Profiel: Hannibal

Ons eigen monster

Ooit was hij een kind. Onbezorgd en enthousiast. Toch mankeert er iets aan hem. Hij mishandelt weleens dieren. Maar behalve dat wijst niets in zijn vroege jeugd op extreme abnormaliteits. Na zijn studie medicijnen vestigt hij een succesvolle psychiatrische praktijk in de stad Baltimore. Patiënten die hem in zijn kantoor bezoeken, zijn onder de indruk van zijn goede smaak: Bach, antiek, boeken en schilderijen. Belezen en charmant, een modelburger — een en al beschaving, een held van de Nieuwe Wereld.

Onbekend is hoeveel slachtoffers hij precies op zijn geweten heeft. Wel weten we dat Hannibal Lecter negen mensen heeft vermoord en twee onherkenbaar heeft verminkt voordat FBI-agent William Graham de dokter min of meer per ongeluk arresteert.

Het gaat zo: het zesde slachtoffer wordt thuis in zijn eigen hobbykamer vermoord. Zijn verminkte lichaam wordt opgehangen aan de muur tussen het gereedschap. Opvallend zijn de pijlen die in zijn lichaam zijn gestoken. Maar de man heeft ook een oude jagerswond: een kruisboogpijl in zijn been. In het ziekenhuis werd hij ooit door een arts-assistent behandeld: Lecter.

Graham bezoekt het kantoor van Lecter op een zondag. De dokter is de vriendelijkheid zelve. Tijdens het gesprek dwaalt Grahams oog naar Lecters boekenkast. Daar ziet hij een bijzondere publicatie. Is het de 1952-editie van het chirurgische handboek The Apology and Treatise of Ambroise Paré? Met op de kaft de verkleinde reproductie Wound Man? Of ziet Graham de originele uit hout gesneden schets op de titelpagina van The Method of Curing Wounds uit 1617? Voor zover bekend staat het enige exemplaar hiervan in de Bodleian-bibliotheek in Oxford. Het zal wel het origineel zijn geweest — Lecter heeft smaak.

Graham legt meteen een link tussen de Wound Man-schets en het slachtoffer met de pijlen in zijn lichaam. Op de afbeelding is te zien hoe een mens om het leven kan worden gebracht met allerlei antieke wapens, waaronder een pijl en boog. Lecter wordt gearresteerd en opgesloten in een inrichting. Maar niet voordat hij William Graham als een wild beest aanvalt met een linoleummesje. Terwijl Graham in het ziekenhuis herstelt, ontrafelen zijn collega’s Lec ters werkwijze. Het blijkt dat hij mensen eet.

Zo wordt een monster geboren, bijna ongemerkt. Hannibal Lecter verschijnt al in 1981 onopvallend in Thomas Harris’ roman Red Dragon. Vijf jaar later is hij ook nauwelijks zichtbaar in Michael Manns verfilming van de roman, getiteld Manhunter. Lecter wordt pas in 1991 internationaal bekend als Jonathan Demme het vervolg verfilmt, The Silence of the Lambs. En nu is de dokter opnieuw over de hele wereld voorpaginanieuws met Hannibal, Ridley Scotts filmversie van deel drie van Harris’ trilogie.

Hannibal the cannibal luidt onze koosnaam voor Lecter. En we kunnen maar niet genoeg van hem krijgen. Het maakt niet uit dat hij de personificatie van het Kwaad is: zes vingers aan zijn rechterhand, donkerrode ogen en een rode, gespitste tong. Herkenbaar is hij zeker. Lecter is een postmodern fin de siècle-monster, een fictieve constructie van klassieke horrorpersonages, echte seriemoordenaars uit het nieuws en diverse pulpgedrochten uit de populaire cultuur en de bijbel. Lecter is ons eigen monster, een product van onze verbeelding en onze realiteit. Deze era heeft hem voortgebracht, net als Frankenstein, Dracula en mr. Hyde gotische monsters zijn uit de Victoriaanse tijd. Aan het einde van de negentiende eeuw ondermijnde Bram Stokers Dracula traditionele Engelse opvattingen over met name vrouwelijkheid en burgerschap. Zijn twee vrouwelijke protagonisten, Mina en Lucy, veranderen van brave meisjes in sensuele bloedzuigers als gevolg van de verleiding door de graaf, een buitenlander nota bene. Op dezelfde wijze weerklinkt een actueel discours in Harris’ trilogie. Zijn verhalen zijn libertijnse allegorieën van onze tijd: anti-autoritair, anti-dictatoriaal, anti-patriarchaal en pro-feministisch.

