Zweden worstelt met geïdealiseerd zelfbeeld

Onrust in het paradijs

Zweden was altijd een voorbeeld voor Europese landen. Maar de Zweedse kernwaarden, gelijkheid en tolerantie, komen steeds meer onder druk te staan. Is een ruimhartige verzorgingsstaat te combineren met een ruimhartig asielbeleid?

Medium zwed

Zweden de hemel op aarde? Christopher (25), die met zijn vrienden rondhangt op het marktplein van Rinkeby, moet erom lachen. ‘Het centrum van Stockholm misschien. Dit is een totaal andere wereld.’

Inderdaad, wie na een metrorit van achttien minuten boven de grond komt in deze noordwestelijke buitenwijk ervaart de parallelle Zweedse werkelijkheid. De blinkende hoogbouw, de designerwinkeltjes en de filialen van chique modeketens van het stadshart hebben plaatsgemaakt voor belwinkels en betonnen flats met schotelantennes. De autochtone Zweed is uit het straatbeeld verdwenen.

Rinkeby werd in 1968 gebouwd als onderdeel van het ‘miljoenprogramma’, een ambitieus project van de toenmalige sociaal-democratische regering om in tien jaar tijd een miljoen huizen te bouwen voor de Zweedse arbeidersklasse. Van de huidige zestienduizend inwoners is inmiddels echter negentig procent van buitenlandse komaf: zijzelf of hun ouders zijn niet in Zweden geboren. Tegenwoordig komen er vooral Somaliërs wonen. Eerder streken er gevluchte Chilenen, Irakezen, Afghanen en Joegoslaven neer. Ze spreken een eigen dialect, het Rinkeby-Zweeds.

‘Het maakt hier niet uit waar je vandaan komt’, zegt Christopher, terwijl hij onder zijn bolhoed zijn snor in een punt draait. ‘We zijn een grote familie.’ Alsof hij zijn bewering kracht bij wil zetten begroet hij voortdurend voorbijgangers. Zelf is hij hier als zoon van zigeuners met Russische, Poolse en Hongaarse wortels geboren en getogen.

De werkloosheid in de wijk is extreem hoog, vooral onder jongeren. De inwoners verdienen gemiddeld nog niet de helft van wat andere Stockholmers per jaar verdienen. ‘Het is hier net Amerika’, zegt Christopher. ‘De ongelijkheid is groot.’

De sfeer is deze middag ontspannen, maar gisternacht braken er nog rellen uit. Door de armoede, (drugs)criminaliteit en een diepgeworteld wantrouwen jegens met name de politie slaat regelmatig de vlam in de pan. Jongens bekogelden gisteren agenten met stenen en staken auto’s in brand toen de politie een arrestatie wilde uitvoeren.

Een paar jonge jongens die rondhangen in de hal van de sportschool weten wel wat het probleem is: ‘De politie is racistisch. Ze beginnen al te schieten als een hond blaft. Ze hebben hier niets te zoeken.’ Het gevoel achtergesteld en gediscrimineerd te worden is hardnekkig. ‘In dit land geven ze liever miljoenen uit aan een zelfrijdende auto dan aan sociale voorzieningen voor mensen zoals wij’, zegt Gille (25). Hij is geboren in Rinkeby, maar zijn ouders komen uit Syrië. Werk heeft hij niet. ‘Naar het Arbetsförmedlingen (het lokale arbeidsbureau – red.) gaan heeft geen zin als je niet Johan Johansson heet.’ De jongens doppen daarom hun eigen boontjes – buiten de kaders van de wet. ‘Als de economie niet op mij zit te wachten, begin ik wel mijn eigen economie’, zegt Hassan (23) cryptisch.

