Corona: De economie van straks

‘Ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden’

Deze crisis noopt tot vergaande internationale samenwerking. Er is geen weg terug naar ‘normaal’. Met voorstellen op het gebied van solidariteit, belastinghervorming, de Green Deal, het sociaal contract en risicodeling; dit zijn de ‘Vijf van Vendrik’.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

‘We moeten beseffen met elkaar dat we niet kunnen voortgaan met het verbruik van beperkte voorraden brandstoffen en grondstoffen, zoals we dat in de laatste kwart eeuw hebben gedaan. Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug. We moeten ons blijvend instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie. Daardoor zal ons bestaan veranderen. Bepaalde uitzichten vallen weg. Maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden.’ Aldus Joop den Uyl in zijn nationale toespraak over de Arabische olieboycot die Nederland trof in 1973.

De premier sprak niet alleen over de acute gevolgen van de boycot voor Nederland. In zijn aankondiging van de rantsoeneringsmaatregelen en de autoloze zondag echode Den Uyl de waarschuwing van de Club van Rome een jaar eerder. In het rapport Limits to Growth analyseerde deze groep wetenschappers hoezeer de spectaculaire opkomst van de naoorlogse consumptiemaatschappij gepaard ging met een nooit eerder vertoonde rooftocht op natuur en grondstoffen. Dit onhoudbare pad is nog steeds niet verlaten. Alle ecosystemen waarop onze beschaving rust, staan in het rood. Gecombineerd met illegale dierenhandel en overmatig antibioticagebruik in met name de intensieve landbouw verhoogt dat ook de kans op pandemieën, waarvoor bijvoorbeeld de VN-milieuorganisatie Unep in 2016 waarschuwde.

In de nationale speech van premier Mark Rutte half maart over de crisismaatregelen van het kabinet ter beheersing van het coronavirus ontbraken dergelijke noties. Misschien was het te vroeg om het ontstaan en de impact van deze pandemie te overzien en van eerste vergezichten te voorzien. De behoefte om snel terug te keren naar ‘normaal’ speelde vast ook een rol: het virus als een hinderlijke maar tijdelijke interruptie van het leven in een gaaf land.

Zo zal het waarschijnlijk niet gaan. De boel kan niet zomaar open zonder risico op nieuwe uitbraken met kans op ‘oorlogsgeneeskunde’. Ondertussen is een daverende klap uitgedeeld aan de wereldeconomie, met vooral aanzienlijke gevolgen voor mensen in een kwetsbare positie, hier en vooral elders. Dat zet, begrijpelijk, druk om de bedrijvigheid toch snel weer ruimte te bieden. Er is nu evenwel onvoldoende kennis over het virus, de huidige graad van verspreiding, opbouw van immuniteit et cetera. Data zijn onvolledig, mede door gebrek aan testcapaciteit. We kennen wel die andere pandemie van welvaartsziekten in rijke landen. Niet alleen ouderen zijn kwetsbaar. Overheden kunnen vooralsnog niet veel anders dan stapvoets vooruit werken.

Zo belanden we in de ‘anderhalvemetereconomie’. Of die gaat helpen tegen de deprimerende cijfers van het imf van vorige week moet blijken. Voorlopig overtreft ‘The Great Lockdown’, zoals het imf de aanstaande depressie aanduidt, alle crises van de afgelopen tachtig jaar. De wereldgemeenschap gaat een ongekende toekomst tegemoet met records in stijgende werkloosheid, faillerende bedrijven, ontregelde overheidsfinanciën, uitgeholde banken. Dat overal overheden en centrale banken massief zijn ingesprongen is terecht, nu pakweg een derde van de economie eruit ligt. Mondiaal staat de teller nu op achtduizend miljard dollar aan publieke interventies. Voor dit ‘parttime socialisme’ in tijden van nood zijn staten ook bedoeld. Dat verzacht de ellende nu. Snel herstel is onwaarschijnlijk en zal ook vertraagd worden door verschillen wereldwijd. Waar Azië op gang lijkt te komen, moet de piek van de pandemie in de Verenigde Staten vermoedelijk nog komen.