De betekenis van de belangrijkste metafoor — het kannibalisme van dokter Lecter en later special agent Clarice Starling — ligt voor de hand. In de vorige eeuw hebben massamoorden plaatsgevonden op een niveau dat het menselijk verstand te boven gaat. In Skin Shows: Gothic Horror and the Technology of Monsters schrijft Judith Halberstam dat het klassieke monster in 1963 stierf toen de wereld oog in oog kwam te staan met de beulen van het Derde Rijk. Dat gebeurde door middel van Hannah Arendts «verslag over het kwaad» getiteld Eichmann in Jerusalem. Hierin schrijft de filosofe dat de aanklager in het proces tegen Eichman trachtte een «abnormaal monster» te vervolgen. Maar Adolf Eichmann was juist een bureaucraat. Arendt: «Het probleem met Eichmann was dat er zoveel anderen waren zoals hij, dat ze noch pervers noch sadistisch waren, dat ze op een verschrikkelijke wijze normaal waren.»

Aan het begin van de jaren tachtig verveelt Hannibal Lecter zich enorm. In Manhunter treffen we hem aan in de gedaante van de Schotse acteur Brian Cox, liggend op bed in een hagelwitte cel in Baltimore. Enkele jaren na zijn ar restatie bezoekt agent Will Graham hem om zijn hulp te vragen bij een nieuwe seriemoordenaarzaak. Lecter ruikt bloed, hij veert op, hij treitert Graham: «Zoek je de geur van een moordenaar? Ga jezelf besnuffelen!» De FBI-man is geraakt, hij voelt de waarheid. Hij rent de cel uit. Maar regisseur Michael Mann suggereert dat de rechercheur even gevangen zit als de moordenaar. De grens tussen held en monster vervaagt. Graham kan zijn weg niet vinden in het labyrintische gevangenisgebouw van staal en beton. Zijn verwardheid staat in schril contrast met Lecters verveelde kalmte. Lecter is vrij, Graham niet.

Deze film — de beste van de drie — vertelt op extreem gestileerde wijze het verhaal van de door stijl geobsedeerde jaren tachtig. Serie moor denaar Francis Dolarhyde personifieert de kille afstandelijkheid van die tijd. Uit vertier legt Lecter contact hem. Ze blijken geestverwanten. Ook Francis heeft een voor liefde voor bijten in menselijk vlees — hij consumeert om de leegheid van zijn leven te vullen. «Dolarhyde» refereert niet alleen aan de voor die tijd zo typerende jacht op de Ameri kaan se geldeenheid, maar ook aan de bekleding van het menselijk lichaam (hide = huid). «Hyde» is een verwijzing naar de klassieke monsters: Robert Louis Stevensons fin de siècle-monster (ook Hyde geheten), Dracula (liefhebber van maagdelijk witte halzen) en Frankenstein (met zijn lappendekenhuid).

Eenzaamheid en ontmenselijking vormen het zaad voor de monstruositeit van Lecter en Dolarhyde. Menselijke relaties brokkelen af in een technologische wereld waar stijl een religie is en vorm inhoud overheerst. Denkbeelden over identiteit en Goed en Kwaad vervagen tot iets ongrijpbaars. Door te moorden probeert Dolarhyde zich te «transformeren». Maar naar wat? Lecters verveeldheid is misleidend. Hij heeft wijsheid en inzicht: «Jij, Graham, je voelde je niet echt slecht toen je iemand doodschoot, nietwaar? Je vond het eigenlijk aangenaam. En waarom zou je je ook niet goed voelen? God doet dat altijd. Hij vindt het heerlijk, omdat hij macht heeft. En als je God vaak genoeg nadoet, bestaat de kans dat je als God zal worden.»