Twee dagen later vindt een vergadering plaats van de stadsdeelraad van Rinkeby-Kista. Belangrijkste agendapunt: voorkomen dat jongeren uit Rinkeby worden gerekruteerd voor de jihad. De gepensioneerde ingenieur Bo Sundin – bril, grijs snorretje – is voorzitter van de stadsdeelraad namens de Moderaterna, de conservatieve partij van premier Reinfeldt. De problemen waar Rinkeby mee kampt zijn geen etnische kwesties, benadrukt Sundin. De grootste uitdaging is het creëren van banen. ‘Werk is de beste manier om te integreren.’ Ja, veel jongeren verdwijnen onder de radar en werkloosheid is een probleem. ‘Maar daar hebben we goed beleid voor.’ Zonder al die migranten was Zweden nooit zo’n succesvol land geweest, denkt de stadsdeelvoorzitter: ‘De helft van het personeel in de ziekenhuizen en de ouderenzorg is van buitenlandse afkomst. Wat zouden we zonder hen moeten? We moeten het niet alleen over de problemen hebben. Er gaan ook veel dingen goed.’

Op straat wordt daar heel anders over gedacht. ‘Jongeren hebben hier het gevoel dat ze twee keer zo hard hun best moeten doen als hun autochtone leeftijdgenoten’, zegt een jongerenwerker. ‘De integratie is totaal mislukt’, vult zijn van oorsprong Soedanese collega in djellaba aan. Sinds de rellen is de politie-inzet verhoogd. Vanavond patrouilleren er vijftig – veelal blanke – agenten in Rinkeby. Off the record wil een agent hun kant van het verhaal wel vertellen: ‘We hebben de situatie niet onder controle. Als we ergens een drugspand vermoeden, durven we nauwelijks binnen te vallen. Je krijgt meteen het verwijt racistisch te zijn, en daar zitten de lokale politici niet op te wachten.’ Zweden een paradijs? ‘We hebben het volledig verkloot.’

Rinkeby verstoort de Zweedse idylle die volgens macrocijfers nog steeds intact lijkt. Er zijn weinig ranglijsten waarop het land geen hoge ogen gooit. Neem The Better Life-index van de oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), waarin Zweden naar voren komt als een van de rijkste, sociaalste, gezondste, milieuvriendelijkste en gelukkigste landen ter wereld. Als een van de meest gelijke landen bovendien, zonder hoge uitschieters en ogenschijnlijk zonder diepe dalen.

De combinatie van een competitieve economie (Ikea, H, Spotify) en een ruimhartige verzorgingsstaat maakte dat The Guardian Zweden in 2005 in een hoofdredactioneel commentaar uitriep tot ‘the most successful society the world has ever known’. Ook in Nederland wordt er doorgaans vol bewondering gesproken over het harmonieuze ‘Zweedse model’. Al sinds de jaren dertig worden de arbeidsverhoudingen veiliggesteld door compromissen tussen werkgevers en werknemers, publieke voorzieningen van hoge kwaliteit verbinden de onderklasse met de middenklasse, en de toegankelijkheid van hoogwaardige kinderopvang vergroot de gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Toenmalig pvda-leider Wouter Bos propageerde het in 2006 hardop in zijn Netspar-lezing Lessons from the Nordics. ‘Bos heeft het noorderlicht gezien’, schreef NRC Handelsblad.

Zweden leek bovendien als een van de weinige westerse landen de wereldwijde financiële crisis snel te boven te zijn. Beteugelde banken, sociale zekerheid, lage rentestanden en de flexibele Zweedse kroon bezorgden ‘the rock star of the recovery’ (The Washington Post) al snel weer economische groei en een begrotingsevenwicht. ‘The next supermodel’, riep nota bene The Economist – dat doorgaans vrijemarktwerking propageert – begin vorig jaar nog op de cover, die verder werd gesierd door een noeste Viking en de aansporing ‘Why the world should look at the Nordic countries’.

In sommige steden krijgen jongeren een financiële beloning als ze hun koffers pakken

Drie maanden later waren inderdaad alle ogen op Zweden gericht – zij het om een andere reden. Nadat een 69-jarige man van Portugese afkomst door politiekogels in het hoofd was getroffen, staken jongeren in de Stockholmse buitenwijk Husby auto’s in brand en vielen agenten aan. De rellen verspreidden zich als een olievlek over andere wijken en steden. Er verschenen barstjes in het ideaalbeeld: hoe kan een harmonieus land zo ontploffen? Wat is er nog over van het harmoniserende Zweedse model?

