Ons eeuwig achterhaalde duitslandbeeld

Premier Kok was begin dit jaar geen voorstander van een debat over het Nederlandse optreden in het toenmalige Nederlands-Indie. Hij zei er geen behoefte aan te hebben ‘om met terugwerkende kracht te zeggen dat de regeringen van toen het fout hebben gedaan’. Met zijn oordeel over de houding van de Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog bleek hij recentelijk heel wat minder zuinig. ‘De overmacht van de nazi’s wordt door vele Nederlanders nu nog als alibi voor het eigen nietsdoen gebruikt’, zei hij onlangs in een vraaggesprek met Die Zeit. In luttele maanden heeft Kok zich ontwikkeld van historisch relativist tot moreel scherprechter.

Nu is de belangstelling voor de historische visie van Kok - en van andere gezagsdragers die het Nederlandse zwart-witbeeld van de oorlog trachten te relativeren - natuurlijk nihil. Waar het hen om gaat is louter de huidige relatie met Duitsland, onze belangrijkste handelspartner. Die relatie kwam twee jaar geleden onder druk te staan door de beruchte Ik ben woedend-kaartenactie, en door de Clingendael-enquete waaruit bleek dat Nederlandse jongeren de Duitsers nog steeds als agressief en arrogant zien. En dat terwijl de vijftigjarige herdenkingen nog moesten komen.
Tijd voor een exercitie in preventieve diplomatie, besloten Hare Majesteit en het paarse kabinet eensgezind. Er volgde een ware vloedgolf van verzoenende toespraken en Nederlands-Duitse conferenties. Kok en de zijnen zullen mede voor deze stoomwalsbenadering hebben gekozen omdat er een draagvlak voor leek te bestaan bij de spraakmakende gemeente, die de banale anti-Duitse gevoelens van de gemiddelde burger in Nederland resoluut van de hand wees.
Maar zoals de regering-Kok nu optreedt, was het ook weer niet de bedoeling. In de persreacties werd onder andere van ‘een kruiperige vorm van geschiedvervalsing’ (Arnold Koper, Volkskrant), 'een ontegenzeggelijk opduikende neiging tot kontkruiperij’ (Anet Bleich, idem) en een 'nare imagoverbetering’ (Paul Scheffer, NRC) gesproken.
Bondskanselier Kohl mocht de pro-Duitse actie van Kok c.s. symbolisch bekronen met zijn krans bij het beeld van Zadkine in Rotterdam. Als hij een paar weken later was gekomen, was het klimaat mogelijk al weer verder verslechterd.
Wat Kok en Kohl uiteindelijk nastreven, is dat het clichebeeld van het eeuwige bruine Duitsland wordt vervangen door het al even versleten beeld van Duitsland als het braafste jongetje in de Europese klas. De in Duitsland al lang doorgeprikte mythe van een Stunde Null - het idee dat er geen enkele continuiteit bestaat tussen het Derde Rijk en de Bondsrepubliek - is blijkbaar nog goed genoeg voor export naar Nederland.
En bovendien: de Bondsrepubliek bestaat niet meer. Aan onze oostgrens ligt het verenigde en soevereine Duitsland, dat onherroepelijk voor een deel zal terugkeren naar zijn Centraaleuropese wortels. Zelfs als het offensief van Kok en Kohl slaagt, kunnen we over enkele jaren weer een debat beginnen over ons nieuwe achterhaalde Duitsland-beeld.