We hebben nu vol zicht op het ‘onderliggend lijden’ van de hedendaagse economische orde. Zie de rake beschrijving daarvan door Dirk Bezemer. Het is een lange lijst aandoeningen, zoals gebrek aan weerbaarheid en diversiteit door financialisering, oligopolies en ongelijkheid.

De mondiale en private en publieke schulden zijn sinds de financiële crisis van 2008 met zo’n dertig procent toegenomen. Veel bedrijven, zoals de Hema, torsen een forse schuldenlast, resultaat van ‘financial engineering’, bedoeld om zo snel mogelijk geld uit de onderneming te trekken. Een veel benutte variant is inkoop van eigen aandelen met geleend geld, aangejaagd door de lage rente. Dit extractie-model, gefaciliteerd door de sterke positie van aandeelhouders in de economische orde, kent geen genade voor buffers. Alleen de korte termijn telt.

Het resulterend gebrek aan weerbaarheid treft ook de mondiale maakindustrie, die vanaf de jaren tachtig in de ban is van ‘toyotisering’. Met onderdelen uit alle hoeken en gaten van de wereldeconomie sturen de grote fabrikanten van mobieltjes tot auto’s op maximale concurrentie tussen toeleveranciers zonder buffers en voorraden. De lockdown raakt niet alleen de mondiale giganten, maar vooral ook de opkomende landen die op de golven van de globalisering hun economie vooral hierop hebben ingericht. Weerbaarheid en diversiteit worden ook gehinderd door de mondiale oligopolies in digitale technologie, farmaceutische bedrijven en handel in voedselproducten, wat landen zorgelijk afhankelijk maakt van een handvol bestuurskamers voor vitale producten en diensten.

De platformeconomie leunt ondertussen op een variant van het extractie-model: een waaier aan losse contractvormen beoogt het ontwijken van kosten van sociale zekerheid voor mensen die er werken. Zoals de systeembanken in 2008 na jaren van private winsten – dankzij minimale kapitaalbuffers – de verliezen konden afwentelen op de schatkist, wordt nu de impliciete subsidie aan platformondernemingen contant gemaakt: de kosten van ondersteuning van het leger van schijnzelfstandigen en flex-werknemers, zoals de Uber-chauffeurs, zijn nu voor de overheid. Niet erg innovatief, wel disruptief voor het gevoel van sociale rechtvaardigheid.

Dit zijn geen marginale ‘rafelranden’ van de arbeidsmarkt: in landen zoals de VS en Nederland gaat het om een forse groep die moet rondkomen van weinig inkomen, niet of beperkt verzekerd tegen sociale risico’s en met nauwelijks perspectief op een zekerder bestaan. De ‘working poor’ hebben meestal geen buffers, wel een gerede kans dat morgen opnieuw een incassobrief op de mat valt, afkomstig van een bedrijf dat een verdienmodel heeft gemaakt van het niet-oplossen van problematische schulden. Dit zijn geen natuurverschijnselen, maar gevolg van de wettelijke regimes en instituties die de economie nationaal en internationaal omspannen.

Door de impact van de coronacrisis is er geen weg terug naar ‘normaal’. De beste route voorwaarts is nu te bepalen wat normaal hoort te zijn. Als deze crisis daarvoor niet het moment is, wanneer dan wel? Daar is nu politiek en maatschappelijk debat voor nodig. Vijf voorstellen.