Econoom Håkan Bengtsson is directeur van de Arenagruppen, een progressieve denktank die is gelieerd aan de in Zweden nog steeds invloedrijke vakbonden. ‘Premier Reinfeldt duidde de rellen als een daad van vandalisme van enkele jonge boze mannen’, weet hij. ‘Dat waren ze ook. Maar de premier miskende dat de rellen ook een uiting waren van sociale uitsluiting en marginalisering. De breuklijnen in de samenleving zijn dieper geworden. Zweden is niet meer zo gelijk als we dachten.’

Vorig jaar publiceerde Bengtsson het essay The Swedish Model: Conflict or Consensus? Daarin betoogt hij dat het Zweedse model in veel opzichten niet meer voldoet aan het stereotiepe beeld dat buitenstaanders ervan hebben. Hij wijst op de statistieken. Zweden mag dan nog steeds een zeer egalitair land zijn, uit cijfers van de oeso blijkt ook dat in geen ander ontwikkeld land de inkomensongelijkheid sneller is toegenomen. De werkloosheid is met acht procent hoger dan in veel andere West-Europese landen. Bovendien is de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen enorm: slechts de helft van hen heeft een baan.

Het Zweedse model beschermt werknemers uitstekend, maar de keerzijde is dat nieuwkomers moeilijk een plaats kunnen veroveren. De jeugdwerkloosheid is opgelopen tot 24 procent, ook een verhoudingsrecord onder oeso-landen. Sommige Zweedse regio’s krijgen ontwikkelingshulp van de EU omdat schoolverlaters er zo moeilijk werk vinden. Nog nooit emigreerden zoveel Zweden, vooral naar Noorwegen waar de kans op werk aanzienlijk groter is. In sommige steden krijgen jongeren zelfs een financiële beloning als ze hun koffers pakken.

Ook de Zweedse collectieve sector voldoet niet meer aan het oude ideaalbeeld. Privatisering en marktwerking zijn ook hier in de jaren negentig aan een opmars begonnen. Bijvoorbeeld in het onderwijs. Met Milton Friedmans vouchersysteem, de zogeheten free schools, importeerde uitgerekend het sociaal-democratische Zweden een neoliberale droom. Publiek gefinancierd onderwijs, maar uitgevoerd door private ondernemingen – die op hun beurt in handen vielen van durfkapitalisten. Deze bedrijven mogen winst maken, maar kunnen ook failliet gaan. Dat gebeurde vorig jaar, toen JB Education, eigenaar van 31 scholen, op de fles ging en leerlingen van de ene op de andere dag op straat stonden. Om leerlingen te lokken blazen scholen bovendien de prestaties van hun leerlingen op. ‘Het is een chaos’, concludeert Bengtsson. Op de laatste Pisa-ranglijst maakte Zweden een diepe duikeling.

De nieuwe politieke wind die er in Zweden waaide heeft het sociaal-economisch model flink opgeschud. Sinds acht jaar is er een centrum-rechtse regering aan de macht in het van oudsher sociaal-democratische bolwerk. De traditioneel hoge belastingen zijn aanzienlijk verlaagd, met name voor rijken en bedrijven. ‘Hoge belastingen zijn de kurk waar het Zweedse model op drijft. Maar een extra maandsalaris op jaarbasis, dat spreekt mensen aan’, zegt Bengtsson. Tegelijkertijd is een aantal sociale voorzieningen flink versoberd. Van het veelgeprezen ontslagsysteem – dat hoge uitkeringen paarde aan begeleiding en omscholing op weg naar een nieuwe baan – is bijvoorbeeld weinig meer over. Opleidingsbudgetten zijn drastisch ingekrompen en uitkeringen verlaagd.

