Onmogelijke Viaggio

Er is iets vreemds aan de hand met de veertig opera’s die de Italiaanse componist Gioachino Rossini (1792-1868) in twintig jaar componeerde. Er is één briljant en tijdloos werk bij, Il barbiere di Siviglia uit 1825, maar dat is dan ook gebaseerd op het beroemde achttiende-eeuwse toneelstuk van Beaumarchais.

Medium opera

Dan wordt er af en toe een meesterwerk van hem herontdekt, zoals twee jaar geleden toen Pierre Audi bij dno Guillaume Tell regisseerde, gebaseerd op het historische toneelstuk over de vrijheidsstrijder van Schiller. Af en toe worden ook andere van zijn opera’s gespeeld. Onveranderlijk is het heel mooie muziek, vaak is het best grappig, maar nog vaker vraag je je af waar het in ’s hemelsnaam over moet gaan. Ik denk dat Rossini daar zelf ook mee zat. Vanaf 1829 componeerde hij geen enkele opera meer, dat hoefde ook niet: hij was nog geen veertig jaar, maar steenrijk en wereldberoemd.

Een van zijn laatste opera’s is Il viaggio a Reims uit 1825. Het is een gelegenheidsstuk voor de inhuldiging van de aartsreactionaire Karel X als koning van Frankrijk en het zou maar één keer worden opgevoerd, op de dag waarop het stuk speelt: 19 juni 1825, de dag van de inhuldiging. Een verhaal is er hoegenaamd niet. Een groep reizigers uit alle hoeken van Europa is op weg naar Reims voor de kroning en zit vast in een herberg. Dan blijkt dat de reis niet kan doorgaan omdat er geen verse paarden voorradig zijn en besluiten ze zelf ter plekke maar hun eigen feestje te bouwen. Rossini wilde maar voor één voorstelling toestemming geven (het werden er vier), omdat hij de muziek voor een andere opera wilde gebruiken (Le comte Ory uit 1828) en hij maakte de partituur opzettelijk zoek. Pas in 1984 waren er genoeg fragmenten teruggevonden om de opera te reconstrueren en sindsdien wordt hij toch wel geregeld opgevoerd, zoals drie jaar geleden nog bij de Vlaamse Opera. De reizigers waren daar in een gestrande jumbojet gezet en vormden met elkaar een soort Verenigd-Europa-tegen-wil-en-dank. Zeer sympathiek, maar ook wat saai.

Nu heeft de Italiaanse regisseur Damiano Michieletto het bij dno heel anders aangepakt. Hij gaat uit van een enorm schilderij met tientallen personages dat François Gérard heeft gemaakt van de inwijding van Karel X in Reims. Dat beeld wordt tijdens de opera langzaam opgebouwd. De eerste helft speelt in een modern museum, waar de hoofdpersonen, nog in hun ondergoed, als kunstwerken uit houten dozen worden gepakt en andere personages uit schilderijen van Picasso, Magritte, Frida Kahlo en Van Gogh tegen het lijf lopen. Het is onderhoudend en verrassend, maar het blijft meer een operaconcert dan een echte opera.

Na de pauze is dat anders. Er hangt een enorme lijst en daarachter is het leeg. Tijdens de ondraaglijke lofliederen op de nieuwe koning, die meer als parodieën dan als eerbewijs klinken, worden lakens weggetrokken en decors, meubels en attributen uit het schilderij onthuld, de personages worden aangekleed en nemen, met de koorleden, langzaam hun plaatsen in. Het geeft een handeling aan een verder vrijwel handelingloze opera. Maar ook daarvoor is het samenspel van mensen in het schilderij en daarbuiten al charmant. De zangers wenden zich in hun duet meer tot de jonge museumbezoekers dan tot elkaar. Het is een luchtige metafoor over wat kunst misschien kan doen. En dat doet deze opera uiteindelijk ook, met een enorme cast van magnifieke zangers, het Nederlands Kamerorkest gedirigeerd door Stefano Montanari, geen kosten of moeite gespaard voor deze coproductie met Denemarken en Australië, een verrassende versie van een onmogelijke opera.


Il viaggio a Reims, t/m 8 februari in Nationale Opera Ballet (de Stopera), Amsterdam; operaballet.nl


Beeld: Il viaggio a Reims_, Nationale Opera & Ballet (Clärch en & Matthias Baus)_