1. Mondiale solidariteit

Dat het virus niet discrimineert tussen mensen – iedereen kan ziek worden – is een biologische wijsheid, geen economische. Wie de hardste klap krijgt, hangt vooral af van waar je bent geboren. Mondiale ongelijkheid is hier troef. Een voorbeeld uit vele: nu in rijke landen de kledingbranche zware averij heeft opgelopen, hebben de mondiale modegiganten hun opdrachten in ’s werelds textielfabrieken in Azië afbesteld. Naar verluidt betalen enkele merken nog hun laatste opdrachten. De rest houdt het voor gezien. Ook in Bangladesh staan de machines in de naaiateliers stil. Een paar miljoen textielarbeiders staan zonder geld op straat en de eerste berichten over hongersnood dienen zich aan.

Waarom wordt kapitaal wel en arbeid niet wereldwijd beschermd?

Kapitaal trekt zich massaal terug uit emerging markets, exporteurs van bijvoorbeeld grondstoffen zien hun verdiensten in rook opgaan, de transfers van de diaspora drogen op en nationale munten gaan onderuit. De scores op de sociale Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties – maatstaf voor mondiale brede welvaart – worden hard geraakt. Een recordaantal van negentig landen heeft zich inmiddels al bij het imf gemeld voor noodsteun. De politieke aandacht voor de mondiale fall-out van de coronacrash is nog beperkt. De solidariteit wordt hoofdzakelijk georganiseerd langs national e grenzen, zoals cda-minister van Financiën Wopke Hoekstra onlangs Europa wederom duidelijk maakte. Dat is bepaald meer dan ‘gebrek aan empathie’ zoals hij zichzelf na de eerste clash in de raad van de Europese ministers van Financiën recenseerde. De wereld viert globalisering als het meezit. Zit het tegen, dan zijn eigen haard en huis leidend.

Dat mag misschien in de start van zo’n crisis onvermijdelijk zijn – all politics is local – het is behalve onsolidair ook onverstandig hiermee door te gaan. Dat de wereldwanorde die zich nu aandient ons ook hier parten zal gaan spelen is geen hogere wiskunde. Als er nu mondiaal achtduizend miljard dollar aan nationale noodsteun beschikbaar wordt gesteld, kunnen we dan ten minste één procent daarvan beschikbaar stellen voor begrotingssteun, noodkredieten en hulp aan de meest getroffen wereldburgers?

2. Structurele hervormingen 2.0

Bij dit soort kredietsteun van het imf voor landen in nood komt meteen de vraag van de conditionaliteit aan de orde. Dat is overigens geen ongebruikelijke vraag voor financiers. De crux zijn de voorwaarden zelf, en die gaan uiteindelijk over de vraag wat verstandig economisch beleid is en wat voor economie we voor ons zien. Sinds de jaren tachtig stuurt het ‘handboek noodsteun’ van het imf landen consequent de neoliberale kant op. De voorwaarden van deze ‘Washington-consensus’ breken menig land nu op. De jarenlange afgedwongen koers naar een open economie op basis van exploitatie van een paar beschikbare grondstoffen en spotgoedkope arbeid heeft opkomende landen – type Bangladesh – kwetsbaar gemaakt voor wegvallende vraag en wegvluchtend kapitaal, zoals nu gebeurt. De nadruk op export, een kleine overheid, geprivatiseerde publieke diensten, belastingvrijstellingen voor kapitaal en een ruime en hyperflexibele arbeidsmarkt hebben de diversiteit en buffers in vele nationale economieën geen goed gedaan.

Dit klassieke pakket ‘structurele hervormingen’ is ook onderdeel van de staande receptuur van het Europese noodfonds esm, zoals met name de Grieken tussen 2010 en 2015 hardhandig hebben ondervonden. De Griekse politieke elite had er zelf ook een potje van gemaakt, maar de shocktherapie was dermate stevig dat zelfs de economen van het imf de Griekse aanpak zoals voorgestaan door de Europeanen onhoudbaar vonden. Die les had ook al getrokken kunnen worden na de Aziatische kredietcrisis van 1997 toen bleek welke ravage onbekookte financiële liberalisering in landen als Thailand, Indonesië en Zuid-Korea aanrichtte.