De wereld sloot de ogen voor deze nieuwe Zweedse realiteit. ‘Vijf jaar geleden werd ik geïnterviewd door een Britse journalist’, herinnert Bengtsson zich. ‘Ik vertelde hem over onze problemen, maar ik merkte dat hij niet luisterde. Hij wilde een verhaal maken over hoe geweldig Zweden is. Buitenlanders willen iets zien wat er niet meer is.’ Zweden houden zelf ook graag die schijn op. ‘Het belangrijkste exportproduct van Zweden is hun imago’, grappen Denen. Het is overmoed, zegt Bengtsson: ‘We vinden onze samenleving zo goed dat we anderen graag de les lezen. Maar die les is steeds minder geloofwaardig. Zweden nam altijd de middenweg. Maar daar rijden we nu niet meer. We naderen een kruising en niemand weet welke afslag we nemen.’

Het onderwijs is volgens peilingen het belangrijkste onderwerp als de Zweden zondag naar de stembus gaan om een nieuwe Rijksdag te kiezen. Als de voortekenen niet bedriegen, zullen de sociaal-democraten de grootste partij worden en wordt oud-vakbondsleider Stefan Löfven premier. Hij voert campagne met een onversneden linkse agenda van belastingverhoging en hernieuwd overheidstoezicht op de publieke sector. Toch is het zeker niet zo dat kiezers uit volle overtuiging terugkeren in de moederschoot, meent Bengtsson: ‘De tijden dat de sociaal-democraten veertig tot vijftig procent van de stemmen haalden, zijn voorbij. Kiezers keren vooral de centrum-rechtse alliantie de rug toe, uit onvrede over het gevoerde beleid.’

Op het lijstje van belangrijkste verkiezingsonderwerpen haalt immigratie niet eens de top-tien. Terwijl de Zweedse samenleving in demografisch opzicht in sneltreinvaart is veranderd. Van de 9,5 miljoen inwoners is inmiddels vijftien procent migrant van de eerste of tweede generatie. Het land trekt zich het wereldleed aan. Vorig jaar nam Zweden negentien procent van alle vluchtelingen in de EU op. Dit jaar verwacht de migratiedienst een recordaantal van honderdduizend. Daar waar Nederland vorig jaar bereid was 250 Syriërs op te nemen, ontving Zweden er twaalfduizend – die ook nog eens een permanente verblijfsvergunning kregen. De conservatieve premier Reinfeldt riep de Zweden tijdens zijn verkiezingscampagne op hun harten te openen voor vluchtelingen. ‘Van links tot rechts is het de consensus dat we een open en tolerant land zijn’, zegt Håkan Bengtsson. Hij wijst op opinieonderzoek waaruit blijkt dat de opvattingen van Zweden over immigratie tegen het Europese tij in steeds positiever worden. Bijna negentig procent vindt immigratie een positieve ontwikkeling. ‘Dat is geen schone schijn. Dat is wat Zweden vinden.’

Desondanks heeft ook Zweden sinds 2010 een eigen pvv. Toen kwamen de populistisch-nationalistische Sverigedemokraterna (Zweden Democraten) met 5,7 procent van de stemmen de Rijksdag binnen. Hun belangrijkste onderwerp is het drastisch beperken van immigratie. De electorale doorbraak van de Zweden Democraten betekende een schok, waarvan het land vier jaar later nog nauwelijks van lijkt te zijn bekomen. ‘69 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog kunnen Hitlers erfgenamen onze democratische vertegenwoordiging binnenmarcheren’, schreven de Zweedse eurocommissaris Cecilia Malmström en de Zweedse minister van Europese Zaken en Democratie Birgitta Ohlsson vlak voor de Europese verkiezingen in mei.

De Zweden Democraten ontstonden eind jaren tachtig uit een aantal neonazigroeperingen. Maar Jimmy Åkesson, die in 2005 aan het roer kwam, probeert de partij te normaliseren. Desondanks werd de partij de afgelopen jaren geteisterd door verschillende racistische incidenten waar leden en volksvertegenwoordigers bij waren betrokken. Niettemin zullen de Zweden Democraten volgens de peilingen hun zetelaantal gaan verdubbelen bij de komende verkiezingen.

