Céline Curiol, Parijse stemmen

Onmodieus dwars

Céline Curiol

Parijse stemmen

Uit het Frans (Voix sans issue, 2005) vertaald door Maartje de Kort en Nele Ysebaert

Ambo, 223 blz., € 19,95

Van de (getrouwde) man die haar leven beheerst kan zij zich niet meer herinneren waar en wanneer ze elkaar voor het eerst ontmoet hebben. Ze had met hem te doen toen de vrouw met wie hij de hele avond geflirt had, weigerde met hem mee te gaan. Zij heeft geen naam: een jonge vrouw, afkomstig uit de provincie, die op het Gare du Nord vertrek- en aankomsttijden omroept. De rest van de tijd zit ze thuis op een telefoontje van Hem te wachten of dwaalt ze om de tijd te doden door de stad. Moeilijkheden zoekt ze niet per se op, ze gaat ze ook niet uit de weg, zodat toevallige ontmoetingen op straat of in het café lastige situaties opleveren. Tijdens een etentje ten huize van haar aanbedene en diens vrouw zegt ze aan tafel, gevraagd naar wat zij doet, dat ze prostituee is. Prompt krijgt ze de volgende dag een van de tafelgenoten op haar dak, werkzaam op Buitenlandse Zaken: «Hij zit op Irak.»

Ze leeft alsof ze slaapwandelt. Haar redding is haar onaangedaanheid: ze is gewoon met haar gedachten elders, bij de man van haar dromen. De aanhouder wint, het komt tot geregelde afspraakjes waarbij ze als verlegen tieners (als die nog bestaan) elkaar niets te zeggen hebben. Ze worden zowaar een keer intiem. Daarna stelt hij een weekend Londen voor. Koortsachtige voorbereidingen en dan verslaapt zij zich. Als zij hem na drie dagen alleen in Londen te hebben rondgelopen tegenkomt, vertelt hij haar dat zijn vrouw zwanger is. Het einde maakt veel goed: ze zit weer achter de microfoon en deelt mee dat alle treinreizen geannuleerd zijn, «Dit besluit is door mij genomen, om persoonlijke redenen.»

Het is een wat mager verhaal en minstens twee keer te lang, niettemin heeft de roman een toon die intrigeert. Misschien is het een onmodieuze dwarsigheid. Verrassend is wat de stuurloosheid van de vrouw teweegbrengt, vooral omdat niemand zich kan voorstellen dat zij niets wil. Ook haar blik heeft iets: ze kijkt nergens naar en toch ziet zij veel. «Parijse stemmen» slaat als titel nergens op. Er is wel veel Parijs, maar de enige stem is die van haar. Daar slaat de oorspronkelijke titel ook op, die niet te vertalen is: letterlijk «stem zonder uitgang» (doodlopende stem? stem die stokt?) Curiol (1975) woont als verslaggeefster in New York.