Tijd voor een wisseling van de wacht. Na de kredietcrisis hebben heterodoxe economen niet stilgezeten. Een karrenvracht aan inzichten, plannen en opties ligt klaar, zoals mooi verwoord vorig jaar in het oeso-paper Beyond Growth: Towards a New Economic Approach van onder anderen Andy Haldane, Mariana Mazzucato en Robert Skidelsky. Dat is een mooi startpunt voor structurele hervormingen 2.0 om nationale herstelprogramma’s te bouwen en te financieren op beginselen van globalisering op maat, een gemengde en diverse economie, basale sociale bescherming en toegankelijke gezondheidszorg voor iedereen, beperking van de in- en uitstroom van snel geld dat geen waarde toevoegt op de lange termijn en bovenal een forse groene investeringsagenda die als kick-off dient voor de duurzame transitie. Als negentig landen nu in nood bij het imf bankieren, is dat wezenlijk voor hun toekomst.

Deze reset moet ook gevolgen hebben voor de wijze waarop globalisering nu is gereguleerd. Deze crisis noopt tot vergaande internationale samenwerking en solidariteit. Dat is verre van zeker. Nationalistische leiders hebben daar geen boodschap aan, en het huidige model van globalisering maakt in deze tijd weinig vrienden. Dominant is het vrijhandelsregime dat sinds 1995 beheerd wordt door de Wereldhandelsorganisatie (wto). Een web van bilaterale handelsverdragen tussen bijvoorbeeld de EU en andere landen is daarop gegrondvest. Het slechten van handelsbarrières – zoals tarieven – en het non-discriminatiebeginsel zijn al jaren leidend, wat het bijvoorbeeld uiterst lastig maakt om onduurzame handel af te remmen. Deze hiërarchie is onhoudbaar in tijden van ecologische crises. Dat geldt ook voor de afspraken in handelsverdragen voor bescherming van investeerders tegen nationale overheden. Waarom wordt kapitaal wel en arbeid niet beschermd door het internationale handelsregime, zoals de textielarbeiders in Azië nu ondervinden?

Een stap in de goede richting hier is om de vrijwillige richtlijnen voor internationaal verantwoord ondernemen zoals de oeso deze heeft ontwikkeld bindende kracht te geven. Ook relevant hier zijn de (oude) International Labour Organization (ilo)-verdragen voor fatsoenlijk werk die al jaren wachten op handhaving. Actie is ook gewenst om de jarenlange fiscale wapenwedloop tussen nationale staten op weg naar het laagste putje te beteugelen. De Panamapapers lieten zien hoe de mondiale belastingontwijking volledig uit de hand is gelopen. Kapitaal en vermogen ontlopen hun ‘fair share’. De onhoudbaarheid hiervan blijkt ook nu, als multinationals hun hand ophouden in landen waar ze nooit belasting hebben betaald. En juist nu zullen overheden merken hoezeer ze vastlopen in beperkte mogelijkheden om belastingen te heffen om de coronashock op te vangen en herstelprogramma’s te financieren. Door gebrek aan speelruimte komt de fiscale afrekening terecht bij burgers en het kleinbedrijf. Tijd voor een tweede wto: de World Tax Organization die het fiscale reparatiewerk van de oeso opschaalt en de landen die nu miljarden mislopen een stem geeft.

Hier heeft Nederland ook een belangrijke rol te spelen. Jarenlang facilitator van mondiale belastingontwijking past nu de rol van aanjager van fiscale samenwerking. Ook van belang voor de nationale begroting: minister Hoekstra verwijst regelmatig naar de ‘diepe zakken’ van het rijk, dankzij de strenge begrotingspolitiek sinds 2010. Afgezien van de vraag of dat beleid zo verstandig was; het zijn de Nederlandse burgers geweest die hiervoor extra belasting hebben opgehoest. Niet het grote bedrijfsleven.

