maakte van een Cameron die zeehonden knuffelt, een Cameron die in Hyde Park jogt en een Cameron die naar zijn werk fietst. Het voornaamste doel van de semi-aristocraat was zichzelf te portretteren als een moderne en milieubewuste metroseksueel. Dat hij op de dure kostschool Eton had gezeten moest een publiek geheim zijn en de media mochten de groepsfoto van de Bullingdon Club, de beruchte corpssociëteit op Oxford, niet langer afdrukken. Bij officiële gelegenheden deed hij geen rokkostuum aan maar een eenvoudig pak. Hij ging zo ver dat hij aan het aanstaande Kamerlid Annunziata Rees-Mogg vroeg om de roepnaam Nancy te hanteren. Zelf wilde hij ‘Dave’ worden genoemd, net als de ‘toffe’ televisiezender waar een programma als Top Gear te zien is.

Hij zat met één probleem: de Camerons bestonden voornamelijk uit miljonairs die na hun kostschooltijd hadden gestudeerd op Oxbridge. Tot overmaat van ramp bleek hetzelfde het geval te zijn bij de Liberal-Democrat-coalitiepartner. Er waren geen straatvechters van het type Campbell voorhanden die ambtenaren, vijandelijke politici en vooral journalisten koeioneerden. Volgens de jonge regenten is dat ‘not cricket’. Daarom was er een belangrijke rol weggelegd voor de sluwe spindoctor Andy Coulson. Als volksjongen fungeerde de voormalige _News of the World-_hoofdredacteur als antenne voor het miljonairskabinet, iemand die wist wat er speelde op bingoavonden, in voetbalstadions en in gokkantoren. De prijs voor de aanstelling bleek hoog te zijn. Coulson zat diep in het afluisterschandaal dat losbarstte rond de Murdoch-kranten en moest zijn functie neerleggen. Samen met Brooks staat hij binnenkort terecht.

Cameron verloor niet alleen Coulson, maar ook de sympathie van Murdoch. De persbaron voelde zich verraden door de premier en The Sun heeft sindsdien geen vriendelijk woord meer over hem gepubliceerd. Onlangs nog was de krant verantwoordelijk voor het vertrek van de fractiemanager Andrew Mitchell die een politieagent zou hebben uitgemaakt voor plebejer. Dat er geen hard bewijs voor was deed niet ter zake. The Sun en ook andere populistische kranten beleven er veel plezier aan om de regering af te schilderen als een stelletje rijkeluis­kinderen die de belastingen voor de rijken verlagen, windmolens neerzetten in natuurgebieden en de belasting verhogen op pasteitjes, tuinhuisjes en benzine. Bij het eerste het beste zuchtje journalistieke tegenwind trekken Britse ministers tegenwoordig wetsvoorstellen in, net zoals Rutte dat onlangs deed toen De Telegraaf op basis van halve waarheden en hele leugens een campagne voerde tegen de zorgplannen.

Toegeven aan de mediadruk blijkt averechts te werken. Een U-turn, het intrekken van een wetsvoorstel, is een teken van zwakte, van toegeven aan de mediacratie en aan de belangen van de mediabedrijven. De meeste kiezers vinden het helemaal niet erg dat het land wordt geregeerd door deftige regenten, maar wél door incompetente regenten. Dat was precies de gedachte van Margaret Thatcher toen ze op een partijcongres de memorabele woorden ‘You turn if you want to. The Lady is not for turning’ sprak. Ze besefte dat sterk leiderschap uiteindelijk op meer sympathie bij zowel de bevolking als de media kon rekenen. Het hielp dat ze geen kranten las. Ze had als voordeel dat ze als kruideniersdochter geen last had van het klassenbewuste schuldgevoel waar iemand als Cameron onder gebukt gaat. Zijn pogingen zich te profileren als man van het volk vallen slecht. De kranten en hun lezers zien het meteen als iemand toneel speelt.

Van dat laatste heeft Camerons oude studiekameraad Alexander Boris de Pfeffel Johnson weinig last. De hoogblonde burgemeester van Londen geneert zich er geen moment voor dat hij een aristocratische naam heeft, op Eton naar school is geweest en bij de Bullingdon Club zat. De media zijn dol op deze Bertie Wooster van de politiek. Niets lijkt zijn populariteit in de weg te kunnen staan. Handelingen die dodelijk zijn voor gewone politici – het beledigen van bevolkingsgroepen, het plegen van overspel, het negeren van de partijdiscipline, het citeren van Griekse wijsheden – dragen slechts bij tot zijn populariteit. Waar de meeste politici applaus krijgen ná een toespraak (als ze het al krijgen) klinkt er bij Boris al een ovatie alvorens hij het podium betreedt. Tijdens het recente partij­congres liepen er zoveel journalisten om hem heen dat hij geen lijfwachten nodig had. Boris heeft geen pr nodig; hij is zijn eigen pr.

Britse politici besteden te veel tijd aan het bestrijden van de media. Er gaan sinds het afluisterschandaal en het daaropvolgende onderzoek onder leiding van rechter Brian Leveson stemmen op om de pers te reguleren, vooral bij politici die negatief in het nieuws zijn geweest. De sociaal-democraat Ivan Lewis heeft zelfs voorgesteld om van de journalistiek een beschermd beroep te maken, net als de advocatuur, het notariaat en de boekhoudkunde. Op hetzelfde moment zijn politici druk doende journalisten te paaien en hun beleid te verkopen. Beide strategieën falen. Het beste wat politici kunnen doen is stoïcijns een niet al te ambitieus beleid uitvoeren, beloften nakomen en de media beschouwen als een hinderlijk, soms vermakelijk natuurverschijnsel. Wat helpt is het feit dat dagbladjournalisten in Groot-Brittannië sinds het afluisterschandaal niet veel betrouwbaarder worden geacht dan politici en verkopers van gebruikte auto’s.

Het is tekenend dat het enige Britse periodiek dat zijn oplage momenteel ziet stijgen het satirische, sceptische en a-modieuze Private Eye is. Dat toont aan dat mensen bereid zijn verder te kijken dan de dagelijkse hysterie. ‘Wat ze willen’, schreef Boris Johnson in The Daily Telegraph, ‘is dat hun politieke vertegenwoordigers hard werken en hun geweten volgen; en mensen hebben inmiddels zo veel onzin gelezen dat ze gemakkelijk kunnen beoordelen waar een nieuwsverhaal daadwerkelijk om draait.’ Over de houdbaarheid van zijn status als Vox Populi maakt deze classicus en liefhebber van Griekse tragedies zich geen al te grote illusies, maar voorlopig geniet hij wel de steun van The Sun. En dat zonder naar Australië te reizen, zijn vrouw aan te laten pappen met mevrouw Murdoch of op het paard van Rebekah Brooks te rijden.