Dat van acceptatie van de partij zeker geen sprake is, blijkt ook in Uppsala, een gemoedelijke studentenstad ten noorden van Stockholm. Als Jimmy Åkesson er met zijn campagnetoer op een zonnige woensdagmiddag neerstrijkt, is de belangrijkste winkelstraat afgezet met dranghekken. Er zijn 120 agenten op de been om zo’n duizend aanwezigen in het gareel te houden. Als Åkesson het woord neemt, blijkt een grote meerderheid niet gekomen om hem steun te betuigen. Ze keren hem de rug toe, steken hun middelvingers op en proberen hem te overstemmen met leuzen. Vraag hun waarom ze demonstreren en het antwoord is negen van de tien keer hetzelfde: ‘Hij is een racist.’

‘Het belangrijkste exportproduct van Zweden is hun imago’, grappen Denen

Stig (68), oranje jasje, rond buikje, kalend hoofd, had zo bij een vakbondsmanifestatie kunnen staan. Hij is een van de weinige Åkesson-aanhangers die wil praten. Maar zonder zijn achternaam te geven. ‘Je mag hier maar één kant op denken. Mentaal is de situatie vergelijkbaar met die in de ddr.’

Stig is een gepensioneerd maatschappelijk werker die altijd op de sociaal-democraten of links daarvan stemde. ‘Maar Zweden valt uiteen’, zegt hij. ‘Ik ben hier omdat ik een Volvo heb en heb gezien hoe die in Rinkeby en Husby in brand werden gestoken. De wijken van Olof Palme’s miljoen-huizenprogramma, waar we in de jaren zestig zo trots op waren, zijn verworden tot getto’s.’ Hij maakt zich zorgen over sociale voorzieningen: ‘De minister van Financiën zei vorige week dat we niet meer kunnen investeren in ons onderwijs omdat het geld naar immigranten gaat. Het zijn koekoeksjongen: ze leggen hun eieren in ons nest en vreten vervolgens de andere eieren op. Ondertussen mogen ze maar blijven komen. De Zweden Democraten komen tenminste op voor onze verzorgingsstaat.’

‘Wij kiezen welvaart’, is de titel van het manifest van de Zweden Democraten. De goede verstaander leest daar ‘in plaats van immigratie’ achteraan. De partij wil pensioenen en uitkeringen verhogen. ‘Premier Reinfeldt zegt: migratie kost geld maar we moeten ons hart openen. Maar niet iedereen wil zijn hart en zijn portemonnee openen voor al die migranten. Mensen zijn het zat’, zegt Pavel Gamob (24), voorzitter van de lokale afdeling van de Zweden Democraten in Uppsala. ‘Uiteindelijk zal de welvaartsstaat eronder bezwijken.’

Medium hh 18733276

‘Het progressieve dilemma’, noemde de Britse publicist David Goodhart het in zijn essay Too Diverse? (2004). Een verzorgingsstaat gedijt in een homogene gemeenschap met gedeelde waarden. Immigratie leidt echter tot pluriformiteit, ongelijkheden en ongerede angsten. ‘Zweden en Denemarken zullen de komende jaren een sociaal laboratorium worden voor de uitruil tussen solidariteit en diversiteit’, voorspelde Goodhart tien jaar geleden.

Verkeren de kernwaarden van de Zweedse samenleving – gelijkheid en tolerantie – in conflict? Is een ruimhartige verzorgingsstaat niet te combineren met een ruimhartig asielbeleid? Håkan Bengtsson wuift de vragen over dit Zweedse dilemma weg. ‘Goodhart kijkt achteruit. Zweden is nu eenmaal een immigratieland. Ook toen Zweden nog homogeen was bestond de angst dat mensen profiteerden zonder bij te dragen. Er is niets nieuws onder de zon.’