3. De Green Deal

Het is evident dat we de klimaatcrisis, het dramatisch verlies van biodiversiteit, mondiale ontbossing en andere ecocrises niet op hun beloop kunnen laten. De wereld zit in blessuretijd. Voorbij alle ‘tipping points’ is er straks geen weg terug. Het is amper voorstelbaar hoe we dan beschaving en welvaart overeind houden, en vermoedelijk slechts tegen fenomenale kosten, zoals Lord Nicholas Stern in 2006 al voorrekende: ten minste twintig procent mondiaal welvaartsverlies. Zo bezien is The Great Lockdown nog mild. De noodzakelijke transities hiertoe gaan uiteindelijk over de vraag welke economie we meenemen naar het post-coronatijdperk. Die vraag lag toch al levensgroot op tafel met het Klimaatakkoord van Parijs.

Het zou ondoelmatig zijn nu wereldwijd vele miljarden publieke middelen te besteden aan een bail-out van de fossiele bedrijven die geen boodschap heeft aan het Klimaatakkoord van Parijs. De optie van steun is nu allerwege aan de orde. Het startsein van de pandemie viel samen met een hoogoplopend conflict tussen de olieproducerende landen met sterk dalende olieprijzen tot gevolg. Nu het transport in veel landen vergaand is beperkt zwemt de wereld – anders dan in 1973 – in de olie. Er ligt nu een akkoord om de olieproductie fors te beperken, maar een shake-out van de oliesector blijft goed mogelijk. In Amerika hebben oliemaatschappijen zich al bij Trump gemeld voor steun. Dat geldt internationaal ook voor veel luchtvaartmaatschappijen, vermoedelijk gevolgd door andere fossiele transporteurs. Meedoen aan ambitieuze emissiereducties als minimale voorwaarde voor steun voor (transport)bedrijven ligt voor de hand.

Dat spoort met de groeiende alertheid in financiële markten en bij toezichthouders op het risico van ‘stranded assets’. Er staan astronomische bedragen uit in de fossiele sector die uiteindelijk rusten op waarderingen van reserves van voorraden olie, kolen en gas, die nooit volledig benut zullen mogen worden, willen we voldoen aan de ambities van het Akkoord van Parijs. Het wordt sowieso een huzarenstukje om daar op tijd zonder al te grote kleerscheuren vanaf te komen. Met een publieke miljardeninjectie wordt dat probleem alleen maar groter. Niet doen dus.

Duurzame condities voor noodsteun nu zijn dus van groot belang. De volgende stap is herstel op basis van een Green Deal. Sinds december ligt er de Green Deal van de Europese Commissie met talrijke aangrijpingspunten voor herstel. Beprijzen, normeren en investeren vormen de hoofdroutes. Het is verstandig juist nu het Europese handelssysteem voor emissierechten (ets) te versterken, door een in de tijd oplopende bodemprijs of snellere afname van beschikbare rechten, nodig voor steviger klimaatambities van de EU. De rechten zijn nog steeds te goedkoop. Gevoegd bij de lage olieprijs (gas was ook al goedkoper) is dit geen goed nieuws voor de klimaattransitie. Van het eerlijk beprijzen van vervuiling komt zo opnieuw weinig terecht, en investeringen in duurzame technologie en productieprocessen worden nu weer relatief duurder.

Ik kijk uit naar de speech van Rutte: ‘Het kabinet heeft nagedacht. We gooien de boel om’

Naast het opkrikken van de ets-prijs is het raadzaam staande (impliciete) fossiele subsidies af te bouwen. Dat spaart geld, en was al een oude – niet nageleefde – afspraak uit 2009, onderdeel van het G20-pakket in antwoord op de vorige crisis. Het EC-plan bevat ook een uitstekend voorstel om import naar de Europese markt te reguleren via een CO2-grenstax. Dat werpt een dam op tegen producten met een hoge CO2-intensiteit en biedt ruimte om scherpe transitieafspraken te maken met grote vervuilers die vrezen voor de internationale concurrentie.

