Onmisbare klokkenluiders

Vorige week hielden de nieuwe leider van al-Qaeda, Ayman al-Zawahiri en het hoofd van de afdeling in Jemen, Nasser al-Wuhayshi, een geheim gesprek. Deze Nasser is op het ogenblik de meest gevreesde man van de organisatie.

Hij kreeg de opdracht het afgelopen weekeinde een aanslag van verschrikkelijke omvang uit te voeren. Het gesprek werd door een Amerikaanse geheime dienst afgeluisterd. De NSA, CIA, Prism, dat weten we niet. Washington nam geen risico’s. Vrijwel onmiddellijk werden 24 ambassades gesloten, de bondgenoten werden gewaarschuwd en Nederland heeft voor alle zekerheid de ambassade in Jemen gesloten. Wat voor soort aanslag Nasser bedacht had weten we ook niet. Ik put deze wijsheid uit de International Herald Tribune van 6 augustus. We moeten er nu rekening mee houden dat Amerika in het bijzonder en het Westen in het algemeen aan iets verschrikkelijks ontsnapt is. Maar wat? Er valt verder geen touw aan vast te knopen.

Deze geheimzinnige bijna-aanslag is een gebeurtenis op zichzelf. Er wordt opnieuw mee bevestigd hoe sterk de wereld in de loop van deze eeuw is veranderd. De Amerikanen hadden al een trauma: Pearl Harbor, 7 december 1941, toen de Japanners een groot deel van de Amerikaanse vloot vernietigden waarbij 2400 doden vielen. Daarna kwam de verwoesting van het World Trade Center, 9/11. Ik heb voor de gelegenheid nog eens een paar beelden bekeken en me opnieuw afgevraagd hoe mensen het in hun misdadige hersenen kunnen krijgen om zoiets te verzinnen en dan uit te voeren. Maar de ontwikkeling gaat verder. President Bush en zijn neoconservatieven reageerden volstrekt verkeerd en de ramp van het WTC zette zich op een andere manier voort in Afghanistan en Irak. Goed beschouwd is de Amerikaanse buitenlandse politiek in deze eeuw van mislukking naar mislukking gestrompeld.

Natuurlijk heeft dat zijn invloed op de stemming van de publieke opinie, de sfeer in de politiek. Beleidsmakers proberen fouten verborgen te houden, er wordt meer en meer geheim gehouden, de algemene achterdocht neemt toe. Dat is de nieuwe, verborgen escalatie. Dat deze ontwikkeling excessieve vormen heeft aangenomen werd voor het eerst duidelijk toen Julian Assange met zijn WikiLeaks kwam. Uitvoerige onthullingen werden gepubliceerd in Der Spiegel en The Guardian. Zo werd het nut van de vrije pers weer eens bevestigd.

Maar de staat laat niet met zich spotten. Assange woont nu in de ambassade van Ecuador in Londen. Zijn compagnon Bradley Manning staat in Amerika terecht en loopt het risico van een levenslange gevangenisstraf. Intussen is Edward Snowden op het wereldtoneel verschenen. Wat hij onthuld heeft over de activiteiten van de National Security Agency, de reikwijdte en de omvang van het programma Prism overschrijdt de grenzen van het voorstelbare. Valt er nog orde aan te brengen in die zondvloed van data? Zijn er weer nieuwe programma’s waarmee feilloos de relevante, gevaarlijke informatie uit de chaos kan worden gevist? Of zijn dat op z’n hoogst toevalstreffers en worden schendingen van de privacy op de koop toe genomen? Niemand weet het. Voor deze praktijk hebben we een nieuw woord nodig: staats­paranoia.

Intussen krijgt Snowden het loon van de klokkenluider. Hij probeert asiel te krijgen in een Latijns-Amerikaans land, houdt zich schuil op het vliegveld van Moskou, mag eindelijk een jaar in Rusland blijven en intussen worden zijn onthullingen ook op papier gedrukt en wordt hij geïnterviewd in Der Spiegel en The Guardian.

De ontwikkelingen in de wereld van terreur en beveiliging beginnen volgens een patroon te verlopen. Geen zinnig mens zal er voorstander van zijn dat we ter wille van de privacy Gods water maar over Gods akker moeten laten lopen. Iedere bijtijds ontmaskerde terroristische samenzwering is al een gewonnen veldslag. Doeltreffende spionage is nuttiger dan ooit. Maar dan komt er een complicatie. In de digitale wereld is spionage principieel anders. Het werkterrein van de digitale spion is oeverloos. En spionnen verkeren in de luxe dat ze zich onttrekken aan openbare controle. Dat brengt hun vak nu eenmaal met zich mee. Zo kan het gebeuren dat via Prism een monsterachtige hoeveelheid gegevens wordt verzameld waarvan niemand de bruikbaarheid kan beoordelen, wat niet verhindert dat het verzamelen verder gaat en zich misschien als een geautomatiseerd ondier in het centrum van de macht vestigt.

Ik twijfel er niet aan dat digitale spionage in deze tijd onmisbaar is. Maar tegelijkertijd zijn er gebreken aan verbonden die een bedreiging voor de democratie kunnen vormen. Klokkenluiders blijven nodig, meer dan ooit. Ze verdienen een wettelijke bescherming.