Bo Rothstein, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Göteborg en een internationale autoriteit als het gaat over de Zweedse verzorgingsstaat, zit verscholen achter zijn boeken op de vijfde verdieping van het universiteitscomplex in de wijk Haga. Als zoon van een gevluchte Oostenrijkse jood kijkt hij vol afschuw naar de opmars van de Zweden Democraten. Desgevraagd doet hij toch een poging hun opkomst te analyseren. ‘Ze exploiteren het nationalistisch sentiment van de verliezers. Neem de jonge, lager opgeleide Zweedse man. Voor de dingen waar hij voor strijdt – een baan, een betaalbare woning, een vriendin – heeft hij meer concurrentie. Hij leeft in de frontlinie.’

Toch is het vertrouwen dat mensen in elkaar hebben nog steeds groot, net als het vertrouwen in verzorgingsstaatinstituties, zegt Rothstein. ‘Ik durf mijn hand er niet voor in het vuur te steken, maar ik heb niet de indruk dat immigratie de welvaartsstaat ondermijnt.’ Wel is het volgens hem opvallend dat de laatste jaren vooral bezuinigd is op de regelingen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. ‘Ik kan het niet hard maken, maar uitgerekend dit zijn twee voorzieningen waar volgens de publieke opinie door migranten een onevenredig beroep op wordt gedaan. Daarom kon er zonder grote weerstand op bezuinigd worden.’

Het probleem, zegt Rothstein, is dat immigranten vaak niet eenvoudig te scholen zijn voor de hoogwaardige Zweedse arbeidsmarkt. ‘Zelfs taxichauffeur is hier een vrij ingewikkeld beroep. Je moet met navigatie kunnen omgaan, wat Engels spreken, de administratie bijhouden. Dat is moeilijk als je analfabeet bent.’ Zweden moet een manier vinden om zinvol werk te creëren voor mensen met weinig opleiding, vindt Rothstein, want de hoge werkloosheid onder immigranten staat integratie in de weg. ‘Neem de ouderenzorg, daar zijn echt handen aan de bedden nodig.’

De hoogwaardige en beschermde arbeidsmarkt is niet de enige factor die immigratie belemmert. Het land had tot voor kort helemaal geen ervaring met immigratie, zegt Andreas Johansson Heinö. Hij is politicoloog aan de Universiteit van Göteborg en verbonden aan Timbro, een liberale denktank en op rechts de tegenhanger van Arenagruppen. Zweden kwam eeuwenlang dicht bij de nationalistische droom van een homogene natie. ‘Het was koud en arm, niemand wilde hier wonen.’

Die nationalistische droom wordt nu verstoord door migranten die cultureel sterk afwijken. ‘Pakistani die naar Groot-Brittannië gaan of Surinamers die naar Nederland kwamen kenden de taal en wisten door genoten onderwijs ongeveer wat ze konden verwachten. Afghanen en Somaliërs in Zweden hebben geen idee waar ze zijn terechtgekomen – en Zweden weten ook niets van hen.’ Het voor Zweden nieuwe verschijnsel vindt bovendien plaats in een tijd waarin integreren door technologische ontwikkelingen niet meer zo nodig is. ‘Je hebt Skype, schoteltelevisie. Je kunt in Rinkeby wonen maar in gedachten nog in Somalië zijn.’

De integratie is niet alleen mislukt, stelt Heinö, er is ook nauwelijks een inhoudelijk debat over mogelijk. Helemaal niet meer sinds de Zweden Democraten in 2010 in het parlement kwamen. ‘Rechts vatte dat op als een signaal om over problemen als segregatie en werkloosheid te praten. En ter linkerzijde zegt men: door over integratieproblemen te praten legitimeer je de visie van de Zweden Democraten.’ Het gevolg is een schijndebat, verzucht Heinö. ‘We debatteren nu vooral over het debat en wat je wel en niet kunt zeggen. Daar zijn ze op tv zo twintig minuten zoet mee.’