Het belang van een ‘just transition’, een inclusieve transitie, is groot. Zeker met de huidige stijgende werkloosheid. De groene investeringsagenda van de Green Deal moet daarom naar voren worden gehaald om nu werk te creëren en bedrijven en hun financiers een kapstok te bieden voor het richten van hun bedrijfsinvesteringen. Er zijn tal van opties. Zo zal groene waterstof een belangrijke rol spelen in het energiesysteem van de toekomst, daar hoort een stevig investeringsprogramma in relevante infrastructuur bij. Ook de bouw zal net als in 2009 te maken krijgen met vraaguitval. Dat is een goed moment om de inspanningen voor CO2-neutrale woningen op te voeren. Dat is destijds helaas niet gebeurd en kan nu anders. Met zo’n type agenda kan het investeringsfonds dat het kabinet vorig jaar voor Nederland aankondigde worden benut.

Onlangs openbaarde de Europese Commissie een serie nieuwe voorstellen op het terrein van ‘sustainable finance’ teneinde de financiële sector op tijd mee te krijgen in duurzame transitie en de risico’s van stranded assets te minimaliseren. Die route verdient steun. De Europese Investeringsbank (eib) nam vorig jaar al het uitstekende besluit om te stoppen met nieuwe fossiele financieringen. Dat zal hopelijk ook gelden voor de tweehonderd miljard euro die conform het laatste Europese compromis – over de financiering van de corona-aanpak – via de eib aan financiering van het bedrijfsleven wordt ingezet. Sluitstuk van deze aanpak is het op termijn verbieden van alle nieuwe financieringen in de fossiele sector. Daarmee biedt Europa duidelijkheid over de duurzame economie in het post-coronatijdperk. Het bedrijfsleven is juist nu gebaat bij zekerheid over wat het te wachten staat.

4. Een nieuw sociaal contract

De coronacrisis herinnert ons eraan hoe wezenlijk goede publieke instituties zijn in een markteconomie. Het belang van toegang tot goede gezondheidszorg is nu evidenter dan ooit, maar de bijbehorende basisverzekeringen voor alle burgers zijn mondiaal bepaald verre van gemeengoed. De Verenigde Staten vormen hier een afschrikwekkend voorbeeld met een duur gezondheidszorgstelsel waar tegelijkertijd miljoenen Amerikanen amper toegang toe hebben. Het helpt ook niet bij het bestrijden van de pandemie als zieke werknemers buiten beeld blijven uit vrees voor een onbetaalbare doktersrekening.

Publieke zorgsystemen vragen wel nauwkeurig onderhoud en een adequaat budget. De corona-uitbraak in Groot-Brittannië brengt tal van tekortkomingen aan het licht binnen de National Health Service die mede het gevolg zijn van jarenlange bezuinigingen. Meerdere landen hebben hier huiswerk te doen. Onbeperkt budget bestaat niet, wel is een nieuw evenwicht nodig tussen voldoende middelen en de wens om de premiedruk te beheersen. De pandemie laat zien dat slechte zorg niet alleen menselijkerwijs onacceptabel is, maar ook economisch een hoge prijs met zich meebrengt.

Op de arbeidsmarkt proberen overheden nu met noodregelingen en garanties bedrijven en hun werknemers overeind te houden. De ‘working poor’ zullen – net als in de vorige crisis – als eerste worden geraakt. Zoals al aangegeven worden de gaten zichtbaar in de sociale zekerheid die mensen moet beschermen in slechte tijden. Ongelijkheid is ook hier de uitkomst. De commissie-Borstlap heeft voor Nederland uitgezocht hoe deze tweedeling op de arbeidsmarkt uitpakt. Haar voorstellen zijn nu actueler dan ooit. De coronacrisis is een aansporing om werk te maken van een inclusieve arbeidsmarkt met elementaire basisrechten voor alle werkenden, ongeacht type contract of werk. Het zou daarbij ook schelen als het (mondiale) bedrijfsleven het pad van het aandeelhouderskapitalisme gaat verlaten.