Hiernaar streeft het monster: het voltooien van het «wordingsproces» dat moet leiden tot een nieuwe identiteit. De uiteindelijke metamorfose van Dolarhyde vindt plaats in een briljant geënsceneerde slotscène. Graham redt een slachtoffer, een blinde vrouw (het ontvoerde meisje in Frankenstein). Het monster verzet zich, plichtmatig, mechanisch, de leer van Lecter over «transformatie» volgend. Hij sterft in een poel van zijn eigen bloed.

Verandering is deel van het dagelijks bestaan van de familie van monsters. Van Dracula, Frankenstein en mr. Hyde, maar ook van een aan Lecter en Dolarhyde verwant monster: Jame Gumb alias Buffalo Bill. Gumb slacht vrouwen af en gebruikt de huid om voor zichzelf een vrouwenpak te maken. Gumb is het tweede monster in The Silence of the Lambs. Lecter, gespeeld door Anthony Hopkins, overheerst in Jonathan Demmes gotische meesterwerk. Hier zien we hem voor het eerst als «gewoon» monster, als het Kwaad in een verschrikkelijk herkenbare en aangename vorm.

Lecter leidt de FBI, nu in de gedaante van de mooie, maagdelijke Clarice Starling, naar de moordenaar. Van de sardonische, verveelde Lecter van Manhunter is geen sprake meer. Nu hebben we te maken met een koele, seksueel potente Lecter. Zijn cel is net zo slecht verlicht als zijn ziel. Hij staat achter het glas: fier, trots, zijn haar glad gestreken over zijn schedel, zijn ogen wakker. Hij praat beschaafd over zijn grote passies: de renaissancistische cultuur, maar ook het eten van menselijk vlees met tuinbonen en een behoorlijk gekoelde Italiaanse wijn.

Hij is een romanticus. Starling intrigeert hem — hij voelt zich aangetrokken tot haar. Bij haar is er ook iets van seksuele opwinding merkbaar. Aanvankelijk hekelt hij haar slechte schoenen en parfum die verraden dat ze afstamt van poor white trash. Zoiets banaals doet de dokter rillen. Immers, hoge cultuur is verweven in zijn naam: «lecter» verwijst naar «lector», Latijn voor lezer. Lezen is wat Lecter de psychiater voor alles doet in deze film en in Harris’ boek: hij «leest» het karakter van Starling, hij «leest» het verhaal doordat hij de moorden oplost en de FBI op het spoor brengt van Jame Gumb.

Voor Lecter is er geen verschil tussen cultuur en het consumeren van menselijk vlees. Hij verscheurt een gevangenisbewaarder met zijn tanden terwijl hij verrukt luistert naar Glen Gould en de Goldberg Variationen van Johann Sebastian Bach. Lecter is het vleesgeworden huwelijk tussen hoge en lage cultuur. Lecter is de leermees ter in het kannibaliseren van teksten.

Een afgelegen boerderij aan het Oostfront, 1944. Mischa zit in bad wanneer de hongerige deserteurs haar komen halen. De avond tevoren hadden ze het laatste voedsel, een met pijl en boog geschoten hert, opgegeten. De sneeuw voor de schuur is nog rood. Nu komen ze voor Mischa. Het tweejarige meisje verzet zich. Vergeefs. Buiten de schuur bidt haar zesjarige broer dat hij zijn zusje ooit weer zal zien. Eveneens een futiele daad. Dat was dan ook de eerste en laatste keer in zijn leven dat Hannibal Lecter het bestaan van de een of andere vorm van God serieus overwoog.

