Onopwarmbaar

‘Vooral wie zich in de winter of een ander koud jaargetijde in taxi of tram heeft genesteld, zal, wanneer hij door zijn met montere draak bedrukte plastic tas heen de warmte van het Chinese voedsel via de binnenzijden van zijn dijen door voelt stralen tot in zijn begerige botten, dit ervaren als een aangename, soms zeer onverwachte bijwerking die tevens op allervruchtbaarste wijze de tijd tussen aankoop en nuttiging daarvan overbrugt.’

Ik geef toe, als begin loopt het nog niet zoals het moet. Maar een boek zit er zeker in. Over de Mihoen Singapore en weinig anders dan de Singapore Mihoen.
Aantekeningen genoeg. Het is de bedoeling dat het ook over opwarmen gaat: ‘Niets is zo ondankbaar als het opwarmen van koude Mihoen Singapore.
Een Chinees of andere inwoner van Singapore zou dat ook nooit in zijn hoofd halen. Allereerst omdat hij het waarschijnlijk nooit mee naar huis zou nemen, en ten tweede omdat dit opwarmen ongeveer vijftien keer zo lang duurt als opnieuw een portie maken. Maar opwarmen heeft in dit eigen land alle reden van bestaan.
Iemand die in een winkel iets eetbaars koopt en daarbij aan de koopman vraagt: hoe lang kan ik het bewaren en in welk jaar kan ik het nog opwarmen, zal zelden of nimmer een verbolgen antwoord krijgen waarin naar zo snel mogelijk nuttigen wordt verwezen.
Opwarmen. Net zoals echte liefde niet opgewarmd kan worden, geldt dat voor alles wat volgens zachte natuurwetten tot stand is gekomen. De Chinese keuken is in wezen qua keuken onopwarmbaar.
Het is ook allerminst wonderlijk om gerechten die vaak in niet meer dan vijftien seconden boven een laaiende vuurzee hun moment van eetbaarheid bereiken, vervolgens op een laag pitje in vijf minuten tot niets anders te zien geworden dan een in behangerslijm gevallen breiwerkje.’
De rest van dat boek zou wat positiever van toon moeten zijn. Met ook enige tips.