Film: À perdre la raison

Onoverbrugbaar

Op 28 februari 2007 riep Geneviève Lhermitte (42) haar kinderen – vier meisjes en een jongen tussen drie en veertien jaar – in haar huis in Nijvel een voor een naar boven en sneed hen de keel door met een slagersmes. Ze legde de lichamen van de kinderen afzonderlijk in bed en bedekte ze met dekens. Ze probeerde daarna zelfmoord te plegen. Dat mislukte.

Ten tijde van de moorden zat de vader, Bouchaïb Moqadem, in een vliegtuig onderweg van Marokko naar België. Hij had geen notie van de geestesgesteldheid van zijn vrouw. Een paar jaar later werd Lhermitte veroordeeld tot levenslang nadat een jury had geoordeeld dat zij toerekeningsvatbaar was en de moorden met voorbedachten rade had gepleegd.

Over de mensen en motieven in deze tragedie maakte de Belgische regisseur Joachim Lafosse een film, À perdre la raison. Centraal staat het ondenkbare: een moeder die haar kinderen vermoordt. Een taboe. Een verschrikking. Een daad waarover je alleen maar kunt fluisteren. Wat het des te dringender een daad maakt om te bekijken. De film ontlokt bij mij gemengde reacties. Dat komt door het gebruik van een objectief observerende camera om het schokkende verhaalgegeven vooral afstandelijk te behandelen. De vraag rijst of we de werkelijkheid wel zo veel moeten respecteren. Met andere woorden: als we het ondenkbare niet onder ogen willen of durven zien, waarom dan proberen het vast te leggen op film? Film gaat om het ontbloten van dingen, niet van fysieke daden of incidenten, maar van innerlijke motivatie en psychologie, om het zoeken naar betekenis, om het voyeuristisch bekijken van datgene wat we niet begrijpen, wat we uit angst liever niet willen zien, maar waarvan we aanvoelen dat we nooit zouden kunnen overleven zonder kennis ervan.

De hoofdrolspelers zijn allemaal bloedmooi en zien er interessant en slim uit. Juist door deze gloss voel ik een afstand. Émilie Dequenne, de actrice die het personage van Geneviève Lhermitte vertolkt, hier overigens Murielle genaamd, is beeldschoon. Lhermitte is dat niet. Op foto’s gemaakt tijdens de zaak tegen haar is ze een bange, grijze muis met dunne lippen die iets cynisch en gevaarlijks suggereren. Dat zegt niet alles. En deze film is tenslotte fictie. Maar toch: de bange, grijze muis die haar kinderen vermoordde vind ik interessanter dan de actrice met de mooie mond die betraand naar de camera kijkt.

De afstand die de regisseur houdt wanneer de moeder moordt is bedoeld om de verschrikkelijke eenvoud van het ondenkbare te accentueren. Maar deze stijl is vooral kil, en lang niet zo subtiel, zo mooi als Gus van Sants lyrische observatie van zelfmoord in zijn Kurt Cobain-film Last Days (2005), of zo teder als de kindermoorden in de Hitler-bunker zoals verbeeld door Oliver Hirchbiegel in Der Untergang (2004).

Nog een distractie is het tweespel tussen de vader van de vermoorde kinderen, Mounir, en de huisarts die een mysterieuze rol in het leven van het gezin speelt, André Pinget. Vader en arts worden vertolkt door Tahar Rahim en Niels Arestrup, acteurs die een paar jaar geleden óók samen te zien waren in Jacques Audiards gevangenisfilm Un prophète. Dat beiden nu in een andere film in min of meer dezelfde verhouding tot elkaar staan werkt simpelweg niet. Wat ze nu eigenlijk hebben met elkaar blijft onduidelijk, evenals de politieke en sociale kwesties die centraal staan in de vertelling. Het zijn essentiële vragen waarop geen antwoorden komen. De afstand tussen Geneviève Lhermitte en diegenen die naar haar zullen blijven kijken blijft daardoor onoverbrugbaar.

Te zien vanaf 13 augustus