Ons beste gereedschap

Midas Dekkers en Angela de Vrede
Botjes
Querido Kinderboek, non-fictie, 95 blz., € 13,50 (8+)

Midas Dekkers en Angela de Vrede geven in Botjes – hun vierde gezamenlijke informatieve kinderboek – onbedoeld een geweldig anti-verveling-idee voor in de kerstvakantie. Gebruik de kerstkalkoen na het kerstdiner als bouwpakket. Eerst lekker kluiven en dan aan de slag. Want een geraamte, legt Dekkers op zijn karakteristieke beeldende en luchtige manier uit, is eigenlijk een fantastische bouwdoos. ‘Met een goede bouwdoos is het geen kunst om jezelf in elkaar te zetten’, schrijft Dekkers. ‘Tel eerst of je alle stukjes hebt. Het moeten er 206 zijn. Die krijgen elk hun eigen plaats. Monteer je ze verkeerd om, dan doet je geraamte het straks niet. Met je benen aan je schouders struikel je over je eigen ribben.’
Weinig auteurs hebben de vlotheid en geestigheid van formuleren als Dekkers. Die schrijfstijl, tezamen met zijn vakkennis en kritische maar onbevangen houding, maakt hem bij uitstek geschikt biologie voor kinderen te duiden. Letterlijk en figuurlijk kom je in Botjes stukje bij beetje van alles en nog wat te weten over de botten waaruit je skelet is opgebouwd. De buigzame ruggengraat die ons evenwicht geeft. De schouder als ‘beweeglijkste’ der botten. En de hersenpan alias ‘gereedschapskist’ om ons ‘beste gereedschap’ te bergen. Ook wijst Dekkers op aardige verschillen én overeenkomsten tussen mens en dier. De giraf die ‘menselijkerwijs’ maar zeven nekwervels heeft. De dolfijn die met ‘poten in de vinnen’ en bekkenbotjes een ‘landdier in vermomming’ is. En de (mannetjes)hond met een ‘botje in zijn piemel’ en ‘bovenarmen’ die alleen maar voor- en achterwaarts kunnen bewegen, de reden van zijn onbeholpen zwemgedrag.

Dekkers’ heldere uitleg kan niet zonder het tekentalent van De Vrede, die de feitelijke werkelijkheid gelukkig niet alleen visualiseert, maar ook verluchtigt. Haar humorvolle pentekeningen dragen bij aan een juist evenwicht tussen feit, beeld en verbeelding, belangrijk voor het slagen van een informatief kinderboek.

Maar, hoe geslaagd Botjes ook is, in het populariseren van de biologie zoals Dekkers dat doet schuilt altijd het gevaar van (over)simplificatie en onvolledigheid. Waarom wel noemen dat er, ‘als souvenir uit de tijd dat alle apen staarten hadden’, soms mensen met een staart worden geboren, maar niet dat iedereen een staartbeentje heeft? En is het niet beter het (complexe) begrip evolutie weg te laten als je het reduceert tot het ooit uit elkaar groeien van verwante familieleden?

Gelukkig storen deze onvolkomenheden niet. Dekkers’ eruditie en voelbare enthousiasme geven in deze decemberdagen onherroepelijk een nieuwe dimensie aan de kerstkalkoen.