OPHEFFER

Ons Europa

Een Italiaanse filmdistributeur vroeg mij welke Italiaanse films ik van de laatste tien jaar goed vond. Ik wist er maar twee te noemen – die in Nederland namelijk als televisieserie zijn vertoond.
‘Ach’, zei de distributeur, ‘we hebben zoveel betere series en films…’ Hij gaf me de volgende dag een tas met dvd’s mee om thuis te bekijken.
In Parijs, waar ik een paar dagen later was, stelde een acteur bijna dezelfde vraag. ‘Ben je op de hoogte van de Franse literatuur van het ogenblik?’ Ik schudde mijn hoofd en zei dat ik me schaamde. ‘Je hoeft je niet te schamen. Ik weet ook niets van de Nederlandse literatuur.’
We praten over Europa, we moeten erover stemmen, maar we kennen elkaars cultuur helemaal niet. Ik lees Engelse kranten (en af en toe een Franse krant) maar geen Duitse of Italiaanse. Ik kijk naar de BBC en soms naar TV5, maar eigenlijk nooit naar andere zenders. Daarentegen ben ik wel goed op de hoogte van wat zich in Amerika afspeelt. Ik ken de Amerikaanse literatuur redelijk, ik weet welke discussies er spelen en als ik in New York een boekwinkel binnenloop, kom ik niet zo heel veel verrassingen tegen, maar over mijn eigen Europa weet ik niets, terwijl ik aanvoel – want zeker weten doe ik het niet – dat die cultuur rijk is. (In België val ik altijd in een boekwinkel van de ene verbazing in de andere… zoveel boeken die wij wel kunnen lezen, maar niet kennen…)
Een paar maanden geleden was ik op een filmfestival in Rusland. Ook daar kreeg ik weer een paar dvd’s mee, die ik weliswaar niet kon verstaan, maar wel kon bekijken. Geweldige films. Dezelfde ervaring had ik in Duitsland. Daar kregen we een prijs voor onze Nederlandse televisieserie (Medea) en maakte ik kennis met de regisseur – wiens naam ik niet kan onthouden – van Das Leben der Anderen. Een reus van adel, die jongen. Buitengewoon sympathiek. We spraken over het feit dat Nederland en Duitsland veel meer samen zouden moeten doen, vooral op het gebied van het produceren van films. Hij wilde ook samenwerken met Engeland en Frankrijk. ‘Het is toch belachelijk dat jij en ik wel kunnen spreken over Spielberg, maar dat we niet weten wie de Europese Spielberg is?’
Ik gaf hem gelijk.
Ik ben ervan overtuigd dat er Franse, Duitse, Russische en Turkse films zijn die ons meer aanspreken dan Amerikaanse films. Maar wie zijn die ‘ons’?
Een uitgever met wie ik dit probleem besprak zei dat hij redacteuren had die wel degelijk de Duitse en Franse literatuur in de gaten hielden. Hij had juist weer het omgekeerde. ‘Iedereen loopt hier weg met Pascal Mercier of die rare Japanner, maar een Amerikaanse auteur van dezelfde allure raak ik aan de straatstenen niet kwijt.’ Hij zag het probleem simpeler: ‘De beste literatuur en de beste films komen heus wel bovendrijven. Het is blijkbaar nu zo dat er in Europa en Japan wel goede literatuur gemaakt wordt en in Amerika niet. Amerika maakt weer betere films dan Europa.’
Ik betwijfelde dat.
Maar precies weten hoe het dan zit, doe ik niet.
Een Franse regisseur die ik alle films van Theo van Gogh had gegeven, was erg onder de indruk van Luger, een film waarover ik Van Gogh zelf wel eens heb horen zeggen: ‘Een goeie film, ik zou hem alleen nu anders hebben opgenomen en anders hebben geregisseerd en gemonteerd.’
De Franse regisseur echter betreurde het dat hij Luger destijds niet had kunnen zien: ‘Het zou hier in Frankrijk een geweldig succes zijn geweest.’
Ik gaf maar een knipoog naar de hemel.
Toch bevalt het me niet dat ik eigenlijk niet echt iets weet van wat zich op cultureel gebied afspeelt in Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland.
Laat staan België.