In Hannibal, de derde van Thomas Harris’ Lecter-romans, ontdekken wij de oorzaak van Lecters kannibalisme: het trauma van Mischa’s afschuwelijke dood. Een «normale jeugd»? De Amerikaanse psychiatrische rapporten over de jonge Lecter waarover wij lezen in Red Dragon zijn dus niets waard. Dit sluit aan bij het thema van het falen van de psychiatrie. Al in de eerste roman merkt Will Graham op over Lecter: «Iemand heeft van een kind een monster ge maakt.» De Lecter die ooit vrolijk in de bossen op de boerderij speelde, is voor eeuwig verloren.

Zijn wij te redden? Lecter vindt van niet. Hij hekelt de mannenwereld van Clarice. De overheid is corrupt. De witte mannelijke leiders zijn verwerpelijk, omdat ze «in niets meer geloven». Lecter gelooft in zichzelf, in zijn verstandelijke vermogen én in zijn fysieke kracht. Dat maakt hem tot een klassieke romantische held.

Enkele jaren voor Lecters geboorte schreef William Butler Yeats het gedicht The Second Coming: «Mere anarchy is loosed upon the world,/ The blood-dimmed tide is loosed, and everywhere/ The ceremony of innocence is drowned/ The best lack all conviction, while the worst/ Are full of passionate intensity.» Er is een scène in het boek waar Lecter per vliegtuig uit Florence terugkeert naar Amerika. Terwijl het toestel landt, droomt hij over zijn jeugd tijdens de oorlog. Dat hij ooit een kind was, maakt hem normaal in onze ogen, zoals Eichmann «gewoon» een pennenlikker was. Yeats: «What rough beast, its hour come round at last/ Slouches towards Bethlehem to be born?» Lecter in het vliegtuig… een monster van bijna mediaevalistische inborst daalt neer in de Nieuwe Wereld.

De nieuwe Lecter heeft geen gebrek aan «hartstochtelijke intensiteit». Hij is melodramatisch, een operaliefhebber. Wat hij niet is, is een grossier in grappen. Dat is hij helaas wel in Ridley Scotts mislukte filmversie van de roman. Scott focust op irritante wijze op galgenhumor, iets wat in het boek selectief wordt gebruikt. In de film is Hannibal bijna een stand up-monster. Anthony Hopkins speelt niet de rol van Lecter, maar de rol van Anthony Hopkins die de rol van Lecter speelt. Hopkins schudt de ene kannibalengrap na de andere uit z'n mouw. Tot vervelens toe. Slechte smaak, zou Lecter zelf zeggen.

Maar het grootste falen van de film is het negeren van de operateske Belle en de beest-thematiek in de schitterend geschreven laatste pagina’s van Harris’ roman. In deze surrealistische momenten neemt Clarice het monster terug naar zijn verleden, naar het Oostfront waar hij als vierjarig jongetje plaats moest maken voor baby Mischa aan moeders borst. Clarice krijgt, meer dan enige psychiater, inzicht in Lecters ziel — tijdens een «jeweled moment». Dat ze nu haar borst aanbiedt aan Lecter, en zo seksueel zwicht voor hem, creëert een complex moment van seksualiteit en moederlijke instincten. Het monster gaat gulzig in op haar aanbod.

Dit betekent niet het einde van Hannibal, zoals sommige commentatoren hebben geschreven naar aanleiding van de film, maar juist een nieuw begin. Vergeet de film maar. Thomas Harris laat de twee minnaars in zijn roman ergens in Buenos Aires dansen op een warme avond. De auteur vraagt de lezer nu de personages met rust te laten, op te houden met lezen. Het verzamelen van kennis en het zoeken naar betekenis — precies waar Lecter het psychiatermonster zo goed in is — kan fataal zijn. Kennis leidt tot waanzin. Voorlopig zijn de mooie vrouw en het mooie monster gelukkig. Voorlopig. Ze mogen ons niet ontdekken. Harris: «We can only learn so much and live.»