‘Veel mensen zijn niet in staat het oude Zweden – het homogene Zweden – te laten gaan’

Ondertussen zijn alle partijen – met uitzondering van de Zweden Democraten – meer pro-immigratie geworden dan voorheen. Ook de rechtse, stelt Heinö vast, die ook zelf steeds benadrukt dat hij voor immigratie is. In zijn in 2012 verschenen boek over de Zweedse multiculturele samenleving, Doen we het echt liever anders? zoekt Heinö de verklaring voor die houding in het Zweedse zelfbeeld. ‘Vanaf de jaren zestig is Zweden gedefinieerd als een tolerant en open land. Zweed zijn betekent tolerant zijn. We zien het als bewijs dat we een moreel hoogstaand land zijn.’ Vasthouden aan dat zelfbeeld is echter contraproductief, denkt de politicoloog: ‘Het maakt het moeilijk de feiten onder ogen te zien. Dit land is verregaand gesegregeerd als het gaat om wonen, werk en onderwijs. De vraag is: zijn we bereid een minder gelijk land te worden?’

De segregatie lijkt onbedoeld de schijn op te houden van een tolerant én homogeen land. ‘We vegen immigranten onder het tapijt in onze buitenwijken. Zweden vinden het moeilijk te erkennen dat het land niet in elk opzicht een voorbeeld is’, concludeert Heinö. Op korte termijn is er electoraal niets bij te winnen door over segregatie te beginnen, is zijn analyse. ‘Maar als het gaat over onderwijs en werkloosheid hangt steeds de ongemakkelijke waarheid in de lucht.’

Hoewel Nederland Zweden vaak als voorland beschouwt, bekruipt je regelmatig het gevoel vijftien jaar terug in de tijd te zijn. Terug naar de pre-fortuynse consensus, het onbetwistbare multiculturele ideaal, het hardnekkige tolerante zelfbeeld als eremetaal én molensteen om de nek van de natie. Maar achter de façade schuilt onrust – als we de peilingen mogen geloven.

Tobias Hübinette probeerde door te dringen tot achter die façade door autochtone Zweden te ondervragen over de multiculturele samenleving. Hübinette is onderzoeker aan het Multicultureel Centrum van Stockholm. Dat presenteerde onlangs een studie naar de blanke arbeidersklasse van Botkyrka, een gespleten voorstad van Stockholm. In het noorden wonen hoofdzakelijk immigranten, in het zuiden vooral autochtone Zweden. De gemeente is interessant omdat het de eerste in Zweden is waar de meerderheid van autochtone Zweden zelf een minderheid is geworden, legt hij uit: ‘Veel Zweedse gemeenten zullen door deze demografische transitie gaan. Botkyrka is het venster op de toekomst van Zweden.’

De studie levert een ambivalent beeld op. De inwoners van Zuid-Botkyrka zijn over het algemeen erg hartelijk voor de immigranten. Maar toch sijpelt het ongemak door. Ze maken zich zorgen over de toekomst van Zweden en hun eigen toekomst, hun eigen welvaart. Ze vinden dat er te veel geld naar de school in Noord gaat. Ze voelen zich niet veilig en niet meer thuis. ‘Het is schizofreen.’

In een omstreden artikel heeft Hübinette het ‘witte melancholie’ genoemd. ‘Veel mensen zijn niet in staat het oude Zweden – het homogene Zweden – te laten gaan.’ Je moet die zorgen serieus nemen, vindt hij. Maar dat ligt erg gevoelig. ‘Zweden is kleurenblind. In Denemarken en andere landen wordt erg expliciet gediscussieerd over immigratie en integratie. Ze noemen dingen bij hun naam. In Zweden kan dat niet zonder voor racist uitgemaakt te worden. Nu worden gevoelens van onvrede niet gekanaliseerd. Het belemmert ons om verder te komen.’