Goede ondernemingen behoren te koersen op de lange termijn met evenwicht tussen de belangen van financiers, werknemers en de maatschappelijke opgaven waar we nu voor staan. Lange termijn, positieve impact, duurzaamheid, inclusiviteit, weerbaarheid, fair share, de commons; dat zijn de codes van het bedrijfsleven dat we nodig hebben. Noodsteun nu behoort daarop te worden afgestemd, zoals Denemarken bedrijven die in belastingparadijzen zitten steun weigert.

5. De rekening

De weg uit de kredietcrisis van 2008-2009 is vooral gevonden door mondiaal nog meer schulden aan te gaan en vervolgens de rentes naar beneden te drukken. Die torenhoge mondiale schuld is een beroerde start. Het rente-instrument is bot geworden. De steunprogramma’s van overheden die nu wereldwijd worden uitgerold slaan een flink gat in de schatkist. Selectieve belastingverhogingen zijn zeker een optie (hogere CO2-belasting, afblazen van verlaging van de winstbelasting (Nederland) of het invoeren van een coronataks voor welgestelden), maar dichten het gat niet.

Lenen dan? Het is moeilijk voorstelbaar dat de mondiale kapitaalmarkt al die extra overheidsschulden zomaar gaat financieren. Veel beleggers vluchten nu naar dollars. Die komen misschien terug, maar dan tegen (veel) hogere rentes. Voor veel landen is daarom het imf nu het belangrijkste loket. In de eurozone kan het Europese noodfonds esm worden benut (met de goede voorwaarden). ‘Coronabonds’ zijn ook een variant voor risicodeling. Dat helpt bij de financierbaarheid.

Dan nog. Hoogoplopende overheidsschulden leggen een extra zware hypotheek op de toekomst. Dat kan leiden tot herhaling van het eurocrisisscenario. Wat in 2008 begon als een private schuldencrisis werd in 2010 in Europa een publieke schuldencrisis die jaren van straffe bezuinigingen en soberheid met zich mee hebben gebracht. Dat moet de economie en de publieke sector nu bespaard blijven. Het zou bovendien elke ruimte voor een stevige Green Deal met een gericht groen investeringsprogramma tenietdoen. Dan zullen we achteraf constateren dat na de miljarden steun voor de oude economie, er geen ruimte over is voor de cruciale transities. Exit Akkoord van Parijs.

Centrale banken zijn nu crucialer dan ooit. Zij kopen op dit moment wederom op grote schaal bestaande publieke en private schulden op uit de markt om rentes te drukken en liquiditeit in het financiële systeem te brengen. Dat is, net als de afgelopen jaren, gratis bier voor de financiële aanbieders van deze schuldtitels. Het is nu extra opletten geblazen: opkopen is een vorm van bail-out. Wordt, zoals afgelopen jaren, indirect de fossiele sector hiermee ondersteund? Welke condities stellen centrale banken?

Vermijding van een nieuwe schuldencrisis vraagt nu rechtstreekse monetaire financiering van nieuwe overheidsschulden (of ‘helikoptergeld’). Dat moet gebeuren op basis van een democratisch mandaat waarin financiering van de groene transities centraal staat.

‘Europa heeft een afspraak met de geschiedenis’, schreef Ilja Leonard Pfeijffer in de NRC vanuit standplaats Genua in reactie op de ruzie tussen Nederland en de zuidelijke landen in het eurogebied. Dat geldt niet alleen Europa. De coronacrisis leert ons belangrijke lessen over onze economie en wat daaraan schort. Daar kunnen we iets aan doen. Ik kijk uit naar de komende speech van Mark Rutte: ‘Het kabinet heeft nagedacht. We gooien de boel om. We gaan geen enkele rekening doorschuiven naar de volgende generaties. Maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden.’


Kees Vendrik is chief economist van TriodosBank