Zweden verkeert op veel fronten in een tweespalt. Terwijl de publieke voorzieningen nog steeds van hoog niveau zijn – het toilet van Stockholm Centraal is een balzaal met zwevende wastafels in aardetinten – is het onderwijs ten prooi gevallen aan sprinkhaankapitalisten. De versoberde verzorgingsstaat blijft de nationale trots, maar volgens een groeiend smaldeel vooral zolang nieuwkomers er een niet al te groot beroep op doen. En terwijl een overdonderende meerderheid van de Zweden immigranten omarmt, beschouwt tegelijkertijd bijna de helft van hen hun integratie als mislukt. De Zweden onderhouden zodoende ook in mentaal opzicht een lat-relatie met de vluchtelingen. Ze worden met open armen ontvangen, maar verdwijnen vervolgens in betongföororter (‘betonvoorsteden’) als Rinkeby, Husby, Rosengård en Södertälje, dat in de volksmond ook wel ‘Syriantälje’ of ‘Klein Bagdad’ wordt genoemd. Het gelijkheidsideaal lijkt diversiteit steeds moeilijker te verdragen.

Dat zal in de nabije toekomst ook wel eens kunnen gaan gelden voor de door Zweden gekoesterde gelijkheid tussen man en vrouw. Twee studentes in Uppsala spraken er nog schande van dat de lokale Zweden Democraten er een punt van maken dat moslims op bepaalde tijdstippen in het plaatselijke zwembad gescheiden mogen zwemmen. Maar twee vrouwelijke jongerenwerkers in Rinkeby zeiden: ‘Jullie vragen je misschien af waar al die jonge mannen de tijd vandaan halen om op een doordeweekse dag rond te hangen. Wij vragen ons af waar alle meisjes en vrouwen zijn.’ Niet in alle culturen zijn man en vrouw even gelijk als in de Zweedse, leken ze te willen zeggen.

Over het ongemak dat achter deze paradoxen schuilgaat valt door toedoen van een beklemmend zelfbeeld evenwel nauwelijks te praten. Maar de meerderheid zal straks op meer plekken een minderheid zijn, waarschuwt Tobias Hübinette: ‘Ze moet accepteren dat mensen die in Rinkeby wonen ook echte Zweden kunnen zijn. Als Zweden hun existentiële angst niet overwinnen, kan dit eindigen in een ramp.’

Nog geen vier uur nadat Hübinette deze onheilspellende woorden heeft uitgesproken, belanden we in de Kungsträdgården. Zo’n tachtig neonazi’s van de Partij voor de Zweden, die uiterst rechts het gat hoopt op te vullen dat de Zweden Democraten laten vallen, houden een betoging op het Gustav Adolf-plein – een misselijk grapje. Er zijn ook duizenden tegenbetogers op de been, een blank maar bont gezelschap van hipsters, keurige meisjes en antifascisten met Palestijnensjaals. Een moeder heeft haar baby oorbeschermers op gezet van het type dat bouwvakkers dragen tegen het lawaai. Rinkelende sleutelbossen, fluitjes, megafoons, ‘heel Stockholm haat nazi’s’ en ‘geen racisten in onze straten’. De nabijgelegen Sint-Jacobskerk luidt de klokken en houdt een extra kerkdienst ‘ter ere van alle onschendbare menselijke waarden’.

‘We willen niet dat racisme hier normaal wordt, zoals in Denemarken, Frankrijk en Nederland’, verklaart Nicolas (37) de massale opkomst. Terwijl de Hare Krishna’s rond de fontein opgaan in hun mantra jaagt de door vuurwerkbommen en enkele stenengooiers geprovoceerde oproerpolitie de menigte uiteen. Een toevallige voorbijganger haalt zijn schouders op. ‘We beginnen steeds meer op de rest van Europa te lijken.’


Met medewerking van Michiel Emmelkamp


Beeld: (1) rinkeby, Stockholm. ‘De wijken van Olof Palme’s huizenprogramma zijn ghetto’s geworden’ (Carl de Keyzer / Magum / HH). (2) Uitgebrande auto’s na een nacht lang rellen in rinkeby, 2013 (Julius Schrank / HH).